Bijlage 2 - Samenwerkingsovereenkomst | ||
Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten Berkel en Rodenrijs, De Lier, Delft, 's-Gravenzande, Leidschendam, Maasland, Monster, Nootdorp, Naaldwijk, Pijnacker, Rijswijk, Schipluiden, Voorburg, Wateringen en Zoetermeer inzake de instandhouding van de Onderwijsbegeleidingsdienst stichting "Onderwijsadvies West Zuid-Holland"
SAMENWERKINGSOVEREENKOMST De ondergetekenden: De gemeente Berkel en Rodenrijs, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, mevrouw M.E.B. de Goeij-Smulders, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente De Lier, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer H. A. Van der Meer, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Delft, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester mr. H.M.C.M. van Oorschot, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente 's-Gravenzande, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer mr. J.H. Ekkers, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Leidschendam, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester mevrouw W.H.J. Bloemendaal-Lindhout, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ....... 1999; De gemeente Maasland, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, mevrouw M.M. Kokxhoorn-Papenhove, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Monster, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer B.J. Bouwmeester, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Nootdorp, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester de heer H.J. Schartman, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Naaldwijk, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer mr. T.Elzenga, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Pijnacker, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer drs. J. De Prieëlle, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Rijswijk, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester de heer mr. P. Roscam Abbing, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Schipluiden, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, mevrouw J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Voorburg, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester de heer mr. M.A..P. Haersma Buma, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ........... 1999; De gemeente Wateringen, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer drs. W. Van den Bos, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ..... 1999; De gemeente Zoetermeer, te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester de heer dr. L. van Leeuwen, handelende ter uitvoering van het besluit van de gemeenteraad van ........... 1999; hierna te noemen: de gemeenten overwegende:
verklaren het volgende te zijn overeengekomen: artikel 1 Doel van de overeenkomst lid 1 Het doel van deze overeenkomst is het gezamenlijk instandhouden van de schoolbegeleidingsdienst stichting "Onderwijsadvies West Zuid-Holland", zoals bedoeld in artikel 179, lid 1, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108a, lid 2, van de Wet op de expertisecentra en artikel 280, lid 1van de Wet op het voortgezet onderwijs, teneinde schoolbegeleiding te doen geven aan scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en/of voortgezet speciaal onderwijs en speciaal voortgezet onderwijs in hun gemeenten. lid 2 De te verzorgen schoolbegeleiding is per gemeente afgestemd op de in elk van de scholen aanwezige behoefte aan schoolbegeleiding, op de prioriteiten die iedere gemeente in het kader van haar lokaal onderwijsbeleid heeft aangegeven, alsmede op het subsidiebudget dat iedere gemeente voor schoolbegeleiding jaarlijks ter beschikking stelt. artikel 2 Raamovereenkomst tussen gemeenten en schoolbegeleidingsdienst lid 1 De gemeenten voeren de wettelijke taak, op grond van de Wet Regeling Schoolbegeleiding, uit door gezamenlijk een raamovereenkomst voor bepaalde tijd aan te gaan met de stichting "Onderwijsadvies West Zuid-Holland, statutair gevestigd te Delft. lid 2 Doel, inhoud en voorwaarden voor de instandhouding van de Onderwijsbegeleidingsdienst stichting "Onderwijsadvies West Zuid-Holland" worden geregeld in de raamovereenkomst, zoals bedoeld in lid 1. artikel 3 Financiering schoolbegeleidingsdienst lid 1 De jaarlijkse gemeentelijke subsidie aan voornoemde schoolbegeleidingsdienst bestaat in ieder geval uit:
lid 2 Van de gemeentelijke subsidie aan voornoemde schoolbegeleidingsdienst zijn uitgezonderd de kosten van schoolbegeleiding die naar behoefte van het bevoegd gezag in een gemeente zal worden verzorgd door een of meer landelijke schoolbegeleidingsdienst(en) naar richting, conform de Wet Regeling Schoolbegeleiding.
lid 3 Een gemeentelijke subsidie kan worden verhoogd met een vergoeding van de kosten van werkzaamheden, die de schoolbegeleidingsdienst in enig jaar in opdracht van een gemeente verricht en die niet kunnen worden gerekend tot de wettelijke taken van de schoolbegeleidingsdienst en/of die de omvang van de gemeentelijke subsidie te boven gaan. artikel 4 Wijziging in de gemeentelijke subsidie aan de schoolbegeleidingdienst lid 1 Indien een gemeente voornemens is de grondslag van haar subsidie aan de schoolbegeleidingsdienst, zoals bedoeld in artikel 3 van deze overeenkomst, te wijzigen, stelt de betrokken gemeente uiterlijk 12 maanden voorafgaande aan het besluit tot wijziging, de andere gemeenten hiervan in kennis. Daarbij geeft zij tevens de financiële consequenties van de wijziging aan. lid 2 Indien een gemeente in enig jaar besluit haar subsidie, zoals bedoeld in artikel 3, lid1b, aan de schoolbegeleidingsdienst te verlagen of te beëindigen, zijn de hieruit voort vloeiende financiële en personele gevolgen voor de schoolbegeleidingsdienst voor rekening van de desbetreffende veroorzakende gemeente. artikel 5 Toezicht lid 1 De gemeenten oefenen gezamenlijk, op een in de raamovereenkomst aangegeven wijze, toezicht uit op de kwaliteit van de geboden schoolbegeleiding en op de uitvoering van de algemene voorwaarden die in de Wet Regeling Schoolbegeleiding worden gesteld aan een schoolbegeleidingsdienst. lid 2 Kosten die voortvloeien uit het gezamenlijk toezicht op de schoolbegeleidingsdienst, worden omgeslagen over de gemeenten op basis van het aantal leerlingen dat door de schoolbegeleidingsdienst per gemeente wordt begeleid. artikel 6 Overleg Tussen de gemeenten vindt periodiek bestuurlijk overleg plaats over het te voeren beleid jegens de stichting. Dit subsidiëntenoverleg komt tenminste twee maal per jaar bijeen.
artikel 7 Duur en evaluatie van de overeenkomst lid 1 Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de periode, ingaande op 1 oktober 1999 en eindigend op 31 december 2001. lid 2 Ten minste achttien maanden voor de expiratiedatum als bedoeld in lid 1 wordt door de gemeenten gezamenlijk gestart met de evaluatie van deze samenwerkingsovereenkomst en voeren zij gezamenlijk overleg over een verlenging van deze samenwerkingsovereenkomst met een periode van vier jaren en over de voorwaarden waaronder deze verlenging zal plaatsvinden. lid 3 Indien een gemeentebestuur voornemens is de samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de instandhouding van de schoolbegeleidingsdienst niet te verlengen, dient hij uiterlijk twaalf maanden vóór het aflopen van deze samenwerkingsovereenkomst de andere gemeentebesturen daarvan schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte te stellen. Van de in dit lid genoemde termijnen kan worden afgeweken, indien ter zake doende wet- en regelgeving nog niet is beschikbaar is.
datum, ............................. Burgemeester van Berkel en Rodenrijs, Burgemeester van De Lier, Burgemeester van Delft, Burgemeester van 's-Gravenzande Burgemeester van Leidschendam, Burgemeester van Maasland, Burgemeester van Monster, Burgemeester van Nootdorp, Burgemeester van Naaldwijk, Burgemeester van Pijnacker, Burgemeester van Rijswijk, Burgemeester van Schipluiden, Burgemeester van Voorburg, Burgemeester van Wateringen, Burgemeester van Zoetermeer, |
||
![]() |
![]() |