Hoofdstuk 5: Actieplan Delft Kennisstad
De agrarische samenleving werd in de vorige eeuw door de industriële revolutie ingrijpend veranderd. Nu staan we aan de vooravond van een kennisrevolutie. Om in economisch opzicht te overleven zal Nederland moeten investeren in kennis. Niet alleen in nieuwe kennis, ook in kennis"renovatie" en kennis"onderhoud".
Delft speelt hier met de keuze voor de strategische visie
Delft Kennisstad op in. Een visie met kansen, waarin de eerste stappen gezet zijn. Nu is
het zaak verder te investeren. Ook en vooral in samenwerking met de partners in en om de
stad.
De kennisrevolutie komt ook tot uitdrukking in de snelle
ontwikkelingen op technologisch gebied. De Delftse kennisinstituten leveren daaraan hun
bijdrage. Delft Kennisstad moet zich sterker profileren als technische kennisstad, om
daaraan onderscheidend vermogen te ontlenen ten opzichte van andere kenniscentra. Delft
Kennisstad wil het managen en makelen van die technische kennis actief ondersteunen en
bevorderen. In het actieprogramma komt derhalve meer nadruk op technologie en met name
milieutechnologie te liggen. Op het gebied van de milieutechnologie zal de gemeente meer
streven naar een voortrekkersrol. Hierbij zal zoveel mogelijk gezocht worden naar
projecten met praktische toepassingen in Delft. De gemeente wordt dan een proeftuin van
maatschappelijk belangrijke ontwikkelingen. Delft Kennisstad wordt daarmee ook langs die
weg meer zichtbaar in de stad.
Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie
(ICT) zijn onderdeel van de kennisrevolutie. De uitbouw van ICT is dan ook onlosmakelijk
verbonden met de ontwikkeling van Delft Kennisstad. De vraagkant dient daarbij centraal
gesteld te worden. Dit is een harde noodzaak om de ambities van Delft Kennisstad waar te
maken. De uitstraling naar buiten toe moet daarbij weerspiegeld worden in de kwaliteit
naar binnen toe: op weg naar een interne kennisinfrastructuur!
Het begrip Delft Kennisstad is bij externe partners en
partijen bekend. Dat is onder meer een gevolg van de communicatie-campagne, waarbij het
afgelopen jaar vooral de samenwerking en de stadspromotie op de voorgrond traden. De
inspanningen van de afgelopen periode beginnen hun vruchten af te werpen. Het niveau
behouden en uitbouwen vergt nu onderhoud. Ook hier geldt: nu niet rentenieren, maar
blijven investeren. Dat betekent in 1998 aanscherping van de communicatiecampagne met
globaal een zelfde kostenniveau als in 1997. Aan de "buiten" kant zal ook meer
samenhang gezocht worden in de regio en daarbuiten. Met kenniscentra in den lande zal naar
synergie gezocht worden, vanuit de eigen profilering.
Daarnaast blijft de gemeente inzetten op verbetering van de
samenwerkings- relaties met de TUD, over de volle breedte van deze complexe organisatie.
Goede relaties met de kennisinstituten, als TUD en TNO, vormen de basis voor Delft
Kennisstad. Ook zal getracht worden de Hogeschool Delft meer in het netwerk te betrekken.
Met het bekend zijn van Delft Kennisstad aan de
"buiten" kant dient binnen de clusters nu meer dan tot op heden contact gezocht
te worden met de "binnen" kant. De externe uitstraling moet binnen de
gemeenteorganisatie waar gemaakt kunnen worden. Het is absoluut nodig dat de
lijnorganisatie meer betrokken wordt bij het gedachtengoed en de ontwikkelingen van Delft
Kennisstad en meer naar buiten treedt met activiteiten die het concept van Delft
Kennisstad ondersteunen. Niet alleen omdat meer stemmen een groter koor vormen en het
gezang langer in de lucht blijft, maar zeker ook om binnen de gemeente op meer plaatsen te
profiteren van de netwerken en kwaliteitsimpulsen die via Delft Kennisstad aangeboord
worden. Daar zal de komende periode een belangrijk deel van de inspanningen op gericht
zijn. En om de kennisstad te laten slagen zullen we ook intern moeten investeren in
kwaliteit. De lopende reorganisatie is mede daarop gericht en zal er dus ook toe moeten
bijdragen dat Delft Kennisstad blijvend uitgedragen wordt. De lopende reorganisatie is
mede daarop gericht en zal er dus ook toe moeten bijdragen dat Delft Kennisstad blijvend
uitgedragen wordt. De lopende reorganisatie is mede daarop gericht en zal er dus ook toe
moeten bijdragen dat Delft Kennisstad blijvend uitgedragen wordt. Samenwerking met
bedrijven en instituten kan die kwaliteit alleen maar verhogen.
Dit leidt in dit actieplan tot een andere opzet dan in
vorige jaren. Er wordt een meer programmatische aanpak nagestreefd, waar projecten hun
plek in krijgen. Gericht op duurzame samenwerking en kwaliteitsimpulsen. Het leidt er ook
toe dat meer aansluiting gezocht wordt bij specifiek beleid van de diensten. In dit
actieplan betekent dat meer uitzetten van lijnen dan concrete losstaande projecten
uitvoeren. Er wordt gezocht naar meer samenhang in het actieplan: van projecten naar
programma's. Regelmatig zal besluitvorming in een later stadium via de reguliere weg
plaats vinden.
In de managementrapportage 1997 is reeds weergegeven (als uitvloeisel van de nota "Aansturing Delft Kennisstad") dat de tot op dat moment gehanteerde clustering binnen het project Delft Kennisstad vereenvoudigd wordt.
In dit actieplan wordt uitgegaan van drie clusters, te
weten "Bedrijvigheid, Werkgelegenheid en Technologie", "Delft
Multimediaal/Moderne Organisatie" en "City Marketing", waarbinnen de
programma's tot uitvoering moeten komen.
Veel van de projecten in het actieplan lopen door vanuit
vorige jaren. Inmiddels evolueert het concept Delft Kennisstad. Er zal bijzondere aandacht
nodig zijn om ervoor te zorgen dat de projecten blijven aansluiten bij de ontwikkeling van
de visie.
Nadat de industriële revolutie de agrarische economie ingrijpend wijzigde, is nu de industriële economie hard op weg getransformeerd te worden tot kenniseconomie. Op allerlei platforms (overheid, onderwijsinstellingen, onderzoeksinstituten, bedrijven) vinden momenteel koersbepalingen plaats over Nederland in de volgende eeuw. Kennis wordt steeds belangrijker, wordt de nieuwe handelswaar. Nederland bouwt van Mainport naar Brainport met de daarbij benodigde investeringen.
Daarbij dient niet alleen nieuwe kennis opgebouwd te worden. Kennis"beheer" en
-"renovatie" blijven evenzeer nodig.
Kennis is een kapitaal waarmee je niet mag rentenieren.
Ontwikkelingen gaan snel. Wat vandaag goed is, is morgen niet goed genoeg. Zo ook geldt
dat kennis in die concurrentiestrijd het voornaamste wapen zal zijn. Niet alleen kennis
bezitten en vervaardigen, maar vooral kennis ten nutte maken bepaalt het succes. Kennis
moet werken !
Delft heeft gekozen voor Kennisstad. Een strategische visie met kansen, die onder meer een gerichte communicatieaanpak nodig heeft.
Een eerste stap daarin is gezet met het documenteren en bekendmaken van de kwaliteiten van de stad. En niet te vergeten met het betrekken van bedrijven en instellingen bij de aanpak. Volgens de beeldspraak van het promotieprogramma "het Delfts Bewijs" is de sleutel nu gemaakt en staat de deksel van de kist met parels op een kier. De kwaliteiten van de stad worden meer en meer bekend, maar er is nog veel te verdienen.
In dit plan wordt aangegeven hoe in samenwerking met
partners uit de stad en daarbuiten verder gegaan wordt met de Kennis-infrastructuur en de
Kennisstad-promotie. En welke randvoorwaarden we daarbij aan het eigen functioneren moeten
stellen.
Als we onze voorsprong op het gebied van kennis willen
behouden geldt slechts één advies: Niet rentenieren, maar investeren....
5.2 De stand van zaken
1998 is het derde jaar van Delft Kennisstad. Een jaar waarin veel duidelijk moet worden. Aan de ene kant bekijken we of de prestaties voldoen aan onze verwachtingen. Aan de andere kant stellen we bij om te verdiepen en/of te verbeteren.
De ambities die met Delft Kennisstad naar voren zijn
gebracht, zijn hoog. We staan nu op een punt dat een tussenbalans gemaakt kan worden.
Extern is er duidelijk vooruitgang geboekt. Delft Kennisstad staat op de kaart.
Uit het bedrijvenpanel -in 1996 gestart om meer inzicht te
krijgen in de wensen en behoeften van Delftse bedrijven en instellingen- blijkt dat al in
november 1996 (de eerste meting) 90 % Delft Kennisstad kent. Uit de tweede meting (juni
1997) blijkt dat 75 % vindt dat het project Delft Kennisstad een positief effect heeft op
de bekendheid van Delft als Kennisstad; 51 % denkt dat het een positief effect heeft op
het aantrekken van bedrijven. Een korte opsomming van de resultaten van de meting van juni
1997 is te vinden in bijlage 2. Binnenkort zullen wij reageren op de uitkomsten van het
bedrijvenpanel. Om dit beeld te behouden en uit te bouwen is het nodig ook de komende
periode veel energie te steken in communicatie en promotie.
Nederland bouwt in de komende periode niet alleen aan Mainport maar ook aan Brainport, om in economisch opzicht in de volgende eeuw op tenminste vergelijkbaar niveau te kunnen blijven functioneren. Brainport staat daarbij model voor investeringen in kennis en kennisinfrastructuur.
Momenteel wordt in allerlei gremia aandacht besteed aan (uitbouw van) kennis. Kennisdebat, oprichting van Topinstituten, besteding van ICES-gelden voor kennisinfrastructuur, ICT-plannen en andere initiatieven laten een beeld achter dat Nederland klaar is voor de 21e eeuw. De (dalende) uitgaven voor R&D, voor onderwijs en het gebrek aan samenhang laten een ander beeld zien.
Delft heeft veel kennis in huis. TUD, TNO, WL, Grondmechanica, IHE, Hogeschool Delft, TechNet en anderen dragen bij aan het technologie-imago van de stad. De opdracht uit de nota "Delft Kennisstad Werk Centraal" was om met extra impulsen op (milieu)-technologiegebied dat kenniscluster te versterken en beter zichtbaar te maken. Het imago van Delft op dit terrein (en in het verlengde daarvan het economisch klimaat) moet versterkt worden naast een verdere ontwikkeling van het milieubeleid. Innovatie en uitstraling zijn daarbij de kernwoorden. Vastgesteld moet worden dat nog niet op alle fronten aan het verwachtingspatroon kon worden voldaan.
Delft is niet de enige die momenteel aanspraak maakt op het
"maken van kennis". Diverse andere gemeenten en regio's maken zich hier sterk
voor. Dit heeft alles te maken met de bovengenoemde aandacht die door o.a. het rijk aan de
versterking van de kennisinfrastructuur gegeven wordt met de daarbij behorende middelen.
Deze hebben tot gevolg dat ook bedrijfsleven en instituten zich hierop richten.
