14 June 2001

Nota Volwasseneneducatie resultatenverslag en beleidsuitgangspunten 2000  (deel 1 uit 2)
 


naar agenda


Juli 1999.

INHOUDSOPGAVE
1. 1. INLEIDING
2. UITGANGSPUNTEN
3. FINANCIERING 1998
4.  BELEIDSMATIGE AANBEVELINGEN VOOR DE TOEKOMST
5. TOELICHTING BIJ DE OPBOUW VAN HET PROJECTVERSLAG
6. PROJECTVERSLAG
1. Centraal Informatiepunt Volwasseneneducatie
2. Project sociale activering t.b.v. vrijwilligers: cursus voorbereiding vrijwilligerswerk
3. Project sociale activering t.b.v. vrijwilligers: Ondersteuning/toeleiding vrijwilligers
4. Kennismaken met de computer
5. Activering jongeren ( StichtingTechnicom)
6.  Algemene beroepenoriëntatie
7. Vrouwen uit de bijstand (beroepenoriëntatie lang, 2x)
8. Assessment
9. Intensief Nederlands gericht op werk
10. Nederlands en oriëntatie op werk en scholing
11. Nederlands als moedertaal (NT1)
12. Alfabetisering autochtonen
13. Alfabetisering allochtonen
14. Elementair rekenen en rekenvaardigheden
15. Informatica
16. NT2 Inburgeringstrajecten
17. NT2 Laag
18. NT2 Hoog
19.  VAVO
20. Trainingen on the job, gericht op Melkertfuncties
21. Leerwerkbank
22. Starten van een eigen bedrijf in coöperatievorm
BIJLAGE1: LIJST MET AFKORTINGEN
BIJLAGE2: TOETSENOVERZICHT NT2-ONDERWIJS
BIJLAGE3: RENDEMENT ADDITIONELE PROJECTEN (SCHOLINGSPROJECTEN GERICHT OP DE DOELGROEPEN VANUIT HET GEMEENTEBELEID EN GEFINANCIERD VANUIT GELDEN ANDERS DAN DE RIJKSOVERHEID)
BIJLAGE4: FINANCIEEL OVERZICHT


1. INLEIDING

In dit evaluatieverslag wordt een verantwoording gegeven over het gerealiseerde scholingsbeleid op het terrein van de volwasseneneducatie. Enerzijds geeft het een overzicht van de resultaten van alle georganiseerde projecten in 1998 en anderzijds is het een evaluatie van de beleidsuitgangspunten gesteld in 1998.

Delft Kennisstad, met als thema werk en het aandachtsgebied maatschappelijke activering vormden de kaders waarbinnen educatie voor volwassenen in 1998 heeft plaats gevonden.

22 opleidingen zijn in 1998 ten behoeve van dit thema georganiseerd. Hier hebben 3922 mensen aan deelgenomen (Dit is inclusief het aantal klanten van het Centraal Informatie Punt). De resultaten per opleiding zijn terug te vinden in het projectverslag dat onderdeel vormt van dit resultatenverslag.

 

UITGANGSPUNTEN

EDUCATIE

Educatie vervult in relatie met de thema’s werk en maatschappelijke activering twee functies:

Professionele redzaamheid, burgers (weer) leren participeren in betaald werk

Sociale/maatschappelijke redzaamheid, burgers (weer) leren participeren in de samenleving.

De functiegerichte scholingsprojecten als de Leerwerkbank, trainingen on the job en het project ‘starten van een eigen bedrijf’ richten zich voornamelijk de professionele redzaamheid.

De activerings- en voortrajecten hebben betrekking op de tweede functie. De uitstroomresultaten in het projectverslag laten zien dat een groot deel van de cursisten het voortraject gebruikt als opstap naar vervolgeducatie.

 

WEB (WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS))

De kwalificatiestructuur Educatie (KSE 1 t/m 6) moet de doorstroom van educatie naar beroepsonderwijs verbeteren. Het uiteindelijke doel is, iedere volwassene met een startkwalificatie de arbeidsmarkt te laten betreden. De TRE-onderwijsgroep, met de afdeling TaalPlus Educatie biedt in Delft de educatie binnen de WEB aan. Zij zal de kwalificatiestructuur vanaf augustus 1999 gefaseerd invoeren en zich daarbij in eerste instantie richten op de kwalificaties 2 t/m 4.(zie figuur 1). Binnen deze drie kwalificaties bevinden zich namelijk de meeste cursisten.

Alle opleidingen genoemd onder ‘Voortrajecten Educatie’ in het projectverslag zijn uitgevoerd in het kader van de WEB. Op basis van privaatrechtelijke contracten kent de Gemeente de jaarlijkse rijksbijdrage educatie toe aan de TRE-onderwijsgroep.

In raam- en productovereenkomsten worden afspraken vastgelegd op het gebied van:

doelgroepen,

financiën,

educatieve activiteiten,

landelijk erkende toetsen en examens,

cursistenvolgsystemen en

administratieve verwerking.

De raamovereenkomst is in 1998 afgesloten voor de periode van vier jaar (januari 2002). De raamovereenkomst is een gezamenlijke overeenkomst tussen de gemeente Delft, Nootdorp, Pijnacker en de TRE-Onderwijsgroep. Vanaf augustus 1999 wordt er gewerkt met een nieuwe bekostigingssystematiek, via het model kostprijsberekening. (* ontwikkeld door Spectra maart 1998). In een jaarlijks vast te stellen uurtarief zijn alle kosten doorberekend. In de productovereenkomsten die iedere gemeente apart afsluit, worden eveneens de jaarlijks te leveren producten genoemd. De productovereenkomst van de gemeente Delft is gebaseerd op het educatieplan dat ieder jaar wordt vastgesteld in de commissie Werk, Zorg en Onderwijs.

 

WIW (WET INSCHAKELING WERKZOEKENDEN)

De WIW is per 1 januari 1998 ingevoerd. Beoogd wordt gemeenten in staat te stellen door een betere afstemming en meer beleidsvrijheid te komen tot een integrale aanpak, waardoor meer (langdurig) werkzoekenden de arbeidsmarkt kunnen betreden. Met het oog hierop zijn de diverse financieringsstromen voor gemeenten onder één noemer gebracht, die van het gemeentelijk Werkfonds. Uit dit Werkfonds worden de WIW dienstbetrekkingen en activiteiten in het kader van scholing en activering gefinancierd. Voeding van het Werkfonds is onder meer afkomstig uit de overheveling van het Fonds Sociale Vernieuwing. Binnen dit fonds bestond echter een ruimere gemeentelijke beleidsvrijheid met betrekking tot de inzet van de middelen dan binnen de WIW. Als gevolg van de bestemming die bij de invoering van het Werkfonds van rijkswege is gehanteerd, is een groter aandeel van het werkfonds geoormerkt ten behoeve van de financiering van de dienstbetrekkingen WIW. Hierdoor is het budget met betrekking tot de derde geldstroom van de WIW (het scholings- en activeringsbudget) verlaagd.

