E L F D E V E R G A D E R I N G
op donderdag 24 november 2005 om 20.00 uur in het stadhuis.
Overzicht van de verhandelde punten.
Stuknr.
223. Opening en mededelingen
224. Herdenking van de heer R.M. Gallas
225. Notulen
226. Van anderen ingekomen stukken
227. Voorstel tot vaststelling van de 81e
wijziging van de gemeente-
begroting voor het dienstjaar 2005 inzake GEM Poptahof 173
228. Voorstel tot vaststelling van de verordening voor het verlenen
van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV 153
229. Voorstel tot aanwijzing beschermd stadsgezicht Agnetapark
en Nieuwe Plantage 177
230. Voorstel inzake de energiebesparing gemeentelijke organisatie 180
231. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Bomenverordening
Delft 1998 166
232. Voorstel inzake WFIA (West Holland Foreign Investment Agency) 162
233. Voorstel tot instemming met de concept-begroting van de GGD
Zuid-Holland West 179
234. Voorstel tot vaststelling van de 2e beheersrapporate 2005 167
235. Voorstel tot vaststelling van de 8e Algemene Raads Begrotings-
wijziging 2005 168
236. Voorstel tot vaststelling van de inspraak- en participatieverordening
gemeente Delft 155
237. Voorstel tot gedeeltelijke herziening van het raadsbesluit, stuk 160
d.d. 3 november 2005, inzake de ontheffingverlening / benoeming in
diverse commissies en besturen 181
238. Voorstel tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaar-
schriften gemeente Delft 178
239. Voorstel inzake toepassing Delftse Industriewarmte (TDI) – 2e fase,
deelname in het Warmtebedrijf 174
240. a. Voorstel inzake parkeertarieven 2006 170
b. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de bijlage behorende
bij de parkeerverordening gemeente Delft 2003 en de Verordening
Parkeerbelastingen gemeente Delft 172
241. Voorstel inzake besteding ecologiereserve 169
242. Voorstel tot vaststelling van de gemeentelijke belastingverordeningen 175
243. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Algemene Plaatse-
lijke verordening 171
244. Voorstel inzake Tegemoetkoming Woonlasten Kamerverhuurders
(TWK) 2005 176
245. Sluiting
Voorzitter:
de heer mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.
Aanwezig zijn: de
heren Aközbek, Blinker, mevrouw Bolten, de heren Bot, Van Breukelen, Van den
Doel, Van Doeveren, Eduard, Engels, Gabeler, mevrouw Geursen, mevrouw Van der
Hoek, mevrouw Jähnichen, mevrouw M.D.Th.M. de Jong, de heer J.Ph. de Jong,
mevrouw Junius, de heer Kiela, mevrouw Koning, de heren De Koning, Kroon, Van
Leeuwen, mevrouw Lourens, mevrouw Manggaprow, de heren Meuleman, Otto, De Prez,
Van Putten, Riphagen, mevrouw Steffen, de heer Stoelinga, mevrouw Stolker, de
heren Taebi, Tas, Van Tongeren, mevrouw Welle Donker en mevrouw Zweekhorst.
Raadsgriffier:
mevrouw Y. van Delft
223.
De VOORZITTER: Ik open de vergadering. Eventuele hoofdelijke stemmingen
beginnen vandaag bij nr. 1, de heer Van den Doel. Bericht van verhindering is
ontvangen van de heer De Wit. Vanavond zijn uitgereikt de bespreekagenda, de
definitieve hamerstukkenlijst en de definitieve lijst ingekomen stukken. Ik
wijs met name op de memo van wethouder Grashoff over het erratum voorstel
Besteding Ecologiereserve en op de nadere informatie over de voorstellen voor
de belastingverordeningen.
Ik
benoem tot leden van het stembureau de heer Van Doeveren (voorzitter), mevrouw
Geursen, de heer Tas en de heer Van Putten. Als zij tijdens hun werkzaamheden
aan het debat moeten deelnemen, is voor het stembureau voorzien in vervanging.
224.
Herdenking van de heer R.M. Gallas
De
VOORZITTER: Ik verzoek u, te gaan staan.
Enkele
dagen geleden kreeg ik het bericht dat de heer mr. Robert Marie Gallas,
oud-burgemeester van Delft, op de leeftijd van 82 jaar is overleden. De heer
Gallas begon zijn loopbaan in 1948 bij de provincie Zuid-Holland op de afdeling
Kabinetszaken. In 1962 werd hij burgemeester van Leiderdorp en in 1968 van
Alphen aan den Rijn. Hij werd op 18 mei 1979 in een buitengewone
raadsvergadering geïnstalleerd als burgemeester van Delft. Op 10 mei 1985 legde
hij zijn ambt als burgemeester neer.
Zijn
eerste raadsvergadering, met op de agenda de meerjarenbegroting en het
investeringsplan, begon hij met de woorden: “De agenda van deze extra
raadsvergadering biedt aan uw nieuwe voorzitter een goede gelegenheid om
direct, op korte termijn, van een groot aantal zaken in de gemeente kennis te
nemen”. Bespreking van dit agendapunt vergde bijna zeven uur vergadertijd.
Tijdens de felle discussies tussen de fracties moet hij de gedachte hebben
gehad, meer in een dualistisch dan in een monistisch bestuurde stad te zijn
beland. Delft was er dus vroeg bij.
In
de daarop volgende raadsvergadering was het onderwerp stadsvernieuwing in het
Westerkwartier geagendeerd. Hij richtte zich toen op de zijn zo bekende manier,
charmant, concreet en overtuigend, tot de aanwezigen in de raadszaal. Terwijl
de raad zich afvroeg hoe hij de avond zonder kleerscheuren moest doorkomen, zei
hij dat het college er verheugd over was dat er die avond zoveel
belangstellenden waren gekomen om de discussie over deze uitermate belangrijke
problematiek aan te horen. Hij vervolgde uiterst indringend dat hij de tribune
zou laten ontruimen als de aanwezigen tekenen van goed- of afkeuring zouden
laten horen.
Vele
onderwerpen zijn in zijn zesjarig burgemeesterschap behandeld: voetbalvelden in
Kerkpolder, privatisering van de zwembaden, binnenstedelijk bouwen en
onderwijsbeleidsnota. Een van de terugkerende politieke hoogtepunten was de
naamgeving van Delftse straten en stegen. Menig raadslid veerde daarbij
overeind van spanning en “legde zelfs zijn of haar breiwerkje opzij”, melden
mijn informanten.
Hij
heeft veel aandacht besteed aan politie en brandweer, zowel aan de huisvesting
en de uitrustingen als aan de organisatie en het optreden, de
intergemeentelijke samenwerking. Daarbij had ook het persoonlijke wel en wee
van politie- en brandweermensen zijn grote belangstelling. Verder was hij
attent voor het ambtenarenkorps en de personen met wie hij te maken had.
Samen
met zijn vrouw heeft hij Delft goed vertegenwoordigd. Hij bezocht Den Haag,
Amsterdam, Israël, Engeland, Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk,
telkens als ambassadeur van Delft. Bij zijn ambt hoorde ook het verwelkomen van
eerstejaarsstudenten, het openen van de Antiekbeurs en het verwelkomen van
Sinterklaas en prins carnaval. Hij heeft veel energie gestoken in de diverse
herdenkingen: in 1982 de 350ste geboortedag van Antonie van Leeuwen,
in 1983 de herdenking van Hugo de Groot en in 1984 de 250ste
sterfdag van de dichter Poot en de herdenking van Willem van Oranje. Onder zijn
leiding werd de restauratie van het stadhuis afgerond.
De
heer Gallas heeft zijn ambt op een zeer persoonlijke, menselijke manier
ingevuld. Hij was integer, zeker geen heerser in zijn bestuursstijl, maar een
rustige en kalme bestuurder: zorgvuldig en stijlvol. Bij zijn afscheid ontving
hij uit handen van de Commissaris van de Koningin een koninklijke
onderscheiding; hij werd Ridder in de orde van Oranje Nassau. Van de gemeente
Delft kreeg hij de erepenning in goud.
Bij
zijn installatie sprak hij de woorden: “De mens ziet dingen eindigen die hij
niet heeft zien beginnen. Hij ziet andere beginnen die hij niet zal zien
eindigen.” Wij herdenken hem in dankbaarheid voor hetgeen hij voor onze stad
heeft betekend. Hij ruste in vrede.
De
raad neemt enige ogenblikken stilte in acht.
225.
Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 27 oktober, 1 november 2005 en
3 november 2005 (buitengewoon en regulier).
De
Handelingen worden ongewijzigd vastgesteld.
226.
Vaststelling van de wijze van afdoening van ingekomen stukken.
|
NR. |
DATUM |
AFZENDER |
ONDERWERP |
AFDOENINGS- VOORSTEL |
|
117 |
20-10-05 |
Haring Vastgoed B.V. |
Bezwaar tegen Ontwerp Bestemmingsplan Spoorzone |
In handen stellen van de Bezwaarcommissie |
|
118 |
01-11-05 |
Provincie Zuid-Holland |
Jaarrekening 2004 |
In handen stellen van het college van B&W, met
afschrift aan de Rekeningencommissie |
|
119 |
02-11-05 |
Belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartier |
Terief bezoekerskaart en bewonersvergunning Schil C |
Betrekken bij behandeling in de raad |
|
120 |
28-10-05 |
Gemeente Bergen |
Verzoek adhesiebetuiging motie lokale inbedding politie |
In handen stellen van het presidium i.o.m. commissie
M&B |
|
121 |
9-11-05 |
Gemeente Helden |
Motie collectieve ziektekostenverzekering |
In handen stellen van het presidium i.o.m. commissie WZO |
|
122 |
14-11-05 |
Librijn Openbaar Onderwijs |
Aanbieding begroting 2006 Begroting in leesmap |
In handen stellen van B&W ter afdoening. |
|
123 |
14-11-05 |
Belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartie |
Bezwaar tegen verhoging parkeertarieven |
Betrekken bij raads-behandeling nota parkeertarieven 2006 |
|
124 |
16-11-05 |
Rijksdienst voor de Monumentenzorg |
Aanwijzingsvoorstel beschermd gezicht TU-wijk Tekeningen en toelichtingen in de leesmap |
Betrekken bij behandeling in de raad |
|
125 |
15-11-05 |
Nauta Dutilh |
Zienswijze terzake aanwijzing van een perceel met
voorkeursrecht |
In handen stellen van de Bezwaarcommissie |
|
126 |
10-11-05 |
Grotius College |
Jaarrekening 2004 |
In handen stellen van B&W ter afdoening. |
Overeenkomstig
de voorstellen van burgemeester en wethouders besloten.
Vaststelling
hamerstukkenagenda
227.
Voorstel tot vaststelling van de 81e wijziging van de gemeentebegroting
voor het dienstjaar 2005 inzake GEM Poptahof.
(Stuk 173 – 631949).
228.
Voorstel tot vaststelling van de verordening voor het verlenen van ontheffingen
ingevolge artikel 87 RVV.
(Stuk 153 – 617742).
229.
Voorstel tot aanwijzing beschermd stadsgezicht Agnetapark en Nieuwe Plantage.
(Stuk 177 – 629537).
230.
Voorstel inzake de energiebesparing gemeentelijke organisatie.
(Stuk 180 – 671357)
231.
Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Bomenverordening Delft 1998.
(Stuk 166 – 630661).
232.
Voorstel inzake WFIA (West Holland Foreign Investment Agency).
(Stuk 162 – 622310)
233.
Voorstel tot instemming met de concept-begroting van de GGD Zuid-Holland West.
(Stuk 179 – 628280).
234.
Voorstel tot vaststelling van de 2e beheersrapporate 2005.
(Stuk 167 – 631903).
235.
Voorstel tot vaststelling van de 8e Algemene Raads
Begrotingswijziging 2005.
(Stuk 168 – 630771).
236.
Voorstel tot vaststelling van de inspraak- en participatieverordening gemeente
Delft.
(Stuk 155 – 615150).
237.
Voorstel tot gedeeltelijke herziening van het raadsbesluit, stuk 160 d.d. 3
november 2005, inzake de ontheffingverlening / benoeming in diverse commissies
en besturen.
(Stuk 181)
Deze
voorstellen worden achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke
stemming aangenomen.
238.
Voorstel tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaarschriften
gemeente Delft
(Stuk 178 – 633167)
De VOORZITTER: De stembiljetten worden nu uitgedeeld.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. Ik ben benoemd in het stembureau maar ik ben ook woordvoerder bij de behandeling van een van de eerste agendapunten.
De VOORZITTER: Mevrouw Welle Donker vervangt u in het stembureau.
De
behandeling van dit voorstel wordt geschorst.
239.
Voorstel inzake toepassing Delftse Indrustriewarmte (TDI – 2e fase,
deelname in het Warmtebedrijf
(Stuk 174 – 633065)
Mevrouw
DE JONG (CDA): Voorzitter. Wij zijn in de commissie akkoord gegaan met het
voorstel van het college, maar wij dienen nog een motie in waarin wij verzoeken
om aan het Warmtebedrijf Rotterdam opdracht te geven om te onderzoeken aan de
hand van de kosten-batenanalyse wat de randvoorwaarden zijn waaronder de oude
wijken kunnen worden aangesloten en dat te presenteren bij de volgende
onderzoeksfase. Wij hebben begrepen dat het Warmtebedrijf bezig is met een
dergelijk onderzoek in Rotterdam en dat het weinig moeite kost om Delft daarin
mee te nemen. Wij dienen de motie samen met de fractie van GroenLinks in.
De
VOORZITTER: Door de fracties van het CDA en GroenLinks wordt de volgende motie
(M-1) ingediend:
“De
gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,
van
mening dat het eerder dan gepland aansluiten van wijken met oude woningen op
het warmtenet tot een grotere CO2-reductie in Delft kan leiden dan het beperken
van deze voorzieningen tot (ver)nieuwbouwwijken;
verzoekt
het college, het Warmtebedrijf Rotterdam i.o. opdracht te geven om aan de hand
van een kosten-batenanalyse de randvoorwaarden, waaronder deze wijken kunnen
worden aangesloten, te onderzoeken en te presenteren voor de volgende
besluitvormingsfase,
en
gaat over tot de orde van de dag.”
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik sluit mij volledig aan bij de woorden van
mevrouw De Jong.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. In de commissie hebben wij duidelijk
laten blijken dat wij tegen dit voorstel zijn. Ik zal uitleggen waarom. In 2003
hebben wij het Klimaatplan behandeld; uitvoering daarvan kost de gemeente Delft
ongeveer 3,5 mln. Wij hebben bij de behandeling daarvan gezegd dat Delft niet
moet proberen om haantje de voorste te zijn. Heel wat voornemens in het
Klimaatplan gaan wel die richting op.
Met
het voorliggende voorstel slaan wij een heel nieuwe richting in. De warmte
wordt gehaald bij twee bedrijven: DSM Gist en later uit de
afvalwateringzuiveringinstallatie. Onlangs hebben wij in de commissie
geconstateerd dat het waarschijnlijk is dat DSM Gist binnenkort water gaat
afvoeren naar de zee. Het gebruiken van die warmte zal dan niet meer toepasbaar
zijn. Het onderzoek is echter gebaseerd op gebruikmaking van warm water van DSM
Gist. Als dat wegvalt, zal er geen basis meer zijn.
Verder
worden wij geconfronteerd met een uitgave van ongeveer 15 mln., waarvan de
gemeente Delft 12 mln. betaalt. Wij vinden dat niet meer van deze tijd. Het
moet geheel geprivatiseerd worden of geheel in eigen handen worden gehouden.
De
heer KROON: Spreekt u namens de heer Stoelinga of meneer Stol?
De
heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter, roept u de heer Kroon tot de orde.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik ben even van mijn à propos door die onzinnige opmerking. Ik heb gekeken hoe een
en ander tot stand is gekomen. Uit de situatie bij stadsverwarming, Valhorst en
Zoetermeer blijkt dat de consument 200 euro per jaar duurder uit is dan normaal.
Ik
heb nu drie redenen genoemd waarom ik zeg: stop ermee en ga niet verder met
onderzoek om te zien of wij eraan mee moeten doen. Stadsverwarming is een zaak
van een particulier bedrijf. De gemeente moet er niet aan meedoen om iets te
willen bereiken. DSM Gist voert water met een temperatuur van ongeveer 55° af
en een afvalwaterzuiveringbedrijf voert water af met een temperatuur van
slechts 11°. Als DSM Gist wegvalt, is de basis van het plan weg. Ik vraag de
wethouder of mijn argumentatie klopt.
De
heer VAN LEEUWEN (VVD): Voorzitter. In de commissie kon dit project op brede
steun rekenen. De VVD-fractie stemt in met deelname in het regionale
warmtebedrijf. Zij houdt het college wel aan het “niet meer dan
anders”-principe: de kosten voor de warmte, inclusief warm water, mogen niet
hoger zijn dan de kosten via traditionele aansluiting. De kosten voor de burger
mogen niet stijgen.
De
heer RIPHAGEN (STIP): Voorzitter. Delft is een stad met ambities, zeker op het
gebied van bouwen. Ik wijs op de bouwplannen voor de Harnaschpolder, de
Poptahof en de Spoorzone. Er zijn echter ook ambities op het gebied van
duurzaam omgaan met energie. Delft stond niet voor niets op de tweede plek in
de Lokale duurzaamheidsmeter. Het toepassen van de restwarmte past goed binnen
deze ambities. In de commissie wees STIP al op het belang van
leveringszekerheid en betaalbaarheid. De wethouder heeft toen toegezegd, zich
in te zetten voor beide aspecten.
Vol
verwachting klopt ons hart. Wij moeten echter nog even wachten en kijken uit naar
de uitgewerkte business case Restwarmte in Delft, die in januari in de
commissie komt. STIP wenst de wethouder veel succes met de voorbereidingen voor
het toepassen van restwarmte in Delft.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. Het lijkt mij goed om als eerste kort in te gaan op de
woorden van de heer Gabeler. Ik verval daarbij wel in herhaling, want de punten
die hij aan de orde stelt, zijn al in de commissie besproken.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Het is niet erg om te herhalen in de openbare
raadszitting.
Wethouder
GRASHOFF: DSM Gist is niet de enige warmtebron die wij op het oog hebben. DSM
Gist en de afvalzuivering van het Hoogheemraadschap Delfland in de
Harnaschpolder kunnen elk afzonderlijk voldoende warmte leveren voor de uitbouw
van het warmtenet. In principe is er dus tweemaal zoveel warmte beschikbaar als
waarmee in het plan rekening wordt gehouden. Er wordt bescheiden begonnen met
stukken in de Harnaschpolder en de Poptahof. Geleidelijk aan moeten heel veel
gebieden in de stad op het warmtenet worden aangesloten, zowel nieuwe als
bestaande wijken. Bij elkaar worden uiteindelijk 15.000 tot 17.000 woningen
daarop aangesloten. In heel Delft staan ongeveer 43.000 woningen, dus de
uitbreiding beslaat een fors deel daarvan.
