30 March 2000

Bijlage1: Raamovereenkomst
 


naar agenda


Raamovereenkomst met betrekking tot de samenwerking tussen de gemeenten Berkel en Rodenrijs, De Lier, Delft, ‘s-Gravenzande, Leidschendam, Maasland, Monster, Nootdorp, Naaldwijk, Pijnacker, Rijswijk, Schipluiden, Voorburg. Wateringen en Zoetermeer en de schoolbegeleidingsdienst "onderwijsadvies West Zuid-Holland te Delft.


RAAMOVEREENKOMST

De ondergetekenden:

De gemeenten Berkel en Rodenrijs, De Lier, Delft, ‘s-Gravenzande, Leidschendam, Maasland, Monster, Nootdorp, Naaldwijk, Pijnacker, Rijswijk, Schipluiden, Voorburg, Wateringen en Zoetermeer,

te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door hun burgemeesters, hierna te noemen: de gemeenten

en de schoolbegeleidingsdienst " Onderwijsadvies West Zuid-Holland"
te dezen krachtens artikel 8, lid 1 van de statuten rechtsgeldig vertegenwoordigd door twee bestuursleden, handelende als voorzitter, respectievelijk secretaris van het bestuur van voornoemde stichting,

hierna te noemen: de schoolbegeleidingsdienst

overwegende:

  • dat de Wet Regeling Schoolbegeleiding (Staatsblad 1997, nr. 252) bepaalt dat een gemeentebestuur al dan niet in samenwerking met een of meer gemeentebesturen de zorg heeft voor de instandhouding van een schoolbegeleidingsdienst;
  • dat de gemeenten hebben besloten samen te werken ten aanzien van de wettelijke plicht om een schoolbegeleidingsdienst in stand te houden en daartoe een samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten;
  • dat de gemeenten aan deze plicht gevolg willen geven door een raamovereenkomst aan te gaan met "Onderwijsadvies West Zuid-Holland";
  • dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor het voeren van een lokaal onderwijsbeleid, waaronder het onderwijsachterstandenbeleid, zoals bedoeld in de Wet van 15 mei 1997; inzake het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.

verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

artikel 1 Begripsbepalingen

1 wet : Wet Regeling Schoolbegeleidingsdienst;
2 schoolbegeleidingsdienst schoolbegeleidingsdienst "Onderwijsadvies West Zuid-Holland";
3. meerjarenplan en - 
    begroting
het plan waarin de schoolbegeleidingsdienst voor een periode van twee jaren zijn bestuurlijke en schoolbegeleidingsdoelstellingen op middellange termijn formuleert en motiveert, vergezeld van een begroting met meerjarenramingen over dezelfde periode;
4. jaarprogramma het kwantitatieve en kwalitatieve overzicht van de geïnventariseerde behoeften aan begeleiding per schoolsoort en richting in een schooljaar of gedeelte van een schooljaar, gespecificeerd naar de gemeenten;
5. algemeen deel
    schoolbegeleiding
het deel van de schoolbegeleiding, dat door de schoolbegeleidingsdienst op verzoek van het bevoegd gezag wordt uitgevoerd ten behoeve van de school en uitgaande van de in elk van de scholen aanwezige behoeften, met name gaat het om het verrichten van begeleidingsactiviteiten, ontwikkelingsactiviteiten, advisering, informatieverstrekking en evaluatie, alsmede om activiteiten die dienen ter bevordering van een optimale schoolloopbaan van leerlingen;
6. specifiek deel
    schoolbegeleiding
het deel van de schoolbegeleiding, dat wordt besteed aan door de schoolbegeleidingsdienst te verrichten activiteiten, die aansluiten bij doelstellingen van lokaal onderwijsbeleid;
7. productbegroting een raming van inkomsten en uitgaven waarbij eren heldere relatie is gelegd tussen het inhoudelijke en financiële beleid, uitgesplitst naar verschillende te verrichten activiteiten en inzichtelijk gemaakt door het hanteren van een aantal specifieke kengetallen;
8. ondernemingsplan een meerjarenplanning vanuit bedrijfseconomisch perspectief waarin vanuit de specifieke opdracht (,missie) een algemeen beeld wordt geschetst van de beleidsvoering voor de komende jaren en specifieke ambities worden weergegeven, vertaald in specifieke kengetallen

artikel 2 Doel van de overeenkomst

Deze raamovereenkomst heeft tot doel:

  • het vastleggen van meerjarige afspraken tussen de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst over het verzorgen van algemene en specifieke schoolbegeleiding aan leerlingen en scholen in het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs en/of het voortgezet speciaal onderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs in hun gemeenten;
  • het regelen van verantwoordelijkheden en taken van partijen in het kader van de Wet Regeling Schoolbegeleiding;
  • het reguleren van het overleg tussen partijen.

artikel 3 Duur van de overeenkomst

lid 1

Deze raamovereenkomst wordt aangegaan voor de periode, ingaande op 1 oktober 1999 en eindigend op 31 december 2001.

lid 2

Uiterlijk achttien maanden vóór het aflopen van deze raamovereenkomst treden de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst met elkaar in overleg over een verlenging van deze raamovereenkomst.

artikel 4 Activiteiten en verplichtingen van de partijen

lid 1

Partijen zullen hun informatiebehoeften op elkaar afstemmen en de procedures behorende bij het informatieverkeer vaststellen en jaarlijks aan het einde van het kalenderjaar evalueren.

lid 2

De gemeenten zullen:

  • uitvoering geven aan de samenwerkingsovereenkomst, die de voornoemde gemeenten onderling hebben afgesloten over de instandhouding van de schoolbegeleidingsdienst "Onderwijsadvies West Zuid-Holland";
  • jaarlijks vóór het einde van het kalenderjaar aan de schoolbegeleidingsdienst schriftelijk bekend maken de subsidie die voor het komende kalenderjaar zal worden verleend om activiteiten van de schoolbegeleiding te verrichten. Daarbij zal onderscheid worden gemaakt tussen de doeluitkering van het Rijk en de middelen die de gemeenten uit hun algemene middelen ter beschikking stellen;
  • jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari, doch uiterlijk vóór 1 maart van het kalenderjaar, aangeven welk percentage van de subsidie ten minste besteed dient te worden aan begeleidingsactiviteiten in het kader van het lokaal onderwijsbeleid dat elke gemeente voert of zal voeren;
  • jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari, doch uiterlijk vóór 1 maart van het kalenderjaar, aangeven aan welke criteria de scholen moeten voldoen om voor de onder punt c. bedoelde begeleidingsactiviteiten in aanmerking te kunnen komen.

lid 3

De schoolbegeleidingsdienst verplicht zich:

  • De activiteiten te verrichten ten behoeve van de scholen voor basisonderwijs, scholen voor speciaal basisonderwijs en de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en de scholen voor speciaal voortgezet onderwijs in de voornoemde gemeenten, zoals bedoeld in artikel I onder E en artikel II onder F van de wet Regeling Schoolbegeleiding;
  • Voorafgaande aan een schooljaar vroegtijdig met de bevoegde gezagen van de scholen in overleg te treden om de aanwezige behoefte aan activiteiten van schoolbegeleiding, zoals bedoeld in het vorige lid, te inventariseren;
  • De schoolbegeleidingsdienst stelt jaarlijks vóór 1 mei een begeleidingsaanbod op van de activiteiten die zij het komende schooljaar ten behoeve van de scholen kunnen gaan verrichten. In dit programma worden in ieder geval het beschikbare aantal uren begeleiding (urenbudget schoolbegeleiding), de soorten van te verrichten activiteiten, de inzet en tijd van de aanwezige deskundigheden, zoals omschreven in de Wet Regeling Schoolbegeleiding, alsmede de te verrichten activiteiten ten behoeve van het lokaal onderwijsbeleid per gemeente omschreven;
  • Vóór 1 september van het kalenderjaar gereed te hebben een voorlopig jaarprogramma van begeleidingsactiviteiten ten behoeve van de scholen in de gemeenten waarin wordt gespecificeerd de algemene begeleidingsactiviteiten in het kader van het lokaal onderwijsbeleid. Op het jaarprogramma, zoals bedoeld in het vorige lid en voor zover het betreft de begeleiding voor lokaal onderwijsbeleid, is van toepassing de regelgeving met betrekking tot het op overeenstemming gerichte overleg zoals bedoeld in artikel I onder E resp. artikel II onder F van de Wet Regeling Schoolbegeleiding;
  • De desbetreffende gemeenten te informeren over eventuele knelpunten in de voorbereiding van het jaarprogramma;
  • Zijn begroting en jaarrekening binnen de looptijd van deze raamovereenkomst om te vormen tot een productbegroting en -jaarrekening, overeenkomstig de voorwaarden die de gemeenten gezamenlijk daaraan stellen. Aan het einde van het jaar 2000 is een eerste proeve van een productbegroting gereed;
  • Voor zijn wettelijke en bovenwettelijke activiteiten op voor de gemeente inzichtelijke wijze tarieven te calculeren en deze aan de gemeenten bekend te maken en toe te zenden;
  • Zijn administratie zodanig in te richten dat daaruit aan gemeenten gegevens kunnen worden verschaft ter beoordeling van de uitvoering van de activiteiten van schoolbegeleiding aan de scholen;
  • Systematisch onder andere ten behoeve van het jaarverslag, welke activiteiten, gekoppeld aan een urenbesteding, de schoolbegeleidingsdienst ten behoeve van de scholen heeft verricht, gespecificeerd naar de voornoemde gemeenten.

Artikel 5 Subsidieverlening

lid 1

De subsidieverlening wordt nader uitgewerkt in een beschikking tot subsidieverlening, die elke gemeente afzonderlijk voor één of meer jaren, doch ten hoogste de looptijd van de overeenkomst ten gunste van de schoolbegeleidingsdienst vóór 1 januari van de betreffende periode afgeeft.

lid 2
In de beschikkingen tot subsidieverlening zullen ten minst worden geregeld:

  • de activiteiten waarvoor één of meer jaren subsidie wordt toegekend met daarbij de opgave van het urenbudget voor de verschillende soorten en kwaliteiten schoolbegeleiding per gemeente en per schoolbestuur, gespecificeerd naar algemene schoolbegeleiding en schoolspecifieke begeleiding in het kader van het lokaal onderwijsbeleid;
  • het subsidiebedrag per activiteit of groep van activiteiten;
  • op welke wijze het toezicht op de levering van de schoolbegeleiding wordt geregeld;
  • op welke wijze de ervaringen van de scholen met de begeleidingsactiviteiten worden geregistreerd en de wijze waarop de gemeenten daarover worden geïnformeerd;
  • de subsidievaststelling;
  • de te verzekeren risico’s.

lid 3

De subsidie is minimaal gebaseerd op het aantal door de schoolbegeleidingsdienst te begeleiden leerlingen op 1 oktober 1996 in het basisonderwijs van elk van de gemeenten, vermenigvuldigd met het bedrag per leerling zoals bedoeld in artikel V, Titel A, artikel A2, derde lid van de Wet Regeling Schoolbegeleiding. In de bijlage bij deze overeenkomst wordt een overzicht gegeven van de gemeentelijke subsidies.

lid 4

De subsidie, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt in vier gelijke voorschottermijnen vastgesteld en afgerekend. Indien de begeleidingsactiviteiten waarvoor de bijdrage(n) is (zijn) verstrekt niet of in mindere mate in een gemeente zijn verricht en dit de schoolbegeleidingsdienst kan worden toegerekend, kan het desbetreffende gemeentebestuur besluiten de subsidie voor dat jaar lager vast te stellen.