Deze derde geldstroom kent de volgende drie uitgaven:

het aan of ten behoeve van een persoon die tot de doelgroep van de WIW behoort verstrekken van subsidie;

dienstverlening inkopen ten behoeve van een persoon die tot de doelgroep behoort.

sinds juni 1998 zijn de fondsen vanuit de wet REA eraan toegevoegd.

Onder deze derde noemer zijn activiteiten ingekocht, het gaat hierbij om sociale activeringsprojecten ten behoeve van personen die tot de doelgroep van de WIW behoren. Voorbeelden van deze projecten zijn: Sociale activeringscursussen waaronder de cursus ‘voorbereiding vrijwilligerswerk, kennismaken met de computer, activeringstraject jongeren en de beroepenoriëntatiecursussen. Daarnaast hebben enkele burgers vanuit de fase 4 deelgenomen aan het pilotproject assessment.

 

ARBEIDSVOORZIENING

In 1998 heeft arbeidsvoorziening scholing alleen ingezet als onderdeel van een bemiddelingsplan voor werkloze werkzoekenden die zijn ingedeeld in fase 2 of 3. Scholingen die in het verleden werden ondergebracht in de Programmering Additionele Scholing (PAS) zijn in 1998 op basis van de geplande bemiddelingstrajecten ingekocht. Dit heeft als consequentie dat arbeidsvoorziening af wil van de huidige instituutsfinanciering en net als binnen de WIW gaat werken met persoonsgebonden budgetten. Voor Intensief Nederlands gericht op werk ging het om dertig opleidingsplaatsen en voor de Leerwerkbank om vijftig plaatsen in de 1e fase en tachtig opleidingsplaatsen in de 2e fase. Vanaf 2000 moet dit volledig ingevoerd zijn.

 

DOELGROEPBEPALING

De financiële middelen zijn niet toereikend om in alle scholingsbehoeften te voorzien en kennen daarnaast ook voorwaarden waaraan deelnemers dienen te voldoen om voor educatie in aanmerking te komen. Het scholingsaanbod heeft zich in 1998 gericht op de volgende doelgroepen:

uitkeringsgerechtigden

langdurig werklozen

jongeren (< 23 jaar, met een ABW of vergelijkbare uitkering dan wel ingeschreven bij het arbeidsbureau)

nieuwkomers

allochtonen

werknemers met een WIW dienstbetrekking.

Uit de stand van zaken arbeidsmarktinformatie regio Haaglanden van juni 1998 wordt duidelijk dat 61% van de werkzoekenden in de gemeente Delft niet beschikt over een startkwalificatie.

De tabellen 1 en 2 geven een overzicht van het totaal aantal geregistreerde werklozen in Delft. Daaruit blijkt dat bij 57,5% een meer of minder grote afstand tot de arbeidsmarkt is te constateren, waarbij 33,4% een uitkering van de Sociale Dienst heeft.

Tabel 1: Totaal aantal werkloos werkzoekenden in Delft onderverdeeld naar leeftijd, geslacht en fase

LEEF-

TIJD

MAN

VROUW

TOTALEN

 

fase 1

fase 2

fase 3

fase 4

fase 1

fase 2

fase 3

fase 4

 

15 - 24

170

21

77

99

173

10

69

90

709

25 - 39

642

72

319

427

565

54

267

397

2743

40 - e.o

442

51

207

439

405

66

164

408

2182

Totalen

1254

144

603

965

1143

130

500

895

5634

(Bron: bestand PGI Arbeidsvoorziening 31-07-98)

 

Tabel 2: Totaal aantal werkloos werkzoekenden met een uitkering van de Sociale Dienst, onderverdeeld naar leeftijd, geslacht en fasering.

LEEF-

TIJD

MAN

VROUW

TOTALEN

 

fase 1

fase 2

fase 3

fase 4

fase 1

fase 2

fase 3

fase 4

 

15 - 24

50

6

34

46

36

4

30

46

252

25 - 39

186

33

238

294

122

23

160

220

1276

40 - e.o

56

10

128

252

80

25

103

232

886

Totalen

292

49

400

592

238

52

293

498

2414

(Bron: bestand PGI Arbeidsvoorziening 31-07-98)

Vanuit de educatie wordt steeds meer aandacht besteed aan de fase 4-groep. Deze doelgroep kenmerkt zich door een meervoudige problematiek gepaard gaande met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het hoge verzuim bij de diverse projecten kan een relatie hebben met de toename van deze doelgroep aan de verschillende scholingen.

 

In het schema in afbeelding 1 wordt aangegeven op welke manier de kwalificatiestructuur is ontwikkeld.

Het blok ‘Educatie’ valt in principe in zijn geheel onder de verantwoordelijkheid van de Gemeente. In de activiteiten van de afdeling volwasseneneducatie ligt de nadruk op de eerste vier lagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Afbeelding 1: Overzicht kwalificatiestructuur

FINANCIERING 1998

De scholingen van 1998 zijn bekostigd uit de volgende middelen:

  • rijksgelden van het Ministerie van OC&W voor de bekostiging van de voortrajecten educatie;
  • geoormerkte gelden van het Ministerie van VWS voor de bekostiging van begeleiding nieuwkomers;
  • WIW gelden, ondergebracht in het gemeentelijk werkfonds
  • bijdragen uit de onderwijsbegroting;
  • subsidies van het RBA: ESF (Europees Sociaal Fonds)
  • RBA-bijdrage in de vorm van inkoopgelden.

In maart 1998 heeft de Gemeente de subsidies met betrekking tot de ESF toegezegd gekregen.

Afbeelding 2: Overzicht financiering.

De totale kosten zijn uitgekomen op ƒ 6.910.000,- Deze kosten zijn als volgt gedekt:

  • ƒ 1.008.000,- subsidie ESF
  • ƒ    362.000,- inkoopgelden RBA
  • ƒ 4.623.000,- bijdrage vanuit ministerie OC&W/VWS
  • ƒ    767.000,- bijdrage WIW
  • ƒ    150.000,- diversen, waaronder het OBP
  •                    
    Binnen het totale scholingsaanbod zijn de kosten als volgt onder te verdelen:
  • ƒ    289.000,- activeringstrajecten
  • ƒ    693.000,- voortrajecten
  • ƒ 4.825.000,- voortrajecten educatie
  • ƒ 1.103.000,- functiegerichte scholingen.


Een gedetailleerd overzicht is te vinden in Bijlage 4 van dit verslag.