Delft Kennisstad moet daarom extra tijd en inspanning steken in het profileren van onderscheidend vermogen en het behouden van zijn positie in de markt. Samenwerking en het actief zoeken van synergie met initiatieven van anderen is ook daarbij het parool.
Delft heeft op anderen voor dat de relatie tussen stad, kennis en innovatie inderdaad wereldwijd gelegd wordt. Maar waar anderen zich in de markt begeven worden ook delen uit de koek gehapt.
Dat maakt het eens te meer nodig dat de
communicatie-inspanning die het afgelopen jaar gepleegd is om als stad naar buiten te
treden gecontinueerd moet worden.
In onze maatschappij begint Informatie- en Communicatie Technologie steeds verder door te dringen. De overheid stimuleert via diverse instrumenten het gebruik van nieuwe mediavormen en mediadiensten.
De gemeente Delft heeft via diverse projecten en ontwikkelingen binnen Delft Kennisstad uitdrukking gegeven aan het belang van lokale ontwikkelingen op het gebied van ICT. ICT-ontwikkeling moet voor Delft Kennisstad beschouwd worden als een harde randvoorwaarde. Zonder deze ontwikkeling kan de Kennisstad niet optimaal functioneren en zijn we voor externe partners geen volwaardige partij. Als aan de andere kant naar buiten getreden wordt op dit terrein is een eerste eis dat intern de zaken op orde zijn: de interne situatie moet in overeenstemming zijn met de uitstraling naar buiten toe.
Het is nu noodzaak dat alle bestaande en komende
ontwikkelingen onder een duidelijke visie en ambitie worden gebracht. Deze visie moet
uitdrukking geven aan de doelstellingen van Delft Kennisstad.
Delft Kennisstad betekent niet alleen gericht zijn op
innovaties. Kennisontwikkeling is niet alleen nieuwe ideeën naar voren brengen en
uitvoeren. Het opwaarderen van "oude" kennis is zeker zo belangrijk. En waarom
zouden initiatieven die elders al eens ontwikkeld zijn niet in Delft zichtbaar gemaakt
mogen worden? Iedereen heeft zijn primeur, maar in Delft zie je het totaal. Bovendien
krijgen zo een heleboel mensen (zowel intern als extern) te maken met nieuwe
ontwikkelingen en producten. Dat gecombineerd met nieuwe werkwijzen (van buiten naar
binnen) levert naar verwachting op termijn kwaliteitsverhoging op.
De komende periode zullen grote inspanningen nodig zijn om de interne organisatie meer te betrekken bij het gedachtengoed van Delft Kennisstad. Dit is een absolute noodzaak willen we de ambities van Delft Kennisstad waar maken. Het profiel dat naar buiten met Delft Kennisstad wordt uitgestraald moet vanuit de eigen organisatie kunnen worden waargemaakt.
Dat zal op een aantal punten andere werkwijzen en een
andere cultuur tot gevolg hebben. Die omschakeling kost tijd. Er moet geïnvesteerd worden
in meer en breder draagvlak voor Delft Kennisstad binnen de eigen organisatie. Zowel in
mensen als in materieel. Tegelijkertijd betekent dit dat het projectbureau Delft
Kennisstad meer de rol van procesbegeleider dan van projectinitiator krijgt. Het breder
oppakken van Delft Kennisstad door de gemeentelijke organisatie, waardoor naar buiten toe
een breder uitgedragen samenhangender beeld van de organisatie zal ontstaan, wordt één
van de hoofdpunten het komende jaar.
De tijdelijkheid van het Projectbureau Delft Kennisstad
maakt het eens te meer nodig om dit te doen. Immers, na het opheffen van het projectbureau
zal de hele organisatie op dezelfde weg voort moeten gaan.
Een goed voorbeeld van de mogelijkheden daartoe is te vinden in het onderwijs.
Onderwijs zal binnen de maatschappij de komende periode een
steeds belangrijkere plaats in gaan nemen. Uit het landelijke Kennisdebat onder leiding
van minister Ritzen kwam onder andere naar voren dat men in de toekomst levenslang
onderwijs zal gaan genieten. Werkend leren en lerend werken wisselen elkaar af. Dit heeft
wel tot gevolg dat de eisen die gesteld worden aan de werkende door de maatschappij steeds
hoger worden. Immers, men moet niet alleen bereid zijn om bij te leren, om te scholen, of
in de eigen branche een verdiepingsslag te maken. Men moet er ook geschikt voor zijn en de
juiste mentaliteit hebben.
Het is ook voor de overheid (en dus ook voor Delft) van belang zich te bezinnen en voor te bereiden om kwalitatief goed onderwijs aan te kunnen bieden op alle niveaus en voor allerlei doelgroepen. Het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en bezinning op de eigen positie zijn daarbij belangrijk: Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid en wat wordt commercieel opgepakt? Het vergt op veel terreinen inhoudelijke ontwikkeling, begeleiding, financiële onderbouwing en continuïteit.
Dit heeft consequenties voor het handelen van alle afdelingen van de gemeente Delft die iets met educatie te maken hebben. Het hanteren, begeleiden van en waar nodig reageren op nieuwe problemen vergt een bezinning op het functioneren. Met het beleidsplan "Kerend Tij" is een aanzet gegeven op deze bezinning. Een aantal aspecten dient daarbij verder uitgewerkt te worden, zoals het computeronderwijs, bijscholing voor docenten op het gebied van gebruik van computers in het onderwijs en de methodische en pedagogische gevolgen die dat heeft voor de manier van onderwijs. De afdeling Onderwijs krijgt per 1 januari 1998 capaciteitsuitbreiding om deze ICT-aspecten in het onderwijs verder in te vullen en te ondersteunen. Daarnaast is het voor het profiel van Delft Kennisstad wenselijk om techniek in het onderwijs in meer algemene zin te ondersteunen.
De ervaringen tot dusver leiden er toe dat het actieplan
1998 een aantal - deels nieuwe - hoofdlijnen volgt:
Schakelen met ontwikkelingen in de organisatie
Betrokkenheid van de lijnorganisatie bij het proces Delft Kennisstad vergroten is een must, zo is hiervoor geconstateerd. Daarbij werd reeds gewezen op de moeite en tijd die dat met zich mee zal brengen. Ter versterking van het interne draagvlak moeten binnen Delft Kennisstad mogelijkheden geschapen c.q. vergroot worden om inspanningen vanuit de lijn, die volgens de Delft Kennisstad-programmering het kwaliteitsniveau verhogen, te kunnen ondersteunen, ook financieel.
Voorgesteld wordt om daartoe de post Netwerkvorming
(Milieutechnologie reserve 710) te verhogen met 50.000 en een zelfde bedrag te
reserveren binnen reserve Delft Kennisstad.
Meer samenhangende programmering
In de afgelopen jaren zijn veel projecten op de rails gezet (zie voor overzicht: bijlage 3). De meeste van deze projecten lopen nog. Sommige zijn afgerond of afgesloten. Enkele projecten zijn geheel in de lijnorganisatie overgenomen. Er heeft een concentratie op drie clusters plaatsgevonden. Belangrijk is nu om, voortbouwend op wat in gang gezet is, te komen tot een meer samenhangende programmering binnen de drie clusters. Projecten kunnen daar onderdeel van zijn, maar moeten niet op zich zelf komen te staan en passen in het grotere geheel van die programma's. Er moeten geen projecten in uitvoering komen die geen vervolg hebben in de zin van inbedding, blijvende verandering van werkwijzen, kwaliteits-impulsen, blijvende samenwerking, e.d.
Een goed voorbeeld van beoogde effecten met deze werkwijze
is het project Energiek Omlaag (720). De partners met wie in de richting van realisatie
van een energiezuinig kantoorconcept wordt opgetrokken zijn in een aantal opzichten
baanbrekend op het gebied van toepassing van zonne-energie in Nederland. Door de
samenwerking met deze partners worden nieuwe ideeën en concepten binnen het gemeentelijk
apparaat bekend. Het kennisniveau wordt zo verbeterd evenals de mogelijkheden om andere
initiatieven op een soortgelijke manier tot uitvoering te brengen (zie ook paragraaf 4.8).
Het karakter van het actieplan verandert hierdoor. Er
worden minder projecten gepresenteerd en er zal op een aantal punten meer aansluiting
gezocht worden bij beleid dat door de diensten wordt opgewerkt. Dat leidt er ook toe dat
bij dit actieplan minder financiële voorstellen worden gepresenteerd en meer p.m.-posten,
die in een later stadium als apart voorstel in de diverse raadscommissies zullen worden
behandeld.
(Milieu)technologie explicieter
In het totaal programma van Delft
Kennisstad/Milieutechnologie reserve zal (milieu)technologie meer zichtbaar gemaakt
worden. Ook het kabinet heeft - bijvoorbeeld in de Nota Milieu en Economie - duidelijk
ingezet op milieutechnologie.
De landelijke technologieprogramma's Duurzame
Technologische Ontwikkeling (DTO) en Ecologie, Economie, Technologie (EET) krijgen een
financiële impuls. Delft Kennisstad kan daarbij aansluiten en de Delftse partners
mobiliseren. Als aanzet daartoe zal een quick-scan van de technologieprogramma's enerzijds
en de bestaande know-how (who is who/who does what) in Delft opgesteld worden. Voorgesteld
wordt voor dit project 25.000 te reserveren in het Milieutechnologie reserve.
Regionaal samenwerken
Regionale samenwerking kan de kansen van Delft eveneens
vergroten. Delft Kennisstad is als initiatief niet omstreden in de regio. In die regio is
Delft DE kennisstad. De mogelijkheden kunnen dan ook alleen maar vergroot worden door
regionale samenwerking. Als Haaglanden de kennisregio is, waarin Delft het centrum is, kan
dat slechts positief uitwerken. Samenwerking met andere stedelijke agglomeraties als Den
Haag en Zoetermeer, alsmede het agri-business complex is nodig. De binnen Haaglanden
bestaande samenwerking tussen het Stadsgewest, de Kamer van Koophandel, TU Delft, TNO, de
Haagse Hogeschool in het Kennisnetwerk Haaglanden verdient dan ook ondersteuning.
Voorgesteld wordt om hiertoe 30.000 vrij te maken uit reserve Delft Kennisstad om
de organisatorische capaciteit van het kennisnetwerk te versterken. Er wordt daarbij van
uitgegaan dat andere participanten daarin ook bijdragen.
Ook buiten Haaglanden, met name, in het Rotterdamse, liggen
samenwerkings-mogelijkheden. De ontwikkelingen binnen de mainports Schiphol en Rotterdam
(havengebied) maken voortdurend vernieuwingen in denken, beleidsontwikkeling en uitvoering
tot noodzaak. Een klimaat waarin de kennisstad thuis hoort. Delft kan op verschillende
manieren aansluiten ("Delft als Brainport tussen de Mainports"): bedacht in
Delft; gemaakt in Rotterdam. Maar ook als proeftuin zoals in feite gebeurt in het project
Toekomst in de Bodem Zien (714). Een verdere aansluiting bij en samenwerking met de
partijen die in ICES-verband innovatief onderzoek uitvoeren en ontwikkelingen in gang
zetten wordt daarbij als belangrijk beschouwd. Het ontstane netwerk kan weer vruchten
afwerpen binnen de gemeente Delft.
