de schoolbegeleidingsdienst "
Onderwijsadvies West Zuid-Holland"
te dezen krachtens artikel 8, lid 1 van de statuten rechtsgeldig
vertegenwoordigd door twee bestuursleden, handelende als voorzitter,
respectievelijk secretaris van het bestuur van voornoemde stichting,
hierna te noemen: de schoolbegeleidingsdienst
overwegende:
- dat de Wet Regeling Schoolbegeleiding (Staatsblad 1997, nr. 252)
bepaalt dat een gemeentebestuur al dan niet in samenwerking met een of
meer gemeentebesturen de zorg heeft voor de instandhouding van een
schoolbegeleidingsdienst;
- dat de gemeenten hebben besloten samen te werken ten aanzien van de
wettelijke plicht om een schoolbegeleidingsdienst in stand te houden
en daartoe een samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten;
- dat de gemeenten aan deze plicht gevolg willen geven door een
raamovereenkomst aan te gaan met "Onderwijsadvies West
Zuid-Holland";
- dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor het voeren van een
lokaal onderwijsbeleid, waaronder het onderwijsachterstandenbeleid,
zoals bedoeld in de Wet van 15 mei 1997; inzake het gemeentelijk
onderwijsachterstandenbeleid.
verklaren het volgende te zijn overeengekomen:
artikel 1 Begripsbepalingen
1
wet : |
Wet
Regeling Schoolbegeleidingsdienst; |
|
|
2
schoolbegeleidingsdienst |
schoolbegeleidingsdienst
"Onderwijsadvies West Zuid-Holland"; |
|
|
3.
meerjarenplan en -
begroting |
het
plan waarin de schoolbegeleidingsdienst voor een periode van twee
jaren zijn bestuurlijke en schoolbegeleidingsdoelstellingen op
middellange termijn formuleert en motiveert, vergezeld van een
begroting met meerjarenramingen over dezelfde periode; |
|
|
4.
jaarprogramma |
het
kwantitatieve en kwalitatieve overzicht van de geïnventariseerde
behoeften aan begeleiding per schoolsoort en richting in een
schooljaar of gedeelte van een schooljaar, gespecificeerd naar de
gemeenten; |
|
|
5.
algemeen deel
schoolbegeleiding |
het
deel van de schoolbegeleiding, dat door de schoolbegeleidingsdienst
op verzoek van het bevoegd gezag wordt uitgevoerd ten behoeve van de
school en uitgaande van de in elk van de scholen aanwezige
behoeften, met name gaat het om het verrichten van
begeleidingsactiviteiten, ontwikkelingsactiviteiten, advisering,
informatieverstrekking en evaluatie, alsmede om activiteiten die
dienen ter bevordering van een optimale schoolloopbaan van
leerlingen; |
|
|
6.
specifiek deel
schoolbegeleiding |
het
deel van de schoolbegeleiding, dat wordt besteed aan door de
schoolbegeleidingsdienst te verrichten activiteiten, die aansluiten
bij doelstellingen van lokaal onderwijsbeleid; |
|
|
7.
productbegroting |
een
raming van inkomsten en uitgaven waarbij eren heldere relatie is
gelegd tussen het inhoudelijke en financiële beleid, uitgesplitst
naar verschillende te verrichten activiteiten en inzichtelijk
gemaakt door het hanteren van een aantal specifieke kengetallen; |
|
|
8.
ondernemingsplan |
een
meerjarenplanning vanuit bedrijfseconomisch perspectief waarin
vanuit de specifieke opdracht (,missie) een algemeen beeld wordt
geschetst van de beleidsvoering voor de komende jaren en specifieke
ambities worden weergegeven, vertaald in specifieke kengetallen |
artikel 2 Doel van de overeenkomst
Deze raamovereenkomst heeft tot doel:
- het vastleggen van meerjarige afspraken tussen de gemeenten en de
schoolbegeleidingsdienst over het verzorgen van algemene en specifieke
schoolbegeleiding aan leerlingen en scholen in het basisonderwijs, het
speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs en/of het voortgezet
speciaal onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs in hun
gemeenten;
- het regelen van verantwoordelijkheden en taken van partijen in het
kader van de Wet Regeling Schoolbegeleiding;
- het reguleren van het overleg tussen partijen.
