Nota Verificatieplan - (D99 26 99) | ||
Geacht college, 1. Inleiding Bijgaand bieden wij u een gewijzigde versie aan van het Verificatieplan. In dit plan (art. 118 Abw) wordt vastgesteld op welk moment en welke informatie cliënten moeten overleggen aan de Dienst Maatschappelijke Zorg om het recht op een uitkering vast te stellen. Het verificatieplan wordt als bijlage 1 meegezonden met deze nota. Per 1-7-1999 eindigt het verbetertraject, zoals dit met het ministerie van SZW is overeengekomen. Op dat moment eindigt ook het gedogen van tekortkomingen in de uitvoering. In het verbetertraject is gebleken dat het huidige Verificatieplan op een aantal punten voor verbetering vatbaar is. Daarom wordt het verificatieplan op een aantal punten aangepast. 2. De wijzigingen ten opzichte van het huidige plan. De wijzigingen zijn te onderscheiden in 4 categorieën
Deze spreken voor zich.
Deze hebben bijvoorbeeld betrekking op wijzigingen in wet en regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn dat artikel 68 lid 4 Abw is vervangen door artikel 4:5 Awb en dat t.a.v. de zelfstandigen de WAZ is genoemd in plaats van de AAW. 3. Procedurele wijzigingen. Deze hebben met name betrekking op de onderdelen ten aanzien van het inleveren van stukken. De relevante passages in het verificatieplan zijn nu opgenomen conform de vastgestelde procedures. 4. Inhoudelijke wijzigingen. Deze hebben betrekking op de bank- en giroafschriften en het onderdeel beëindigingsonderzoeken. Ten aanzien van de bank- en giroafschriften is een nieuwe wijze van verificatie opgenomen. Het doel hiervan is zowel voor de belanghebbende als de organisatie de wijze van verificatie op de meest eenvoudige wijze plaats te laten vinden. De aan te leveren afschriften zijn zodanig bepaald dat het voor de belanghebbende doorgaans eenvoudiger is deze te overleggen. In de huidige situatie dient een afschrift van 6 maanden terug te worden overgelegd. Regelmatig moeten deze door de aanvrager opgevraagd worden bij de bank, hetgeen tijd en soms geld kost. Nieuw is dat maximaal de laatste 5 opeenvolgende afschriften overlegd moeten worden. In de uitvoeringspraktijk blijkt dat vrijwel iedereen in staat is deze direct aan te leveren. Hiermee wordt dan ook bereikt dat het proces van afhandeling van een aanvraag meer efficiënt plaats kan vinden. Ten aanzien van het opbergen van kopieën in het dossier is in de uitvoeringspraktijk gebleken dat niet volstaan kan worden met alleen de eerste en de laatste. Veelal zijn de tussenliggende afschriften noodzakelijk als apart bewijsstuk, bijvoorbeeld voor de huurbetaling. Met bovenstaande menen wij dat zowel voor de klant als voor de organisatie een eenvoudige en toch voldoende wijze van verificatie is ontstaan. Wat betreft de beëindigingsonderzoeken is besloten de belanghebbende niet meer te verzoeken bijvoorbeeld het arbeidscontract te overleggen. Feitelijk is geconstateerd dat de ingangsdatum van het arbeidscontract in vrijwel 100% van de gevallen correct is gebleken. Voorts is in tweede instantie een controle (achteraf) mogelijk via bijvoorbeeld de zogenoemde belastingsignalen. Vanuit het uitgangspunt dat niet meer moet worden gevraagd dan noodzakelijk is, is besloten de verificatie van gegevens bij beëindiging te minimaliseren. Reactie Samenwerkingsverband Sociale Zekerheid Delft (SSZD) Het verificatieplan is naar het Samenwerkingsverband gezonden met het verzoek te reageren. Het SSZD heeft een schriftelijke reactie gestuurd, welke als bijlage 2 met deze nota wordt meegezonden. De opmerkingen van het SSZD hebben ertoe geleid dat het concept-verificatieplan op een aantal punten is aangepast. Naar aanleiding van de opmerkingen van het SSZD is :
De overige door het SSZD genoemde punten hebben niet geleid tot verdere aanpassing van het plan. Redenen hiervoor zijn dat de voorgestelde wijzigingen of aanvullingen:
Het verificatieplan is van groot belang voor de rechtszekerheid van de cliënt en voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van de wet. Wij vragen u dan ook om:
|
||
![]() |
![]() |