FINANCIERING PER CURSIST

In het projectverslag zijn de kosten per deelnemer en de uurprijs opgenomen. De gemiddelde uurprijs ligt rond de ƒ 19,70.Bij sommige projecten ligt de uurprijs aanzienlijk lager en bij andere weer aanzienlijk hoger. De volgende verklaringen voor deze grote prijsverschillen zijn te geven:

  • het werkelijk aantal cursisten per groep;
  • noodzaak tot investeren in kostbaar lesmateriaal (bijvoorbeeld machines);
  • bestaande afspraken met landelijke of koepelorganisaties met betrekking tot de cursusprijs;
  • gesubsidieerde instellingen versus niet-gesubsidieerde instellingen.

Voor de voortrajecten (educatie) is bij de kostprijsberekening per cursist nog uitgegaan van het t/m 1997 gehanteerde berekeningssysteem, DTE voor het VAVO en DCU voor de basiseducatie.

De DCU uurprijs is ƒ 21,66 per uur per cursist en de DTE prijs is vastgesteld op ƒ 2500,- voor 40 weken, 10 uur per week.

Voor de projecten die niet onder de reguliere educatie vallen zijn de kosten per deelnemer opgenomen. Voor de projecten voortrajecten (educatie) gelden de hierboven genoemde prijzen. 

 

BELEIDSMATIGE AANBEVELINGEN VOOR DE TOEKOMST

 

UITGANGSPUNTEN EDUCATIEPLAN 1998

De scholingsprojecten maken deel uit van een (bemiddelings)traject en zijn bedoeld voor mensen met een te lage vooropleiding die nog geen betaald werk hebben. Scholing is een instrument om de weg naar de arbeidsmarkt te verkleinen, door alsnog een startkwalificatie te behalen. Minimaal 80% van de deelnemers moet uitstromen naar werk en/of een kwalificerende opleiding.

De Gemeente sluit over het te realiseren scholingsaanbod contracten af met de scholingsinstellingen in de regio.

Gezien het feit dat het gemeentebestuur het tot haar verantwoordelijkheid rekent om mensen die geen betaalde arbeid vinden en ook niet met additioneel werk geholpen kunnen worden, actief betrokken te houden bij de samenleving, voorziet het Educatieplan 1998 in aanbod van scholing naar vrijwilligerswerk en maatschappelijke participatie.

Het scholingsaanbod van de Gemeente en Arbeidsvoorziening moeten zo goed mogelijk op elkaar afgestemd zijn, zodat doorlopende leerroutes gerealiseerd kunnen worden.

Het Centraal Informatiepunt (Cip) gaat een meer centrale rol spelen in de doorverwijzing van cursisten.

Op grond van de resultaten van een in 1996 gehouden onderzoek zal in 1998 gestart worden met een pilot assessment.

Het Educatieplan richt zich met name op cliënten in fase 3/4. De projecten die onder ‘activering’ vallen, richten zich uitsluitend op cliënten in fase 4. Het deelnemerspotentieel bestaat uit ongeveer 3000 mensen.

AANBEVELINGEN VOOR 1999 EN VERDER

Aanbevelingen met betrekking tot het algemene beleid:

  • In 1999 zullen taalstages voor 30 cursisten met niveau 1½ à 2 worden gerealiseerd mits een ESF-aanvraag hiervoor gehonoreerd wordt.
  • Met betrekking tot de klanttevredenheid zullen er in 1999 uitgangspunten geformuleerd moeten worden op basis waarvan deze gemeten kan worden.
  • Het VAVO richt zich op die vakken die noodzakelijk zijn ter voorbereiding op beroepsonderwijs en die onderdeel uitmaken van te ontwikkelen doorlopende trajecten.TaalPlus Educatie gaat met ingang van augustus 1999 in samenwerking met twee afdelingen van het beroepsonderwijs starten met twee pilotgroepen ‘doorlopende beroepstrajecten’ te weten:
    1. NT2/economie en handel
    2. NT2/dienstverlenend en gezondheidsonderwijs, verzorgende beroepen.
  • Meer aandacht besteden aan doorstroming van cursisten vanuit de trajectbegeleiding van de school naar de trajectbegeleiding van Buro Werkplan. Onderzocht wordt of en op welke wijze een onderzoek opgezet kan worden naar de mogelijkheden van een op elkaar afgestemd cursistenvolgsysteem, daarbij rekening houdend met de mogelijkheid tot het eventueel inschakelen van het KIS-project. Deze aanbeveling is nog niet gerealiseerd.
  • Het toekomstplan voor het Cip wordt in 1999 gepresenteerd.
  • In 1996 en ‘97 is landelijk gewerkt aan het opstellen van een model ‘Kostprijsberekening en Tariefstelling educatie’. De ontwikkeling van dit model (maart 1998) heeft in een aantal gemeenten en regio’s plaatsgevonden in afstemming en samenwerking met de betreffende ROC’s. De gemeente Delft en de TRE-onderwijsgroep hebben hier ook aan meegewerkt.

In 1999 zal een start gemaakt worden met de gefaseerde toepassing van dit model in de praktijk.

  • Een knelpunt voor deelnemers aan educatieve projecten kan zijn een goede en flexibele kinderopvangregeling. In 1999 wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om tot een oplossing te komen.
  • Meer aandacht besteden aan het hoge verzuim- en uitvalpercentage binnen de additionele scholingsprogramma’s en de educatietrajecten NT2 -hoog en NT2-laag. Een verklaring voor dit hoge verzuim kan zijn dat deelnemers aan deze projecten in toenemende mate problematische kenmerken vertonen. (fase 4, vluchtelingenproblematiek). Aanbevelingen ter verbetering van dit percentage zijn: Strakke trajectbegeleiding; duidelijke trajectregie tussen de diverse instellingen als BIND, Buro Werkplan, DMZ en de scholen; sluitend cursistenvolgsysteem en individuele contractafspraken met de cursisten.