artikel 3 Duur van de overeenkomst
lid 1
Deze raamovereenkomst wordt aangegaan voor de periode, ingaande op 1
oktober 1999 en eindigend op 31 december 2001.
lid 2
Uiterlijk achttien maanden vóór het aflopen van deze raamovereenkomst
treden de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst met elkaar in overleg
over een verlenging van deze raamovereenkomst.
artikel 4 Activiteiten en verplichtingen van de partijen
lid 1
Partijen zullen hun informatiebehoeften op elkaar afstemmen en de
procedures behorende bij het informatieverkeer vaststellen en jaarlijks
aan het einde van het kalenderjaar evalueren.
lid 2
De gemeenten zullen:
- uitvoering geven aan de samenwerkingsovereenkomst, die de voornoemde
gemeenten onderling hebben afgesloten over de instandhouding van de
schoolbegeleidingsdienst "Onderwijsadvies West
Zuid-Holland";
- jaarlijks vóór het einde van het kalenderjaar aan de
schoolbegeleidingsdienst schriftelijk bekend maken de subsidie die
voor het komende kalenderjaar zal worden verleend om activiteiten van
de schoolbegeleiding te verrichten. Daarbij zal onderscheid worden
gemaakt tussen de doeluitkering van het Rijk en de middelen die de
gemeenten uit hun algemene middelen ter beschikking stellen;
- jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari, doch uiterlijk vóór 1
maart van het kalenderjaar, aangeven welk percentage van de subsidie
ten minste besteed dient te worden aan begeleidingsactiviteiten in het
kader van het lokaal onderwijsbeleid dat elke gemeente voert of zal
voeren;
- jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari, doch uiterlijk vóór 1
maart van het kalenderjaar, aangeven aan welke criteria de scholen
moeten voldoen om voor de onder punt c. bedoelde
begeleidingsactiviteiten in aanmerking te kunnen komen.
lid 3
De schoolbegeleidingsdienst verplicht zich:
- De activiteiten te verrichten ten behoeve van de scholen voor
basisonderwijs, scholen voor speciaal basisonderwijs en de scholen
voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de scholen voor speciaal
voortgezet onderwijs in de voornoemde gemeenten, zoals bedoeld in
artikel I onder E en artikel II onder F van de wet Regeling
Schoolbegeleiding;
- Voorafgaande aan een schooljaar vroegtijdig met de bevoegde gezagen
van de scholen in overleg te treden om de aanwezige behoefte aan
activiteiten van schoolbegeleiding, zoals bedoeld in het vorige lid,
te inventariseren;
- De schoolbegeleidingsdienst stelt jaarlijks vóór 1 mei een
begeleidingsaanbod op van de activiteiten die zij het komende
schooljaar ten behoeve van de scholen kunnen gaan verrichten. In dit
programma worden in ieder geval het beschikbare aantal uren
begeleiding (urenbudget schoolbegeleiding), de soorten van te
verrichten activiteiten, de inzet en tijd van de aanwezige
deskundigheden, zoals omschreven in de Wet Regeling Schoolbegeleiding,
alsmede de te verrichten activiteiten ten behoeve van het lokaal
onderwijsbeleid per gemeente omschreven;
- Vóór 1 september van het kalenderjaar gereed te hebben een
voorlopig jaarprogramma van begeleidingsactiviteiten ten behoeve van
de scholen in de gemeenten waarin wordt gespecificeerd de algemene
begeleidingsactiviteiten in het kader van het lokaal onderwijsbeleid.