Als
wij de zaak laten zitten, zoals aangeraden door de heer Gabeler, laten wij een
enorme kans liggen – ongeveer eenderde van de totale CO2-doelstelling in het
Klimaatplan wordt daarmee gehaald – zonder reële alternatieven te bieden. De
complete ambitie op het gebied van het klimaatbeleid komt daarmee te vervallen.
Dat zou jammer zijn.
Aansluiting
op het warmtenet is uiteindelijk niet duur. De doorrekening van de kosten en
baten wordt gebaseerd op het tot stand brengen van een marktconforme
onderneming met een bepaalde marktwaarde. Het overheidsbedrijf zal ooit moeten
renderen en kan vervolgens worden geprivatiseerd. De opbrengst van de verkoop
van de aandelen zou vergelijkbaar zijn met de verkoop van de EZH-aandelen; die
situatie kan zich over 30 tot 35 jaar voordoen. De zaak kan nu nog niet aan een
marktpartij worden overgelaten omdat de opbouw zo gerelateerd is aan grip op de
afname van warmte, dat het risico voor geen enkele particuliere onderneming
beheersbaar is. Voor de gezamenlijke overheden is dat risico wel beheersbaar omdat
zij er via het publieksrechtelijk instrumentarium voor kunnen zorgen dat er in
de komende jaren steeds meer woningen worden aangesloten, waardoor er een
steeds meer rendabele en marktconforme situatie ontstaat. Ik voer geen
principediscussies over de vraag of het eigendom bij marktpartijen, de overheid
of een combinatie daarvan moet liggen. Ik geef slechts aan dat bedrijfsmatige
berekeningen marktconform worden uitgevoerd, dat wij weten dat er op dit moment
geen marktpartijen zijn die dit risico nu nemen vanwege de onbeheersbaarheid
van het risico en dat er dus op dit moment maar één weg te bewandelen is,
namelijk die van de overheid-bv. Dat doet echter niet af aan het feit dat
eventueel in latere instantie tot PPS of privatisering kan worden overgegaan.
Die discussie moet later op een opportuun moment worden gevoerd.
De
heer Van Leeuwen noemt het “niet meer dan anders”-principe als een duidelijke
randvoorwaarde. Ik ben dat met hem eens. Dat is een grondslag voor de
berekening. Daarbij merk ik op dat de energieprijzen in de komende jaren naar
alle waarschijnlijkheid fors stijgen. In de loop van de tijd zullen de kosten
dus stijgen, maar “niet meer dan anders”. Wellicht, maar daar ben ik
voorzichtig in, treedt het omgekeerde op, afhankelijk van de prijsstijging van
fossiele brandstoffen, zodat dit systeem voor de gebruiker goedkoper wordt.
Voor de lange duur is die ontwikkeling zelfs redelijk waarschijnlijk, hoewel
het moeilijk is om de energietariefontwikkeling op lange termijn te
voorspellen.
Mevrouw
De Jong vindt het een mooi plan maar wil wel de oude wijken op het warmtenet
laten aansluiten. Zij verzoekt om een onderzoek. Ik maak daarover twee
opmerkingen. Van meet af aan is niet alleen bij nieuwbouw maar ook bij
herstructurering ervan uitgegaan dat woningen op het systeem worden
aangesloten. Er wordt begonnen met de Poptahof, waar wij te maken hebben met
80% bestaande bouw en 20% nieuwbouw, en de nieuwbouwwijk de Harnaschpolder.
Verder is een analyse gemaakt die vertaald is naar de nota waarin pragmatisch
wordt bezien wanneer het redelijkerwijs mogelijk is om gebieden aan te sluiten.
In hoofdzaak gaat het daarbij niet om nieuwbouw maar om het aansluiten van
bestaande of te vernieuwen voorzieningen en woningen. Ik doel daarbij op het
nieuwe Reinier de Graaf ziekenhuis. Daarover zijn de onderhandelingen in een
vergevorderd stadium. Dat ziekenhuis vraagt enorm veel energie en het zou
fantastisch zijn als de nieuwbouw op het warmtenet kan aanhaken. Overigens kan
ook het oude ziekenhuis erop aanhaken, maar dat is zonde omdat een nieuw
ziekenhuis gebouwd wordt.
Op
dezelfde manier kan gekeken worden naar andere delen van de stad. Er is
bijvoorbeeld een analyse gemaakt van ketelvervangingen. Flatgebouwen en blokken
die op stadsverwarming zijn aangesloten, zouden bij vervanging van de ketel
kunnen overschakelen op het warmtenet. Met name de eerstkomende vijf tot
vijftien jaar is daar de grootste groei in te verwachten. Naar een verdere
aansluiting van bestaande woningen kan onderzoek worden gedaan, maar het is de
vraag of dat zinvol is, gelet op de potentie van 15.000 woningen, ruim
voldoende voor marktconforme opbouw. Bovendien hebben wij in de komende jaren
de handen vol aan de aansluiting van die woningen in de komende jaren.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft de motie van
de CDA-fractie ondersteund, niet alleen met het oog op bedrijven en
corporatiewoningen, maar ook met het oog op particulier woningbezit. Als het
gaat over woonwijken en woonblokken, kan ik mij het verhaal van de wethouder
goed voorstellen. Ik sta daar 100% achter. Met onderzoek kan echter ook een
vorm van bewustwording worden bereikt waardoor mensen op een andere manier over
energie gaan denken. Wij willen dus graag in beeld gebracht hebben wat de
mogelijkheid is voor particulieren om zich daarbij aan te sluiten.
Wethouder
GRASHOFF: Het is mogelijk om daar onderzoek naar uit te voeren maar ik ben
geneigd om de realiteitszin daarvan in twijfel te trekken. In een wijk met veel
particuliere woningen die individueel van warmtevoorzieningen, een gasnet en
gasgestookte cv-installaties zijn voorzien, heeft de overheid niet de
mogelijkheid om aansluiting op een bepaald systeem af te dwingen. Zolang de
woningen niet zo oud zijn dat grootschalige vervanging van ketels en dergelijke
aan de orde is, is het een buitenproportioneel dure aangelegenheid. Er moet een
netwerk worden aangelegd waarvan onbekend is of mensen erop aansluiten. Als u
een onderzoek, een soort quick scan, wilt uitvoeren omdat u dit niet van mij
aanneemt, vind ik dat prima. Dat is uw goed recht. Ik wil echter geen verkeerde
verwachtingen wekken over de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. Dit alles
neemt niet weg dat wij ontzettend veel huizen, zowel bestaande bouw als
nieuwbouw, wel kunnen aansluiten.
Mevrouw
DE JONG (CDA): Voorzitter. Mevrouw Bolten heeft het goed verwoord. Alles is
gericht op nieuwbouw, herstructurering en corporatiewoningen in complexen. In
de commissie heeft de wethouder zijn bedenkingen al uitgesproken. Na de
commissievergadering heb ik van de directeur van Warmtebedrijf Rotterdam
begrepen dat het helemaal niet onverstandig zou zijn om deze motie in te dienen
omdat zijn bedrijf het voorgestelde onderzoek in het bredere onderzoek kunnen
meenemen en de informatie toch nodig is om te bepalen hoeveel mensen zich
moeten committeren om aansluiting rendabel te maken.
Ik
vind een periode van vijftien jaar wat lang, want ik vermoed dat de
energieprijzen zullen stijgen. Met name voor de bewoners van oude woningen zal
dat een probleem worden. Bovendien kan meer CO2-reductie worden bereikt als de
oude woningen worden aangesloten op het warmtenet. Eigenlijk zou de wethouder
de motie moeten steunen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik doe namens mijn fractie altijd graag een
poging om te komen tot realiteitszin. “Tegen beter weten in” hoor ik van mijn
fractievoorzitter.
De
heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Dat kan ik steunen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Dat snap ik. Ik doe dus nog een poging om tot de realiteit
te komen. Op dit moment vervangt Eneco bij veel particuliere woningen de
meters. Dat is een gigantische operatie die ertoe leidt dat veel bewoners
klachten hebben over het plotselinge gebrek aan nachtstroom of verkeerd lopende
meters. Mensen zijn behoorlijk ontevreden over het verloop van die operatie,
met name in de binnenstad. Nu doet zich de kans voor om op een andere manier
met energie en met de vervangingsoperatie om te gaan. Als het Warmtebedrijf
Rotterdam onderzoek uitvoert, vind ik dat het dat zo snel mogelijk moet doen, zodat
bewoners daadwerkelijk een keuze krijgen en niet alleen afhankelijk zijn van
Eneco. Dat kan natuurlijk alleen als een woningblok zich verenigt, dat snappen
wij ook wel. Hen overslaan en in de eerste vijftien jaar geen kans geven, vind
ik een gemiste kans.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Bij alles gaat het om: wat neem je
aan? Wij vinden het plan van de wethouder nog steeds risicovol. Het is
risicovol voor de burgers en daar gaat het om. De zaak zou anders liggen als nu
gegarandeerd kan worden dat energielevering op den duur goedkoper wordt. Uit de
praktijk blijkt echter dat veel zaken onbeheersbaar zijn. De wethouder zegt dat
er voldoende warmte is om te gebruiken, zelfs tweemaal zoveel. Ik vraag echter
wat er gebeurt als DSM Gist wegvalt. Het afvalwater van het andere bedrijf
heeft slechts een temperatuur van 11°. Het zijn allemaal aannames. De aannames
van de wethouder vinden wij niet geloofwaardig. Wij verwachten dat de zaak weer
misloopt en dat de burgers voor de extra kosten moeten opdraaien. Wij zijn niet
tegen duurzame energie, maar wel tegen onbeheersbare risico’s. Dat geldt voor
alles. Wij moeten niet ergens mee beginnen als het einde onbekend is. De
wethouder zegt dat particuliere woningbezitters niet gedwongen kunnen worden om
aan te sluiten op het systeem. Ik vind dat vanzelfsprekend. Ook dat is een
onbeheersbaar facet. Ik adviseer het college dus om pas op de plaats te maken
en het voorstel in de koelkast te zetten.
De
heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): U zegt in uw bijdrage dat u verwacht dat
de zaak weer misloopt. Ik hoor graag op welke andere zaken u doelt zodat ik
daar lering uit kan trekken.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik doel op het wegvallen van DSM Gist.
De
heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Nee, u verwees naar andere zaken die mis
zijn gelopen.
De
heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Naar die andere 200 zaken die misgelopen zijn.
Hou nu je mond maar dicht.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Welke 200 zaken?
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Wij praten straks over de belastingen. Toen ik
vier jaar geleden begon, stond Delft op de vijftiende plaats van duurste
gemeenten. Nu staan wij op nummer vier. Dat antwoord moet voldoende zijn,
mijnheer Van den Doel.
De
heer VAN LEEUWEN (VVD): Voorzitter. Ik voeg graag nog toe dat de gemeente
vooral in de aanvangsperiode hoge kosten maakt. Als er dan nog weinig
aansluitingen zijn, zijn de kosten relatief hoog. Ik begrijp dat die kosten
later dalen.
Mijn
fractie steunt niet de motie van de CDA-fractie. De VVD-fractie vindt dat
begonnen moet worden in de nieuwbouwwijken in plaats van het uitvoeren van
allerlei onderzoeken. Later wordt wel duidelijk of de oudbouw kan aanhaken.
Mevrouw
DE JONG (CDA): Dat is voor uw rekening. Wij willen gewoon beginnen in de
nieuwbouwwijken en daarnaast bekijken of er nog andere mogelijkheden zijn.
De
heer VAN LEEUWEN (VVD): Dat begrijp ik. Het is echter logisch dat aansluiting
in oude wijken veel duurder is. Laten wij eerst kijken of de zaak in de
nieuwbouwwijken goed gaat draaien voordat de oudbouw wordt aangesloten.
De
heer RIPHAGEN (STIP): Voorzitter. Ik ga alleen nog kort in op de voorliggende
motie. Die is sympathiek; wij moeten zeker streven naar aansluiting van zoveel
mogelijk huizen op restwarmte. Wij volgen echter de redenering van de wethouder.
Wij denken dat hij voldoende inzicht heeft in de materie en wij zullen de motie
daarom niet steunen.
De
heer KIELA (PvdA): Voorzitter. Wij vinden de motie ook sympathiek maar
daarnaast prematuur. Wij zullen haar dus niet steunen. Bovendien vinden wij dat
als dat Rotterdamse bedrijf zo graag onderzoek wil uitvoeren, het dat zelf kan
doen.
De
heer DE JONG (Stadsbelangen): Voorzitter. U kunt mijn opmerkingen als
stemverklaring beschouwen. Wij vinden de motie van de CDA-fractie sympathiek en
zullen haar steunen.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. De heer Van Leeuwen nuanceert eigenlijk zijn eigen
gedachtegang over het “niet meer dan anders”-principe op een manier die mij
ruimte biedt om de kosten in het begin hoger te laten zijn dan in een latere
periode, maar dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling. Het rekenmodel is voor
dertig jaar doorgerekend; het verlies dat in het begin wordt gemaakt, wordt
later goed gemaakt.
Over
de motie heb ik gezegd dat ik geen verkeerde verwachtingen wil wekken ten
aanzien van de resultaten van aanvullend onderzoek.
In
stemming komt motie M-1.
De
VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden het een sympathiek
voorstel, maar omdat wij tegen het systeem zijn, steunen wij het niet.
Motie
M-1 wordt bij handopsteken verworpen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van GroenLinks, het CDA, de SP en
Stadsbelangen en de heer Kroon voor de motie hebben gestemd.
In
stemming komt het voorstel.
Het
voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar
Delft tegen het voorstel hebben gestemd.
Wij
hervatten nu de behandeling van de benoemingen met de resultaten van de stemmingen.
Voorstel
tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaarschriften gemeente Delft
(Stuk 178 – 633167)
De
heer VAN DOEVEREN (CDA): Er zijn 36 biljetten uitgereikt en 36 biljetten
terugontvangen. Met 36 stemmen wordt de heer A. Driesprong benoemd tot lid van
Kamer III van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.
Met
35 stemmen wordt mevrouw C.M.E. Buter-de Haas benoemd tot plaatsvervangend lid
van Kamer III van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.
Met
36 stemmen wordt de heer P, Oudkerk benoemd tot lid van Kamer II van de
Adviescommissie voor bezwaarschriften.
Met
35 stemmen wordt de heer H.A. den Besten benoemd tot plaatsvervangend lid van
Kamer II van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.
Met
34 stemmen wordt mevrouw M.D.T.M. de Jong benoemd tot lid van Kamer II van de
Adviescommissie voor bezwaarschriften.
De
VOORZITTER: Daarmee zijn alle genomineerden benoemd. Ik wens hen allen veel
succes in hun mooie functie.
240. a. Voorstel
inzake parkeertarieven 2006
(Stuk 170 – 630675)
b. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de bijlage behorende bij de parkeerverordening gemeente Delft 2003 en de Verordening Parkeerbelastingen gemeente Delft
(Stuk 172 – 630673)
Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. Totaal onverwacht werden
bewoners en bedrijven van de binnenstad en de schil deze maand geconfronteerd
met het voorstel van het college om de tarieven voor parkeervergunningen te
verhogen. De bezoekerskaart wordt zelfs twee keer zo duur in één jaar. Ook
vrijwel alle fracties in deze raad gaven in de commissie Duurzaamheid aan
verrast te zijn dat het uitgangspunt van het kostendekkend maken van tarieven
deze enorme prijsstijging voor de burger in één jaar met zich mee moet brengen.
Alleen GroenLinks gaf in de commissie aan het een goed voorstel te vinden.
Zoals gezegd wordt in het voorliggende voorstel enkel
uitgegaan van het kostendekkend maken van tarieven. De VVD-fractie is van
mening dat de raad nog onvoldoende inzicht heeft in de kosten die de gemeente
moet maken voor de parkeerproducten. Het voorstel is daarom bijzonder lastig te
beoordelen. De VVD-fractie hanteert bij tarieven naast kostendekkendheid ook
het uitgangspunt van maatschappelijk draagvlak. Ronald Vuijk heeft dit
uitgangspunt eerder dit jaar tijdens de bezuinigingsdiscussies nader
toegelicht. Het verheugt de VVD-fractie dat ook andere fracties in de raad dit
principe omarmd hebben. In de begroting voor 2006 is dit principe dan ook
opgenomen.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik wijs erop dat de
fractie van Stadsbelangen al veel eerder gesproken heeft over maatschappelijk
draagvlak bij vergunningparkeren. Dat heeft mijn fractie niet overgenomen van
de VVD-fractie.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat kan best, maar dat principe is
door u nooit uitgewerkt in de gemeenteraad of de commissie.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Als ik het in de commissie
en de raad uitspreek, telt dat ook. Dat is een kwestie van luisteren.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Wij zijn het in ieder geval met
elkaar eens: maatschappelijk draagvlak voor tarieven is belangrijk.
De burgers willen het gevoel hebben dat er wat te kiezen is
als zij hun geld moeten uitgeven. Door als gemeente de parkeertarieven
eenzijdig als monopolist boventrendmatig te verhogen, valt er niets meer te
kiezen. Bewoners en bedrijven raken gefrustreerd, begrijpen de
tariefverhogingen niet en begrijpen daardoor ook de politieke besluitvorming
niet meer. Dat onbegrip leidt er mede toe dat de afstand tussen burgers en
politiek zo groot wordt. In dat geval is geen maatschappelijk draagvlak voor de
tarieven en de politieke besluitvorming meer aanwezig.
Hoe kan de gemeente werken aan dit maatschappelijk draagvlak
voor de besluitvorming? De VVD-fractie meent dat de gemeente moet laten zien
dat zij zelf bezuinigt door efficiënter te werken waardoor kosten dalen, en
wellicht door taken af te stoten. Zo gaat het ook in het bedrijfsleven, bij de
bakker om de hoek en zelfs in de eigen huishouding. Tarieven verhogen valt niet
onder het woord “bezuinigen”. Kijkt u maar in het woordenboek.
De heer VAN DOEVEREN (CDA): In de algemene beschouwingen is
dit geluid van uw fractie niet gehoord.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Volgens mij wel hoor. Ik weet niet
waar u op doelt.
De heer VAN DOEVEREN (CDA): U doet een beroep op
kostenbesparing en op bezuiniging op ambtenaren en dergelijke.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Toen wij de bezuinigingen bespraken,
kon de raad prioriteit geven aan een aantal punten. De VVD-fractie gaf toen
heel duidelijk prioriteit aan efficiënter werken, vervolgens aan het afstoten
van taken en pas als laatste, waar andere fracties juist de meeste prioriteit
aan gaven, het verhogen van tarieven voor burgers.