Aanbevelingen met betrekking tot de projecten:

  • Activering: In het kader van het gemeentelijk sociale activeringsbeleid zijn in het Educatieplan 1998 vijf projecten opgenomen ten behoeve van vrijwilligerswerk en maatschappelijke participatie. In mei 1998 is het Project Uitstroom Verbetering van start gegaan om het fase-4 bestand van de gemeente Delft nader te onderzoeken. In 1999 zal het aantal activeringsmogelijkheden voor deze groep binnen de educatie toenemen.
  • Voortrajecten: Uit het evaluatieverslag Assessment in Delft: een stap vooruit! is gebleken dat het product assessment een duidelijke plaats gekregen heeft binnen het scholingsaanbod. Voor de fase-4 cliënten is assessment ook goed inzetbaar. Naast dit instrument zullen ook trajecten als beroepenoriëntatie blijven bestaan.
  • Voortrajecten educatie: Sinds de invoering van de WEB is er sprake van een intensieve relatie tussen Gemeente en scholingsinstellingen waarbij onderhandeld wordt over de inhoud van het aanbod. Deze relatie zal in 1999 verder vorm krijgen. Het huidige aanbod van de ‘voortrajecten educatie’ zal enkele wijzigingen ondergaan. Zie ook de conclusies, aanbevelingen in het projectplan.
  • Functiegerichte scholing: Een beperkt deel van het aanbod in het educatieplan bestaat uit functiegerichte trainingen. Dit sluit aan op de afspraak dat Arbeidsvoorziening in principe zorg draagt voor de beroepskwalificerende scholing en dat de Gemeente zich met name richt op oriënterende en schakelende trajecten. Dit beleid wordt ook voor de komende jaren gehandhaafd. De duale scholing, in de vorm van trainingen on the job heeft veel belangstellenden getrokken. In 1999 zullen deze trainingen opnieuw in het educatieplan opgenomen worden. Daarnaast wordt onderzocht op welke wijze educatie kan worden ingezet op de werkplek binnen een bedrijf. Een probleem vormt echter de financiering. Aangezien het werkenden in gesubsidieerde banen betreft, zowel ID-banen als WIW-banen, gelden de ESF-voorwaarden voor deze groep niet en is WIW financiering ook niet zonder meer mogelijk. Mogelijkerwijs bieden O & O-fondsen (opleidings- en ontwikkelingsfondsen) een oplossing voor deze financieringsproblematiek.

 

TOELICHTING BIJ DE OPBOUW VAN HET PROJECTVERSLAG

 

INDELING

Evenals in het educatieplan 1997 en 1998 is het projectverslag opgebouwd volgens een inhoudelijke indeling. Het totale aanbod is onderverdeeld in:

  • activering
  • voortrajecten
  • voortrajecten educatie
  • functiegerichte scholing.

 

PROJECTEVALUATIES

Per project of traject zijn telkens dezelfde punten geëvalueerd. Deze worden hieronder nader toegelicht:

[kenmerk]

In zo mogelijk één zin wordt aangegeven wat er karakteristiek is aan dit project, of het een nieuwe activiteit is, of wat er eventueel vernieuwd is in het aanbod.

[algemene beschrijving]

In dit gedeelte wordt beschreven welke activiteiten er uitgevoerd worden, voor welke doelgroep en met welk doel.

[uitgangspunten]

Het beoogd effect zoals dat aangegeven staat in het educatieplan voor 1998 wordt hier beschreven: waar streeft men naar, welke resultaten wil men behalen.

[kengetallen]

De harde gegevens van het project worden hier op een rij gezet. Achtereenvolgens

wordt informatie gegeven over de volgende elementen:

  • aantal deelnemers: het gaat hier om het werkelijk aantal deelnemers;
  • periode: de maanden waarin het project heeft plaatsgevonden;
  • kosten per deelnemer: het werkelijk aantal deelnemers is gedeeld op het

toegekende subsidiebedrag; aangegeven is steeds hoeveel contacturen hiervoor gemaakt zijn;

  • uitvoerende instantie: de instelling die het project uitgevoerd heeft.

[resultaten]

De uitstroomgegevens worden zoveel mogelijk in cijfers uitgedrukt. Daarnaast wordt beschreven welke neveneffecten hebben plaatsgevonden (bijvoorbeeld interne doorstroming) of oorzaken c.q. verklaringen voor bepaalde uitstroomgegevens. Het verzuimpercentage is bij de voortrajecten educatie nauwkeurig geregistreerd volgens contractuele afspraak.

[conclusies en aanbevelingen]

Op grond van de resultaten worden conclusies en aanbevelingen voor eventueel vervolg beschreven.

 

Bijlagen

Ter informatie zijn drie bijlagen toegevoegd. Deze verwijzen niet rechtstreeks naar de tekst.

 

PROJECTVERSLAG

ACTIVERING

Centraal Informatiepunt Volwasseneneducatie

FCL 482.010

[kenmerk]

Het CIP is een laagdrempelige voorziening waar volwassenen een persoonlijk advies over de scholingsmogeljkheden binnen de volwasseneneducatie kunnen krijgen.

[algemene beschrijving]

Voor zowel allochtone als autochtone inwoners vanaf 18 jaar uit de regio’s Delft, Westland en Oostland geven de medewerkers van het CIP informatie en advies over scholingsmogelijkheden vanaf basiseducatie tot scholing op het niveau van post-wetenschappelijk onderwijs. Deze informatie is als volgt onder te verdelen:

  • informatie over de door de gemeente Delft georganiseerde scholingsprojecten
  • aanmelding van cliënten die een NT2-traject willen gaan volgen bij de scholingsinstelling
  • informatie over de door arbeidsvoorziening georganiseerde scholingsmogelijkheden
  • informatie over scholingsmogelijkheden binnen het VAVO, MBO, HBO en WO onderwijs zowel regionaal als landelijk.
  • informatie over niet-reguliere opleidingen.

Naast deze activiteit biedt het CIP een goede toegankelijkheid tot de Internationale Diploma Waardering (IDW).

[uitgangspunten]

Cliënten een zodanig advies geven, dat hen helpt bij de keuze tot een opleiding al dan niet gericht op werk.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 2117

Uitvoering: 1026 individuele adviesgesprekken

1091 informatieve gesprekken (telefonisch/balie)

135 Internationale Diplomawaarderingen

Periode: 1 januari 1998 - 31 december 1998

Uitvoerende instantie: Centraal Informatie Punt

[resultaten]

Ten opzichte van 1997 is het aantal deelnemers toegenomen met 2%.

54% is na het individuele adviesgesprek doorverwezen naar een scholingsmogelijkheid binnen de volwasseneneducatie in de regio Haaglanden.

45% is doorverwezen naar andere mogelijkheden zoals bijvoorbeeld particuliere instellingen of instellingen buiten de regio.

[conclusies/aanbevelingen]

  • Het aantal bezoekers groeit nog steeds in vergelijking met voorgaande jaren, uit een beknopte enquête door het CIP zelf georganiseerd bleek dat de cliënten zeer tevreden zijn over de met name snelle en gratis dienstverlening.
  • De rol van het CIP met betrekking tot de doorverwijzing naar scholingstrajecten genoemd in het Scholingsplan van de Gemeente is stabiel gebleven t.o.v. 1997.
  • In 1999 wordt het toekomstplan voor het CIP gepresenteerd.


ACTIVERING

Project sociale activering t.b.v. vrijwilligers: cursus voorbereiding vrijwilligerswerk

FCL 482.114

[kenmerk]

Een middel voor langdurig werkzoekenden die zich in fase 4 bevinden om zich te oriënteren op de mogelijkheden in vrijwilligerswerk.

[algemene beschrijving]

Voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt worden activiteiten ontplooid om te voorkomen dat zij (verder) in een maatschappelijk isolement raken.