Op het jaarprogramma, zoals bedoeld in het vorige lid en voor zover
het betreft de begeleiding voor lokaal onderwijsbeleid, is van
toepassing de regelgeving met betrekking tot het op overeenstemming
gerichte overleg zoals bedoeld in artikel I onder E resp. artikel II
onder F van de Wet Regeling Schoolbegeleiding;
- De desbetreffende gemeenten te informeren over eventuele knelpunten
in de voorbereiding van het jaarprogramma;
- Zijn begroting en jaarrekening binnen de looptijd van deze
raamovereenkomst om te vormen tot een productbegroting en
-jaarrekening, overeenkomstig de voorwaarden die de gemeenten
gezamenlijk daaraan stellen. Aan het einde van het jaar 2000 is een
eerste proeve van een productbegroting gereed;
- Voor zijn wettelijke en bovenwettelijke activiteiten op voor de
gemeente inzichtelijke wijze tarieven te calculeren en deze aan de
gemeenten bekend te maken en toe te zenden;
- Zijn administratie zodanig in te richten dat daaruit aan gemeenten
gegevens kunnen worden verschaft ter beoordeling van de uitvoering van
de activiteiten van schoolbegeleiding aan de scholen;
- Systematisch onder andere ten behoeve van het jaarverslag, welke
activiteiten, gekoppeld aan een urenbesteding, de
schoolbegeleidingsdienst ten behoeve van de scholen heeft verricht,
gespecificeerd naar de voornoemde gemeenten.
Artikel 5 Subsidieverlening
lid 1
De subsidieverlening wordt nader uitgewerkt in een beschikking tot
subsidieverlening, die elke gemeente afzonderlijk voor één of meer
jaren, doch ten hoogste de looptijd van de overeenkomst ten gunste van de
schoolbegeleidingsdienst vóór 1 januari van de betreffende periode
afgeeft.
lid 2
In de beschikkingen tot subsidieverlening zullen ten minst worden
geregeld:
- de activiteiten waarvoor één of meer jaren subsidie wordt
toegekend met daarbij de opgave van het urenbudget voor de
verschillende soorten en kwaliteiten schoolbegeleiding per gemeente en
per schoolbestuur, gespecificeerd naar algemene schoolbegeleiding en
schoolspecifieke begeleiding in het kader van het lokaal
onderwijsbeleid;
- het subsidiebedrag per activiteit of groep van activiteiten;
- op welke wijze het toezicht op de levering van de schoolbegeleiding
wordt geregeld;
- op welke wijze de ervaringen van de scholen met de
begeleidingsactiviteiten worden geregistreerd en de wijze waarop de
gemeenten daarover worden geïnformeerd;
- de subsidievaststelling;
- de te verzekeren risicos.
lid 3
De subsidie is minimaal gebaseerd op het aantal door de
schoolbegeleidingsdienst te begeleiden leerlingen op 1 oktober 1996 in het
basisonderwijs van elk van de gemeenten, vermenigvuldigd met het bedrag
per leerling zoals bedoeld in artikel V, Titel A, artikel A2, derde lid
van de Wet Regeling Schoolbegeleiding. In de bijlage bij deze overeenkomst
wordt een overzicht gegeven van de gemeentelijke subsidies.
lid 4
De subsidie, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt in vier gelijke
voorschottermijnen vastgesteld en afgerekend. Indien de
begeleidingsactiviteiten waarvoor de bijdrage(n) is (zijn) verstrekt niet
of in mindere mate in een gemeente zijn verricht en dit de
schoolbegeleidingsdienst kan worden toegerekend, kan het desbetreffende
gemeentebestuur besluiten de subsidie voor dat jaar lager vast te stellen.