Communicatieve ondersteuning noodzaak
Verder communicatieve ondersteuning van het Delft
Kennisstad-proces is noodzaak. Deze zal o.a. gericht moeten zijn op de uitbouw van het
netwerk, presentaties, bijeenkomsten, beurzen e.d. naast een gerichte benadering van
persmedia in de regio. De city marketing aanpak Delft Kennisstad wordt wel eens als (te)
breed ervaren. De stad is actief op vijf markten: de markten van werken, wonen,
recreëren, scholen en verzorgen. Als abstract doel wil de gemeente Delft met deze
marktgerichte benadering de welvaart en het welzijn van haar inwoners vergroten. Delft
Kennisstad vormt daarbij een koepelbegrip om de veelheid aan activiteiten in de stad met
elkaar te verbinden en te richten. Samenwerken en innovatie is daarbij het bindmiddel, met
de gemeente als initiator en/of ondersteuner. Op deze wijze zijn er al vele dwarsverbanden
in de stad gelegd en initiatieven op elkaar afgestemd. De praktijk leert dat deze brede
benadering communicatief leidt tot versnippering en ook wel eens verwarring oproept over
wat Delft Kennisstad nu eigenlijk is. Daarom heeft toespitsing op een beperkt aantal
clusters plaatsgevonden. Door het meer betrekken van de lijnorganisatie en het aansluiten
bij specifiek beleid van diensten wordt getracht de duidelijkheid binnen de organisatie te
vergroten.
Onder dit cluster vallen alle economische aspecten van Delft Kennisstad, alsmede (milieu)technologie en innovatie. Dit leidt tot een flink aantal deelprojecten, die onderstaand nader toegelicht worden. In het bijzonder bij dit cluster spelen veel zaken die vanuit de "markt" worden aangereikt.
Het kabinet heeft enige jaren geleden besloten tot een
investeringsimpuls in de infrastructuur in Nederland. Dit betrof een financiële injectie,
mede bedoeld om hoogwaardige kennis in Nederland te bundelen, uit te bouwen en te
versterken. Naar de commissie die adviseert over de besteding van het geld worden deze
gelden ICES-gelden genoemd.
Toekomst in de bodem zien (714)
Eén van de uit de ICES-gelden gesubsidieerde programma's is Land-Water Milieu Informatietechnologie (LWI). Het project Toekomst in de bodem zien (714) wordt binnen LWI uitgevoerd.
In de marap 1997 is reeds vermeld dat dit project op schema ligt. Met kennis van buiten wordt met de gemeente Delft als proefgebied gewerkt aan een prototype van een werkend computersysteem, dat omstreeks de jaarwisseling gereed moet zijn. Daarna moet dan uitbreiding en echte implementatie tot stand komen. De specialistische informatie-aanleverende afdelingen binnen de gemeente zijn hier actief bij betrokken. Dit aantal zal tijdens het verdere verloop van het project naar verwachting toenemen.
De in dit project door de gemeente opgedane kennis en ervaring kan worden toegepast in andere gemeentelijke projecten. Denk aan 1-loket en "Naar een Kennis InfraStructuur". Binnen Toekomst in de bodem zien wordt gewerkt met een boomstructuur van projectgroepen die verantwoordelijk zijn voor een onderdeel van het proces. Zo zijn er projectgroepen die de data die in het systeem een plaats moet krijgen vaststellen, maar ook is er een groep die de hardware goed op elkaar aansluit. Doordat het project steeds meer uitbreidt, zal ook de eigen bijdrage die de
gemeente in het project stopt toenemen. Gezien de kennis
die hierdoor de gemeente instroomt en de benutting daarvan in andere interne projecten is
dit acceptabel. Een deel van de financiën in dit project kan zo gezien worden voor een
voor-investering in andere projecten. Gezien het aantal op te starten deelprojecten de
komende periode, mogelijke nieuwe ontwikkelingen en rekening houdend met mogelijke
aanschaf van aanvullende hardware is naar verwachting een reservering van 200.000,-
ten laste van het Milieutechnologie reserve nodig voor de komende periode. Een voorbeeld
van een nieuwe ontwikkeling zou kunnen zijn het met gebruik maken van de nieuwste
(Internet)technieken beschikbaar stellen van informatie op het gebied van ruimtelijke
planvorming en bestemmingsplannen aan derden (zowel intern als extern). Momenteel vindt
nader onderzoek plaats naar deze optie. In een later stadium zal hierop nader worden
teruggekomen, indien dit tot een ontwikkeling in combinatie met marktpartijen kan leiden.
Relatie met andere (ICT) projecten
Door projecten als 1-loket en Kennis InfraStructuur wordt
het denken over gebruik van nieuwe technieken en mogelijkheden binnen het eigen werkveld
van de diverse diensten gestimuleerd.
Dat heeft tot gevolg dat op sommige punten in de organisatie op zich goede plannen worden ontwikkeld, waarvoor het echter nog niet altijd het juiste moment van implementatie is. Er moeten in die gevallen nog een aantal stappen worden gezet.
Een voorbeeld hiervan zijn gedachten over digitalisatie van
(tekening)archieven en koppeling aan data-systemen. Onderzoek en proeven zijn op dit
moment prematuur. Eerst dient (o.a. in Toekomst in de bodem zien) ervaring te worden
opgedaan met aspecten die samenhangen met data-sharing. In de fase van uitbreiding komt de
relatie met de "papieren" archieven aan de orde. Reden om op dit moment niet op
dergelijke voorstellen in te gaan, maar ze wel in het vervolg van b.v. Toekomst in de
bodem zien te betrekken.
In het kader van dit project is wel meet éénmalige steun
uit het Milieu Technologie Fonds een digitalisatie van de luchtfoto's van Delft uit 1995
meegenomen.
Indirecte baten ICES voor gemeente Delft
Naast het feit dat er door deelname in Toekomst in de bodem
zien directe voordelen zitten voor de gemeente moeten een aantal meer indirecte baten ook
genoemd worden. Naast LWI zijn een aantal andere programma's binnen ICES in uitvoering.
Door de deelname aan Toekomst in de bodem zien komt voor Delft de informatie uit deze
programma's (en de veelheid van projecten die daarbinnen in uitvoering zijn) binnen
bereik. Zonder dat dat nu altijd direct tot actie zal leiden blijft men zo wel goed op de
hoogte van de ontwikkelingen en innovaties die plaatsvinden en kan men daar op inspelen.
Binnen LWI werken (onderdelen van) grote overheidsorganen (als Rijkswaterstaat, provincies, ministeries, grote gemeenten), universiteiten en hogescholen, GTI's (als TNO, WL, Grondmechanica), aannemers, IT- en adviesbureaus samen. Vanuit LWI wordt netwerkvorming bevorderd door regelmatig contacten te stimuleren, nieuwsbrieven te verspreiden, berichtgeving via Internet, e.d.
Het "kennis van buiten naar binnen halen" wordt
hiermee optimaal ingevuld. De mogelijkheden tot kwaliteitsverhoging liggen als het ware
voor het grijpen. Zowel in werk als in niveau van medewerkers. Daarnaast is Delft
vertegenwoordigd in de projectgroep Mainports. Deze projectgroep heeft als belangrijkste
activiteit de goedkeuring en afstemming van alle (deel)projectvoorstellen van de diverse
project-groepen die binnen het LWI-programma in uitvoering zijn en/of komen.
Ten aanzien van afstemming is tijdens één van de laatste
vergaderingen besloten om het "Delftse" project te benutten als
"proeftuin" voor andere projecten, die wat dieper in detail oplossingen zoeken
voor bepaalde specifieke problemen. Dat betekent dat beproeving in de praktijk (in de
Delftse situatie) zal plaatsvinden van oplossingen, die in andere projecten zijn
uitgedacht. Dat kan alleen maar ten goede komen aan de kwaliteit van het project en in het
verlengde daarvan van andere Delftse projecten.
Toekomst ICES
Het ICES-programma kent een looptijd tot eind 1998. Er wordt al nagedacht binnen de diverse ministeries over de speerpunten van een vervolg (dat is al zeker). Van diverse kanten worden hiertoe adviezen gevraagd, o.a. van de GTI's.
Het projectvoorstel Delta Delft (zie paragraaf 4.6 en 4.10) is daar een uitvloeisel van. De insteek van Delft op dit moment is om ook in vervolgprojecten te participeren, om te faciliteren en te komen tot actievere benutting en op elkaar afstemmen van kenniscentra in regio en land. Tevens zal bezien worden of naast of in relatie met ICES-gelden middelen vanuit "Brussel" aan te boren zijn.
De TU-Delft zal in de komende jaren voor een grote herstructureringsoperatie staan waarbij een groot deel van de instituten betrokken is. Naar schatting zal de TUD in totaal voor ongeveer 700 miljoen investeren in de (her)ontwikkeling van de huisvesting van de faculteiten en het "up-graden" van de TU-wijk. Daarbij zal de nadruk liggen op de ontwikkeling van het gebied TU-midden, het hart van het universiteitsgebied. Het Muzisch Centrum, de bibliotheek en de woningen aan de Balthasar v.d. Polweg zijn voorbeelden van die aanpak. Daarnaast zal met name in de overgang tussen de TU-Noord en de historische binnenstad ruimte zijn voor herontwikkeling.
Voor het zuidelijk deel van de TU-wijk, voor een groot deel
thans nog niet ontwikkeld, heeft de TUD nog geen concrete plannen. Om voldoende
arbeidsplaatsen te ontwikkelen voor de groeiende beroepsbevolking en de bestaande
werkzoekenden dient echter de hoeveelheid beschikbaar bedrijventerrein in Delft vergroot
te worden, overeenkomstig ramingen en afspraken in Haaglandenverband. Met name voor het
aantrekken van nieuwe bedrijvigheid van buiten de regio is het van belang dat er een
surplus aan aanbod van bedrijfsterreinen is. Het is daarom van belang een evenwicht te
vinden tussen de planning van de TUD met betrekking tot de ontwikkeling van de TU-wijk en
de maatschappelijke behoefte aan ruimte ten behoeve van nieuwe werkgelegenheid.
De gemeente wil graag de TU Delft bij het ontwikkelingsproces ondersteunen en faciliteren. De inspanningen vanuit de gemeentelijke organisatie dienen echter beter op elkaar afgestemd te worden. Dat is mogelijk door aanstellen van een ambtelijke secretaris (ten behoeve van coördinatie en ondersteuning van accountmanagers) en opzetten van een centraal electronisch relatiebeheersysteem. Door dit laatste wordt een betere stroomlijning van de contacten, documenten en beslissingen e.d. met betrekking tot het zuid-oost kwadrant mogelijk. Voorgesteld wordt hiervoor
75.000 ten laste van reserve Delft Kennisstad te
reserveren.
Voor TNO ontstaat er steeds meer duidelijkheid over de
ruimtebehoefte op het complex Zuidpolder. In principe heeft TNO de bereidheid uitgesproken
de delen die niet langer voor TNO-doeleinden aangewend behoeven te worden beschikbaar te
stellen voor de ontwikkeling van bedrijven, zodat Delftech Park vergroot kan worden en
daarmee het beschikbare aanbod voor kennis-intensieve bedrijvigheid. Thans worden met TNO
afspraken gemaakt over de aanleg van een openbaar vervoerstracé van Delft naar Delfgauw
over het Zuidpoldercomplex, waarbij al wordt uitgegaan van de integratie van (een deel
van) het Zuidpoldercomplex met het Delftech Park.
Onderzocht zal worden of voor de aankoop en herontwikkeling van dit deel van het TNO-terrein subsidies beschikbaar kunnen komen, om één en ander daadwerkelijk realiseerbaar te maken (mede in verband met diverse "obstakels" die zich op dit terrein bevinden, zoals een palenveld en diverse gebouwde voorzieningen).