De heer VAN DOEVEREN (CDA): Wij hebben op dat terrein een
aantal moties ingediend, bijvoorbeeld over het terugdringen van het
ambtenarenapparaat en over efficiënter werken. Ik kan mij niet herinneren dat u
die hebt ondersteund. Geen boter bij de vis dus.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat heeft ongetwijfeld gelegen aan de
formulering van de moties.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Of het lag aan het feit
dat de VVD-fractie iets zegt wat zij eigenlijk niet wil. Dat ligt meer voor de
hand.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Maatschappelijk draagvlak kan bereikt
worden door voor parkeerproducten alternatieven uit te werken. Diverse
raadsfracties en insprekers in de commissie Duurzaamheid hebben creatieve
ideeën aangedragen. Ik noem het meerjarig uitgeven van vergunningen, de
bezoekerskaart niet apart uitgeven maar direct met de bewonersvergunning
meesturen en de bedrijfsvergunning gelijkstellen aan de bewonersvergunning. Dat
zijn allemaal ideeën die het parkeervergunningensysteem kunnen vereenvoudigen.
De VVD-fractie is het eens met de inspreker van het MKB die erop wees dat het
uitgeven van parkeervergunningen niet moeilijker hoeft te zijn dan de
ledenadministratie van een tennisvereniging en dat het dus vreemd is dat de
kosten bij de gemeente op dit moment zo hoog zijn.
De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik zie een groot verschil. Een
tennisvereniging wordt over het algemeen bestuurd door leden en vrijwilligers.
Het innen van overheidsgeld moet op een professionele manier worden gedaan. Dat
verklaart een belangrijk deel van het kostenverschil.
Mevrouw GEURSEN (VVD): U hebt wellicht meer inzicht in de
kosten dan mijn fractie.
De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik weet in elk geval dat een
vrijwilligersorganisatie per definitie goedkoper is dan een professioneel
ambtenarenapparaat.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar gaat het ook niet om. Het gaat
om het feit dat de kosten op dit moment nog ondoorzichtig en te hoog zijn.
Wat wil de VVD-fractie met het voorliggende voorstel doen?
Naar de mening van mijn fractie is het voorstel onvoldragen omdat het
uitgangspunt van het maatschappelijk draagvlak ontbreekt en de raad onvoldoende
inzicht heeft gekregen van de wethouder in de specifieke kosten die de gemeente
maakt voor parkeervergunninguitgifte en bezoekerparkeren. Het voorstel komt
bovendien een maand te laat waardoor de gemeente deze maand ook nog eens extra
kosten heeft moeten maken voor het aanschrijven van alle binnenstadbewoners
over de late verschijning van de vergunningen. De wethouder had er in de ogen
van mijn fractie goed aan gedaan om het voorstel na alle kritiek in de
commissie te verbeteren. Nu is het verbeterwerk bij de gemeenteraad neergelegd.
Het zij zo.
De VVD-fractie dient met de fracties van de PvdA en de
ChristenUnie/SGP een motie in om zo snel mogelijk, in januari en uiterlijk voor
oktober 2006, wanneer opnieuw over de tarieven moet worden besloten, meer
inzicht te krijgen in de kosten en de geldstromen in en uit het Parkeerfonds. Hoewel
er nog onvoldoende inzicht is, is ons wel duidelijk dat te veel kosten worden
veroorzaakt door fietsparkeren, handhaving in de autoluwe binnenstad,
grofvuilmeldingen, de pollers, de meldkamer et cetera. Die kosten hoeven niet
afgewenteld te worden op bezoekers, bewoners en bedrijven die betalen voor
parkeervergunningen, zeker niet onder het mom van kostendekkendheid. Wij
betalen ook niet de Sinterklaasintocht uit het Parkeerfonds. Hoe meer de
gemeente betaalt uit het Parkeerfonds, hoe meer kosten er worden gemaakt. Die
kosten worden echter niet veroorzaakt door het uitgeven van
parkeervergunningen.
Ik herinner aan de woorden van de wethouder in de commissie
dat het Parkeerfonds robuust is en dat op langere termijn nog ingrepen nodig
zijn om het robuust te houden. Net als voorgaande jaren stroomt nu geld uit het
Parkeerfonds, hetgeen de wethouder in de commissie niet problematisch noemde.
Het gaat dus niet om een gat in de begroting.
De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik snap hier helemaal
niets van. Als er voorstellen worden gedaan om zaken uit het Parkeerfonds te
financieren, stemt u daar steeds voor. Nu verwijt u de wethouder dat hij het
Parkeerfonds daarvoor gebruikt. Waarom stemt u in voorkomende gevallen dan niet
gewoon tegen?
Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat heeft meerdere oorzaken. In het
verleden hebben wij het parkeermodel behandeld. De VVD-fractie heeft toen
geëist dat er nader over werd gesproken. Mijn fractie vindt dat met dit
voorstel de grens is bereikt. Om die reden dien ik een motie in om meer inzicht
te krijgen zodat volgend jaar een goed besluit kan worden genomen.
De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik kan u voor een deel volgen. U
zegt dat wij niet precies weten hoe het in elkaar zit. Ik meen dat wij dat
inzicht in verregaande mate wel hebben of zouden kunnen hebben. Interessant is
wat in de tussentijd wordt gedaan. U zegt dat dat inzicht uiterlijk in oktober
2006 geboden moet worden.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Ik heb gezegd: “in januari”. De
wethouder heeft in de commissie ook toegezegd dat hij in januari veel extra
informatie kan leveren. Dat zal hij straks zelf wel zeggen.
De heer VAN TONGEREN (CDA): Als ik het wensenlijstje van het
onderzoek hoor, lijkt het mij optimistisch om ervan uit te gaan dat die
informatie in januari al beschikbaar is. De belangrijke vraag is wat uw plan is
voor 1 januari 2006. Die tarieven moeten wij nu vaststellen.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar kom ik zo op.
Mevrouw KONING (PvdA): Betekent dit dat de CDA-fractie onze
motie steunt om tijdig meer inzicht te krijgen ten aanzien van de tarieven in
2007?
De heer VAN TONGEREN (CDA): Dat is nog de vraag. Persoonlijk
meen ik dat er veel informatie beschikbaar is. Het parkeermodel is tamelijk
grondig besproken in de commissie Duurzaamheid. Ik weet dat de zaak gruwelijk
ingewikkeld is. Ik herinner mij slechts bij vlagen hoe alles ook alweer in
elkaar zit. Ik moet de motie voor mij zien om te bepalen wat zij precies
inhoudt. Volgens mij is in elk geval enorm veel informatie beschikbaar en hangt
het alleen af van de conclusies die men daaraan wil verbinden.
Mevrouw GEURSEN (VVD): De VVD-fractie verwacht dat door
toekomstige opbrengsten van de parkeergarages, efficiënter werken door de
gemeente en vereenvoudiging van het vergunningparkeren de geldstromen in en uit
het Parkeerfonds gelijkgesteld kunnen worden en dat de tarieven zelfs kunnen
worden verlaagd. Onze motie heeft tot doel, daaraan te werken. Wij willen beter
tot besluiten kunnen komen.
Naast deze motie dient de VVD-fractie een amendement in om
de tarieven in het voorstel te verlagen. Het amendement is ingewikkeld; dat was
noodzakelijk vanwege de tekst in het voorstel. Mijn fractie stelt voor om in
raadsstuk 170 – 630675 de voorstellen 2, 3, 5 en 6 te schrappen zodat alleen de
voorstellen 1, 4, 7 en 8 in het stuk blijven staan.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Het is handig om aan te
geven met welk bedrag u de tarieven wilt verlagen. Dat zou het duidelijker
maken.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Er zijn twee raadsstukken. Het werd
ons helaas niet gemakkelijk gemaakt. Het gaat om een wijzigingsvoorstel en om
een wijziging van de bijlage bij de parkeerverordening. Het inhoudelijk
voorstel, de nota, bestaat uit acht punten waarover een besluit moet worden
genomen.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Mijn bedoeling is
eenvoudiger. Gaan de bewoners van de schil/Westerkwartier/Olofsbuurt €30, €32
of €60 betalen volgens uw voorstel?
Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar kom ik nu op. In raadsstuk 172
worden de tarieven gewijzigd. De wethouder stelde voor om deze enorm te
verhogen en de tarieven voor de bezoekerskaart te verdubbelen. Met het
amendement worden deze tarieven verlaagd.
De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Tot hoeveel dan?
Mevrouw GEURSEN (VVD): Met in elk geval de helft van de
voorgestelde verhoging. De motie dien ik nu in, het amendement dien ik in
tweede termijn in, afhankelijk van het antwoord van de wethouder.
De VOORZITTER: Het college krijgt dus nog een kans. Dat is
mooi.
Mevrouw GEURSEN (VVD): Ons beste voorstel is nog steeds, en
wij hopen dat andere fracties daarop aanhaken, dat gelet op de ingewikkeldheid
van het stuk en de wijze waarop de raad het nu moet amenderen, de wethouder een
wijs besluit neemt en het stuk alsnog afvoert van de agenda. Eigenlijk is het
belachelijk dat het stuk zo de raad in gegooid is en de fracties het zelf met
allerlei amendementen moeten wijzigen. Het is het werk van de ambtenaren en het
college om uitgewerkte voorstellen in te dienen bij de raad. In de commissie is
tamelijk breed kritiek geleverd op het voorstel.
De VOORZITTER: Ik begrijp dat u het ingewikkeld vindt, maar
u mag het niet “belachelijk” noemen. Dan doet u het college tekort.
De heer VAN DOEVEREN (CDA): Wat is het voorstel van mevrouw
Geursen? Doet zij het ordevoorstel om het stuk van de agenda af te voeren?
De VOORZITTER: Dat is een beetje flauw. Door de fracties van
de VVD, de PvdA, de ChristenUnie/SGP, de SP, STIP en D66 wordt de volgende
motie (M-2) ingediend:
“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24
november 2005,
overwegende dat:
-
de raad onvoldoende
inzicht heeft in de kosten van parkeerproducten en de geldstromen in en uit het
Parkeerfonds;
-
maatschappelijk
draagvlak voor tarieven naast kostendekkendheid net zo essentieel is;
-
op dit moment een
onvoldragen voorstel aan de raad voorligt inzake de parkeertarieven 2006;
draagt het college op om:
-
zo snel mogelijk, in
januari 2006 doch uiterlijk voor oktober 2006, ten behoeve van het door de raad
kunnen vaststellen van de parkeertarieven voor 2007, inzicht te geven aan de
raad over de specifieke kosten die gepaard gaan met parkeervergunninguitgifte
en bezoekerparkeren;
-
alternatieven uit te
werken met behulp van creatieve ideeën (zoals meerjarig uitgeven van
vergunningen, deels uitbesteden vergunningverlening, de bedrijfsvergunning
gelijk stellen met de bewonersvergunning, de bezoekerskaart tegelijk uitgeven
met alle bewonersvergunningen, kortom vereenvoudiging van het systeem) waardoor
kosten kunnen worden bespaard bij de gemeente en bij de burgers en bedrijven
meer draagvlak gecreëerd kan worden voor de parkeertarieven;
-
inzicht te geven in
de kosten en baten van de parkeergarages (op langere termijn), het
fietsparkeren, de handhaving in autoluw, de pollers, de meldkamer, et cetera,
zodat de geldstromen in en uit het parkeerfonds inzichtelijk worden en volgend
jaar een goed besluit door de raad genomen kan worden over het al dan niet
kostendekkend zijn van parkeertarieven;
-
aan te geven welk
parkeerproduct de gemeente nog kan leveren de komende jaren indien het huidige
tarief blijft gelden – dus wat krijgen de bewoners in de schil nog wel aan
handhaving en parkeerproduct indien de prijs voor een vergunning bijvoorbeeld
50 euro zou blijven? – ,
en gaat over tot de orde van de dag.”
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Sinds 2001
praten wij steeds over de tarieven. Het vergunningparkeren werd ingevoerd met
belachelijk lage tarieven om de bewoners over de streep te trekken. Na vier
jaar proeftijd wordt eindelijk bekend dat de vergunning in de schil €115 kost
en een bezoekerskaart €30. Wethouder Grashoff wil het huidige schil-tarief van
€50 voor een parkeervergunning en €17 voor een bezoekerskaart, exclusief leges,
snel naar de bovengenoemde prijzen laten stijgen. De belangenvereniging
Olofsbuurt/Westerkwartier heeft echter aangegeven dat er dan geen meerderheid
in de buurt meer is voor vergunningparkeren.
Grashoff zegt al vier jaar dat als er geen meerderheid bestaat
voor vergunningparkeren, hij het systeem afschaft. Zijn strategie is om de
bewoners elk jaar te laten wennen aan een substantiële verhoging. Op een
gegeven moment is dan elke tegenstander murw gestreden. De GroenLinks-wethouder
toont wel grote politieke moed om aan het einde van zijn tweede termijn zelf de
tarieven flink te laten stijgen. De prijsstijging is echter niet genoeg. Nog
steeds betalen indirect alle bewoners buiten de binnenstad en de schil voor de
helft mee aan de parkeervergunningen. Ook bewoners die zelf geen auto hebben,
betalen via de algemene middelen mee aan het vergunningparkeren. Ook bewoners
van het vergunningsgebied zonder auto zijn haast verplicht om een
bezoekerskaart van €60 binnenstad en €30 schil te kopen. Dat is natuurlijk door
geen enkele partij te verdedigen.
De parkeervergunningtarieven zullen steeds blijven stijgen
om de gemeente van extra inkomsten te voorzien omdat de ozb wordt afgeschaft.
Ik vind dat de bewoners van de binnenstad en de schil niet hoeven op te draaien
voor de autobezoekers van de binnenstad.
Mevrouw KONING (PvdA): Stelt u voor dat kostendekkendheid
meer wordt nagestreefd? Wilt u dat de gemeente winst gaat maken op het
vergunningparkeren?
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik kom daar straks op
terug, goed?
Mevrouw KONING (PvdA): Dat is toch een gemakkelijke vraag om
meteen te beantwoorden? Het mag ook straks.
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): U hoort zo het antwoord.
Degenen die met de auto de binnenstad bezoeken, moeten
betalen. De stelling dat auto’s eerst in de nabijgelegen straten van de
binnenstad zoeken, is allang achterhaald. Die straten staan toch wel vol.
Iedereen wil tegenwoordig snel zijn auto kwijt. Dat kan in de parkeergarages
Zuidpoort, Phoenixstraat en Koepoortburg. Leefbaar Delft stelde voor om de
bewoners in een peiling te vragen of zij bereid zijn om het jaarlijkse
vergunningbedrag van €150 in de schil en €210 in de binnenstad te betalen.
Mevrouw KONING (PvdA): Dat zijn de prijzen die u wilt vragen
om de gemeente winst te laten maken?
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik hoor u niet goed. Ik
ben niet meer zo jong.
Mevrouw KONING (PvdA): Ik nog wel, dat is het verschil.
Begrijp ik goed dat u €210 in de binnenstad en €150 in de schil wilt laten
betalen zodat wij winst kunnen maken?
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Nee, dat stellen wij
juist niet voor. U moet goed luisteren. Volgens mij hebt u wat aan uw oren. Wij
zeggen: als de gemeente die bedragen niet wil laten betalen, schaf het systeem
dan af. Wil de gemeente die bedragen wel laten betalen, verhoog dan de prijs
direct tot de reële prijs. Nu heeft mevrouw Koning haar antwoord.
Zoals gewoonlijk gaven de coalitiepartijen PvdA, D66, VVD en
STIP nog niet hun mening in de commissie Duurzaamheid omdat zij bang zijn om
vlak voor de raadsverkiezing van 7 maart de tarieven te verhogen. Het is vreemd
dat de PvdA zo moeilijk doet over een kleine prijsstijging terwijl op de
website staat dat uit de peiling bleek dat een meerderheid van 71% bereid was
om €200 te betalen voor de eerste parkeervergunning.
Mevrouw KONING (PvdA): Ik licht even toe wat op de website
werd gevraagd, namelijk: wat wilt u maximaal betalen voor uw parkeervergunning?
Een meerderheid sprak zich inderdaad uit voor €200.
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Dat was een peiling van
de PvdA.
Mevrouw KONING (PvdA): Iedereen mag stemmen. Misschien hebt
u ook wel gestemd.
De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik zat op de nullijn,
maar die stond er niet op.
Wat zit hierachter? Delft wil koste wat kost de eerste
plaats bereiken. Dan zijn wij eindelijk de duurste gemeente van het land. Nog
vier jaar deze communisten de gang laten gaan en wij worden partners van Cuba.
Mevrouw KONING (PvdA): Is dat ook een voorstel?
De VOORZITTER: Wij denken vooral over deze laatste opmerking
nog even na.
De heer BOT (GroenLinks): Volgens mij begint de heer
Stoelinga echt oud te worden.
De heer STOELINGA
(Leefbaar Delft): Ik hoop dat jij die leeftijd haalt.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. In oktober 2001 zijn wij begonnen met betaald
parkeren in de schil rond de binnenstad. Toen was het tarief 25 euro voor een
vergunning en ongeveer 10% daarvan voor een bezoekerskaart. Sindsdien is een
bijna autonoom proces op gang gekomen, waarbij het gebied steeds groter wordt
en de kosten toenemen. Er zijn nu een aantal voorstellen die op een aantal
gebieden leiden tot verdere tariefverhoging voor de schil: 60 euro voor een
vergunning en 30 euro voor een bezoekerskaart. Wij hebben ook een doorkijkje
gekregen naar mogelijk hogere tarieven op langere termijn. De CDA-fractie vindt
dat dit te veel gaat afwijken van wat de bewoners bij de invoering van dit
systeem mochten verwachten. Wij werden daar ook tamelijk direct op gewezen door
bewoners van de Rotterdamseweg en omstreken, die ons een raadsbesluit van maart
2004 toestuurden. Daarin staat dat op dat moment werd besloten tot invoering
van vergunningparkeren in gebied F, met een tarief van 40 euro en dat de
tarieven vanaf dat moment jaarlijks konden worden aangepast met maximaal de
inflatiecorrectie. Vanuit de bestuurlijke consequentie en consistentie zullen
wij ons daar dus aan moeten houden.
Wij vinden
dat er nu te veel automatisme in het beleid zit naar een steeds groter gebied
tegen steeds hogere kosten. Wij stellen voor om op dit moment geen verdere
stappen meer te nemen en de tarieven voor 2006 te handhaven conform het
raadsbesluit van 2004 en dus te laten stijgen met maximaal de inflatie, dus met
1,5%. Daarover zal collega Meuleman van Stadsbelangen een amendement indienen
dat wij zullen steunen.