In dit kader bestaat de behoefte aan scholing teneinde mensen voor te bereiden op beschikbaarheid voor vrijwilligerswerk. Het gaat daarbij om verduidelijking van capaciteiten en wensen bij een cliënt en ondersteuning bij het kiezen van de juiste plek.

[uitgangspunten]

Aanbieden van een laagdrempelige voorziening die aandacht besteed aan:

  • acceptatie van de status van ‘onbemiddelbaar’, waardoor bereidheid tot verandering van de situatie kan ontstaan;
  • inzicht in de behoeften en mogelijkheden van de cliënt.
  • informatie vacatures vrijwilligerswerk maar ook aan maatschappelijke onderwerpen als voorlichting over kortingsregelingen, bijzondere bijstand, en het maken van persoonlijke keuzes.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 11

Uitvoering: een ochtend per week gedurende 10 weken.

Periode: 24 maart - 7 juli 1998

Kosten per deelnemer: f 410,- voor 40 contacturen: ƒ 10,25 per uur

Uitvoerende instantie: STAP Vrijwilligersschool Rotterdam

[resultaten]

Uitstroomgegevens:

op zoek naar vrijwilligerswerk/actief in vrijwilligerswerk: 3

naar vervolgcursus: 1

voorgedragen bij Dienstenwinkel 1

wegens gezondheid nog niet actief: 2

onduidelijk: 1

voortijdige uitstroom 4

De waardering die de deelnemers aan de cursus hebben gegeven is goed. Met name de herkenning bij anderen die in dezelfde positie zitten, is zeer belangrijk geweest voor alle cursisten. Het merendeel van de cursisten nam sinds lange tijd weer deel aan een groepsproces waarin ‘sociaal functioneren’ een voorwaarde is. Op basis van de cursus van 1997 is er in 1998 een module ’basisvaardigheden met de computer’ aangekoppeld. Om het groepsproces te verstevigen was deze cursus alleen opengesteld voor deelnemers aan de oriëntatiecursus. Vanwege medische problemen bij de een en onvoldoende taalbeheersing bij de ander bleef er slechts een kleine groep over.

Tien bijeenkomsten alleen gericht op vrijwilligerswerk bleek te veel te zijn, in een vervolgcursus zal hier rekening mee gehouden worden.

 

[conclusies en aanbevelingen]

Gezien de resultaten verdient het aanbeveling deze cursus te continueren in 1999 met de volgende aanpassingen:

  • Een tweedeling aanbrengen in het cursusmodel, zodat er een voortraject ontstaat van 5 bijeenkomsten waarin naast de kennismaking met elkaar aandacht besteed wordt aan de regelingen bij de Sociale dienst, informatie over vrijwilligerswerk, informatie over activiteiten en cursussen, informatie over hulpverlening en zorg. Daaropvolgend kan de oriëntatiecursus vrijwilligerswerk worden verzorgd IN eveneens in 5 bijeenkomsten.
  • oriëntatie op de computer loskoppelen van het voortraject en de oriëntatiecursus op vrijwilligerswerk;
  • Het in 1997 genoemde idee deelnemers vanuit deze cursus een ‘kweekvijver’ te laten vormen voor vacatures loslaten. De deelnemers die kiezen voor vrijwilligerswerk kunnen veelal direct geplaatst worden.
  • De cursus wordt nu nog verzorgd door een Rotterdamse instelling, in 1999 als product overnemen door een scholingsinstelling in Delft.
  • Het heeft de voorkeur met 12 mensen te starten, vanwege de tussentijdse uitstroom dreigt het groepsproces anders verloren te gaan.

ACTIVERING

Project sociale activering t.b.v. vrijwilligers: Ondersteuning/toeleiding vrijwilligers

FCL 482.114

[kenmerk]

Voor maatwerk in de ondersteuning van vrijwilligers is de Stichting ArbeidsRehabilitatie ingeschakeld. StAR biedt ondersteuning aan mensen die specifieke begeleiding nodig hebben bij het vinden van een zinvolle dagbesteding.

[algemene beschrijving]

De doelgroep voor dit traject bestaat uit mensen met een bijstandsuitkering (fase 4). StAR biedt een pakket activiteiten aan met daarin verschillende onderdelen die samen het traject vormen voor een goede ondersteuning en toeleiding naar een vrijwilligersplek of eventueel een betaalde baan. De onderdelen zijn: assessment, een cursus oriëntatie op dagbesteding en vrijwilligerswerk, training van basis werkvaardigheden en specifieke ondersteuning en begeleiding.

[uitgangspunten]

Met deze training krijgt de cliënt de mogelijkheid aspecten van het eigen functioneren op een werkplek te oefenen en uit te bouwen. Met de cliënt wordt gezocht naar een goede dagbestedingsplek of een mogelijke toeleiding naar betaalde arbeid: een plaats die goed past bij de persoon.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 5

Uitvoering: 4 dagdelen per week gedurende 25 weken

Periode: januari - december 1998

Kosten per deelnemer: f 2.800,- voor 400 contacturen: ƒ 7,- per uur

Uitvoerende instantie: StAR, Delft.

[resultaten]

De cliënten hebben allen een assessment doorlopen met een duidelijke vraagstelling. Op grond van de resultaten zijn per persoon begeleidingsactiviteiten opgesteld. De vorm van deze activiteiten varieerde van gesprekken tot cursussen of werkervaring.

Uitstroomgegevens:

vervolgopleiding 1

aangemeld WIW traject 2

Melkertbaan 1

Verhuisd 1

[conclusies en aanbevelingen]

  • De directe aanpak van StAR blijkt effectief te zijn. De cursisten zijn tevreden, leren door deze aanpak hun eigen situatie beter te relativeren en daar actief in te handelen.
  • Voor een aantal mensen blijkt deze voorziening op redelijk korte termijn effectief, voor een aantal kan ook de conclusie getrokken worden dat de problematiek (randpsychiatrisch) dusdanig groot is dat zij wel op hun plek zitten bij STAR maar terugkeer naar betaald werk (nog) niet haalbaar is. (blijvers)
  • Voor sociale activeringscliënten aparte vrijwilligerstrajecten opzetten, met extra aandacht voor begeleiding.

 

ACTIVERING

Kennismaken met de computer

FCL 482.104

[kenmerk]

Een activiteit gekoppeld aan de voorbereidingscursus voor vrijwilligerswerk. Een middel voor langdurig werkzoekenden om zich te oriënteren op de mogelijkheden van eenvoudig computergebruik.

[algemene beschrijving]

Voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt deze cursus aangeboden. Kennis en inzicht kan aangebracht en/of vergroot worden ten aanzien van het werken met een computer. Naast algemene kennis gaat het ook om het aanleren van vaardigheden ten aanzien van tekstverwerken met Word.