Mobiliteit en infrastructuur zijn onderwerpen die voor
Nederland van eminent belang zijn. Zij hangen rechtstreeks samen met het functioneren van
de "B.V. Nederland". Mogelijkheden om het dichtslibbende land te ontlasten
worden op hun merites bezien en de groei wordt zo goed mogelijk gekanaliseerd. Nieuwe
kansen worden her en der in den lande al dan niet in proefprojecten uitgeprobeerd en veel
onderzoek (deels ook in ICES-verband) vindt plaats. Delft kan hier een rol in spelen door
waar mogelijk nieuwe kansen en beleid in de eigen programma's en projecten te verwerken.
Daardoor kan de "zichtbaarheid" van Delft Kennisstad ook voor de individuele
burgers vergroot worden. Bovendien komt het werken op deze manier ook tegemoet aan de
elementen die voor de eigen organisatie in relatie tot Delft Kennisstad van belang zijn.
Door de blik naar buiten te richten en de juiste elementen in het eigen werk te benutten
en/of te optimaliseren ontstaat een vernieuwing die het huidige niveau kan overstijgen.
Door daarbij op een aantal punten "naast te denken ook te doen" kan dit thema op
een sterke wijze invulling geven aan Delft Kennisstad.
Een goed voorbeeld is de herinrichting van het
Stationsplein. Voor de OV-gebruiker de plaats waar men niet omheen kan. Of men er nu Delft
"betreedt" of als markant punt op de route door de stad. Een plek die goede
mogelijkheden biedt om Delft Kennisstad "uit te stralen" en tevens op een aantal
punten kwaliteitsverbetering te bereiken. Met de uitvoering van de eerste fase van het
project Dynamisch Openbaar Vervoer (718) is duidelijk geworden dat er op zich veel
mogelijkheden zijn om de aanbieding van gerichte informatie aan de reiziger te verbeteren.
Door de achterliggende technologie is dit tevens een gebied waar Delft Kennisstad goed
zichtbaar is te maken.
Een ander gezichtsbepalend gebied in Delft is het
Zuidpoortgebied. Eén van de grote problemen binnen dit gebied is de parkeerdruk
gerelateerd aan het ruimtebeslag. De te kiezen oplossing hiervoor is van grote invloed op
de inrichting van de openbare ruimte en dus op de uitstraling van het gebied. Er komen
steeds meer mogelijkheden in beeld om verbeteringen aan te brengen. Een minder prominent
(zichtbare) plek voor de auto is hier een onderdeel van. Dat kan zich uiten in minder
zichtbaarheid, minder benodigde plek of minder auto's in het gebied. Zonder dat natuurlijk
wordt getornd aan reeds gemaakte afspraken en/of convenanten.
Belangrijk item in dit geheel is dat de gekozen oplossing moet bijdragen aan een aanzienlijke verbetering van het leefmilieu en de uitstraling van het gebied. Onder andere in het kader van de Stad & Milieubenadering (Zuidpoort is één van de 25 door het rijk gekozen praktijkexperimenten) wordt hier verder aandacht aan gegeven middels een onderzoeksvoorstel, bestaande uit drie onderdelen:
Een bijdrage vanuit het Milieutechnologie reserve voor het bovenstaande lijkt gezien het innovatieve karakter en de uitstralende werking op zijn plaats. Voorgesteld wordt om deze voorshands als p.m.-post op te nemen gezien de stand van zaken met betrekking tot bovengenoemd voorstel. Indien de uitkomsten van het onderzoek daartoe aanleiding geven, ligt een bijdrage in de meerkosten vanuit het Milieutechnologie reserve (op grond van de zelfde overwegingen) in de rede. Ook daarop zal in een later stadium worden teruggekomen.
Uitgaande van het scenario dat Delft op afzienbare tijd in staat is de uitgifte van bedrijventerrein substantieel te verhogen, zijn beleidsmatige voorstellen ontwikkeld voor een lokaal acquisitiebeleid. In de harde concurrentie met andere delen van het land is het nodig om bedrijven die zich niet per definitie lokaal hervestigen te benaderen met materiële incentives. Een apart voorstel om daar middelen voor beschikbaar te stellen via de oprichting van een reserve algemene economische structuur (waarmee naast acquisitie ook de detailhandel en het toerisme als belangrijke bronnen van werkgelegenheid versterkt kunnen worden) is in de begroting 1998 opgenomen. Het uitgangspunt bij het acquisitiebeleid zal zijn geen directe financiële ondersteuning beschikbaar te stellen, maar creatieve op maat gesneden bijdragen. Op het gebied van acquisitie zal nauw samengewerkt worden met The Hague Region Business Corporation (HBC, Ontwikkelingsmaatschappij Haaglanden). Voor de communicatieve ondersteuning van het economisch beleid en de acquisitie wordt in paragraaf 6.3 een voorstel gedaan.
Algemeen bekend is hoe belangrijk nieuwe bedrijven zijn
voor de versterking van de regionale economie. De geplande oplevering van de nieuwbouw van
het BTC op het Delftech Park in 1998 is daarom een belangrijke stap. Radex is in overleg
met de aandeelhouders en de NIB over de uitbreiding van het huidige gebouw. De
ontwikkeling van een Centrum voor Lichtgewicht Constructies bij de faculteit Lucht- en
Ruimtevaart hangt in belangrijke mate af van de ontwikkeling van Composite Valley op
Ypenburg rond het voormalige Fokker-complex.
De stichting Technostart zal met name studenten uit de TUD gaan begeleiden bij de oprichting en ontwikkeling van nieuwe high-tech bedrijven. Ook de TUD heeft een instrumentarium ontwikkeld, gericht op het oprichten van nieuwe bedrijven waarbij met name in het eerste jaar een salaris beschikbaar wordt gesteld in de vorm van een lening. De gemeente zal er naar blijven streven alle beschikbare instrumenten zoveel mogelijk gecoördineerd aan te bieden. Dit vergt momenteel geen aanvullende financiering vanuit Delft Kennisstad..
In 1998 zal daarnaast worden onderzocht of het mogelijk is
projecten te ontwikkelen waarbij de technische kennis van de TUD en de bedrijfsmatige
kennis van de Erasmus-universiteit worden gecombineerd ten behoeve van kennisinput bij
bedrijven die willen starten. Onderzocht zal worden of dit project past binnen het
Technologieprogramma van de provincie Zuid Holland (TPZ) en of het Bedrijven
Servicecentrum van de TU Delft hierin wil participeren. Vooralsnog wordt uitgegaan van een
bijdrage vanuit reserve Delft Kennisstad van 50.000.
Het blijkt nog wel eens voor te komen dat research-resultaten van Delftse ondernemingen door de betreffende onderneming niet direct economische uitgenut worden. Dit kan wellicht voor andere (startende) ondernemers wel interessant zijn. Vanuit het projectbureau zal een onderzoek naar deze materie worden geïnitieerd. Zo mogelijk in samenhang met het provinciale Technologieprogramma en het Bedrijvencentrum van de TU Delft. Voorgesteld wordt voor dit doel een budget te reserveren van 75.000 ( 50.000 uit Delft Kennisstad en 25.000 budget werkgelegenheid Economische Zaken).
In een samenwerkingsverband met enkele gemeenten en het Innovatie Centrum wordt het project Force uitgevoerd; in eerdere actieplannen is dit project vermeld onder de naam Vlechtwerken.
Force is een KONVER-project dat zich richt op de bevordering van het innovatief vermogen van ondernemingen. Ook in Delft zal een groot aantal ondernemingen via een innovatie-scan doorgelicht worden, daarna is een aantal instrumenten beschikbaar ter versterking van de innovatieve kracht binnen de onderneming. Delft draagt aan dit project 80.000 bij. In 1997 is 40.000 beschikbaar gesteld
( 25.000 Economisch Zaken en 15.000 Delft Kennisstad) en voor 1998 is nog eens
40.000 nodig (zelfde verdeelsleutel).
Softwaregio is een regionaal project waarbij het doel is de
versterking van de software-branche in de regio en de samenwerking tussen de
softwarebedrijven in de regio. Vanuit Delft Kennisstad is een belangrijke bijdrage
geleverd, via een subsidie en het beschikbaar stellen van ambtelijke ondersteuning. De
gemeente Den Haag laat thans een onderzoek uitvoeren naar de sterke en zwakke kanten van
de softwarebranche in Haaglanden. Op basis van dat onderzoek zal een programma ontwikkeld
worden voor de versterking van de branche in de regio. Delft Kennisstad zal de
ontwikkeling van dit programma op de voet volgen. Softwaregio is thans actief bezig met
het versterken van het ledenbestand en zal zich binnen Haaglanden profileren als HET
netwerk, De ingang voor de internationale software-branche in Europa.
Op het terrein van de Materiaal Technologie is op
initiatief van de provincie een samenwerkingsverband ontstaan tussen de gemeenten Den
Haag, Leiden en Delft en de Kamers van Koophandel Haaglanden en Rijnland voor de uitbouw
van het cluster materiaaltechonologie. Vanuit Delft wordt met name nadruk gelegd op de
integratie van dit project en de ontwikkeling van Composite Valley op Ypenburg.
De ingezette middelen (financieel en ambtelijke capaciteit)
lopen via het budget werkgelegenheid van de afdeling Economische Zaken.
Delta Delft is de verzamelnaam van een nieuwe samenwerking
binnen het "Delftse Cluster" op het terrein van bodem- en watertechnologie.
Op basis van een versterking van de samenwerking tussen instituten als Grondmechanica Delft, IHE, ITC, TNO, TUD en het Waterloopkundig Laboratorium wordt getracht bij het ministerie (via de ICES2-regeling) ook voor de toekomst garanties te krijgen voor het blijvend beschikbaar stellen van voldoende middelen voor research en development op een terrein waar Delft van oudsher een zeer krachtige positie in de wereld inneemt. Het gaat daarbij overigens om een veel breder terrein dan alleen het aanleggen van dijken en havens. Ook kan gedacht worden aan de ontwikkeling van de ondergrondse bouw, maar ook aan alle zaken die te maken hebben met het ontwikkelen en beheersen van het leven in rivierdelta's. Daarom wordt al gesproken over een Delta Delft Science Centrum.
Naast garanties voor het behoud van de research-capaciteit op dit gebied binnen Delft, biedt dit segment ook kansen voor de ontwikkeling van producten door het aan dit vakgebied gelieerde midden- en kleinbedrijf.
De gemeente Delft kan hier facilitair en initiërend optreden en waar nodig de lobby van de Delftse clusters ondersteunen. In dit kader is het tevens van belang dat het NITG, ontstaan uit een fusie van de Rijksgeologische Dienst en TNO-onderdelen, Delft als lokatie voor de huisvesting heeft gekozen. Ook andere instituten die activiteiten ontplooien in de sector Water en Watermanagement zullen worden gestimuleerd zich in Delft te vestigen. Tevens kan Delft zich aanbieden als "proeftuin" in onderzoeksprojecten op een zelfde wijze als in het project "Toekomst in de bodem zien" (714; zie ook programma ICES en 4.10).