Artikel 6 Begroting, jaarrekening en jaarverslag

lid 1

Vóór 1 april zendt de schoolbegeleidingsdienst zijn vastgestelde begroting voor het daaropvolgende kalenderjaar, vergezeld van een meerjarenbegroting met toelichting voor de komende vier jaren en van een ondernemingsplan over deze periode, alsmede de vastgestelde jaarrekening van het voorafgaande exploitatiejaar ter goedkeuring aan de gemeenten. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring van een registeraccountant en een jaarverslag van de activiteiten die in elk van de gemeenten zijn verricht. Tevens zorgt de schoolbegeleidingsdienst "Onderwijsadvies West Zuid-Holland" halverwege het begrotingsjaar een managementrapportage.

lid 2

De begroting gaat vergezeld van een per gemeente gespecificeerd overzicht van het begrote aantal begeleidingsuren.

artikel 7 Overleg

lid 1

  • Tenminste twee maal per jaar voeren de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst overleg met elkaar. De agenda voor dit "subsidiëntenoverleg" wordt opgesteld door de gemeenten.

lid 2

  • Naast dit overleg tussen de deelnemende gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst voert elke gemeente op basis van de per gemeente onderscheiden regelgeving overleg met de schoolbesturen in hun gemeenten.
  • Met de schoolbegeleidingsdienst zullen, indien gewenst, afspraken worden gemaakt over de wijze waarop hij bij de voorbereiding van het op overeenstemming gerichte overleg zal worden betrokken.

artikel 8 Toezicht

lid 1

  • De schoolbegeleidingsdienst is gehouden aan de gemeenten alle gevraagde inlichtingen te verstrekken over het verrichten van de activiteiten van schoolbegeleiding ten behoeve van de scholen in de desbetreffende gemeenten.

lid 2

  • De schoolbegeleidingsdienst stelt gemeenten in kennis van de inlichtingen die hij heeft verstrekt aan de inspectie, zoals bedoeld in artikel 1 onder E, punt 8 respectievelijk in artikel II onder F, punt 8 van de Wet Regeling Schoolbegeleiding.

lid 3

  • De gemeenten kunnen de kwaliteit en de doelmatigheid van de verrichte begeleidingsactiviteiten (doen) onderzoeken.

artikel 9 Evaluatie

lid 1

  • De gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst zullen de uitvoering en werking van deze raamovereenkomst evalueren.

lid 2

  • Van de resultaten van de evaluatie wordt in elke gemeente het op overeenstemming gerichte overleg in kennis gesteld.

artikel 10 Beëindiging of ontbinding van de overeenkomst

Deze overeenkomst wordt geacht te zijn ontbonden indien zich een van de navolgende situaties voordoet:

  • de gemeenten en de schoolbegeleidingsdienst daartoe gezamenlijk besluiten;
  • de gemeenten besluiten de raamovereenkomst te beëindigen;
  • de Wet Regeling Schoolbegeleiding wordt ingrijpend gewijzigd of expireert;
  • aan de schoolbegeleidingsdienst wordt surséance van betaling verleend;
  • van de schoolbegeleidingsdienst is het faillissement aangevraagd.

 

artikel 11 Overige bepalingen

lid 1

  • Wijzigingen en aanvullingen van deze raamovereenkomst kunnen slechts rechtsgeldig geschieden door een door alle partijen ondertekende schriftelijke aanvulling, die aan deze overeenkomst wordt gehecht en geacht wordt daarvan deel uit te maken.

lid 2

  • Het eerste jaar dat deze raamovereenkomst van kracht is, geldt als overgangsjaar voor de verplichtingen van de gemeenten, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2 onder d tot en met f van deze overeenkomst.

Aldus overeengekomen in zestienvoud te

 ..........................   d.d.....................................

Burgemeester van Berkel en Rodenrijs

Burgemeester van De Lier,

Burgemeester van Delft,

Burgemeester van ‘s-Gravenzande,

Burgemeester van Leidschendam,

Burgemeester van Maasland,

Burgemeester van Monster,

Burgemeester van Nootdorp,

Burgemeester van Naaldwijk,

Burgemeester van Pijnacker,

Burgemeester van Rijswijk,

Burgemeester van Schipluiden,

Burgemeester van Voorburg,

Burgemeester van Wateringen,

Burgemeester van Zoetermeer,

Voorzitter en secretaris van " Onderwijsadvies West Zuid-Holland",

terug naar boven