Ook met
punt 5 van de nota hebben wij moeite. Dat punt is impliciet al door mevrouw
Geursen aangeroerd en betreft het in elkaar schuiven van de bewonersvergunning
in de binnenstad en het gebruik van de garage. Wij hebben in de commissie
gezegd dat wij dat op zich een interessant idee vinden, maar dat het er op dit
moment tamelijk één op één in zit. Er zouden dan geen keuzemogelijkheden meer
zijn. Wij vinden het dus interessant om het te verkennen, maar het zou niet zo
moeten uitwerken dat iedereen verplicht is om deze combinatie aan te schaffen,
omdat niet iedereen het wil gebruiken en omdat het niet voor iedereen nuttig
is. Ook wil misschien niet iedereen de daaraan verbonden meerkosten betalen.
Ook op dat punt zal de heer Meuleman mede namens de CDA-fractie een amendement
indienen.
Als ik het
verloop van de verdere discussie goed inschat, worden er misschien nog wel meer
moties en amendementen ingediend. Het uiteindelijke oordeel over het stuk
houden wij daarom aan totdat daar meer duidelijkheid over is.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. In de eerste plaats bedank ik mevrouw
Geursen van de VVD-fractie hartelijk voor het feit dat zij vanavond eindelijk
de standpunten heeft omarmd die de fractie van Stadsbelangen al een aantal
jaren verkondigt over efficiency en lage lasten voor de burgers.
Wij hebben
in de commissie heel nadrukkelijk aangegeven dat wij het voorliggende voorstel
niet kunnen en niet zullen steunen. Wij vinden de voorgestelde verhogingen voor
de bezoekerskaart niet uit te leggen aan de burger en dat gaan wij ook niet
doen. Zoals collega Van Tongeren heeft aangegeven, zullen wij twee amendementen
indienen die simpeler en duidelijker zijn verwoord dan het amendement van
mevrouw Geursen. Wij stellen voor om de tarieven met 1,5% te verhogen. Dat is
gewoon de indexering, zoals wij die recentelijk bij de behandeling van de
programmabegroting hebben vastgesteld.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Bedoelt u alle tarieven, dus ook de tarieven die in het voorstel
niet verhoogd zouden worden?
De heer MEULEMAN
(Stadsbelangen): Ik bedoel de tarieven die genoemd worden onder de punten 2 en
3 van het voorstel.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): U bedoelt dus alleen de tarieven die omhoog zouden gaan?
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja, want voor de tarieven die niet omhoog gaan, hoef
je niet voor te stellen om die omhoog te laten gaan, lijkt mij.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Het zou consequent zijn om ook die met 1,5% te laten stijgen.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Dat zou kunnen, maar dat zullen wij niet voorstellen.
Tot slot
het voorstel onder punt 5. Ook wij vinden het goed dat het product
garagevergunning en bewonersvergunning wordt onderzocht, maar wij vinden het
niet verstandig dat deze raad dat vaststelt. Daarvoor dienen wij, weer samen
met de CDA-fractie, een amendement in waarin wij voorstellen dat de nieuwe raad
daar in oktober 2006 over besluit.
De
VOORZITTER: Door de fracties van Stadsbelangen en het CDA worden de volgende
amendementen (A-1 en A-2) ingediend:
A-1
“Wijzigen
voorstel 5 in:
De
gemeenteraad zal in oktober 2006 een besluit nemen over het invoeren van het
product garagevergunning en bewonersvergunning per 1 januari 2007 met de
daarbij behorende tarieven.”
A-2
“Wijzigen
voorstel 2 in:
Het tarief
van de bezoekerskaart wordt met ingang van 1 januari 2006 verhoogd met 1,5%.
Wijzigen
voorstel 3 in:
De tarieven
voor vergunningen te verhogen met 1,5% per eerstvolgende wijzigingsdatum.”
Mevrouw
KONING (PvdA): Voorzitter. Parkeertarieven zijn een lastig onderwerp in de
raad, in de fractie, in de commissie en op straat, omdat in ieder geval veel
mensen die de vergunning kopen of in een buurt met vergunningparkeren wonen,
niet helemaal begrijpen hoe de prijs is opgebouwd. Zij horen zelfs het verhaal
dat er winst op wordt gemaakt. Wij horen in de raad dat er geen winst op wordt
gemaakt en dat de gemeente er geld op toelegt of – dat is hetzelfde – dat er
een tekort is in het Parkeerfonds.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Misschien kan ik u uit de brand helpen. De burger
begrijpt niet dat een tarief van 34 euro wordt verhoogd naar 60 euro.
Mevrouw
KONING (PvdA): Ik ben het met u eens dat er meer dingen zijn die mensen niet
begrijpen, maar wij kregen bij het begin van de raadsvergadering een pamflet
uitgereikt waarop staat dat er winst wordt gemaakt op vergunningparkeren. Ik
wil heel helder zeggen dat wij hier in de raad altijd horen dat dat tot nu toe
niet het geval is. Voor ons is het heel belangrijk om dat helder te hebben. Het
vervelende is dat wij ook binnen de PvdA-fractie niet helemaal kunnen uitleggen
hoe het parkeermodel werkt. Het is één keer aan de orde geweest in de
commissie. De heer Van Tongeren van de CDA-fractie zei dat hij bij vlagen weer
weet hoe het werkt. Ik neem dus aan dat ook bij hem het besef niet altijd
helemaal aanwezig is. Ik moet erkennen dat ook binnen de PvdA-fractie niet het
gevoel leeft dat wij helemaal kunnen uitleggen hoe dat model werkt. Ik begrijp
dat de wethouder dat vreemd vindt. Voor hem is dit natuurlijk veel meer
dagelijkse kost dan voor ons. Wij hebben het gewoon nodig dat wij daar nog eens
naar kijken. Daarom hebben wij er samen met de VVD-fractie voor gepleit om toch
nog eens goed met elkaar te bekijken hoe het model in elkaar zit, zodat wij
snappen hoe het werkt. Ik heb begrepen dat de fractie van Stadsbelangen iets
dergelijks bepleit. Dan komen wij volgens wij wel tot elkaar.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Nee, dan begrijpt u mij verkeerd. Ik bepleit niet
hetzelfde als u.
Mevrouw
KONING (PvdA): O, sorry. Ik moet de tekst van uw amendementen ook nog lezen. Ik
hoopte dat wij elkaar op dat punt zouden kunnen vinden. Het is jammer als dat
niet het geval is. Dan blijf ik bij het verdedigen of aangeven van het
standpunt van de PvdA-fractie, dat ook het standpunt van de VVD-fractie en van
andere fracties is: wij willen het model gewoon beter begrijpen. Het was
overigens niet een PvdA-idee, maar een idee van – inmiddels – wethouder Vuijk,
die heeft gezegd: kunnen wij de redenering niet omdraaien? Als mensen niet meer
willen betalen dan 50 of 60 euro, wat krijgen zij daar dan voor terug?
Inmiddels zijn er nog veel meer alternatieven aan de orde geweest, bijvoorbeeld
een kaart die twee jaar geldig is. Van al dat soort dingen willen wij snappen
welk effect zij hebben op de prijs van de vergunning. Wordt zij dan goedkoper?
Wij hebben dat inzicht nu niet. Wat kun je dan doen? Je kunt dan zeggen: wij
doen niets of – ook dat is in feite niets doen – wij doen alleen de
inflatiecorrectie. Dan weet je dat je bijna 300.000 euro tekortkomt in het
Parkeerfonds. Ik weet dat de PvdA regelmatig verweten is dat zij
gemeenschapsgeld over de balk smeet omdat dat leuke dingen voor de mensen
opleverde, maar als dat al waar was, hebben wij daar wel iets van geleerd. Wij
vinden dat je ervoor moet zorgen dat de gemeente niet in slecht vaarwater komt.
Als je nu alleen voor die 1,5% kiest en dus niets doet, zonder daarbij een
dekkingsvoorstel te doen – ik heb de heer Meuleman en de CDA-fractie althans
geen dekking horen noemen – neem je een groot risico. Ik heb andere fracties in
deze gemeenteraad wel eens horen zeggen: “dat is een risico en daarom stemmen
wij daar niet voor”. Ik hoop dat de fractie van Leefbaar Delft dat in dit geval
ook gaat doen.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Wij hebben bij de programmabegroting het percentage
op 1,5 gesteld.
Mevrouw
KONING (PvdA): De inflatiecorrectie is 1,5%, maar als je de parkeertarieven nu
met 1,5% verhoogt, creëer je een jaarlijks structureel tekort van bijna 300.000
euro in het Parkeerfonds.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Dat valt reuze mee, want het Parkeerfonds is nog behoorlijk
robuust. Daar zal de wethouder straks vast op ingaan.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Mevrouw Koning verwijt ons dat wij geen
dekkingsvoorstel hebben, maar wij komen gewoon met dat percentage van 1,5. Als
wij de bal moeten gaan terugkaatsen, kan ik mij nog wel herinneren dat de
PvdA-fractie met de een of andere zeecontainer kwam waar geen dekking tegenover
stond.
Mevrouw
KONING (PvdA): Die zat in een structureel budget; dat klopt. Daar was niet een
apart extra potje voor gevonden. Dat zat in het wijkbudget. Maar goed, dat is
een vergelijking tussen appels en peren. Ik begrijp dat u het niet fijn vindt
dat ik tegen u zeg dat u een gat in het Parkeerfonds slaat.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik begrijp juist dat u het niet fijn vindt dat ik
over die zeecontainer begin.
Mevrouw
KONING (PvdA): Ik wil nog wel even vertellen waarom ik graag een zeecontainer
wil, gevuld met sport- en spelmateriaal, maar ik denk dat wij het nu over
parkeervergunningen hebben.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Mevrouw Koning zegt dat er een tekort is van
300.000 euro in het Parkeerfonds, maar inmiddels heeft zij mede namens de
VVD-fractie motie M-2 ingediend. Daarmee zou, als je naar oplossingsrichtingen
gaat kijken, best een heleboel geld gevonden kunnen worden. Met andere woorden:
in motie M-2 zou dekking kunnen zitten voor het door haar nu aangedragen tekort
van 300.000 euro.
Mevrouw
KONING (PvdA): Dat hopen wij ook. Wij hebben juist de intentie om alternatieven
te onderzoeken om te bekijken of wij de kosten laag kunnen houden.
Ik wil
graag iets zeggen over de kostendekkendheid. Ik wil niet zeggen dat wij de
eersten waren, want dat is een beetje een flauw spelletje. Wat de PvdA-fractie
betreft, vereist kostendekkendheid dat je als gemeente zo goedkoop mogelijk
werkt. Als je monopolist bent, moet je dus je best doen om de kosten heel erg
laag te houden. Dat idee komt dus ook van de PvdA vandaan, of wij nou de
eersten waren of niet.
Wij kunnen
het model op dit moment dus nog niet uitleggen. Wij vinden dat de alternatieven
onvoldoende onderzocht zijn. Dat willen wij voor elkaar krijgen, maar dat
hebben wij vanavond niet gerealiseerd. Wat kun je dan doen? Niets ofwel alleen
die 1,5% verhoging, óf het collegevoorstel volgen dat slecht valt in de stad.
Wij hoorden en horen bij de VVD-fractie een tussenvariant. Wij moeten zeggen
dat die ons erg aanspreekt. Die tussenvariant is niet het voorstel van het
college; wij houden dus nog steeds een tekort in het fonds, maar halveren dat
tekort door tussen het huidige niveau en het niveau daarboven te gaan zitten.
Dan accepteer je dus nog steeds een tekort. De heer Meuleman mag mij vragen
waar de dekking daarvoor is. Die zit in het fonds. Daar heeft hij dus wel
gelijk in.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik wilde helemaal niets zeggen.
Mevrouw
KONING (PvdA): Dat verbaast mij.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): U praat uzelf straks vast.
Mevrouw
KONING (PvdA): Daar moet u dan even op wachten.
Onze
redenering samenvattend: op dit moment kunnen wij alleen maar zeggen dat wij
meer helderheid willen en alternatieven willen onderzoeken. Dat kunnen wij
vanavond niet realiseren. Wij hopen wel dat de raad dat idee steunt, zodat wij
dat voor elkaar krijgen. Wij willen het voorstel van het college niet steunen,
maar gelet op de financiële positie van de stad, vinden wij niets doen
onverantwoord. Ik zie mensen knikken; ik snap dat dat voor sommige mensen heel
vervelend is, maar dat is ons standpunt.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Nogmaals: ik vind motie M-2 niet “niets doen”. Ik
vind dat daar een heleboel zaken in zitten die redelijk veel geld zouden kunnen
opleveren. Dat is absoluut niet “niets doen”.
Mevrouw
KONING (PvdA): Nee, maar een motie verandert het voorstel nog niet. Dan kun je
tegen het voorstel stemmen; dan doe je ook niets, maar dan stel je geen andere
tarieven vast.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Je kunt het voorstel amenderen zoals door de
fracties van het CDA en Stadsbelangen wordt voorgesteld. Dat zou betekenen: een
stijging van 1,5%. Dan hebt u ook de volledige ruimte om motie M-2 te laten
uitvoeren en te bekijken hoeveel geld dat oplevert.
Mevrouw
KONING (PvdA): Wij hebben toch ook de volledige ruimte om motie M-2 te laten
uitzoeken als wij de tarieven met meer dan 1,5% verhogen?
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): U verwacht via motie M-2 een besparing te zien.
Dan moet u eigenlijk even pas op de plaats maken om te bekijken hoeveel dat
oplevert. In een volgende ronde kunt u dan een verhoging dan wel een verlaging
toepassen.
Mevrouw
KONING (PvdA): Wij verlagen volgend jaar liever de tarieven dan dat wij ze dan
een grote sprong moeten laten maken. Als volgend jaar blijkt dat de tarieven
omlaag kunnen, hebt u ons aan uw zijde.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Ik hoorde zojuist de discussie tussen de heer Van den
Doel en mevrouw Koning over motie M-2. Hun opvattingen over die motie zijn
tegengesteld, maar ik zie dat zij allebei die motie hebben gesteund. Dat vind
ik heel vreemd.
Mevrouw
KONING (PvdA): Volgens mij gaat het om de consequentie van motie M-2. Moet je
nu wachten met het vaststellen van een nieuw tarief of kun je dat alvast doen?
Daarover verschillen wij wel van mening. Dat zeg ik toch goed, mijnheer Van den
Doel?
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Mijnheer Van den Doel, wat is uw antwoord?
De
VOORZITTER: Nee, we gaan verder.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Parkeren is altijd een erg lastig punt, vooral
als ervoor betaald moet worden.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Ik heb echt geen moeite om mijn auto te parkeren,
hoor.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Ik stel voorop dat het vergunningparkeren in Delft wat ons
betreft nog steeds een succes is. Wij kunnen ons haast niet voorstellen met
welke chaos de stad te maken zou hebben als wij het parkeren niet zouden
reguleren. In de commissie is al een stevig debat gevoerd. Daarbij is
aangegeven dat er binnen de commissie behoefte is aan meer inzicht in de
kostenopbouw, de effecten op de kostprijs van het meerjarig of gecombineerd
uitgeven van vergunningen en de voortgang van de efficiencytaakstelling die al
wordt doorgevoerd in de gemeente. Helaas kunnen wij hier pas op z’n vroegst in
januari inzicht in krijgen. Dit maakt het moeilijker om nu een beslissing te
nemen over de hoogte van de tarieven en de gewenste kostendekkendheid. Het is
en blijft een feit dat de stad op dit moment per uitgegeven vergunning een
flinke duit in het Parkeerfonds doet, maar de voorgestelde verhogingen leiden
tot een erg hoog tarief. Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen het
belang van het Parkeerfonds en het belang van de bewoners. Dat is in dit
voorstel nog niet het geval.
De heer
KROON: Voorzitter. Even voor de duidelijkheid: ik spreek nu gewoon namens mijn
eigen fractie, dus niet namens de fractie van GroenLinks.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Dat wilde ik juist vragen: spreekt u nu namens
GroenLinks? Is dit uw laatste speech?
De heer
KROON: Ik spreek nu gewoon namens de onafhankelijke fractie. Ik ben tegen dit
voorstel, omdat ik vind dat de bewoners van de schil in de binnenstad niet voor
de kosten moeten opdraaien. Het is een paar jaar een proef geweest. Daar was ik
ook al tegen, omdat het in het hele gebied één proef was. Er was dus geen
vergelijkbaar materiaal in Delft. Nu blijkt de prijs vrij hoog te moeten worden.
Mevrouw Bolten van GroenLinks zei dat het wel meevalt, omdat het maar een
verhoging van tien cent per dag is. Dan denk ik: doe die verhoging van tien
cent per dag dan maar in de parkeergarages, zodat de bezoekers van de
economische binnenstad hiervoor opdraaien en niet de bewoners van een
stadsgebied dat vóór het autotijdperk is gebouwd, terwijl de gebieden
daarbuiten – Voorhof, Tanthof en dergelijke – meer in het autotijdperk gebouwd
zijn en daarop gebaseerd zijn. Dan zie ik nog liever dat iedere autobezitter in
Delft gaat betalen. Dan kun je nog wel iets creatiever worden, bijvoorbeeld
door degene met het meest milieuvriendelijke vervoermiddel de hoogste korting
te geven. Zo gaan mensen misschien ook wat bewuster met het milieu om. Daarom
zal ik tegen dit voorstel stemmen. Het is niet een heel slecht voorstel. Het is
een principekwestie en ik moet mijn eigen gevoel blijven volgen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik zit mij in toenemende mate te verbazen. Ik
heb hier aan de bijdrage van de fractie van GroenLinks in de commissie niets
toe te voegen.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. Tarieven zijn altijd goed voor stevige discussie, zeker
als er flinke veranderingen in die tarieven optreden. Ik kan mij ook wel
voorstellen dat de raad daar in elk geval heel scherp op wil zijn. Naar
aanleiding van de volstrekte verbazing of verrassing die enkele sprekers
uitspreken, geef ik net als in de commissie aan dat ik daar toch een tikje
anders tegenaan kijk. Er is al veel eerder een proces ingezet om de opbouw van
alles wat wij in en rond het Parkeerfonds doen, dus alle inkomsten en uitgaven
van het Parkeerfonds, transparant te krijgen en om een systeem op te bouwen
waarbij wij aan elk product op het gebied van het parkeren – dat zijn er nogal
veel – zo goed mogelijk een kostprijs hangen. Als je een bepaald product
uitgeeft, bijvoorbeeld een vergunning, kost het uitgeven daarvan alles bij
elkaar genomen het bedrag X. Dat inzicht is er. Dat hebben wij ruim een jaar
geleden in laatste instantie met elkaar besproken. Ook daarvoor hebben wij in
de raadscommissie al een zeer uitvoerige discussie gehad over de inkomsten en
uitgaven van het Parkeerfonds. Ik vind het dan ook een tikje verbazingwekkend
dat het geheugen blijkbaar toch niet zo goed is en dat nu door sommigen wordt
gesuggereerd dat er totaal geen inzicht in de kosten is en dat de kostenopbouw
volstrekt verrassend is. Het geheugen is echter wel zo goed dat bijvoorbeeld
een uitspraak van – intussen – collega Vuijk wordt geciteerd. Die uitspraak
herinner ik mij heel goed, maar die werd wel in het kader van de discussie op
dat moment gemaakt. Het is bekend wat op dat moment de andere elementen in die
discussie waren. Wij hebben het destijds uitgerekend en hebben geprobeerd om
voor de raad zo goed mogelijk inzichtelijk te maken dat wij bij het product
vergunningparkeren in de subproducten, bijvoorbeeld de gewone vergunning en de
bezoekerskaart, overall op een forse kostprijs uitkwamen. Vervolgens hebben wij
gezegd dat het geen prettig toekomstperspectief zou zijn als wij naar die
tarieven toe zouden moeten. Zo is het tarief van 115 euro voor een vergunning
in de schil in de wereld gekomen. Ik heb bij herhaling gezegd dat ik dat niet
ga voorstellen. Dat is maar goed ook, want dan was de sfeer hier misschien nog
een tikje minder geweest.