Op basis van het vastgestelde beleid rond de ontwikkeling van economische relaties met steden in buitenland is in 1997 een fact-finding missie georganiseerd naar Pretoria (Zuid-Afrika). Inmiddels hebben de Kamer van Koophandel en de Suid-Afrikaans Nederlandse Kamer van Koophandel (SANEC) een voorstel ontwikkeld voor een handelsmissie in het voorjaar van 1998. De Delftse inbreng daarbij zal zich daarbij richten op het "beschikbaar" stellen van het ontwikkelde netwerk van contacten via het wonen-project in Mamelodi. Daarbij is het doel een aantal Delftse bedrijven dat reeds interesse heeft getoond in investeringen in Zuid-Afrika support te verlenen.
Daarnaast zal worden onderzocht of er in samenhang met het in paragraaf 4.6 genoemde project Delft Delta mogelijkheden zijn voor relaties met andere steden die op het terrein van Delta Sciences sterk ontwikkeld zijn. Meer in het algemeen geldt de vraag of economische partnersteden het economisch beleid van Delft kunnen ondersteunen. Op deze vraag zal in een separate nota over de herwaardering van internationale contacten met andere gemeenten nader ingegaan worden.
Uit een in opdracht van Delft Kennisstad uitgevoerde analyse van het werkveld Duurzame Energie is gebleken dat er voor Delft (bedrijfsleven en instellingen) en de directe regio kansen en potentiële mogelijkheden liggen om binnen de kaders van Delft Kennisstad tot meerwaarde te komen.
Het is de bedoeling om dit november/december 1997 in een workshop nader uit te werken en in het verlengde daarvan te komen tot formulering en uitvoering van kansrijke projecten.
Het in het actieplan 1997 opgenomen project Energiek Omlaag
(720) is een voorbeeld van zo'n kansrijk project. Bedoeling van dit project is het komen
tot een energiezuinig kantoor bij voorkeur op het Delftech Park.
Daarbij moet een combinatie van maatregelen in het ontwerp worden opgenomen, die verder gaat dan de stand van zaken van dit moment.
Behalve dat realisatie van een dergelijk kantoor heel goed past binnen het Delftech Parkconcept, wordt door het werken vanuit de gemeente met partners die op hun marktsegment aan de bovenkant zitten het kennisniveau binnen de gemeente verhoogd. In het kader van Delft Kennisstad een belangrijke constatering, omdat daardoor - het is al eerder vermeld - dit project niet een op zich zelf staand project is, maar een aanzet tot kwaliteitsverbetering ook binnen de organisatie.
Voor de eerder genoemde analyse en de organisatie van de
workshop zijn binnen het actieplan 1998 geen financiële middelen nodig. Die worden gedekt
uit de bestaande posten netwerkvorming (710) en milieu-technologieconferentie (732). Over
een eventueel hieruit voortkomende projecten zal aanvullende besluitvorming moeten
plaatsvinden.
Tenslotte mag binnen dit thema niet onvermeld blijven het ontwerp van een overslagstation langs de Schie t.b.v. de afvoer van afvalcomponenten, ter vervanging van het huidige afvaloverslagstation op het terrein van de NS.
De architectuur is van het bureau Van Berkel & Bos in Amsterdam waarbij voor de stedebouwkundige context is gekeken naar de omgevingskenmerken zoals ligging op de grens tussen stedelijk en niet stedelijk gebied. De locatie is als het ware een "poort van Delft" voor het water en fietsverkeer. Bijzondere aandacht voor technologie en innovatie is bij dit projekt dan ook zeker op zijn plaats. In de ontwikkeling en de uitwerking van het ontwerp worden dan ook energiezuinige en milieuvriendelijke concepten bekeken zoals b.v. PVcellen op het dakvlak.
In het in een later stadium in te dienen voorstel m.b.t. het overslagstation zal hier nader op ingegaan worden. Voorshands worden in dit actieplan geen kosten meegenomen.
In het actieplan 1997 is eveneens plaats ingeruimd voor een milieutechnologie-prijsvraag (728). Voornaamste doel van dit project is projecten genereren die Delft Kennisstad op de kaart zetten. Dit project is door capaciteitsgebrek binnen het projectbureau nog niet van de grond gekomen.
Eén van de partners, waarmee in het kader van project Energiek Omlaag (720) wordt samengewerkt, is nauw betrokken bij de opzet van een landelijke prijsvraag t.b.v. energie-arme initiatieven bij Nederlandse gemeenten. Andere betrokken instanties zijn o.a. het Wereld Natuur Fonds en NOVEM. De uitstraling van deze prijsvraag is naar verwachting vele malen groter dan die van een in Delft op te zetten prijsvraag.
Een combinatie met deze prijsvraag met project 720 voldoet aan de lijnen die in dit actieplan worden ontvouwd (geen losstaande projecten, maar meer projecten als aanzetten die leiden tot verandering/verbetering/samenwerking).
Een combinatie van beide projecten is dus profijtvol. Los daarvan kan daarbovenop de gemeentelijke prijsvraag alsnog in uitvoering worden genomen.
De kosten die met het meedoen (vooral de voorbereiding van de presentatie) aan de WNF/NOVEM-prijsvraag samenhangen kunnen uit het budget voor de milieutechnologieprijsvraag worden bestreden. Voorgesteld wordt om 25.000,- toe te voegen aan het budget van project Energiek Omlaag en de uitvoering van de milieutechnologieprijsvraag ter grootte van 125.000,- nader ter hand te nemen.
In het milieubeleidsplan Duurzaam Delft geëvalueerd in 1996, is een aantal acties opgenomen op het taakveld "water". Dit geeft echter geen totaalbeeld. Om dat grotere beleidskader -dat nog niet aanwezig is- te verkrijgen, heeft overleg plaatsgevonden tussen een aantal afdelingen die binnen dit veld werkzaam zijn. Dit overleg moet resulteren in een beleidsnotitie die de start moet zijn van een verdergaand proces. Hierin spelen elementen als "meer laten zien in de openbare ruimte", "meer met andere partijen doen" en "oplossingen met meer creativiteit zoeken" een grote rol. Elementen die ook vanuit Delft Kennisstad van belang worden geacht. Op een volwaardige wijze kan hierin invulling worden gegeven door in de nota in te gaan op de mogelijkheden die een project als Delta Delft (zie programma Technoclusters) biedt voor de participanten in dat project en de gemeente. Dat vergt een geheel andere opzet en opwerking van de nota, naast meer overleg en kontakt met de instituten die binnen Delta Delft samenwerken. Eindresultaat moet natuurlijk zijn dat alle partijen er beter van worden. Toetsing van kennis en instroom daarvan binnen de gemeente zijn daarbij slechts twee elementen.
Op dit beleidsterrein kan zo sprake zijn van een begin van integratie met Delft Kennisstad. Zo zal ook samenwerking met (studenten van) een aantal instituten (TUD, Hogeschool Delft) worden gezocht om (afstudeer)scripties en onderzoeken te laten uitvoeren die van direct nut zijn voor de gemeente. Daarnaast is ook het Hoogheemraadschap van Delfland in het overleg betrokken om al in de beginfase af te stemmen en mee te denken.
Onderdeel van bovenbedoelde startnotitie zal zijn onderzoek naar de mogelijkheden van creatieve oplossingen voor een aantal problemen binnen de gemeente. Te denken valt aan alternatieven voor de riolering in het buitengebied en de waterkwaliteitsproblematiek in Tanthof. Tevens wordt nagedacht over mogelijkheden om grijswater vanuit de industrie opnieuw te benutten. Dit laatste is in feite alsnog de invulling van het bij de marap 1997 afgesloten project Aqualink. Indien blijkt dat er toch mogelijkheden zijn, moeten deze niet blijven liggen.
De startnotitie moet zo een begin zijn om te komen tot een afgerond totaalbeleid op het gebied van water in al zijn facetten. Het is overigens de bedoeling om deze notitie met participatie van een adviesburo met ervaring op dit gebied op te stellen.
Gezien het feit dat Delft Kennisstad als werkwijze en als oplossingsrichting in het proces een grote rol speelt en hier dus al invulling gegeven wordt aan vergroting van het interne draagvlak is een bijdrage vanuit het Milieutechnologie reserve ten behoeve van de topkosten op zijn plaats. Wel onder de voorwaarde dat deze bijdrage vooral ten goede komt aan zichtbare projecten of aan verhoging van het kwaliteitsniveau van de in de nota op te nemen elementen (b.v. door externe participatie).
Wellicht is het tevens mogelijk om het momenteel lopende
project 715 BaTIG (dat door IHE wordt uitgevoerd) in het bovenstaande te integreren.
Binnenkort vindt overleg plaats over de afrondende fase van dit project. Ook hierbij
spelen elementen als "naar buiten treden" en "creatieve oplossingen
zoeken" een grote rol.
Voorgesteld om - gezien het feit dat de startnotitie nog moet verschijnen en overleg met de instituten nog moet plaats vinden - voorshands te volstaan met een p.m.-post.
In het actieplan 1997 zijn opgenomen de projecten Retourneren & Informeren (711) en Papier Hier (721). Het eerste project betreft de opzet van een retourshop met veel aandacht voor informatie-verstrekking.
De betrokken projectgroep heeft enige tijd geleden een
aantal voorwaarden en richtlijnen geformuleerd. Op basis daarvan zal, zoals het er nu naar
uitziet, in Tanthof een retourshop gerealiseerd kunnen worden.
Project Papier Hier betrof het bezien van de haalbaarheid
van een ondergronds afvalinzamelsysteem in de Delftse Hout. Het is inmiddels duidelijk dat
vanuit de techniek er geen beperkingen bestaan om over te gaan tot aanleg van een
dergelijk systeem. Daarbij is de verwachting dat met een dergelijk systeem gekomen kan
worden tot een vermindering van de hoeveelheid zwerfvuil, waardoor de omgevingskwaliteit
van het gebied rond de strandstrook aanmerkelijk verbeterd kan worden gedurende de
zomerperiode. Overigens zonder dat dit tot substantiële kostenverlaging bij de inzameling
zal leiden. In een later stadium zal een apart voorstel in procedure worden gebracht.
Tevens wordt op dit moment de mogelijkheid onderzocht om te komen tot een leerstoel Solid Waste Management aan het IHE. Inmiddels wordt gewerkt aan een profiel voor de op te richten leerstoel, waarvoor naar verwachting ook binnen het bedrijfsleven belangstelling bestaat. In tegenstelling tot een aantal omringende landen bestaat een dergelijke leerstoel nog niet in Nederland.
Men verwacht hier een kwaliteitsimpuls van. De
inventarisatie vindt voorshands plaats vanuit het IHE, in samenwerking met de gemeente
Delft, en richt zich ook op de overheid, instellingen en bedrijfsleven. Omdat er ook
vanuit het bedrijfsleven belangstelling bestaat voor een dergelijke leerstoel kan nog geen
inzicht worden gegeven in de omvang van een eventuele bijdrage van de gemeente aan een
dergelijke leerstoel. Vooralsnog wordt een p.m. bijdrage gereserveerd voor dit doel.
5.5 Cluster Delft Multimediaal/Moderne Organisatie
In de voorafgaande jaren heeft het projectbureau diverse
projecten ondersteund, die in samenwerking met partners in de stad en regio of binnen de
interne organisatie van de gemeente tot stand kwamen. Voorbeelden zijn respectievelijk
Digitaal Onderwijs Delft en Digitale stamboom.