[uitgangspunten]

Aanbieden van een laagdrempelige voorziening die aandacht besteed aan:

  • het introduceren van computergebruik bij een groep werkzoekenden die zich in een achterstandssituatie bevindt op het terrein van ontwikkelingen binnen de automatisering en communicatiemiddelen.
  • door het te koppelen aan de voorbereidingscursus vrijwilligerswerk, meer continuïteit en structuur in de weekindeling bieden.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 6 (1998) + 11 (1998/1999)

Uitvoering: 10 dagdelen van 2½ uur (1998), 16 dagdelen van 1½ (1998/1999)

Periode: 30 mei - 1 juli 1998 en 18 november 1998 - 2 februari 1999

Kosten per deelnemer: ƒ 916,- voor 25 contacturen: ƒ 36,65 per uur (1998)

ƒ 522,- voor 24 contacturen: ƒ 21,80 per uur (1998/1999)

Uitvoerende instantie: TRE-contractgroep, Delft

 

[resultaten]

Bij de eerste bijeenkomst waren de cursisten afwachtend maar na een keer vonden zij het leuk en ook niet eng meer. De prioriteit lag voornamelijk op het vertrouwd raken met de computer en veel van de gebruikte termen leren hanteren. Dit is bij iedereen in meer of mindere mate gelukt. Wel is gebleken dat voor sommige cursisten de kennis van het Nederlands onvoldoende is om de geboden lesstof goed te begrijpen. Daarnaast is typevaardigheid geen vereiste maar wel handig. Tijdens de tweede cursus is de mogelijkheid geboden om individueel gebruik te maken van het practicum van de TaalPlus-educatie ruimte op de Röntgenweg. Ook is op deze locatie een kennismaking met Internet aangeboden.

Uitstroomgegevens: 1998 1998/1999

betaald werk 1

op zoek naar vrijwilligerswerk/

actief in vrijwilligerswerk 3 1

gesubsidieerd werk 1 1

voorgedragen seniorenproject 1

naar vervolgcursus 1

wegens gezondheid nog niet actief 1 1

onbekend 3

tussentijdse uitval 3

 

[conclusies en aanbevelingen]

  • De cursus niet meer koppelen aan de oriëntatiecursus vrijwilligerswerk, geen directe relatie bij de cursisten (1998)
  • Cursisten in de gelegenheid stellen met het geleerde verder te oefenen. Deze cursussen hebben plaatsgevonden in het gebouw aan de Slauerhofflaan. Een mogelijk om zelfstandig te oefenen is aanwezig in het Open Leercentrum aan de Röntgenweg. Deze aanbeveling is in de tweede cursus inmiddels gerealiseerd.
  • In de tweede cursus heeft er een uitval plaatsgevonden vooral aan het begin van de cursus. Extra begeleiding in dit stadium vanuit de consulent van Buro Werkplan lijkt noodzakelijk.
  • Overwogen is om tegemoet te komen aan de behoefte te oefenen voor diegenen die thuis geen computer hebben. Vanuit de TRE-contract was het idee geopperd een strippenkaart aan te bieden voor de locatie Röntgenweg. Het merendeel van de deelnemers reageerde hier afwijzend op. Zij hebben meer behoefte aan een buurthuisachtige situatie.
  • Tijdens een volgende cursus een bezoek brengen aan het buurthuis Brasserskade, waar een internetaansluiting aanwezig is.

 

ACTIVERING

Activering jongeren ( StichtingTechnicom)

FCL 482.104

[kenmerk]

Een intensief traject voor jongeren in meervoudige achterstandsituaties, die een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Centraal in het programma staat het enthousiasmeren van de doelgroep, gericht op het verkleinen of wegwerken van de afstand tot de arbeidsmarkt.

[algemene beschrijving]

Voor de uitvoering van dit programma is Stichting Technicom ingeschakeld.

Het programma bestaat uit verschillende onderdelen: sociale en communicatieve vaardigheden, praktijkwerkzaamheden (straatwerk, plantsoenen en schilderwerk, plus een veiligheidscursus), oriëntatie op werk en/of een vervolgopleiding. Tevens worden er stormbaanachtige activiteiten georganiseerd (Nijmegen), waarbij de thema’s samenwerking, conflicthantering en doorzetten centraal staan.

Het traject neemt 6 maanden in beslag.

[uitgangspunten]

Aanleren van vaardigheden die nodig zijn voor het functioneren op het werk of een stageplaats. Tevens wordt de jongeren de mogelijkheid geboden zich te oriënteren op de arbeidsmarkt door middel van excursies.

Alle activiteiten zijn gericht op het activeren van het oplossend en doorzettingsvermogen van de doelgroep.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 11, waarvan 7 met regelmaat

Uitvoering: 4 dagen per week gedurende 6 maanden

Periode: 6 juli 1998 - december 1998

Kosten per deelnemer: ƒ 9.979,- voor ± 640 contacturen: ƒ 15,60 per uur

Uitvoerende instantie: Stichting Technicom, i.s.m. Bureau Werkplan

[resultaten]

Vier jongeren hebben een WIW-baan. Twee jongeren zijn geplaatst in het JOS-project. Een loopt stage in de bouw, met uitzicht op een baan. Een kiest voor de militaire dienst als Beroeps Bepaalde Tijd. Van de overige drie is er één regelmatig in contact met justitie, wordt er een geplaatst in een gesloten vakinternaat en is de laatste gaan zwerven.

 

[conclusies en aanbevelingen]

  • De ‘rode draad’ in het programma bestond uit het ‘opknappen’ van het schoolplein achter de leerwerkbank. Het doel was om de jongeren bezig te laten zijn met fysieke arbeid om hen inzicht te laten krijgen in onderdelen die nodig zijn om op een adequate wijze te kunnen functioneren in een werksituatie. Dit onderdeel kon niet optimaal gerealiseerd worden vanwege het betrekkelijk geringe aantal deelnemers en vanwege de ontoereikende conditie van de jongeren om grote inspanningen te leveren.
  • Het intensieve begeleidingstraject is een effectief instrument om deze doelgroep voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Deze jongeren zijn niet geholpen met één gesprek per week. Een vaste contactpersoon bij Buro Werkplan of JOS is van wezenlijk belang.
  • Het is een arbeidsintensief project voor een doelgroep die zeer moeilijk bij de les te houden blijkt. Om de scholingsgelden efficiënter in te zetten heeft het de voorkeur dit programma voor 1999 in te bedden in het scholingsaanbod van de Leerwerkbank, daarbij rekening houdend met de specifieke kenmerken van deze groep jongeren.


VOORTRAJECTEN

Algemene beroepenoriëntatie

FCL 482.109

[kenmerk]

Oriëntatie op beroepsmogelijkheden voor Delftse werkzoekenden die nog geen duidelijk beroepsbeeld hebben en de weg naar de arbeidsmarkt niet goed kennen.