Wij hebben
wel geconstateerd dat er een enorme opgave ligt om de efficiency te vergroten.
Ik herinner mij dat ik toen heb gezegd dat ik me serieus zou gaan bemoeien en
aan de slag zou gaan met de toen onder meer door de VVD-fractie verwoorde
gedachtegang: wees helder, probeer zoveel mogelijk terug te gaan naar datgene
wat je maarschappelijk aanvaardbaar kunt noemen en kijk of je daarmee uit kunt
komen. Dat is echter wel een heel grote en gecompliceerde opgave, want dat doe
je niet even met een paar simpele oplossinkjes. Je moet echt de systematiek van
het uitgeven gaan veranderen. Dat betekent dat er heel veel geautomatiseerd
moet worden, dat parkeercontroleurs met andere apparatuur de straat op gestuurd
moeten worden en dat veel gegevens moeten worden verzameld over de strategie
van het handhaven op straat: hoe verdeel je je aandacht op straat zo dat die
helemaal efficiënt wordt? Ook de achterliggende ICT-toepassingen zijn
behoorlijk gecompliceerd. Er kan heel veel op dit gebied, er is veel
ontwikkeling en daar werken wij ook allemaal aan, maar dit is niet van het ene
op het andere moment geregeld. Wij hebben toen afgesproken dat er een
taakstelling aan zou hangen. Die taakstelling was een structurele
efficiencywinst van 752.000 euro. Daar heeft het college voor getekend. Wij
hebben dus in de nota aangegeven dat wij dat als taakstelling accepteren en dat
wij dat ook zo snel mogelijk gaan doen. Als wij dat niet vlot doen, blijven wij
immers structureel met onacceptabele gaten zitten in de inkomsten en uitgaven
van het Parkeerfonds, tenzij wij onaanvaardbare tarieven gaan heffen. Dat
laatste doen wij niet. Laten wij die efficiencywinst dus maar beschouwen als
taakstellend.
Wat blijft
er na het inboeken van die 752.000 euro structurele efficiencywinst over als
kostendekkend tarief? Het gemiddelde bedrag voor een parkeerproduct kwam voor
de schil op ongeveer 75 euro. Omdat er, vooral om maatschappelijke redenen,
verschillende kosten hangen aan verschillende producten, betekent dit dat wij voor
de bezoekerskaart een heel groot gat hadden – tussen de 17 euro en de kostprijs
van 75 euro – en dat wij voor de vergunning ook nog een gat hadden, maar dat
was gelukkig een stukje kleiner. Ook daarvoor geldt dat wij niet hebben gezegd:
wij kunnen 752.000 euro verdienen door vergroting van de efficiency; de rest
moet dus maar in het tarief gestopt worden. Wij hebben gezegd: wij zouden
voorzichtig moeten toegroeien naar een zoveel mogelijk kostendekkend tarief.
Wij hebben daarbij aangegeven dat zeker voor het vergunningtarief ook de
afweging van de maatschappelijke aanvaardbaarheid gemaakt kan en zal worden. De
mogelijkheid bestaat dus om voor minder dan een kostendekkend tarief op
vergunningen te blijven rekenen, maar dat betekent wel dat dit op andere producten,
bijvoorbeeld het betaald parkeren, ergens sluitend gemaakt zou moeten worden.
Anders moeten wij immers terug naar het pompen van gelden uit de algemene
middelen naar het Parkeerfonds en daar is niet voor gekozen.
Waar staan
wij nu? Er is nu een voorstel dat – daar ben ik het helemaal mee eens – een
stevige sprong in sommige tarieven betekent. Voor de onderbouwing vallen wij in
feite terug op het stuk van vorig jaar, waarin wij hebben geconstateerd dat bij
de bezoekerskaart het gat tussen de feitelijke kostprijs en de door ons
gerekende prijs zo groot was dat ik het in ieder geval als mijn bestuurlijke
verantwoordelijkheid heb gezien om op dat punt een stevig voorstel bij de raad
neer te leggen. Ik herinner aan een stukje discussie met de heer Van Tongeren,
die maanden geleden vroeg of er nog wel voorstellen uit het college zouden
komen die enigszins omstreden kunnen zijn. Ja, ik ga die discussie niet uit de
weg. Wat nu voorligt, is dus een stap in de richting van tarieven waarvan ik
denk dat zij uiteindelijk mogelijk en te heffen zijn en die zeker niet van dien
aard zijn dat je eigenlijk zegt: nog een paar maatregelen en dan kan de prijs
gewoon naar beneden. Het zal a hell of a job zijn om bovenop het al
taakstellend ingeboekte structurele bedrag van 752.000 euro – wij zijn een heel
eind met het binnenhalen daarvan – nog eens substantiële extra bedragen aan
efficiencywinst te boeken. Desondanks wil ik ook daarvoor niet weglopen. Ik ga
graag de uitdaging aan om in de komende jaren tot een systeem te komen waarin
het nog een stuk efficiënter kan, bijvoorbeeld door nog meer gebruik te maken
van zaken zoals ICT en door verder te studeren op alle in motie M-2 genoemde
zaken en daar nadere voorstellen voor te doen. De eerste significante
voorstellen die eraan zitten te komen, heb ik aangekondigd voor januari en
hebben betrekking op de bezoekerskaart. Dat betekent overigens een gefaseerde,
bloksgewijze invoering per gebied waarin dat aan de orde is. Ik denk dat ik de
raad in januari voor die bezoekerskaart een voorstel kan voorleggen waar heel
veel voordelen in zitten, zowel qua gebruikersgemak als qua lasten voor de
betreffende vergunninghouders. Daar zal ook het element in zitten van
meerjarige verstrekking en dergelijke. De raad ziet dan dus allerlei elementen
daarvan terugkomen.
Dit neemt
niet weg dat de tarieven zoals wij ze tot nu toe kennen voor de bezoekerskaart,
zelfs met het meest geavanceerde systeem naar mijn stellige overtuiging
uiteindelijk niet haalbaar zullen blijken. Dan vind ik het een verkeerd signaal
om die tarieven nu te laten voor wat zij zijn, want daarmee zou je het signaal
afgeven dat wij het wel even binnenhalen. Ik vind dat niet verstandig.
Uiteindelijk valt dit natuurlijk allemaal onder het budgetrecht van de raad,
maar als het Parkeerfonds geleidelijk wordt leeggezogen doordat de gedachtegang
over wat je op het punt van efficiency zou kunnen bereiken, uiteindelijk niet
bewaarheid wordt omdat de wens de vader van de gedachte is geweest, denk ik dat
de raad mij daar terecht op zou aankijken. Vandaar dat mijn voorstel mijns
inziens een realistisch voorstel is voor de tariefontwikkeling. Natuurlijk moet
de raad dat voorstel beoordelen op zijn maatschappelijke aanvaardbaarheid. Tot
zover mijn algemene reactie. Ik raad het de gemeenteraad dus ten stelligste af
om te komen tot de enigszins populistische zet om alles terug te brengen naar
een stijging met 1,5% omdat wij dat nu eenmaal hadden afgesproken over het
tarief. Dat ging echter over de belasting- en legestarieven, die dus algemeen
geldig zijn voor iedereen.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Dan wil ik dat u ook nog even ingaat op de opmerking
van de heer Van Tongeren over wat wij in maart 2004 bij de invoering in gebied
F hebben besloten. Toen heeft de raad immers besloten dat de jaarlijkse
verhoging maximaal de indexering zou mogen zijn. Zo populistisch is ons
voorstel dus niet.
Wethouder
GRASHOFF: Nadat wij tot een kostendekkend tarief zouden zijn gekomen, is het
logisch om dan niet aan winst te gaan werken, maar natuurlijk wel aan het
bijhouden van het kostendekkend zijn en zeker niet meer dan dat. Dat is
uiteindelijk het perspectief.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): In de tekst van het raadsbesluit staat iets anders, namelijk
dat wij besluiten dat het 40 euro wordt en dat het vervolgens vanaf dat moment
jaarlijks kan worden aangepast met maximaal de inflatie. Meer staat er gewoon
niet. Er staat niet: wij beginnen met 40 euro, gaan naar kostendekkendheid en
passen dan jaarlijks de inflatiecompensatie toe. Er staat dat dat het
starttarief was en dat het tarief vanaf dat moment alleen aan de hand van de
inflatie zou worden gecorrigeerd.
Wethouder
GRASHOFF: Dat is dan absoluut een ongelukkige formulering.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Nee, dat is een besluit dat wij met z’n zevenendertigen hebben
genomen. Wij zijn eraan gehouden om dat uit te voeren.
Wethouder
GRASHOFF: Ik hoor bij herhaling van uw raad dat u ook zelf, als u dat
verstandig vindt, van eerdere standpunten kunt afwijken; ik niet, maar u wel.
De essentie is dat wij in het najaar van vorig jaar een recentere discussie
hebben gevoerd over de tariefontwikkeling op basis van alle ins en outs omtrent
de opbouw van kosten en baten. Daarbij is stevig gediscussieerd over wat je zou
moeten doen om de kostenontwikkeling in de klauwen te houden. Ik ben het met de
visie en de intentie van de raad ten volle eens: ik wil geen cent meer in dat
tarief hebben dan nodig is. Ik kan echter niet het omgekeerde doen door uit te
gaan van de wens als de vader van de gedachte en door een volstrekt arbitrair tarief
te hanteren waar het dan maar mee moet worden gedaan. Zo werkt het simpelweg
niet, ook niet bij de bakker om de hoek.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Jawel, want als niemand meer een brood koopt omdat het te duur
is, zal de bakker zijn brood of zijn prijs moeten aanpassen.
Wethouder
GRASHOFF: Als de bakker alleen nog maar brood kan maken tegen een kostprijs
waarmee hij morgen failliet gaat, zijn overmorgen alle bakkers failliet en kunt
u geen brood meer kopen. Zo werkt het dus niet, ook niet in de markt.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Ook in de supermarkten gaan prijzen omlaag en worden
alternatieven gezocht voor producten, waardoor zij goedkoper kunnen worden.
Wethouder
GRASHOFF: Ik ben het niet oneens met u over het zoeken naar
efficiencymogelijkheden, maar ik geef aan dat wij realistisch moeten zijn. Wij
zeggen niet simpelweg: wij hebben eens uitgerekend wat het kost en dat moet het
dan maar zijn. Dat zouden wij als monopolist kunnen doen. Dat risico zit er dus
altijd in, maar ik ben het met u eens dat wij die weg niet moeten kiezen.
Vandaar die stevige taakstelling op het punt van de efficiency en ook de
bereidheid om de inspanningsverplichting aan te gaan om te proberen om de
efficiency nog verder te vergroten. Het onmogelijke kunt u echter niet vragen.
U kunt geen brood bakken voor een kwartje.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Komt u niet tot de conclusie dat het systeem
misschien niet past? U begon met 40 euro in de schil, maar dat was uit de lucht
gegrepen en was lang niet voldoende. Wij hebben steeds gezegd: geef de bewoners
direct aan wat kostendekkend is en laat hen dan beslissen. Nu blijkt dat u het
hier niet mee kunt doen. Eigenlijk hebben wij de bewoners bedonderd. Eerst
probeert u hen binnen te halen als klant, maar vervolgens verhoogt u het tarief
rigoureus. Misschien is het systeem wel verkeerd.
Wethouder
GRASHOFF: Dat is het motto waar Leefbaar Delft telkens op terugkomt. Er is bij
het begin van het systeem glashelder gecommuniceerd dat wij zouden beginnen met
een te laag niveau.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): De heer Van Tongeren heeft zojuist gezegd dat wij
tegen de bewoners hebben gezegd dat wij beginnen met 40 euro en dat het tarief
vervolgens alleen zou worden geïndiceerd. Hoe wilt u dit dan aan de bewoners
uitleggen?
Wethouder
GRASHOFF: Ik heb in alle discussies die ik hierover heb gehad en waaruit vele
raadsbesluiten zijn voortgevloeid van veel eerdere data, bijvoorbeeld in
Olofsbuurt/Westerkwartier, altijd gezegd dat wij met een lager tarief kunnen
beginnen om er met elkaar aan te wennen en om te testen of het systeem werkt.
Ik heb er echter geen misverstand over laten bestaan dat het tarief in de loop
der jaren hoger zou worden. Dat heb ik in alle bijeenkomsten altijd gezegd. Men
kan mij er niet van beschuldigen dat ik verstoppertje heb gespeeld.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Waarom hebt u het dan op een andere manier in een raadsbesluit
aan ons aangeboden?
Wethouder
GRASHOFF: Ik zal het raadsbesluit uit 2004 nog eens checken. Het is mogelijk
dat daar iets wonderlijks in staat. Dat is dan overigens specifiek voor gebied
F geweest, want daarvoor waren wij al met andere gebieden bezig. Als dat zo is,
vind ik dat hoogst ongelukkig. Ik zal dat nog eens preciezer moeten nalezen,
maar de algemene lijn in de afgelopen jaren is geweest: natuurlijk moet je in
een situatie waarin men het systeem niet kent, er nog niet aan gewend is en de
voor- en nadelen niet kent, niet ineens de volle mep gaan vragen. Dat is altijd
transparant gecommuniceerd en daar is altijd bij gezegd dat wij in de loop van
het ontwikkelen van het systeem pas daadwerkelijk tot een goede analyse van de
kostendekkende tarieven zouden kunnen komen.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): U hebt toch duidelijk gezegd dat de Rotterdamseweg
en Olofsbuurt/Westerkwartier de twee grootste gebieden zijn met
vergunningparkeren? Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt. Waarom worden
die afspraken niet gewoon nagekomen? Waarom gaat het tarief niet gewoon met het
percentage omhoog dat u toen hebt beloofd in de Raamstraat en zeker ook in de
aula? Dat had u moeten doen in plaats van het tarief nu ineens rigoureus te
verhogen.
Wethouder
GRASHOFF: U kunt dat duizend keer zeggen, maar ik weet precies wat ik gezegd
heb en hoe ik mij in die zaaltjes en in al discussies met alle
belangenorganisaties heb opgesteld. Volgens mij kan mij niet verweten worden
dat ik verstoppertje speel.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Jawel. Ik zat daar toevallig ook, met de bewoners
van de Olofsbuurt. Laten wij dus geen poppenkast spelen; laten wij gewoon
uitgaan van de realiteit. Dan zijn wij eerlijk en dan kunnen wij iedereen recht
in de ogen kijken. Dat kan niet op deze manier.
Wethouder
GRASHOFF: Ik ben hartstikke realistisch. Als hier iemand poppenkast zit te
spelen, denk ik dat u hier het hoogst scoort.
De heer STOELINGA
(Leefbaar Delft): Daar moet je een opleiding voor hebben, hoor.
Wethouder
GRASHOFF: Het zou op dit moment in elk geval een zeer onverstandig signaal
zijn, zowel voor de financiën van het Parkeerfonds als voor het perspectief van
de stad, om ervan uit te gaan dat wij er nu, met deze tarieven, helemaal zijn.
Zeker gelet op de ontstane commotie, kan ik mij voorstellen dat wij vanuit het
college wellicht iets te snel willen en dat de raad terecht wijst op het aspect
van maatschappelijke aanvaardbaarheid. Ik heb in de commissie dan ook
aangegeven dat het, als dat zo is, niet anders kan dan dat de raad het voorstel
amendeert. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit voor mij qua amendering
buitengewoon eenvoudig is. Met een stukje hulp van de griffie of eventueel van
mij gaat het erom wat de raad aanvaardbaar vindt. Op bladzijde X wordt het
getal Y dan vervangen door het getal Z. Een puur trendmatige verhoging geeft
een verkeerd signaal af. Over een temporisering van een tariefontwikkeling
waarvan ik blijf stellen dat die bestuurlijk absoluut verdedigbaar is, laat ik
het oordeel graag aan de raad over.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Dat is precies het punt van de VVD-fractie. Bestuurlijk legt u
het perfect uit. De regels, de procedures en eerdere besluitvorming zijn gevolgd,
maar het resultaat blijft nog steeds onbevredigend, met name voor de burgers om
wie het gaat.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Ik hoorde de wethouder toch een soort handreiking doen in
de richting van de VVD-fractie? Hoorde de VVD-fractie dat zelf niet?
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Wij zijn ook heel blij met de efficiencymaatregelen die genomen
worden en met de toezegging van de wethouder dat hij alternatieven gaat
uitwerken.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): De wethouder heeft zojuist aangeboden om in een soort
schorsing met u naar de bedragen te kijken.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Ja, maar dat waren wij zelf in deze raad toch al allemaal aan
het doen? De wethouder had in de commissie immers al aangegeven dat die
amendementen van ons moesten komen. Het gaat ons om de flexibiliteit bij de
gemeente: er moet niet alleen gedacht worden aan de eerdere besluitvorming en
aan de vraag of het procedureel en volgens de regels goed is geregeld, maar ook
aan de optiek van de burger. Wat schotel je hem voor? Als de burger op een
gegeven moment niet méér wil betalen, moet de gemeente flexibel gaan denken.
Misschien moet zij bepaalde producten gewoon helemaal niet meer leveren.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Iedereen in de raad heeft luisteren naar de burger
hoog in het vaandel staan. Laten wij nu maar eens naar de burgers luisteren op
die twee grote plekken.
Mevrouw
KONING (PvdA): Mag ik u dan uitnodigen om te kijken naar de webenquête van de
PvdA?
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Dan moeten wij 200 euro gaan betalen. Dat
willen wij niet. Vraag dat maar in de Olofsbuurt.