Ook hier dient nu de slag van projecten naar programma's
gemaakt te worden: een nieuw integraal beleid, dat verdere verdieping moet geven aan de
projecten, die leiden tot meer rendement en een bijdrage leveren aan het profiel Delft
Kennisstad. De projecten moeten in het geheel leiden tot ontwikkeling en gebruik van
nieuwe diensten voor de burgers en het bedrijfsleven in Delft en verbetering van de
werkgelegenheid. De visie heeft enerzijds betrekking op de interne organisatie van de
gemeente Delft, anderzijds op de rol van de gemeente lokaal en in de regio op het gebied
van stimuleren van nieuwe diensten en het gebruik van nieuwe media.
De visie op het gebruik van ICT binnen de gemeentelijke organisatie was in eerdere actieplannen opgenomen in het cluster Moderne Organisatie en zal nu binnen het programma Informatietechnologie gemeente Delft/Delft op Internet in het project "Naar een kennisinfrastructuur" verder gaan. De ontwikkelingen met partners in de stad om nieuwe diensten en mediavormen te ontwikkelen zullen in de samenwerkingsvorm stichting ID2 (zie programma Interactieve diensten Delft) gestalte krijgen. Daarmee is de rol van de overheid nog niet volledig afgedekt. Vooral de positie van de lokale overheid in de onderwijssector moet op het gebied van ICT duidelijk vorm krijgen. In het programma Informatietechnologie en Onderwijs wordt hier nader op ingegaan. De visie van "Naar een kennisinfrastructuur" en de ontwikkelingen in ID2 sluiten naadloos op elkaar aan, en zullen elkaar in vele gevallen versterken. Het binnen het programma ICES in uitvoering zijnde project Toekomst in de bodem zien (714) kan in een aantal opzichten gezien worden als een proefproject op het gebied van data-sharing. De ervaringen binnen dit project kunnen goed gebruikt worden bij de verdere uitbouw van het gemeentelijk ICT-beleid.
In het najaar is het idee van een ontwikkelingsmaatschappij verder invulling gegeven. De gemeente heeft de intentie om samen met de Casema, de TU Delft en de PTT Telecom een ontwikkelingsmaatschappij op te richten. Daartoe zijn twee sporen ontwikkeld. Het eerste spoor geeft invulling aan pilotprojecten op het gebied van nieuwe diensten. Daartoe is een projectleider aangetrokken vanuit het bedrijfsleven. Het tweede spoor is het tot stand brengen van een ontwikkelingsmaatschappij. In 1998 zullen de pilot projecten concrete producten opleveren.
De gemeenteraad heeft via de nota " Nadere invulling Kabelfonds" haar deelname aan de stichting ID2 bevestigd en geformaliseerd.
De pilotprojecten zijn:
De betrokkenheid van de gemeenteraad is geregeld conform het raadsbesluit van 25 september 1997.
De ministerie van OCenW heeft dit voorjaar een belangrijk
initiatief genomen om het computergebruik in het onderwijs te bevorderen (Investeren in
Voorsprong). De rol van de lokale overheid is daarbij niet volledig in beeld gebracht. De
gemeente Delft heeft via de lopende Delft Kennisstad-projecten blijk gegeven van het
belang van de inzet van ICT binnen het Onderwijs (Digitale schoolreis en Digitale
Onderwijs Delft).
Het is de bedoeling dat dit laatste project structureel wordt geïntegreerd in het onderwijs en bovendien verder wordt uitgewerkt. Dit vergt echter deskundige begeleiding en tijdsinvestering. De afdeling onderwijs krijgt hiervoor vanaf 1 januari 1998 extra capaciteit. Momenteel wordt bezien of de bibliotheek - gezien de daar op handen zijnde ontwikkelingen - hieraan eveneens een bijdrage kan geven.
In het kader van Delft Kennisstad is in 1997 aan de
bibliotheek een subsidie verleend voor het project Publieke terminals (211). Dit project
bestond enerzijds uit het geven van Internet cursussen, gericht op het gebruik van de
informatie van de bibliotheek op Internet, en anderzijds uit de uitbreiding van nieuwe
multimedia diensten, zoals de CD-ROM. De bibliotheek heeft op beide onderdelen een
duidelijke succesvolle bijdrage geleverd aan de bekendmaking en het gebruik van nieuwe
mediadiensten en mediavormen bij diverse bevolkingsgroepen binnen de gemeente Delft. De
bibliotheek heeft in haar tussentijdse evaluatie van juli 1997 duidelijk verantwoording
gegeven van de inzet van de subsidie.
Door dit succes is een tweede fase gerechtvaardigd. Daar is
door de Bibliotheek een voorstel voor ingediend dat bestaat uit de volgende onderdelen:
Doel is media-educatie, het bevorderen van de bekendheid met de mogelijkheden van Internet. De subsidie aanvraag betreft de benodigde formatieruimte van 20 uur per week. De workshops zijn een uitbreiding en een voortzetting van de huidige succesvolle cursussen en leveren een duidelijke bijdrage aan de bevordering van nieuwe mediavormen bij een breder publiek. De uitstraling blijft niet alleen beperkt tot het gebruik van Internet bij de Bibliotheek, maar zal ook een draagvlak creëren voor andere ontwikkelingen (zoals de ontwikkeling van nieuwe diensten van ID2). Kosten bedragen
30.000,-
Doel is media-educatie, het ondersteunen van het onderwijs bij het ontwikkelen van vaardigheden in het gericht zoeken van informatie via computers en het bevorderen van het zelfstandig werken van leerlingen met behulp van de nieuwe media. Dit zal ook betekenen dat leerlingen zelf informatie zullen gaan verzamelen. Bibliotheken zullen hier een rol gaan spelen.
De subsidie aanvraag betreft de benodigde formatieruimte, te weten 10 uren per week, en de kosten voor materiaalgebruik en telefoon/datatransmissiekosten. De kosten bedragen 30.000,-.
De Bibliotheek zal in de nabije toekomst een unieke rol
kunnen spelen in het ontsluiten van informatie naar burgers. De bibliotheek zal haar rol
in de nieuwe informatiemaatschappij moeten profileren. Zij heeft hiervoor de eerste
stappen gezet.
In samenwerking met de gemeente zal zij haar beleid op dit
gebied verder vorm geven. De samenwerking met het Onderwijs is daarin cruciaal. Dit
project geeft een eerste aanzet tot een nieuwe relatie met de scholen. Het project zou een
verdere invulling en een nieuwe impuls kunnen geven aan Digitaal Onderwijs Delft.
Dit is niet het enige voorstel om het aantal publieke
terminals binnen Delft uit te breiden. Binnen het programma Informatietechnologie gemeente
Delft/Delft op Internet wordt daar nader op ingegaan. Dat leidt tot het aanhouden van dit
onderdeel van het voorstel van de bibliotheek.
De ontwikkeling van nieuwe interactieve diensten is al een
onderwerp van onderzoek geweest van de stichting ID2. Zij heeft dit ook als project
opgenomen in haar activiteiten. Het projectbureau DK heeft inmiddels dit onderdeel van de
projectaanvraag overgedragen aan de stichting ID2.
De Bibliotheek wil in 1998 wederom een Informatiemarkt Nieuwe media organiseren. Zij nodigt daartoe bedrijven en instellingen, die de laatste stand van techniek en gebruik van nieuwe media presenteren aan het publiek, uit. Gezien het bedrag ( 5000,-) moet het mogelijk zijn incidentele sponsoring te werven bij het bedrijfsleven. Voorgesteld wordt om dit deel van de aanvraag af te wijzen.
Het voorgaande in acht nemende blijft een financiering
vanuit Delft Kennisstad tot een bedrag van 60.000,- over ten behoeve van dit
project.
Als het om ICT gaat, begint het onderwijs niet helemaal aan
het begin. Er zijn in de afgelopen jaren verschillende waardevolle initiatieven genomen.
Toch moeten er op het gebied van ICT grote stappen worden verzet om het perspectief te
realiseren. Het gaat dan om acties waarbij de overheid enerzijds geleidelijk aan de
verplichting aan scholen oplegt ICT in het onderwijsproces te integreren en anderzijds
voorwaarden creëert om scholen in staat te stellen de gewenste veranderingen door te
voeren. Het Ministerie van OCenW heeft een projectbureau in het leven geroepen om de
plannen uit de nota "Investeren in Voorsprong" vorm te geven. Om als Delft mee
te dingen naar het pilotproject voor invoering van computers in het openbaar primair
onderwijs en het openbaar voortgezet onderwijs zou een gezamenlijke aanvraag van deze tien
Delftse scholen uniek zijn. Dit vergt gemeentelijke begeleiding. Zowel bij de aanvraag als
bij de begeleiding bij de invoering in het eerste jaar op grond van een gezamenlijk
stappenplan. De afdeling Onderwijs heeft daar onvoldoende capaciteit voor. Voorgesteld
wordt om vanuit reserve Delft Kennisstad voor één jaar een formatieplaats te financieren
( 80.000,-). Dit vergroot in grote mate de slaagkans van dit pilotproject voor alle
scholen in het openbaar onderwijs in Delft.
Het project Groen Computeren (727) is inmiddels van start gegaan, waarbij de officiële start in november gepland is. Hierin zal de samenwerking tussen Delft Kennisstad en Rotterdam Werkstad centraal staan. Deelname vanuit de basisscholen en de scholen voor speciaal onderwijs is nu 18%.
De relatief terughoudende deelname is grotendeels te wijten
aan de gepubliceerde plannen van minister Ritzen die in het rapport "Investeren in
Voorsprong" het onderwijsveld vele computers en programma´s toezegt. Een behoorlijk
aantal scholen heeft dit ter harte genomen en wacht thans af. Toch verwacht men een
deelname van 35 - 40%.
Voor Delft betekent het voornemen vanuit het ministerie
plaatsing van 1000 computers in scholen in Delft. Dit vergt niet alleen distributie maar
ook onderhoud, systeembeheer en netwerkbeer. Er is een mogelijkheid om deze twee zaken te
combineren; de opleiding bij de Regionale Onderneming Beroepskwalificering uitbreiden met
systeembeheer en netwerkbeheer. Er is dan sprake van een hogere opleiding die bijvoorbeeld
gevolgd kan worden door hoger opgeleide werklozen die vroegtijdig hun studie hebben
afgebroken. De Stichting Computerondersteuning Rotterdam zorgt voor de distributie,
coördinatie en onderhoud. Daarmee ondergaat de huidige dienstverlening een
schaalvergroting. Er zal een beheer-maatschappij opgericht moeten worden om o.a. de
helpdesk onder te brengen.
Ook zal deze beheersmaatschappij toezicht houden op de technische specificaties waaraan de te plaatsen computers dienen te voldoen zodat er sprake is van enige standaardisering. Over de kosten die met e.e.a. gemoeid zullen zijn valt op dit moment nog niet veel helderheid te verschaffen. De gemeente zal haar positie bij de oprichting van deze beheer-maatschappij in de komende periode moeten bepalen. Daarbij bestaat een sterke relatie met de ontwikkeling van Interactieve Diensten Delft en Infotechnologie gemeente Delft.
Dit zal op een gepast moment middels een apart voorstel worden voorgelegd.