[algemene beschrijving]

Via een methodisch programma worden de cursisten begeleid in het ontwikkelen van inzicht in hun persoonlijke mogelijkheden en in de (on)mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Ze ontwikkelen een eigen stappenplan, waarmee zij beter in staat zullen zijn om hun eigen keuzes te maken. Na afloop van de cursus kan men tot de conclusie komen dat een schakelende of beroepskwalificerende opleiding noodzakelijk is om de beroepskeuze te realiseren.

[uitgangspunten]

De deelnemers hebben bij de start van het programma geen duidelijk c.q. realistisch beroepsbeeld en kennen onvoldoende de mogelijkheden en belemmeringen op de arbeidsmarkt. Na afloop van de cursus kunnen de deelnemers hun individuele capaciteiten en wensen vertalen naar hun reële mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Zij hebben een stappenplan gemaakt waarmee zij de gewenste arbeidsmarktpositie kunnen bereiken, hebben vaardigheden geleerd met betrekking tot communicatie op de werkvloer en hebben zich diverse sollicitatie-vaardigheden eigen gemaakt.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 9 (7 vrouwen, 2 mannen)

Uitvoering: twee ochtenden per week van 3,5 uur gedurende 10 weken

Periode: week 16 - week 27 1998

Kosten per deelnemer: f 3238,- voor 73,5 contacturen: ƒ 44,05 per uur

Uitvoerende instantie: Trainings- en Adviescentrum (TAC)

[resultaten]

Uitstroomgegevens:

gerichte keuze gemaakt voor scholing: 4

waarvan begonnen aan een beroepsopleiding: 3

waarvan nog bezig met aanvraag: 1

gerichte keuze gemaakt voor werk: 3

waarvan al werk gevonden: 2

waarvan actief bezig met solliciteren 1

tussentijds gestopt met de opleiding: 2

De diversiteit in de groep (mannen en vrouwen, allochtonen en autochtonen, verschillende culturen) wordt als zeer positief beoordeeld. Belangrijke en goed gewaardeerde onderdelen van de cursus waren: het Nederlandse onderwijssysteem (m.n. voor allochtone cursisten interessant), de excursies naar verschillende scholingsinstellingen en het onderdeel solliciteren.
 

[conclusies en aanbevelingen]

De belangrijkste aanbevelingen van de vorige cursus waren: meer tijd inruimen voor het onderdeel solliciteren, het inkorten van het onderdeel bedrijfscultuur en het uitbreiden van de excursies binnen Delftse bedrijven.

  • Het onderdeel solliciteren is verdubbeld naar zes bijeenkomsten. In de extra bijeenkomsten is vooral aandacht besteed aan sollicitatiebrieven en het oefenen van sollicitatiegesprekken.
  • het aantal excursies is uitgebreid, twee Delftse bedrijven in de distributie van etenswaren zijn bezocht. Bij een bedrijf werden cursisten verzocht te solliciteren, het koude klimaat weerhield deze groep daarvan.
  • De contacten met de trajectbemiddeling zijn geïntensiveerd. Vier cursisten die bij aanvang van de cursus nog geen trajectbemiddelaar hadden, hebben deze na afloop van de cursus wel verkregen.


VOORTRAJECTEN

Vrouwen uit de bijstand (beroepenoriëntatie lang, 2x)

FCL 482.109

[kenmerk]

Vrouwen met een nABW-uitkering moeten zich oriënteren op het toetreden tot de arbeidsmarkt. Voor vrouwen met weinig opleiding is een speciaal traject ontwikkeld, waarbij aangesloten wordt op het niveau van de cursist.

[algemene beschrijving]

Deze oriëntatiecursus richt zich speciaal op een bredere aanpak. De vrouwen krijgen les in taal en rekenen, in kennismaken met de computer, in arbeidsmarktoriëntatie en in sociale vaardigheden. Daarnaast is het verduidelijken en bijstellen van hun beroepsbeeld een belangrijk onderdeel.

Er zullen tevens excursies naar bedrijven of opleidingsinstituten plaatsvinden, aansluitend bij het niveau van de cursisten en de actualiteit op de arbeidsmarkt.

[uitgangspunten]

De cursisten verkrijgen door middel van dit programma een realistisch beroepsbeeld. Dit houdt onder andere in dat zij hun individuele capaciteiten en wensen kunnen vertalen naar reële mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Zij hebben na afloop van de cursus inzicht in de belemmeringen die ze kunnen tegenkomen en in de stappen die zij moeten zetten om de gewenste arbeidsmarktpositie te verkrijgen.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 12 (1997/1998) + 14 (1998)

Uitvoering: 60 bijeenkomsten van 2½ uur. Per week 3 bijeenkomsten.

Periode: 1 oktober 1997 - 22 maart 1998 en 25 mei 1998 - 7 december 1998

Kosten per deelnemer: ƒ 4448,- voor 150 contacturen: ƒ 29,65 per uur (1997/1998)

ƒ 4197,- voor 150 contacturen: ƒ 28,- per uur (1998)

Uitvoerende instantie: Trainings- en AdviesCentrum (TAC) en TaalPlus Educatie

[resultaten]

Uitstroomgegevens: 1997/1998 1998

oriënteert zich verder: 1

volgt opleiding:

plannen voor opleiding: 2 3

bezig met solliciteren: 2 3

plannen eigen bedrijf:

werk gevonden: 1 5

gestopt tijdens cursus: 6 3

De cursisten zijn tevreden over de cursus. ‘Ik begon aan de cursus met het idee: wat kan ik nou? Op mijn 14e moest ik gaan werken. Niemand heeft ooit gezegd: ga eens een cursus doen.

‘Ik vond de kinderopvang een goede excursie. Je ziet waar je kinderen gerecht komen als je gaat werken’.

‘Door de informatie van Buro Werkplan en de Sociale Dienst heb ik nu inzicht hoe procedures werken.

De persoonlijke problematiek van de cursisten was dusdanig dat het uitvalpercentage tijdens de eerste cursus vrij groot was. Aan het einde van de cursus was het door de kleine groep niet mogelijk om een rollenspel te spelen of in kleine groepen te werken. Dat heeft het leereffect enigszins verminderd.

De deelnemers die de cursus hebben afgemaakt, hebben meer zelfvertrouwen gekregen en willen stappen zetten richting werk.

[conclusies en aanbevelingen]

Bij de intakes is moeilijk in te schatten of de vrouwen de eindstreep zullen halen.