De
VOORZITTER: Dit is buiten de orde. De wethouder was volgens mij toe aan de
afronding van zijn betoog.
Wethouder
GRASHOFF: Uit mijn betoog is al gebleken dat in elk geval voor veel elementen
van motie M-2 het werk al eerder is gedaan. Als de raad dat nog eens scherper
inzichtelijk wil krijgen, is daar natuurlijk geen enkel bezwaar tegen. Dat wil
ik ook toezeggen zonder motie, maar ik heb er geen bezwaar tegen dat dit
eventueel via een motie wordt bevestigd. Ik was al voornemens om in januari met
een voorstel te komen voor verdere efficiencyverbeteringen. Dat had ik
aangekondigd en dat zal ik doen. Dat voorstel zal specifiek betrekking hebben
op de aan de vergunning hangende bezoekerskaart. Dat is wel een heel belangrijk
voorstel en het is ook een beetje trendsettend, omdat het een aantal
mogelijkheden met zich meebrengt die in de loop van de tijd kunnen worden
uitgewerkt. Ik kan de raad echt verzekeren dat het in januari niet de laatste
keer zal zijn dat wij met voorstellen voor verdere verbetering zullen komen.
Wat het
inzicht geven in de kosten en baten van de parkeergarages betreft, herhaal ik
dat dat in het parkeermodel zit. Dat kan natuurlijk nader toegelicht worden.
Dat kan net zo technisch en net zo diepgaand als de raad wil. Misschien moeten
wij even met de commissievoorzitter overleggen over hoe dat vormgegeven wordt,
want dat zal dan een vrij uitvoerige presentatie worden.
Punt 4 van
de motie is meer van psychologische aard. Ik kan u natuurlijk sec voorschotelen
wat er kan worden geleverd voor 50 euro, maar dat wordt dan een betrekkelijk
theoretisch antwoord.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Dat bedoel ik met die denkwijze: draai het nou eens om en leg
het niet alleen uit vanuit de gemeente.
Wethouder GRASHOFF:
Ik kan u voorrekenen wat dat dan betekent.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Bijvoorbeeld voor de handhaving.
Wethouder
GRASHOFF: Ja, maar dat helpt dan niet echt. Ik denk dat het erg lastig wordt om
dat naar de letter te doen. Naar de geest kan ik er overigens best mee uit te
voeten.
Waarom
hebben wij juist bij de bezoekerskaart het sterkst ingezet op een stukje
verhoging van het tarief? Wij constateren dat het tarief op dit moment van dien
aard is dat er toch ook wel wat misbruik van deze kaart gemaakt wordt. Men
raakt de kaart wel erg makkelijk kwijt. Dan wordt er gezegd: ik heb de kaart
niet meer of ik heb hem nooit gehad. Wat moeten wij dan doen? Wij zeggen dan
dat dat niet kan en dat men de kaart wel heeft gehad, maar wij sturen wel een
nieuwe kaart. Dan zijn er ineens twee kaarten in omloop. Zij zijn niet
kentekengebonden. Het is dus een kwetsbaar product. Dat gaan wij, als het goed
is, oplossen met het elektronische systeem, maar dat neemt niet weg dat dat
voor het huidige tarief ook niet zal lukken. Dan zeggen wij: laten wij nu naar
een tarief toe gaan dat iets meer stevigheid in zich heeft. Daarmee zul je dat
misbruik er niet plotseling uit kunnen krijgen. Daar is meer voor nodig; daar
is ook een ander systeem voor nodig, waarmee ik dus in januari kom. Het helpt
echter wel. Het is nog steeds een product dat zo sterk afwijkt in zijn prijs
dat wij het gerechtvaardigd vinden om op dat punt een steviger stap in het
tarief te maken.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Kunt u nog iets zeggen over amendement A-1?
Wethouder
GRASHOFF: Ik denk niet dat het verstandig is om het zo te doen. Er is op dit
moment niet per se een onomkeerbaar besluit nodig om dat in 2007 te gaan doen.
Zo moet u het raadsbesluit ook niet interpreteren, want daarbij horen
natuurlijk altijd de daarbij behorende financiële consequenties. Die kunnen nog
steeds aanleiding zijn om er dan voor te kiezen om het niet te doen. Dat kan
echter in elk geval niet meer in oktober 2006, want de voorbereidingstijd die
technisch nodig is om ervoor te zorgen dat het op een goede manier per 1-1-2007
kan worden ingevoerd, is dan te kort. Ik wil echter wel toezeggen dat wij in
januari met een nader gedefinieerd voorstel zullen komen. Punt 5 van het
huidige raadsvoorstel interpreteren wij dus als een principe-uitspraak en in
januari zal ik al komen met een uitwerking daarvan, inclusief de daarbij
behorende financiële consequenties vanaf 2007 en de constructie die daarbij
hoort. Dat kunt u dan natuurlijk in volle vrijheid beoordelen. Ik meen dat dat
naar de geest een amendement zoals dit overbodig maakt.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Het gaat ons ook om de koppelverkoop die erin zit. Je kunt er
dan niet meer voor kiezen om alleen een straatvergunning te hebben. Ik kan mij
voorstellen dat er een groep mensen is die daar voldoende aan heeft. Als die
verplichte combinatie erin zit, is dat voor ons op dit moment een beetje te
snel.
Wethouder
GRASHOFF: Wanneer ik in januari met een definitief voorstel daarvoor kom, denk
ik dat ik u ervan kan overtuigen om wel voor die vaste koppeling te kiezen. Dat
heeft onder meer te maken met het feit dat je dan een massa krijgt, waardoor
het makkelijker en voordeliger met elkaar te regelen is: gemakkelijk,
gebruikersvriendelijk en tegen niet te hoge kosten. Van mij mag u dat in januari
in alle vrijheid opnieuw beoordelen.
De
VOORZITTER: Volgens mij is de raad optimaal geïnformeerd, maar misschien is er
behoefte aan een schorsing.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): U raadt het al: wij willen inderdaad een schorsing van ongeveer
20 á 25 minuten om de amendementen te bespreken.
De
vergadering wordt van 21.40 uur tot 22.00 uur geschorst.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Voorzitter. In eerste termijn hebben wij al aangekondigd dat wij
met een amendement zouden komen om de voorgestelde verhoging van de tarieven te
halveren. Dat amendement, mede ondertekend door de fracties van de PvdA, STIP
en D66, dien ik bij dezen in.
Daarnaast
bedank ik de wethouder voor het feit dat hij uit de voeten kan met de motie en
dat er zelfs al verbeteringen plaatsvinden van de bezoekerskaart, waardoor die
in de toekomst goedkoper kan worden. Op basis van onze motie gaan wij komend
jaar naar het stelsel kijken. Wat ons betreft, kan het dan goed op de schop.
Wij zijn er blij mee dat deze motie zowel door de wethouder als door de raad
breed wordt gesteund. Wat de tarieven betreft, hebben wij dus een amendement.
De
VOORZITTER: Door de fracties van de VVD, de PvdA, STIP en D66 wordt het
volgende amendement (A-3) ingediend:
“De raad,
24 november 2005 bijeen,
besluit
- in
raadsstuk 170 – 630675 (nota parkeertarieven 2006) de voorstellen 2, 3, 5 en 6
te verwijderen, waardoor alleen de voorstellen 1, 4, 7 en 8 in het raadsstuk
blijven staan;
- in
raadsstuk 172 – 630673 (bijlage parkeerverordening) de volgende bedragen in
artikel 9 en artikel 10 te wijzigen:
Artikel 9,
lid 2
a)
‘€60,00
per jaar’ te wijzigen in ‘€55,00 per jaar’;
b)
‘€120,00
per jaar’ te wijzigen in ‘€110,00 per jaar’
c)
‘€120,00
per jaar’ te wijzigen in ‘€110,00 per jaar’
d)
‘€96,00
per jaar’ te wijzigen in ‘€88,00 per jaar’
e)
‘€192,00
per jaar’ te wijzigen in ‘€176,00 per jaar’
Artikel 10
lid 1b
‘Gebied B: €34,00 vervangen door €60,00’ te wijzigen in ‘Gebied B: €34,00
vervangen door €47,00’;
lid 1b
‘Gebied C tot en met F: €17,00 vervangen door €30,00’ te wijzigen in ‘Gebied C
tot en met F: €17,00 vervangen door €23,50’;
lid 2b
‘€40,00 vervangen door 48,00’ te wijzigen in ‘€40,00 vervangen door €44,00’,
en gaat
over tot de orde van de dag.”
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij hebben ons zegje gedaan. Zoals
bekend vinden wij dit een afschuwelijk voorstel. Misschien krijgt de fractie
van GroenLinks toch haar zin: wie het te duur vindt, gaat maar verhuizen. Zover
wil Leefbaar Delft het niet laten komen. Wij zullen dit voorstel dus niet
steunen.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik ken de inhoud van het amendement nog niet
helemaal. Ik kan daar wel een beetje naar raden, maar op dat punt wil ik nog
even een slag om de arm houden. Als ik het zo hoor, lijkt het ons wel een
verbetering ten opzichte van het collegevoorstel. Het is de vraag of het voor
ons goed genoeg is. Wij hebben de indruk dat in de buurten andere verwachtingen
zijn gewekt die zelfs in een raadsbesluit zijn vastgelegd. Je moet van goeden
huize komen om tot afwijking daarvan te besluiten. Wij houden in ieder geval
het met de fractie van Stadsbelangen ingediende amendement met een verhoging
ter hoogte van de inflatiecorrectie overeind. Het eindoordeel geef ik tijdens
de stemmingen.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de
heer Van Tongeren. Ook ik ken het amendement van de VVD-fractie nog niet. Ik
vraag mij wel af of de VVD-fractie het idee heeft dat het amendement dat zij nu
heeft ingediend, wél maatschappelijk draagvlak heeft in de binnenstad en in de
schil. Ik kan mij dat nauwelijks voorstellen, maar misschien heeft de
VVD-fractie heel snel met alle wijken contact gehad. Ik wacht even het
amendement van de VVD-fractie af voordat ik mijn eindoordeel geef.
Mevrouw
KONING (PvdA): Voorzitter. Ik voel mij een beetje aangesproken door de woorden
van de heer Meuleman. Je kunt natuurlijk op het standpunt staan dat alleen maar
trendmatig verhogen het beste is voor iedereen, maar volgens ons is dat op de
lange termijn niet het beste voor de bewoners en voor de gemeente. De wethouder
heeft nog een manhaftige poging gedaan om het collegevoorstel te verdedigen,
maar wij geloven dat dat voorstel in de stad toch echt een stap te ver is.
Vandaar dat wij het amendement mede hebben ondertekend en mede hebben
ingediend. Wij zijn overigens blij dat de wethouder heeft gezegd dat wij over
punt 5, het garageparkeren in de binnenstad, in januari in alle vrijheid kunnen
discussiëren. Dat was voor ons ook een issue. Ik bedank de wethouder daarvoor,
maar hij heeft ons er niet van kunnen overtuigen dat het door hem voorgelegde
voorstel voor de tarieven beter is dan een halvering van de stijging. Vandaar
dat wij het amendement mede hebben ingediend.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Ik heb in eerste termijn al gezegd dat wij op zoek
zijn naar een goed evenwicht tussen het belang van het Parkeerfonds en het
belang van de bewoners en dat het voorstel te veel naar de kant van het
Parkeerfonds hing. Daarom hebben wij het amendement gesteund.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. Ik heb eigenlijk niets toe te voegen aan mijn eerste
termijn. Ik heb het amendement gezien. Ik denk dat daar vanuit het college geen
bezwaar tegen is. Het is duidelijk in de geest van de discussie van de eerste
termijn.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Ik gebruik deze interruptie om toe te voegen dat wij in motie
M-2 in de derde zin het woord “onvoldragen” willen schrappen, als alle
medeondertekenaars van die motie zich daarin kunnen vinden. Ik vraag hun dus of
in de derde zin van de inleiding van de motie het woord “onvoldragen” kan
worden geschrapt.
De
VOORZITTER: Dat woord staat in de considerans.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Ja.
Mevrouw
KONING (PvdA): Als dat woord voor mensen een reden zou zijn om tegen te
stemmen, schrappen wij dat woord toch?
De
VOORZITTER: Dank voor deze aanvulling. Motie M-2 is in die zin gewijzigd dat in
de considerans het woord “onvoldragen” wordt geschrapt.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Voor de stemming wil onze fractie graag vijf
minuten schorsing om het amendement even naast het oorspronkelijke voorstel te
leggen.
De
vergadering wordt van 22.22 uur tot 22.27 uur geschorst.
De
VOORZITTER: Mijnheer Van Tongeren, wilt u in de beraadslaging uw finale
opmerkingen maken? Daarna geef ik het woord nog even aan de wethouder voor de
laatste technische opmerking.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Voordat wij een oordeel geven over het amendement,
wilden wij even de tarieven doorlopen om te bekijken hoe het amendement zich
verhoudt tot het oorspronkelijke voorstel. Het is weliswaar een verbetering ten
opzichte van het oorspronkelijke voorstel, maar het blijft zo dat er
verhogingen zullen optreden tussen 10% en 30%. Dat is wat ons betreft te veel.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Maak daar maar 38% van.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Dat mag ook. Dat betekent dat wij dit amendement niet zullen
steunen.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. Ik heb nog één heel kleine opmerking: in dit amendement
is niet meegenomen dat er ook maandbedragen in het voorstel staan, die in het
amendement niet worden aangepast. Ik stel voor dat die bedragen, als dit
amendement wordt aangenomen, ambtshalve navenant worden aangepast, maar wel
afgerond op halve euro’s, om geen heel gekke bedragen te krijgen.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Dank u wel. Dat was inderdaad de bedoeling, zoals ik van de
griffie heb begrepen.
De
VOORZITTER: Volgens de griffier en mij kunnen de amendementen gewoon in
volgorde worden behandeld.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Volgens mij is amendement A-3 verstrekkender dan
amendement A-1, aangezien in amendement A-3 wordt voorgesteld om voorstel 5
volledig te verwijderen, terwijl dat voorstel in amendement A-1 wordt
aangepast. Misschien zie ik dat verkeerd. Kunt u mij daarbij helpen?
De
VOORZITTER: In amendement A-3 staan veel meer elementen dan in het andere
amendement. Ik stel voor om de volgorde toch maar te handhaven.
Mevrouw
KONING (PvdA): Blijft amendement A-1 in stand?
De
VOORZITTER: Amendement A-1 is niet ingetrokken. Daar gaat de stemming straks
dus mee beginnen.
Mevrouw
KONING (PvdA): De wethouder is de indieners op dat punt toch tegemoetgekomen?
De
VOORZITTER: Ik heb daar niets over gehoord.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Wij hebben begrepen dat de koppeling die wij lezen in dat
voorstel 5, blijft bestaan. Die koppeling willen wij juist ter discussie
stellen.
In stemming
komt amendement A-1.
De
VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.
Mevrouw
KONING (PvdA): Voorzitter. Wij dachten echt dat de wethouder zojuist heeft
gezegd dat wij in januari alle vrijheid hebben. In amendement A-3 wordt
voorstel 5 geschrapt. Dat geeft ons zeker de vrijheid. Dat lijkt ons handiger
dan amendement A-1.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden dit een sympathiek voorstel
van een sympathieke partij. Wij zullen dit amendement dus steunen.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Aangezien amendement A-3 in dit opzicht volgens
mij verstrekkender is en wij dat amendement steunen, kunnen wij dit amendement
naar mijn gevoel moeilijk niet steunen. Dan lees ik “oktober 2006” echter als
“uiterlijk oktober 2006”. Mag ik dat zo interpreteren, mijnheer Meuleman?
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Dan kunnen wij dit amendement steunen.
Amendement
A-1 wordt bij zitten en opstaan verworpen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van het CDA, Stadsbelangen, de SP,
STIP en de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft voor dit
amendement hebben gestemd. Dat zijn 17 stemmen; dat is geen meerderheid.
In stemming
komt amendement A-2.
Amendement
A-2 wordt bij handopsteken verworpen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van het CDA, Stadsbelangen, de SP en
de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft voor dit amendement hebben
gestemd.
In stemming
komt amendement A-3.
De
VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij zullen voor dit amendement stemmen, omdat
wij niet vinden dat je per se iets te duurs moet doen in Delft, zoals de heer Stoelinga
zojuist suggereerde. Wij vinden dit een sympathiek voorstel.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Voorzitter. Ik zal het amendement niet steunen,
omdat in artikel 10 verhogingen worden opgenomen van 38%. Dat vind ik te veel.
Voor het overige stonden er wel aardige zaken in die ik ongetwijfeld zou willen
steunen, maar vanwege artikel 10 is dat niet mogelijk.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. In antwoord op mevrouw Bolten: wij gaan
toch niet de stad uit. Dat krijgt u namelijk niet gedaan, ook al wordt Delft
nog zo duur.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Dat heb ik ook niet voorgesteld, mijnheer Stoelinga. Van
mij mag u blijven.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Vroeger deed men op de beestenmarkt handjeklap over
een koe. Wij doen niet mee aan dit handjeklap.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Wij zullen dit amendement niet steunen.
Wij denken dat een verhoging van gemiddeld 38% nog steeds niet leidt tot
draagvlak, zowel in de binnenstad als in de schil.
De heer
TAEBI (SP): Voorzitter. Ook ik zal het amendement niet steunen vanwege de
onacceptabele verhoging.
Amendement
A-3 wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, D66, STIP en
GroenLinks en de heer Kroon voor het amendement hebben gestemd.
In stemming
komt de gewijzigde motie M-2.
De
VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Wij vinden dit een “vooruitschuifmotie”.
Wij denken dat er voldoende informatie bekend is over alles wat met het
parkeren te maken heeft gehad. Wij vinden ook de in de motie genoemde
uiterlijke datum heel erg vooruitgeschoven. Wij zullen de motie dus niet
steunen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij zullen deze motie steunen nu zij onlangs
gewijzigd is, naar uw zeggen in de considerans.
De
VOORZITTER: Ja, dat is het bovenste stukje, waarin staat waar de motie over
gaat.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): U kent uw klassieken goed. Nu dat gewijzigd is, steunen
wij deze motie.
De
gewijzigde motie M-2 wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, GroenLinks, D66,
STIP, de ChristenUnie/SGP en de SP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd.
Ik schors
de vergadering heel even, omdat er nog even naar de uitslag van een stemming
wordt gekeken.
De
vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De
VOORZITTER: De stemming is geverifieerd; de uitslag klopt.
In stemming
komt het gewijzigde voorstel.
De VOORZITTER:
Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.
De heer VAN
DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Voorzitter. Ik zal het voorstel niet steunen, met
dezelfde argumentatie als waarom ik amendement A-3 niet heb gesteund.