Artikel 6 Begroting, jaarrekening en jaarverslag
lid 1
Vóór 1 april zendt de schoolbegeleidingsdienst zijn vastgestelde
begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar, vergezeld van een
meerjarenbegroting met toelichting voor de komende vier jaren en van een
ondernemingsplan over deze periode, alsmede de vastgestelde jaarrekening
van het voorafgaande exploitatiejaar ter goedkeuring aan de gemeenten. De
jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van een registeraccountant
en een jaarverslag van de activiteiten die in elk van de gemeenten zijn
verricht. Tevens zorgt de schoolbegeleidingsdienst "Onderwijsadvies
West Zuid-Holland" halverwege het begrotingsjaar een
managementrapportage.
lid 2
De begroting gaat vergezeld van een per gemeente gespecificeerd
overzicht van het begrote aantal begeleidingsuren.
artikel 7 Overleg
lid 1
- Tenminste twee maal per jaar voeren de gemeenten en de
schoolbegeleidingsdienst overleg met elkaar. De agenda voor dit
"subsidiëntenoverleg" wordt opgesteld door de gemeenten.
lid 2
- Naast dit overleg tussen de deelnemende gemeenten en de
schoolbegeleidingsdienst voert elke gemeente op basis van de per
gemeente onderscheiden regelgeving overleg met de schoolbesturen in
hun gemeenten.
- Met de schoolbegeleidingsdienst zullen, indien gewenst, afspraken
worden gemaakt over de wijze waarop hij bij de voorbereiding van het
op overeenstemming gerichte overleg zal worden betrokken.
artikel 8 Toezicht
lid 1
- De schoolbegeleidingsdienst is gehouden aan de gemeenten alle
gevraagde inlichtingen te verstrekken over het verrichten van de
activiteiten van schoolbegeleiding ten behoeve van de scholen in de
desbetreffende gemeenten.
lid 2
- De schoolbegeleidingsdienst stelt gemeenten in kennis van de
inlichtingen die hij heeft verstrekt aan de inspectie, zoals bedoeld
in artikel 1 onder E, punt 8 respectievelijk in artikel II onder F,
punt 8 van de Wet Regeling Schoolbegeleiding.
lid 3
- De gemeenten kunnen de kwaliteit en de doelmatigheid van de
verrichte begeleidingsactiviteiten (doen) onderzoeken.
artikel 9 Evaluatie
lid 1
- De gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst zullen de uitvoering en
werking van deze raamovereenkomst evalueren.
lid 2
- Van de resultaten van de evaluatie wordt in elke gemeente het op
overeenstemming gerichte overleg in kennis gesteld.
artikel 10 Beëindiging of ontbinding van de overeenkomst
Deze overeenkomst wordt geacht te zijn ontbonden indien zich een van de
navolgende situaties voordoet:
- de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst daartoe gezamenlijk
besluiten;
- de gemeenten besluiten de raamovereenkomst te beëindigen;
- de Wet Regeling Schoolbegeleiding wordt ingrijpend gewijzigd of
expireert;
- aan de schoolbegeleidingsdienst wordt surséance van betaling
verleend;
- van de schoolbegeleidingsdienst is het faillissement aangevraagd.
artikel 11 Overige bepalingen
lid 1
- Wijzigingen en aanvullingen van deze raamovereenkomst kunnen slechts
rechtsgeldig geschieden door een door alle partijen ondertekende
schriftelijke aanvulling, die aan deze overeenkomst wordt gehecht en
geacht wordt daarvan deel uit te maken.
lid 2
- Het eerste jaar dat deze raamovereenkomst van kracht is, geldt als
overgangsjaar voor de verplichtingen van de gemeenten, zoals bedoeld
in artikel 5, lid 2 onder d tot en met f van deze overeenkomst.
Aldus overeengekomen in zestienvoud te
.......................... d.d.....................................
Burgemeester van Berkel en Rodenrijs
Burgemeester van De Lier,
Burgemeester van Delft,
Burgemeester van s-Gravenzande,
Burgemeester van Leidschendam,
Burgemeester van Maasland,
Burgemeester van Monster,
Burgemeester van Nootdorp,
Burgemeester van Naaldwijk,
Burgemeester van Pijnacker,
Burgemeester van Rijswijk,
Burgemeester van Schipluiden,
Burgemeester van Voorburg,
Burgemeester van Wateringen,
Burgemeester van Zoetermeer,
Voorzitter en secretaris van " Onderwijsadvies West
Zuid-Holland",