  • Een uitgebreidere intake mogelijk maken, indien nodig in combinatie met een arbeidsmedische keuring.
  • De Sociale Dienst zou een actievere rol kunnen spelen in het wervingsproces. In 1999 vindt de werving plaats vanuit het project uitstroomverbetering, met een daarvoor speciaal benoemde ‘casemanager’.
  • Een goede en snel te regelen kinderopvang is voor een aantal vrouwen erg belangrijk en noodzakelijk. Het TAC heeft hiervoor twee regelingen op een rij gezet, die mogelijk zouden zijn. Dit zijn:
  • - afspreken met een kinderdagverblijf dat kinderen van cursisten daar terecht kunnen tijdens
  • cursustijden;

- een vrouw die opvang nodig heeft kan per week of maand haar oppaskosten vergoed krijgen
bij het TAC, die deze kosten bij de DMZ declareert.

Het is voor de deelneemsters van belang dat de kinderopvang snel kan worden geregeld.

  • Begeleiding na de cursus dient snel opgepakt te worden om het wegzakken van zelfvertrouwen en motivatie te voorkomen. Hiervoor is een nauwe samenwerking met de Sociale Dienst van groot belang. Een vaste contactpersoon vanuit de Sociale Dienst verdient sterke aanbeveling.

 

VOORTRAJECTEN

Assessment

FCL 482.113

[kenmerk]

Een intensieve methode om bij langdurig werkzoekenden binnen twee tot vier weken vast te kunnen stellen waar hun kwaliteiten liggen voor het goed functioneren in opleiding of beroep.

[algemene beschrijving]

In 1998 is een pilotproject assessment georganiseerd. Voor de algemene beschrijving zie evaluatieverslag Bureau Salto november 1998.

 

[uitgangspunten]

In de eerste periode 48 cliënten ‘assessen’. In de tweede periode 40. Waarbij na afloop van de cursus de cursisten in het bezit zijn van een stappenplan naar betaald werk.

[kengetallen]

Aantal deelnemers: 87

Uitvoering: 1e fase 5 dagdelen per week gedurende 2 weken

2e fase 7 dagdelen

Periode: januari 1998 - november 1998

Kosten per deelnemer: f 3.218,- voor 68 contacturen: ƒ 47,32 per uur

Uitvoerende instantie: Trainings- en AdviesCentrum (TAC) + Leerwerkbank Delft

[resultaten]

Voor de resultaten zie eveneens het evaluatieverslag Bureau Salto november 1998.

Tijdens het schrijven van dit evaluatieverslag hebben in 1999 al 6 mensen deelgenomen aan assessment vanuit de fase 4 doelgroep. De resultaten worden in de eerste helft van 1999 bekend en meegenomen in de evaluatie van het project sociale activering.

 

VOORTRAJECTEN

Intensief Nederlands gericht op werk

FCL 482 102

[kenmerk]

Een intensief scholingstraject dat uitstroom naar een vervolgopleiding en/of werk binnen een relatief korte tijd mogelijk maakt.

[algemene beschrijving]

Dit traject is bestemd voor anderstalige werkzoekenden of nieuwkomers die een inburgeringscontract hebben afgesloten met de Gemeente. Het programma bestaat uit Nederlands als tweede taal, sociale vaardigheden, beroepenoriëntatie en arbeidsoriëntatie.

Om te kunnen deelnemen is tenminste NT2-niveau 2 vereist. Het hoogst haalbare is uitstroom op NT2-niveau 5 en deelname aan het landelijk erkende staatsexamen NT2-II. Per 3 maanden kan een hoger NT2-niveau worden behaald.

Er is een apart programma voor mensen met een (tijdelijk) langzamer leertempo. In het kader van beroepenoriëntatie wordt samengewerkt met het assessmentcentrum, de leerwerkbank en arbeidsvoorziening.

[uitgangspunten]

70% uitstroom naar een hoger NT2-niveau, vervolgopleiding en/of werk.

[kengetallen}

Aantal deelnemers: 186

Uitvoering: 30 uur per week met flexibele in- en uitstroom

Periode: kalenderjaar 1998

Kosten per deelnemer: ƒ 3113,- voor 600 contacturen (gemiddeld): ƒ 5,19 per uur

Uitvoerende instantie: TRE-contractgroep

[resultaten]

Totaal aantal cursisten in 1998: 199

gegevens onbekend: 7

Uitstroom in 1998: 119

waarvan naar werk: 19

waarvan naar een andere opleiding: 69

vroegtijdige uitstroom, diverse redenen: 24

Gemiddelde opleidingstijd in 1998:

Totaal gemiddelde doorloop: 2,6 maanden

3 maanden of minder, geen niveauverandering: 20,8 %

6 maanden of meer, geen niveauverandering: 25,7 %

(totaal 46,5 %)

3 maanden of minder, minimaal één niveau hoger: 26,2 %

6 maanden of meer, minimaal één niveau hoger: 10.7%

(totaal 36,9 %)

In december zijn 31 cursisten ingestroomd (16,6%), over deze groep zijn nog geen gemiddelden te geven.

De meeste cursisten (51%) sluiten de training af met een schoolcertificaat. 19,3% neemt deel aan het examenprogramma I, 16,6% aan examentraining II.

Aantal personen nog in opleiding: 80

[conclusies en aanbevelingen]

  • De samenwerking met arbeidsvoorziening/Werkplan t.a.v. terugkoppeling gegevens over uitgestroomde cursisten is verbeterd. Er is hierover een driemaandelijks overleg.
  • De spreekvaardigheid is in het afgelopen jaar verbeterd:
    -  in het rooster zijn aparte uren opgenomen voor de spreekvaardigheid.
    -  alle docenten zijn bijgeschoold in "spreekvaardigheidstraining
    -  omdat individuele cursisten in grote groepen te weinig gelegenheid hebben om
       spreekvaardigheid te oefenen, worden cursisten doorverwezen naar de conversatiegroepen
       van de vrijwilligerscentrale.
  • De mogelijkheid deel te nemen aan een assessmentprogramma blijkt een goede aanvulling te zijn op het onderdeel beroepenoriëntatie. In 1999 wordt de samenwerking voor deze groep gecontinueerd.
  • De plaatsing van cursisten in examentraining I of examentraining II is verbeterd door de selectie voor deze trainingen pas later in het traject te laten plaatsvinden. Tevens is het aantal lesuren per training gelijk getrokken.
  • 18 cliënten van het project uitstroomverbetering zijn cursist bij ‘’Intensief Nederlands gericht op werk’. De trajectbegeleider van deze groep neemt ook deel aan het cursistenoverleg.
  • In de loop van 1999 zal gewerkt worden met een nieuw programma voor de lessen NT2. Gefaseerd zullen niveaugroepen overstappen op de interactieve methode ‘Nieuwe Buren’.
  • Het aantal uur Nederlands zal voor de hoger opgeleiden synchroon gaan lopen met NT2 Hoog. Dit om de continuïteit voor de cursist tussen de opleidingen te waarborgen.

terug naar boven