Mevrouw
GEURSEN (VVD): Voorzitter. Nu het voorstel geamendeerd is en de motie ook
aangenomen is, steunen wij het voorstel.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Wij zullen het voorstel niet steunen, omdat het te
ver af staat van de verwachtingen die in de buurt zijn gewekt.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Als je iets niet kunt uitleggen aan
burgers en als er geen draagvlak is, kun je ook niet akkoord gaan met het
voorstel. Dat zullen wij dan ook niet doen.
De heer
STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de
stemverklaring van de fractie van Stadsbelangen.
Het
gewijzigde voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, GroenLinks, D66
en STIP voor het gewijzigde voorstel hebben gestemd.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Toch even een punt van orde over het ene
amendement. Volgens mij was de stemming 18-18. De heer Kroon heeft volgens mij
voor dat amendement gestemd.
De heer
KROON: Ik vond het amendement sympathiek. Daar heb ik voor gestemd, maar ik kan
niet instemmen met het voorstel.
De heer DE
JONG (Stadsbelangen): Precies. Daar gaat het om: u hebt wel voor het amendement
gestemd. Dan is de uitslag 18-18.
De
VOORZITTER: Volgens mij hebben alle coalitiepartijen ervoor gestemd. Dat is een
meerderheid.
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): De STIP-fractie heeft voor ons amendement gestemd. Ik
heb het over amendement A-1.
De
VOORZITTER: Daar waren 17 stemmen voor. Dat was te weinig. Het spijt me, het
klopt echt.
241. Voorstel
inzake besteding ecologiereserve
(Stuk 169 – 630220)
Mevrouw DE
JONG (CDA): Voorzitter. In de commissie hadden wij meer moeite met dit voorstel
dan de andere fracties. Wij waren het eens met het creëren van een reserve voor
parkaanleg door aan Ikea extra geld te vragen voor het verlies van een stukje
park, gelegen op een oude vuilnisbelt, hoewel wij er in principe tegen zijn om
ondernemers extra te belasten, want dat wordt toch doorberekend in de prijzen
voor de burgers. Het hoofddoel van het creëren van die reserve was om de
Delftse bevolking op een andere plek een stuk groen terug te geven. De
Wallertuin en de Fruittuinen hebben wij daarbij genoemd. Die zijn op dit moment
niet aan de orde, maar wij hebben er bij de behandeling van het bestemmingsplan
ook voor gepleit dat de gemeente in het gebied van de Hortus het groen rond het
toekomstige techniekmuseum aankoopt en daar een groter gedeelte van maakt. Is
daar wel geld voor? Nu wordt het geld immers helemaal versnipperd. Het lijkt
erop dat het geld in dit fonds brandt in de handen van de wethouder en dat hij
het bij gebrek aan grote projecten hoe dan ook toch wil uitgeven. Ik weet niet
of de wethouder denkt dat er na hem geen belangstelling meer bestaat voor
dergelijke plannen. Wij vinden de versnippering over de padbescherming, de
vleermuisbunkers, de stadstuinen, de daktuinen en de groene daken wel aardig,
maar wij willen graag de toezegging van de wethouder dat bij de in
bestemmingsplannen, ruimtelijkeordeningsplannen en waterplannen in Delft en in
Haaglanden vastgelegde plannen waarbij grondaankopen nodig zijn ten behoeve van
groenprojecten, het voor die aankopen benodigde geld in de toekomst
gegarandeerd is en niet uit de aankoopreserve hoeft te komen. Als hij dat kan
toezeggen, ligt het anders; dan mag je wel aan die Spielerei meedoen. Misschien
hebben wij door het hele debat van zojuist wel een verkeerd beeld over de
armoedige situatie van de gemeente Delft gekregen en zijn wij veel rijker dan
wij denken of wordt er alvast van alles in allerlei plannen verrekend. Wij
dachten dat wij zo ontzettend trots konden zijn omdat wij eindelijk parken
konden gaan aanschaffen voor de Delftse bevolking. Dat geld moet niet
uitgesmeerd worden over allerlei kleine projecten, want dan heb je dat geld
niet meer als zich straks echt een kans voordoet.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Voorzitter. Dit is eigenlijk een beetje lange stemverklaring,
maar ik neem het risico niet dat u mij afhamert; vandaar dat ik in deze termijn
het woord heb gevraagd. Een bedrag van 2 mln. is groot. Ook de VVD-fractie
vindt eigenlijk dat dit bedrag niet zo versnipperd moet worden besteed, maar
moet worden besteed aan de verwerving van vervangende grond met groen. Die is
in Delft echter nauwelijks te vinden. Nu ligt er een voorstel voor een groot aantal
projecten. De VVD-fractie vraagt zich nog steeds af hoe de follow-up van de
uitvoering van deze projecten wordt gerealiseerd. Dit moet niet weer, zoals bij
de EZH-gelden, eindigen in de leegte of in voortzetting ten koste van andere
beleidsonderdelen. Er zijn verwachte inkomsten, maar die zijn nog niet geheel
duidelijk. De wethouder heeft in de commissievergadering naar voren gebracht
dat de vrijwilligers die nu padden overzetten, zich kunnen en willen inzetten
voor het onderhoud van de paddendoorgangen. De VVD-fractie gaat ervan uit dat
in de toekomst dus geen beroep wordt gedaan op ander geld. Op die manier kan de
fractie instemmen met het bestedingsplan met betrekking tot de ecologiereserve.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hebben wij aanvankelijk
bezwaar gemaakt tegen de punten D1 en D2, groene daken en daktuin. Er ligt nu
een erratum voor, zoals de wethouder had toegezegd. Daarin staat precies wat
wij gevraagd hadden. Wij zullen dus voor dit voorstel stemmen.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Ik ken dat erratum niet. Of heb ik die
niet gekregen? In de commissie was er een heel komische discussie over de
punten die wij hier nu bespreken. Iedereen vond dat het geld werd versnipperd.
Dat vinden wij nog steeds. Ik vind dat een deel ondergebracht moet worden in de
grondexploitatie van bestemmingsplannen. Dat betreft de ecologische zone. Dan
houd je eigenlijk niet meer zoveel over. Dan zou je het geld kunnen besteden
aan andere dingen en niet direct uitgeven aan het behoud van kleine dingen, dat
structureel kan worden ondergebracht bij de grondexploitatie van bestemmingen.
Wij vinden het dus onzinnig om dit geld te besteden aan deze projecten, want
dit is een verzameling van punten waarvan ik zeg: waar zit nou het behoud van
de mus en meer van die dingen? Ik heb begrepen dat de padden door veel
vrijwilligers worden overgezet, maar als die vrijwilligers er niet zijn, wie
doet dat dan? Ik wijs ook op de beheerkosten hiervan. Je begint ergens mee,
maar er wordt niet gezegd hoe je dat in de loop van de tijd gaat beheren. Komen
er dan weer kosten bij? Ik vind het dus te versnipperd en ik blijf erbij dat
het beter had gekund. Je kunt met dit geld structureel betere dingen doen, waar
het ook voor bestemd is. Ik vind het jammer.
De heer
KIELA (PvdA): Voorzitter. Wij zullen dit voorstel steunen. Wij erkennen dat er
een zekere versnippering is, maar het feit dat er geen gronden beschikbaar zijn
en dat je het geld nu toch nuttig kunt besteden, helpt om dit voorstel te
ondersteunen.
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Ook ons was opgevallen dat het geld enigszins
versnipperd wordt, maar het is wel versnipperd in een aantal goede projecten
die ook structureel van aard zijn. Daarnaast wordt er geld geïnvesteerd voor de
groene daken, een project dat wij heel erg steunen. De wethouder heeft in de
commissie aangegeven dat dit vrijwilligers kan motiveren om zich in te blijven
zetten voor de ecologie in Delft. Ook dat is een heel goede investering. Daarom
stemmen wij voor dit voorstel.
Wethouder
GRASHOFF: Voorzitter. Wat de opmerking over versnippering betreft: daar hebben
wij in de discussie uitvoerig over gesproken. Ik denk daarom dat wij het nu
kort moeten houden. Ik merk nogmaals op dat er ook voor grondaankopen, verdeeld
over twee projecten, toch ruim 850.000 euro staat. Dat is dus bijna de helft
van het bedrag. Het is natuurlijk niet zo dat het geld in mijn handen brandt.
Er staat voor sommige punten nadrukkelijk bij dat wij het op dit moment nog
niet kunnen besteden. Er staat ook “PM” in de tabellen. Het is wel zo dat wij
ervoor hebben gekozen om niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve
verbeteringsprojecten in te voeren, ook op uitdrukkelijk advies van deskundigen
op het gebied van de ecologie en de vele, overigens vaak zeer deskundige
vrijwilligersorganisaties die de stad rijk is op dit gebied. Zij hebben met
name op deze projecten de nadruk gelegd. Daar ligt ook de link met de motivatie
van de grote aantallen vrijwilligers.
Het zijn
echt eenmalige projecten in de zin dat hier geen substantiële beheerlasten uit
voortvloeien. Voorzover die aan de orde zouden zijn, zijn die juist op dit vlak
vaak samen met vrijwilligers op te lossen. Als voorbeeld heb ik genoemd het op
orde houden van de paddentunneltjes of de roosters die geplaatst en weggehaald
moeten worden bij rioolputten.
Is dit nu
het enige geld dat wij aan groen in de stad uitgeven? Gelukkig niet. Dat zou
heel vreemd en onevenwichtig zijn. Het is extra, want het is bedoeld om te
kunnen compenseren voor het verlies aan ecologische waarden door de realisatie
van de uitbreiding van Ikea. Als wij in de spoorzone een park maken, is de
aanleg van dat park gedekt binnen de middelen voor de spoorzone. Als wij binnen
de Harnaschpolder in die wijk de groenvoorzieningen maken zoals die gewoon bij
die wijk horen, met daarbij uiteraard aandacht voor de ecologische functie van
die groengebieden – dat is standaard in ons beleid; alleen maar een
gladgeschoren gazonnetje als kijkgroen doen wij eigenlijk überhaupt nergens
meer – is een dergelijke groenvoorziening meegenomen in het totaal van de
grondexploitatie voor de Harnaschpolder. Wij hebben het hier dus echt over
zaken die extra zijn en die zouden moeten leiden tot aankopen in gebieden waar
wij geen grondexploitatie hebben en toch door middel van aankoop of verbetering
van bestaande groenstructuren tot uitbreiding en tot compensatie kunnen komen.
Mevrouw DE
JONG (CDA): En mijn voorstel over de grond naast de Hortus? Ik heb gevraagd of
die grond bij de Hortus gevoegd kan worden, zodat er geen groot park ontstaat.
Dat is eigendom van de TU en dat gaat naar de vastgoedprojectontwikkelaar die
het techniekmuseum gaat beheren. Als wij dat willen kopen, kunnen wij dat dan
en hebben wij daar dan geld voor? Ik heb immers de indruk dat wij een reserve
hebben gemaakt voor grote projecten. In Haaglanden wil men ook een heleboel aan
groenstructuren doen, maar ook daar hebben wij het geld nog steeds niet voor.
Waarom gaat dit geld naar zulke versnipperde projecten?
Wethouder
GRASHOFF: Nee, hier is sprake van een misverstand. Het door u genoemde
Haaglandenvoorbeeld is gedekt. Daar zit de gemeente Delft met 100.000 euro in.
Dat is relatief weinig. Dat is niet vreemd, want er is een verdeelsleutel
gemaakt over de deelnemende gemeenten aan de hand van grotere of kleinere
belangen. Het totaalproject in Haaglanden is gedekt. Daar zit overigens ook een
verdubbeling in door het ministerie van LNV. Die verdubbeling is ook veilig
gesteld. Dat Haaglandenproject is dus absoluut geregeld. Als dat nog niet
geregeld zou zijn en als wij die ton nog zouden zoeken, zou je dat hieruit
kunnen doen. Dat ben ik met u eens, maar dat hoefde dus niet meer, want het was
al gedekt.
De
specifieke situatie ten aanzien van de Hortus zou ik iets preciezer moeten
bekijken. Het is niet ongebruikelijk dat wij bij een ontwikkeling en ook een
herontwikkeling tegen een ontwikkelende partij zeggen: u maakt niet alleen de
gebouwen, maar ook de groenvoorzieningen; dat leggen wij vast in een
bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan eenmaal gemaakt zijn, is het
gebruikelijk – ik weet niet of dat naar de letter ook in dit geval aan de orde
is – dat de partijen vervolgens de groene buitenruimte en de infrastructuur
weer aan de gemeente overdragen, vaak om niet. Vervolgens hebben wij de
verantwoordelijkheid voor het beheer en het onderhoud. Als die situatie, die
redelijk standaard is, zich ook in dit geval voordoet, hoeven wij dus geen
apart geld voor de aankoop van dat gebied in te zetten, want dan komt dat
gebied sowieso als structurele groenvoorziening bij de gemeente in beheer. Als
dat in dit geval niet aan de orde is en als er een soort private constructie
voor een stukje van dat groen is, kunnen wij via het bestemmingsplan en de
realisatieovereenkomst met de betreffende ontwikkelaar sowieso afdwingen dat
het groen wordt ingericht. Dan kun je je afvragen of aankoop dan nog nuttig is.
Dat zou afhankelijk kunnen zijn van de situatie. Ik wil deze situatie best even
nader bezien.
Mevrouw DE
JONG (CDA): En de Wallertuin en de Fruittuinen? Als daar een probleem komt en
als zij te koop worden aangeboden, hebt u daar dan geld voor? Ik dacht immers
dat dit het potje was.
Wethouder
GRASHOFF: Als er heel specifieke dingen zouden zijn omtrent de Wallertuin of de
Fruittuinen – dat is overigens betrekkelijk onwaarschijnlijk omdat de eigenaar
tot nu toe absoluut niet wenst te verkopen – zou je van deze middelen gebruik
moeten maken. In deze projecten zijn daar ook gelden voor opgenomen. Ik kan
natuurlijk geen zinnig woord zeggen over de vraag of dat voldoende is of niet.
Ik kan en wil daar ook eigenlijk niet zo heel ver op doorgaan.
Mevrouw DE
JONG (CDA): Voorzitter. De wethouder heeft ons gerustgesteld dat alle projecten
die wij hebben vastgesteld, gerealiseerd kunnen worden. Dat betekent dat wij
toch voor het voorstel zullen stemmen.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden dit nog steeds een
onevenwichtige uitgave. Wij vinden dit nog te versnipperd en wij zullen
tegenstemmen.
In stemming
komt het voorstel.
Het
voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.
De VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de
fractie van Leefbaar Delft tegen het voorstel hebben gestemd.
242.
Voorstel tot vaststelling van de gemeentelijke belastingverordeningen 2006
(Stuk 171 – 630049)
Wethouder MOOIWEER: Voorzitter. Ik maak eerst een korte opmerking. Voor de cijfers heeft het geen betekenis, maar in de toelichting staat hoe de lastendruk wordt berekend, waarbij is uitgegaan van een waarde-eenheid van €2500. Dat is echter voorgesteld in een wetsvoorstel dat nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen. Het tarief blijft €2268, zoals in de verordening staat, maar dat verandert niets aan de cijfers die de raad gekregen heeft.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Voorzitter. Het dikke boekwerk dat ons ook nu weer heeft bereikt,
is nauwelijks te controleren. Een lawine van bedragen komt langs. Om de
controlerende taak van de raad wat te verlichten, is het aanbevelenswaardig om
de bedragen van het vorige jaar te vermelden. Op die manier kan snel worden
gezien of bedragen boventrendmatig stijgen. Nu moet de raad het doen met een
gedeelte in het voorstel waarin de drie meest belangrijke wijzigingen of
toevoegingen staan vermeld. De andere wijzigingen kunnen wel minder belangrijk
zijn, maar bij elkaar opgeteld kunnen deze toch een ongewenst effect hebben.
Inmiddels
is de programmabegroting behandeld en vastgesteld. Hieraan was een budget voor
de gemeentelijke uitgaven gekoppeld. De lokale heffingen moeten dit budget
opbrengen. Bijstelling van de gemeentelijke belastingverordeningen is
nauwelijks meer mogelijk. Hier wreekt zich het feit dat de programmabegroting
en de gemeentelijke belastingverordeningen niet gelijktijdig ter behandeling
aan de gemeenteraad worden aangeboden. Ik kom sowieso in de laatste maanden
steeds versnipperde besluitvorming tegen. Bij de eerste besluitvorming wordt
dan gesteld “daar praten wij later over” en als dan het concrete voorstel wordt
besproken, dan wordt gesteld “dat is al eerder besloten”. Dat moet anders:
raad, let op uw zaak.
Weliswaar
is in de programmabegroting een hoofdstuk Lokale heffingen opgenomen, maar in
dit hoofdstuk wordt slechts zeer summier aangegeven waar belangrijke
ontwikkelingen te verwachten zijn. Het gaat bovendien meer over de systematiek.
Zo wordt in het hoofdstuk gesteld dat de verhoging van de ozb met 3,25% een
gesloten circuit vormt met de verlaging bij de reiniging. De totalen zullen wel
kloppen, maar de VVD-fractie is geïnteresseerd in de uitkomst van de aanslag
van de individuele burger. Aan de wethouder is verzocht om duidelijkheid te
creëren. Hij heeft vanavond een staat overlegd waarmee aangetoond moet worden
dat de redenering klopt bij de beoordeling van privé-huishoudens. Het was wat
puzzelen, maar het zogenaamde “gesloten circuit” is bijna gehaald. Met andere
woorden: 3,25% ozb-verhoging gecompenseerd met de verlaging van de
reinigingsrechten komt op ongeveer €0 uit. De goedkopere woningen gaan er zelfs
op vooruit. De omslag ligt op ongeveer €175.000, de gemiddelde prijs van een
Delftse woningen. De hogere uitkomst voor de duurdere woningen is ons inziens
verwaarloosbaar. Daar kunnen wij mee leven. Hiermee is voldaan aan een eerder
door de raad aangenomen uitgangspunt.
De
verhoging van de legesbedragen voor horecavergunningen is enorm. Daar is niets
aan te doen, maar het betekent wel een behoorlijke belasting van de horeca.
Door wettelijke maatregelen kunnen wij niet anders, maar toch. De andere
verhogingen zijn discutabel. Is een verhoging met €80 voor de huur van het
stadhuis te rechtvaardigen? Elke huisbaas zou zich in zijn handen wrijven als
hij op die manier de huur mocht optrekken. Wellicht worden er andere diensten
verleend, maar waarom is dat dan niet aangegeven? Een bedrag van €80 op de
totaalkosten van een huwelijksvoltrekking is weliswaar niet veel, maar toch.