In 1997 is een start gemaakt met een totaal visie op de
inzet van ICT binnen de gemeentelijke organisatie. Met behulp van een extern adviseur
(dhr. Henk Bos van Informatiehuis b.v.) is een duidelijke visie ontwikkeld. Deze visie is
op diverse momenten binnen de gemeentelijke organisatie besproken, en heeft als motto
"Naar een kennisinfrastructuur" (KIS). Niet alleen geeft het motto uitdrukking
aan een nauwe aansluiting met het profiel Kennisstad, maar het geeft tevens aan dat de
inrichting en positie van de toekomstige gemeentelijke organisatie sterk vanuit de
informatie technologie bepaald zal worden. De visie mondt eind 1997 uit in een
bedrijfsplan, dat de komende 4 tot 8 jaar richting geeft aan de inzet van de
informatietechnologie binnen de gemeentelijke organisatie en de daaruit voortvloeiende
veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie en de rol van de gemeentelijke overheid.
De bestaande projecten zoals Stadhuis op Internet en het Raads Informatie Systeem zullen
in dit traject verankerd worden. Ook de samenhang met de overige gemeentelijk
ontwikkelingen, zoals de één loket functie zijn van levensbelang voor de realisatie van
deze visie. Daarbij is van belang dat een duidelijke integrale projectstructuur vorm
krijgt binnen de gemeentelijke organisatie.
In de afgelopen periode heeft het projectbureau diverse
aanvragen ontvangen voor publieke terminals of opleidings PC's voor Internet. In het
algemeen is daarbij het standpunt gehuldigd dat investeringen in kapitaalintensieve
goederen niet gesubsidieerd zullen worden. De desbetreffende instantie moet in haar eigen
exploitatie kunnen voorzien.
De gemeente zelf zal binnenkort ook vanuit het traject
"Naar een kennisinfrastructuur" de behoefte hebben aan extra ontsluitingspunten
in de stad.
Het is van belang de exploitatie van deze terminals bij een partij onder te brengen, die deze kostendekkend kan en wil exploiteren. De gemeente moet een rol spelen in het opzetten van een infrastructuur van publieke terminals zodat:
In een later stadium zal hier een voorstel voor worden
gemaakt.
De stichting Digitale Stad Delft heeft reeds een
éénmalige startersubsidie ontvangen om inhoud te kunnen geven aan haar doelstellingen.
De aanname was toen dat de stichting DSD voldoende inkomsten zou verwerven om in haar
exploitatie te kunnen voorzien.
Dit blijkt nu tegen te vallen en de stichting doet nu weer
een beroep op de gemeente voor een totaalbedrag van 145.400,-. Naast uitbreiding
van het aantal publieke terminals en professionalisering van de organisatie wil men dit
geld gebruiken om op Delft gerichte informatie via Internet beschikbaar te stellen. Men
denkt dan aan toeristische info, de Stadsgids en de Activiteitenkalender. Het wordt niet
verstandig geacht om nogmaals een bijdrage te leveren aan de structurele kosten van de
stichting DSD. Het is de stichting eerder aan te bevelen het beheer en onderhoud van haar
server elders onder te brengen, zodat ze op haar doelstellingen kan richten.
Ten aanzien van het via Internet beschikbaar stellen van informatie bestaat er een duidelijke overlap met de activiteiten van de stichting ID2. Het bestuur van de stichting DSD is voorgesteld deze voorstellen in te brengen bij de stichting ID2. De eerste contacten zijn daar reeds voor gelegd.
De gemeente ontwikkelt momenteel een visie op de één
loket functie. Er is een onlosmakelijke relatie tussen een één loket functie en de inzet
van ICT.
Het project Zorg2000 is als p.m.-post opgenomen in het actieplan 1997. De contouren van het project zijn nu duidelijker geworden. Door de zorgverzekeraar DSW is een landelijke pilot opgestart om medische gegevens die verspreid worden bijgehouden in één informatiesysteem onder te brengen. Verschillende participanten in de sociale-medische hoek nemen aan het project deel. Aan de gemeente is een bijdrage gevraagd van in totaal
100.000,-, verdeeld over de volgende producten:
Het project heeft menskracht nodig voor het verzamelen van regionale gegevens. De voorlopige inschatting is dat dit een half jaar werk oplevert.
De gemeente zal onderzoeken in hoeverre zij dit via een Melkert baan of op een andere wijze kan invullen. De dienst DMZ levert hiervoor de benodigde inspanning en middelen.
Een deel van de gegevens staat in de stadgids. Deze gegevens zullen ook via Internet benaderbaar worden.
De gemeente Delft en het project Zorg2000 hebben een gemeenschappelijk belang in het promoten van het gebruik van nieuwe diensten. Binnenkort verschijnen ook enkele gemeentelijke diensten op Internet (Stadhuis, monumenten, stamboom, Stadsgids en Nieuwkomers). Voor het stadhuis op Internet en OL2000 wordt een communicatieplan ontwikkeld. Zorg2000 kan hier gebruik van maken.
Het project Zorg2000 zoekt ook voor overige activiteiten
aansluiting bij be staande vergelijkbare projecten. Zij wil dat de gemeente daar een
centrale rol in kan spelen. Daarbij gaat het om afstemming van activiteiten, het opbouwen
van relaties met bijvoorbeeld software leverancier en ontwikkelaars.
Het voorgaande leidt dus in zijn totaliteit tot onderbrengen van deze aanvraag binnen andere programma's en projecten, zonder aanvullende financiering vanuit Delft Kennisstad
De city marketing aanpak Delft Kennisstad is gericht op het
onderbouwd bekendmaken van de bijzondere kwaliteiten van de stad. Voor een energieke
aanpak wordt gewerkt met bewijsvelden, die verhalen, anekdotes en feiten geven waarom
Delft zich Kennisstad noemt. De zes bewijsvelden zijn:
Delf t Kennisstad is het koepelbegrip om de veelheid aan
activiteiten in de stad met elkaar te verbinden en te richten. Samenwerken en innovatie is
daarbij het bindmiddel, met de gemeente als initiator en/of ondersteuner. Op deze wijze
zijn al vele dwarsverbanden in de stad gelegd en initiatieven op elkaar afgestemd. Deze
inspanning moet bijdragen aan een positieve beeldvorming over Delft als Kennisstad. De
stad met een kenmerkend innoverend ondernemersklimaat en een historisch centrum. Een stad
die kennisontwikkelingen in haar voegen draagt.
Voor de promotie van Delft Kennisstad is in 1996/1997
geïnvesteerd in het aanmaken van promotiemateriaal (brochures, logoset, video, labelset),
opzetten van een communicatienetwerk Delft, het beleggen van bijeenkomsten,
beurspresentaties (bv. Beurs Techknowlegde Utrecht), aandacht vragen met een
buitencampagne (Publexborden/abri's), verzorgen van schriftelijke middelen (Delft Magazine
en Delft Kennisstad Mail), en een gerichte persstrategie. Voor de afstemming van Delft
Kennisstad promotie is er het Delft communicatienetwerk. Het aanmaken van het
promotiemateriaal vergde veel inzet en budget. Het materiaal wordt via het
communicatienetwerk daadwerkelijke verspreid en activiteiten worden aangemeld en
afgestemd.
De brede ingezette benadering van Delft Kennisstad leidt
nog wel eens tot verwarring over wat Delft Kennisstad nu eigenlijk is. De keuze voor de
markten scholen en werken en het terugplaatsen van de andere markten in de lijn geeft de
communicatie meer richting. Met de promotie van Delft Kennisstad neemt de gemeente het
voortouw om de kwaliteiten van de stad breder bekend te maken en aan elkaar te verbinden.
In 1996/1997 is dit voor een belangrijk deel gericht op de eigen stad. De redenatie is dat
bedrijven en inwoners zo de ambassadeurs van de "kennisstadboodschap" kunnen
worden. Voor 1998 breekt het moment aan om ook manifest buiten Delft te treden. De
investeringen in promotie zullen Delft Kennisstad nu ook buiten Delft gaan verzilveren.
Doel is om Delft te positioneren als een aantrekkelijke stad met een innoverend
ondernemersklimaat met een historisch stadshart. Versterken van het imago van de stad is
een proces van "lange adem". Natuurlijk kan het altijd meer en beter, maar
binnen de mogelijkheden is een eerste stap gezet. Het is nu zaak verder te investeren.
De communicatie-inspanning zal zich in 1998 toesplitsen op vier onderdelen:
Hiermee wordt de inspanning bedoeld die gericht is op het
versterken van het imago van Delft als Kennisstad, zowel in de eigen stad als binnen de
regio Den Haag en Rotterdam. Betaalde zendtijd (radio/TV) en -advertentieruimte is in de
voorstellen buiten beschouwing gelaten in verband met de relatief hoge kosten. In Delft
kan de gemeente echter wel (tegen beperkte kosten) gebruikmaken van een aantal
Publexborden en abri's voor buitenreclame.
Activiteiten voor de eigen stad:
technologiedag/ondernemersdag) ( 30.000,-)
Mail ( 100.000,-)
Activiteiten in regio Den Haag en Rotterdam:
Totaal (.280.000,-)
Voor 1998 zal een programma worden samengesteld dat inspeelt op de economische programma's van Haaglanden en Rotterdam.
Onder impulscampagnes worden die publicitaire activiteiten
verstaan die min of meer ad hoc inspelen op de dagelijkse publiciteit. Zo zullen zich in
de loop van 1997/1998 momenten voordoen, die met een extra inspanning bijdragen aan
bekendheid voor Delft Kennisstad. In het communicatienetwerk Delft kunnen deze
activiteiten worden afgestemd en gericht. Aandacht vragen voor Delft Kennisstad kan de
gemeente niet alleen. De inhoud zal voor een belangrijk deel gedragen moeten worden door
de marktpartijen. De gemeente biedt daarin ondersteuning.
De partners in de stad wordt gevraagd hun communicatieprogramma's kenbaar te maken en zo goed mogelijk te kunnen aansluiten met de Kennisstadpromotie. Aansluiten bij evenementen met een landelijke uitstraling, zoals bijvoorbeeld de wetenschapsdag levert de meeste media-aandacht op.
In het communicatienetwerk Delft zal een impulskalender worden samengesteld voor 1998. Op deze wijze kunnen de verschillende communicatie-inspanningen worden gecoördineerd. Marktpartijen zien het belang van afstemming in, maar zijn afwachtend. Een krachtige impuls van het projectbureau is nodig om de vruchtbare grond te gaan benutten. Er zijn volop kansen om mee te liften in de media-aandacht die partners in de stad genereren. Voorstel is om voor de impulscampagnes in 1998 75.000,- te reserveren.
Het gemeentebestuur zal richting geven aan de economische
ontwikkeling en het acquisitieprogramma. Voor het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid is
een positief imago en een goed stedelijk voorzieningenpakket bepalend voor het succes.
Communicatie geeft daarbij ondersteuning. Het economisch programma is erop gericht de
werkgelegenheid in Delft te behouden en te versterken. Dat betekent dat naast communicatie
gericht op het versterken van het imago van de stad, er communicatieactiviteiten komen die
het bereiken van de doelstellingen van het economisch beleid ondersteunen.
De doelen hebben betrekking op de categorie één bedrijven. Een gerichte communicatieaanpak ondersteunt de beleidsvorming en de acquisitie-inspanning om Delft op de agenda te krijgen bij kennisintensieve-organisaties die zich willen vestigen in Nederland. Voorstel is om het economisch beleidsplan/acquisitieplan te ondersteunen met
75.000,-.
Delft is een Kennisstad en het bewijs moet ook op straat
zichtbaar worden gemaakt. Daar waar de gemeente zeggenschap heeft kan ze richting geven en
het Kennisstad profiel versterken. De gemeente heeft op korte termijn twee kansen om
Kennisstad herkenbaar te maken in het straatbeeld: bij de ontwikkeling van het
stationsplein en het Zuidpoortgebied (zie ook programma Mobiliteit). Te denken valt -
naast de bij Mobiliteit genoemde elementen - aan een innovatieve stijl van
straatmeubilair, die later gefaseerd kan worden ingevoerd in andere delen van de stad.
Voorwaarde is dat het recht doet aan zowel de historische kwaliteiten als aan het
Kennisstad profiel.
Verschillende infrastructurele projecten bieden volop
kansen om Kennisstad zichtbaar te maken. Een voorbeeld is aankleden van de tramlijn 1. Bij
uitstap-plaatsen zou zichtbaar kunnen worden gemaakt bij welk belangrijk instituut of
gebouw men in de buurt is. Op logistieke knooppunten kan Delft Kennisstad in samenwerking
met de afdeling Cultuur zorgen voor vernieuwende kunst op straat en verwijzingen naar
kennisgebouwen. Hier ligt ook een kans in samenwerking met Delft Design.
De TU Delft streeft zoals reeds opgemerkt naar een herinrichting van de TU-wijk. Voor de gemeente biedt dit de kans om af te stemmen welke mogelijkheden er zijn om het Kennisstad profiel zichtbaar te krijgen in het straatbeeld en te integreren binnen oplossingen in andere delen van de stad. Voorstel: 50.000,- opnemen voor het initiëren en ondersteunen van projecten die de zichtbaarheid van Delft Kennisstad in het straatbeeld versterken.
Evenementen zijn van allergrootst belang om Delft Kennisstad zichtbaar te maken. Denk daarbij aan de Ondernemersdag, de Technologiebeurs , congressen etc. Het gaat er om dat er selectief wordt omgegaan met de inhoud, de doelgroep en gekeken moet worden naar mogelijkheden tot samenwerking en gemeenschappelijke doelstellingen met het bedrijfsleven uit Delft en de regio. Daarvoor is het nodig om adequaat en snel in te kunnen springen op ontwikkelingen en initiatieven uit de omgeving. Daar waar mogelijk zal van evenementen gebruik gemaakt worden om aktiviteiten te ontwikkelen voor relatiemanagement en situaties worden gecreëerd voor lobbywerk.
Indien Delft Kennisstad zelf evenementen of congressen opzet worden deze over het jaar heen verspreid en als het evenement er zich voor leent zullen andere partijen zowel inhoudelijk als financieel erbij betrokken worden.
Voorgesteld wordt om voor deze post een bedrag te ramen van
75.000,- uit reserve Delft Kennisstad.
Naar aanleiding van de gesprekken rondom het Delft Kennisboekje met partijen als de hoteliers, de VVV en Horeca Nederland is men tot de conclusie gekomen dat bepaalde uitgaven van brochures in Delft een gezamenlijke vormgeving zouden moeten krijgen als één gezicht naar buiten. Denk daarbij aan de toeristische informatiefolder van de VVV, het Kennisboekje met bedrijfsinformatie voor in de hotels en de Restaurantfolder. Momenteel zijn daar de discussies nog over gaande. Het heeft bijvoorbeeld vergaande gevolgen voor het boekje van de VVV. Het zou voor de PR van de stad een enorme sprong vooruit zijn als deze diverse elkaar aanvullende informatie- en reclame media een eenduidig "Maak Kennis in Delft" profiel zouden krijgen.
Inzet is nu om deze discussie verder voort te zetten en
inderdaad te proberen deze verschillende partijen op één lijn te krijgen. Indien dat
lukt, zullen de daarmee gepaard gaande financiële consequenties in een apart voorstel
gepresenteerd worden.
In het kader van het vijftigjarig jubileum organiseert het
Stanislas College een aantal aktiviteiten. Naast culturele aktiviteiten, sporttoernooien
en een 25 uur durende kennismaraton voor leerlingen en hun ouders, zal ook een congres
worden georganiseerd over het keuzegedrag van leerlingen. Dit Congres zal plaatsvinden op
4 januari 1999 in de Aula van de TUD. Het Stanislas College heeft - mede in relatie tot de
invoering van de Tweede Fase in de bovenbouw van HAVO en VWO - het plan opgevat om de
studiekeuze van leerlingen kritisch te bezien.
In samenspraak met de TUD, Hogeschool Delft, de top van het Delftse bedrijfsleven en enkele toonaangevende politici wil men antwoord krijgen op de volgende vragen als:
deze ?
Middels een reader en een serie lezingen met discussies worden docenten uit het voortgezet onderwijs in de maanden november en december 1998 voorbereid op het congres van januari 1999. Dit congres heeft een visionair karakter met een landelijke uitstraling. De financiële bijdrage die aan de gemeente gevraagd wordt is
25.000,-. Voorgesteld wordt om daar vanuit reserve Delft Kennisstad positief op te reageren.
Het aantrekkelijk maken van het verblijfs- en
uitgaansklimaat voor inwoners, werknemers en toeristen is succesvol. Dit blijkt uit de
resultaten van een aantal projecten zoals de tentoonstelling van Delftse Meesters,
Tijdgenoten van Vermeer, het Delft Chamber Music Festival en de Mooi Weer Spelen. Dit
moeten we vast houden en verder uitwerken om de stad niet alleen een economische impuls te
geven maar ook om het gezicht van Delft verder vorm te geven. Met de komst van het
Stadstheater, het Filmhuis en de nieuwe plannen rondom het Delfts Aardewerkmuseum
realiseert Delft een verrijking aan culturele instellingen. Het gaat er nu om samenhang te
creëeren dat alle partijen, instellingen en activiteiten zodanig op elkaar afgestemd
worden dat er een optimale benutting plaatsvindt van alle culturele uitingen . Het is
daarbij wel van belang overlap te voorkomen en er voor te zorgen dat elke activiteit of
instelling voldoende aandacht krijgt. Mits dit op juiste wijze wordt gecommuniceerd, zowel
naar de organisatoren als naar de geïnteresseerden in de activiteiten, komt dit Delft
Kennisstad ten goede. De afdeling Cultuur van de gemeente Delft speelt daarin een
belangrijke rol.
Nog vers in het geheugen ligt het succes van het Delft
Chamber Music Festival dat in 1997 voor de eerste maal werd georganiseerd. Kwalitatief was
het een topper. Het bezoekersaantal was goed en belooft veel voor de komende jaren. De
pers was enthousiast en leverde Delft Kennisstad veel nationale en internationale aandacht
op.
Dergelijke evenementen genereren omzet in (de binnenstad van) Delft, dat is ook één van de relaties met Delft Kennisstad. Daarnaast is integratie van partijen in netwerken een belangrijk punt. Om die reden waren dit jaar hoogleraren van de TUD, college, raad en ambtenaren uitgenodigd.
Netwerkvorming zal ook volgend jaar aandacht krijgen. Voorgesteld wordt om nu al een signaal af te geven naar het Stichtingbestuur van het Delft Chamber Music Festival door in 1998 een garantiebijdrage toe te kennen van 50.000,- . Dit bedrag dient alleen dan te worden toegekend als men niet in staat is gebleken een grote hoofdsponsor te vinden voor dit project.
De situatie met betrekking tot de reserve Delft Kennisstad
is als volgt:
Overzicht stand reserve Delft Kennisstad 1996 (7.910.400.027)
Stand per 01-01-1996 3.300.000,00
Rente 1996 (7,5%) 247.500,00
3.547.500,00
Storting 1996 (tlv. Afroming reserves Grondzaken)
2.500.000,00
6.047.500,00
Uitgaven budgetten 1996 - 1.433.909,96
Saldo per 31-12-1996 4.613.590,04
Overzicht stand reserve Delft Kennisstad 1997
(7.910.400.027)
Stand per 01-01-1997 4.613.590,04
Rente 1997 (7,5%) 346.019,25
4.959.609,29
Uitgaven t/m 18-09-1997 -671.833,32
Stand reserve per 18-09-1997 4.287.775,97
Begrote uitgaven restantkredieten 1996 - 971.752,00
Begrote uitgaven kredieten 1997 - 2.780.000,00
Minus uitgaven t/m 18-09-1997 671.833,32
Nog te betalen (restant) kredieten 1996/1997 -3.079.918,68
Geraamd saldo per 31-12-1997 1.207.857,29
De situatie met betrekking tot de projecten is als volgt :
Overzicht stand MilieuTechnologieFonds 1996
(7.910.400.027)
Stand per 01-01-1996 0,00
Overheveling uit Milieufonds (7.910.400.020) 1.882.058,79
1.882.058,79
Storting 1996 (tlv. 6.913.980.000 GD) 1.500.000,00
3.382.058,79
Uitgaven budgetten 1996 (afrekening B&M) -251.921,79
Saldo per 31-12-1996 3.130.136,70
Rente 1997 (7,5 %) 193.759,30
3.323.896,00
Storting 1997 (tlv. 6.913.980.000 GD) 1.500.000,00
4.823.896,00
Geraamde uitgaven restantkredieten 1996
(begroot 1.020.000,00 - 130.000,00
minus uitgaven 1996 ad- 251.921,79 =) -638.078,21
Geraamde uitgaven kredieten 1997 -1.215.000,00
Aanvulling 1e ATW 1997 (=30e wijz.1997) -380.000,00
-2.233.078,21
Geraamd saldo per 31-12-1997 2.590.817,79
P.S. een afrekening van B&M ten laste van het fonds ter
grootte van 546.679,70 is nog in discussie. Deze is in het overzicht niet
meegenomen.
Uit de overzichten wordt duidelijk dat er voor het moment nog genoeg middelen beschikbaar zijn binnen het Milieutechnologie reserve. Dit in tegenstelling tot reserve Delft Kennisstad. Beide beschouwend kan geconstateerd worden dat er sprake is van een onevenwichtigheid.
Gezien het voorgestelde uitgavenpatroon in beide fondsen is
het nodig om hier tot een aanpassing te komen.
Er staan een aantal wegen open om dit te bereiken. Er zou
enige verruiming gegeven kunnen worden aan de voorwaarden die gelden om in aanmerking te
komen voor een bijdrage uit het Milieutechnologie reserve. Daardoor zou een deel van de
budgetten die nu op reserve Delft Kennisstad drukken binnen het Milieutechnologie reserve
ondergebracht kunnen worden. Naar verwachting zou dit er o.a. toe kunnen leidden dat in de
toekomst voorstellen worden toegekend, die in het verleden zouden zijn afgewezen.
Wij zijn geen voorstander van aanpassing van de criteria
voor bijdragetoekenning uit beide fondsen. Dit zou op den duur betekenen dat er feitelijk
sprake zou zijn van één fonds.
Dit nadeel ontstaat niet als gekozen zou worden voor een éénmalige storting Milieutechnologie reserve in het reserve Delft Kennisstad. De zelfde criteria blijven dan van toepassing. Gezien het uitgavenpatroon tot op heden binnen het Milieutechnologie reserve is dit mogelijk. Voorgesteld om de storting 1998 in het Milieutechnologie reserve ten gunste te laten komen van het reserve Delft Kennisstad.
Voor het Milieutechnologie reserve geldt met inbegrip van
de voorstellen uit dit actieplan dan de onderstaande stand per 1 januari 1998. Daarbij
moet nog vermeld worden dat op post 790 evenals in voorgaande jaren 75000,- dient
te worden geboekt voor de werkzaamheden van de projectleider milieutechnologie.