Hetzelfde geldt voor de lijkbezorgingsrechten. Het komt er zo langzamerhand op
neer dat je moet nadenken over de plaats waar je dood wilt gaan. Moet het zo
versneld en zijn die kosten niet te drukkend? Dat geldt overigens voor alle
tarieven.
Alvorens
tot tariefsverhoging over te gaan, was het goed geweest om na te gaan of alles
wel zo duur moet zijn. Ook hier geldt: wat is het maatschappelijk draagvlak,
wat wil de burger uitgeven, wat moet er uitgegeven worden en wat krijgen wij
ervoor? Het zou goed zijn als de rekenkamer de tarieven en de ontwikkeling
ervan eens op de agenda zet.
De
VVD-fractie heeft twee moties voorbereid, namelijk over het gelijktijdig ter
behandeling aanbieden van de programmabegroting bij gemeentelijke
belastingverordeningen en over een verzoek aan de rekenkamer om het doorploegen
van de tarieven op de agenda te zetten. Beide moties kunnen rekenen op brede
steun in de raad. De VVD-fractie gaat overigens akkoord met het voorstel.
De
VOORZITTER: Door de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, GroenLinks,
Stadsbelangen, STIP, D66, de SP en de ChristenUnie/SGP en de heer Kroon wordt
de volgende motie (M-3) ingediend:
“De
gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,
constaterende
dat:
-
op 1 november 2005 de
Programmabegroting 2006-2009 is vastgesteld;
-
in deze
Programmabegroting een hoofdstuk Lokale Heffingen is opgenomen;
-
in dit hoofdstuk
slechts summier wordt aangegeven waar van trendmatige stijging afwijkende
bedragen zijn te verwachten;
-
de vaststelling van
de gemeentelijke belastingverordening 2006 eerst op 24 november 2005
plaatsvindt;
overwegende
dat:
-
bij de vaststelling
van de Programmabegroting een bestedingspatroon met budget voor het komende
jaar is vastgesteld;
-
bij de vaststelling
van de Programmabegroting niet het volledige beeld van de tariefstelling voor
2006 duidelijk was;
-
hierdoor de
bijstelling van tarieven nauwelijks meer mogelijk is;
draagt
het college op:
-
in 2007 en verder te
streven naar gelijktijdige behandeling van de programmabegroting en de gemeentelijke
belastingverordening;
-
indien dit niet
haalbaar blijkt te zijn, volledig inzicht in het hoofdstuk Lokale Heffingen van
de programmabegroting te geven met betrekking tot de van de trendmatige
stijging afwijkende bedragen,
en
gaat over tot de orde van de dag.”
Door de fracties van de VVD, de PvdA, Stadsbelangen, de SP, GroenLinks, de ChristenUnie/SGP, Leefbaar Delft en de heer Kroon wordt de volgende motie (M-4) ingediend:
“De
gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,
constaterende
dat de lokale heffingen constant ter discussie staan;
overwegende
dat goed inzicht in de ontwikkeling van de lokale heffingen noodzakelijk is om
tot een goede afweging te komen met betrekking tot de lasten voor de burger;
besluit
de Rekenkamer te verzoeken, het onderwerp “lokale heffingen” op de agenda te
zetten,
en
gaat over tot de orde van de dag.”
De heer BLINKER (PvdA): Voorzitter. Wij spreken over de vaststelling van de belastingverordeningen, dus eigenlijk over de uitvoering van reeds vastgesteld beleid. Wij hadden in de commissie daarom de neiging om hiermee gelijk in te stemmen. Toch hebben wij het voorstel mee teruggenomen naar de fractie. Een van de belangrijkste redenen daarvoor was het feit dat de kostendekkendheid van de huwelijkstarieven 120% is in plaats van 100%. Wij willen best geloven dat het stadhuis de mooiste plek van Nederland is om in te trouwen, maar dat is volgens ons nog geen reden om een kostendekkendheid van 120% na te streven.
Ik kan mij daarbij voorstellen dat het college zegt dat de verhoging van de tarieven aangekondigd was in de eerste beheersrapportage van 2005, maar toen kon de verhoging nog niet gerelateerd worden aan de programmabegroting of de trendmatige stijging. Het is lastig om een dergelijke verhouding geïsoleerd te beoordelen.
Verder is het moeilijk om de transparantie van tarieven te beoordelen. Ook om die reden heeft de PvdA-fractie een motie van de VVD-fractie op dat punt gesteund.
De heer VAN PUTTEN (STIP): Voorzitter. De jaarlijks terugkerende vaste lasten zijn voor veel Delftenaren terecht een doorn in het oog. Mensen zijn daarvan afhankelijk en zij kosten hen jaarlijks een flinke duit. Veel fracties vroegen hiervoor reeds regelmatig de aandacht en pleitten al geruime tijd voor een daling van de woonlasten in Delft. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat de discussie in de commissie zich richtte op deze woonlasten.
In het voorliggende voorstel presenteert het college de tarieven voor 2006. De STIP-fractie is van mening dat het voorstel realistisch is en voldoet aan een brede oproep tot matiging van de lasten. Zoals uit het pièce de resistance van de wethouder blijkt, zullen de woonlasten voor de meeste Delftenaren dalen of minder hard stijgen dan de inflatie. Zoals in de commissie reeds aangegeven, kan de STIP-fractie akkoord gaan met de voorgestelde gemeentelijke belastingverordening 2006.
De heer DE KONING (Stadsbelangen): Voorzitter. In de commissie Middelen en Bestuur hebben wij de kostendekkendheid ter discussie gesteld. De gemeente Delft is goed in staat om de methodiek van de opbouw van de leges weer te geven. De fractie van Stadsbelangen is echter nog steeds van mening dat Delft met deze methodiek een dure gemeente is.
In het raadsvoorstel staat onder punt 2 dat de druk om tarieven van leges en rechten transparant te maken, in die zin dat duidelijk is welke kosten met het betreffende product zijn gemoeid, een exercitie is die meer voeten in de aarde heeft dan op het eerste gezicht lijkt en in het komende jaar extra aandacht vraagt. Die tekst is precies gelijk aan die van vorig jaar. Wij vragen ons af wat in het afgelopen jaar is gedaan. Volgens mij kunnen wij deze tekst volgend jaar weer verwachten. Wij sluiten ons op dit punt aan bij de woorden van mevrouw Steffen en wij hebben een motie daarover ondertekend. Wij hadden nog wat vragen over de ozb maar mevrouw Steffen heeft die goed verwoord. Ook daarbij sluiten wij ons aan.
In de commissie hebben wij duidelijk gemaakt dat wij de verhoging van de trouwleges absurd vinden. Delft is in de provincie Zuid-Holland de duurste gemeente. De burgemeester probeerde nog wel uit te leggen hoe bijzonder ons stadhuis is, maar dat geldt ook voor andere stadhuizen. Wij vinden niet dat de beheerkosten van een stadhuis mogen worden afgewend op aanstaande bruidsparen door een verhoging van €80 door te voeren.
Wij hebben na de commissievergadering via de griffie om de volgende informatie gevraagd: het aantal betaalde huwelijken en inkomsten, de huurkosten van het stadhuis op jaarbasis, de gemiddelde kosten van commissie- en raadsvergaderingen en de overige inkomsten van het stadhuis. De verhoging van €80 zou zijn voorgesteld om de huurkosten van het stadhuis te dekken. In de beantwoording van onze vragen lezen wij echter dat het stadhuis in eigendom is. Volgens ons is er daarom geen sprake van huurkosten. Voor huisvesting en informatie is ongeveer een bedrag nodig van €80.000. Inclusief vastgoedpost zou het stadhuis €280.000 kosten. Wij hebben daar de tarieven eens bij gepakt. Het college stelt dat de huwelijksleges met €80 stijgen. Dat is echter een gemiddelde. Van maandag tot en met vrijdag stijgt de leges met €102. In die periode vinden 402 huwelijken plaats. Op zaterdag stijgt de leges met €91, 59 huwelijken, en op zondag €23. De tarieven stijgen dus al met al €216, maar eigenlijk met €72. Het is onterecht om deze systematiek toe te passen. Huwelijken worden meestal doordeweeks gesloten, een percentage van 38%. Uit de beantwoording blijkt verder dat het stadhuis per huwelijk €84 ontvangt. Met de voorgestelde leges stijgt dat bedrag naar €118, een verschil van €34. Als iemand de trouwzaal wil huren, is hij ongeveer €140 kwijt voor een dagdeel. Wij maken het wel erg bont met onze leges.
Als
een vakteam het stadhuis wil afhuren, moet daarvoor €3,25 per persoon worden
betaald, ongeveer €32,50 voor vier uur. Dat bedrag is erg laag. De huur van de
ruimtes voor raads- en commissievergaderingen wordt niet doorberekend. De
koffie en thee overigens ook niet. Wij vinden dus dat de opbouw van de leges
ter discussie staat. Ook externe partijen kunnen de trouwzaal en de burgerzaal
huren, maar de tarieven daarvoor liggen naar onze mening vrij laag. Wij vinden
dat daar juist het accent op moet liggen. Het is niet terecht dat de kosten
deels verhaald worden op aanstaande bruidsparen. Wij dienen daarom een
amendement in. Wij doen het voorstel om de door mij genoemde informatie in de
commissie Middelen en Bestuur van 12 december te bespreken en tot die tijd de
huwelijksleges te bevriezen.
Wethouder
MOOIWEER: Ik stel graag een vraag aan de heer De Koning. Ik neem aan dat hij op
basis van gegevens van het ambtelijk apparaat een aantal berekeningen heeft
gemaakt. Ik heb wat moeite om daarop te reageren.
De
heer DE KONING (Stadsbelangen): Daarom wil ik het punt opnieuw bespreken in de
commissie Middelen en Bestuur. Ik heb als enige deze informatie beschikbaar.
Wethouder
MOOIWEER: Als u een en ander op papier hebt staan, zie ik dat graag in want dan
kan ik er wellicht meteen op reageren.
De
heer DE KONING (Stadsbelangen): U kunt die informatie krijgen. Ik ga ervan uit
dat de ambtenaar dit met u heeft kortgesloten.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Als een raadslid een vraag stelt, hoeft een ambtenaar toch
niet meteen naar het college te rennen? Wij werken dualistisch.
De
heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Op papier wel.
De
heer DE KONING (Stadsbelangen): Ik heb in deze periode wethouder Mooiweer al
een paar keer aan de lijn gehad als ik een vraag had gesteld aan de Griffie.
Wethouder
MOOIWEER: Ik kom even terug op mijn vraag. Ik constateer dat de heer De Koning
een aantal berekeningen heeft gedaan met de informatie die hij gekregen heeft.
Ik kan daar nu niets mee, want ik weet niet hoe hij gerekend heeft. Ik verzoek
hem daarom om zijn berekeningen te overhandigen.
De
VOORZITTER: U kunt daar ook nog later op reageren, want dit vergt nog enig
denkwerk vrees ik. Door de fractie van Stadsbelangen wordt het volgende
amendement (A-4) ingediend:
“De
gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,
besluit
hoofdstuk 3, 3.1 t/m 3.3.5 te schrappen en deze punten ter bespreking te
agenderen voor de commissie Middelen en Bestuur van december 2005,
en
gaat over tot de orde van de dag.”
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij behandelen de
Belastingverordeningen 2006, een gevolg van het aannemen van de
programmabegroting. Zoals bekend heeft de fractie van Leefbaar Delft tegen de
programmabegroting gestemd. Voor mij ligt een lijst van het Centrum van
onderzoek van de economie van de lagere overheden, het Coelo, en Delft staat
daarin op de vierde plaats wat betreft burgerlasten, met een bedrag van €795
gemiddeld. In Alkmaar ligt dat bedrag op €607. In ons programma heeft altijd
gestaan dat Delft moet dalen op de ranglijst, niet stijgen. Een verhoging van
de ozb naar 3,5% onder het mom dat daarmee de lasten €0 stijgen, is niet goed.
De lasten moeten omlaag.
Structureel
moeten de lasten van de burgers dalen. De vraag naar de dekking daarvoor is
terecht. Die dekking moet gezocht worden. De lasten voor de burger moeten
omlaag zodat Delft daalt op die ranglijst. Dat is altijd ons standpunt geweest.
Stadsbelangen heeft net een betoog gehouden over de trouwleges. Wij maken ons
daar eigenlijk wat minder druk om dan om de lasten die direct gericht zijn op
de burgers. Wij scheiden graag hoofdzaken van bijzaken, los van het feit dat
het punt belangrijk is. Delft mag ook naar buiten toe niet de indruk wekken dat
de stad alleen maar geld wil verdienen. Dat is ook een slecht beeld.
De
belastingverordeningen zijn een belangrijk instrument om de uitstraling van de
gemeente te verbeteren. Wij kunnen deze gebruiken om flink te dalen op de
ranglijst van duurste steden van Nederland. Wij praten nu echter weer over een
handhaving op de vierde plaats en misschien over een stijging. Daar passen wij
voor.
De
heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Wij kijken naar deze
belastingverordeningen en naar het perspectief van het tariefbeeld in het
algemeen en dat bevalt ons niet. In de afgelopen vier jaar is veel te weinig
gedaan aan het matigen van de tarieven. Ook de laatste kans van dit college is
met deze belastingverordeningen niet gegrepen. Er wordt slechts een snippertje
van de tarieven voor de reiniging afgehaald, maar verder houdt Delft de positie
van een van de duurdere gemeenten.
Niet
alleen het college heeft op dit punt niet zijn verantwoordelijkheid genomen,
maar ook een groot deel van de raad niet. De raad heeft dit eigenlijk vier jaar
lang laten gebeuren. Het voorstel op de valreep om de rekenkamer ernaar te
laten kijken, komt daarom potsierlijk over. Het voorstel daarover is overigens
tamelijk open geformuleerd. De rekenkamer wordt verzocht om het onderwerp op de
agenda te zetten. Onderwerpen kunnen heel lang op een agenda staan. Het is toch
de bedoeling dat daarmee wat wordt gedaan. Deze motie spreekt mijn fractie dus
niet aan.
Aan
de hand van de belastingverordeningen wordt gedeeltelijk voorzien in de
inkomstenkant van het gemeentelijke huishoudboekje. Deze zijn eigenlijk een
tegenhanger van de begroting waarin de uitgaven worden weergegeven. De
begroting kon niet op onze instemming rekenen en dat geldt ook voor deze
belastingverordeningen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij stemmen voor de voorstellen. Deze zijn een
uitwerking van hetgeen in de begroting is voorbereid. Ik betwist dat de raad en
het college onvoldoende gewerkt hebben aan een verlaging van de tarieven. De
fracties die over het Coelo spreken, kunnen weten dat een gemiddelde woning in
Delft ongeveer €170.000 waard is. De ozb van woningen onder €170.000 stijgt
niet. In het Algemeen Dagblad stond vorige week dat de ozb in andere steden kan
oplopen tot 30%. In Delft is dat niet het geval.
Ik
vind het knap van het college dat de dreigende nood bij de reiniging en een
verwachte verhoging van de reinigingsheffing door maatregelen is afgewend. De
tarieven voor de reiniging kunnen zelfs omlaag. Het college verdient lof op dit
punt.
De
fractie van GroenLinks heeft de moties van de VVD-fractie ondersteund en roept
de andere fracties op om dat ook te doen. Hoe meer fracties een verzoek doen
aan de rekenkamer, hoe meer kans dat het voorstel wordt opgepakt.
Wethouder
MOOIWEER: Voorzitter. Ik was blij met de termijn van mevrouw Bolten en de STIP-fractie
omdat daarin werd aangegeven dat met de matiging een mooi resultaat is bereikt.
Ik ben het daarmee eens. Ik herken mij absoluut niet in het verhaal dat wij
gigantisch veel op de burger afwentelen. Uit het staatje dat ik eerder vandaag
heb uitgereikt, blijkt dat een aantal mensen te maken krijgt met
belastingverlaging in absolute zin. Voor het overgrote deel van de
belastingbetalende Delftse burger ligt de stijging onder de inflatiecorrectie.
Relatief is daar dus ook sprake van een daling.
Op
een aantal punten wordt inderdaad een verhoging ingevoerd, maar op zaken
waarmee de burger veel te maken heeft, wordt een verlaging of bevriezing van
tarieven doorgevoerd. Ik noem de leges voor een uittreksel uit de GBA. Dat is
typisch een zaak waarmee veel burgers te maken krijgen. Die stijgt niet. Voor
mensen met een laag inkomen wordt het gemeentelijk deel van de leges voor een
paspoort of ID kwijt gescholden. Dat is gewoon een lastenverlichting. De
toeristenbelasting stijgt met 0%. De belasting op kleine reclames wordt met 3%
verlaagd en op grote reclames bevroren. Dat zijn allemaal vormen van
lastenverlichting. Ten aanzien van de bouwleges is subtiel vermeld dat de
gemeente een half procentpunt minder leges gaat heffen. Een teruggang van 3%
naar 2,5% is echter niet een half procent verlaging, maar 16,7% verlaging van
de bouwleges. Dat komt neer op een lastenverlichting van ruim €100.000. Ik neem
dus afstand van het verwijt dat het college weer kosten op de burgers
afwentelt.
De
heer VAN TONGEREN (CDA): De wethouder begrijpt toch wel dat wij hem beoordelen
op de tariefontwikkelingen in de afgelopen vier jaar en niet alleen op de voorstellen
van dit jaar? Het beeld over de totale vier jaar bevalt ons niet.
Wethouder
MOOIWEER: De CDA-fractie heeft een aantal jaren aandacht hiervoor gevraagd. Nu
krijgt de fractie waar zij om vraagt en is zij nog niet tevreden. Ik vind dat
vervelend. Wij doen ons best om aan uw wensen tegemoet te komen.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Als tarieven eerst gigantisch stijgen en
vervolgens bevroren worden, betekent dat niet dat je het goed doet. Daarmee
word je de duurste stad van Nederland. Mevrouw Bolten zegt dan: als je het niet
kunt betalen, verhuis je maar uit Delft. Moeten wij daarnaar toe?
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voor de notulen ontken ik wederom dat ik dat op die manier
heb gezegd.
De
heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik zat naast u en u hebt letterlijk gezegd: als
zij het niet kunnen betalen, gaan zij maar uit Delft weg.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Ik weet zelf drommels goed wat ik letterlijk gezegd heb.
Wethouder
MOOIWEER: Ik sprak vandaag een inwoner van deze stad op straat. Hij vroeg mij
wat ik vandaag ging doen. Ik zei dat de tarievennota werd behandeld. Hij zei:
dan mag je zeker aan de bak? Vervolgens zei hij: ach die tarieven, het maakt
toch helemaal geen barst uit of moet je anders verhuizen naar Tilburg? Er zijn
dus mensen die hier anders over denken. Zij vinden het gewoon prettig om in
deze stad te wonen.
De heer GABELER (Leefbaar Delft): Er wordt anders wel aangeraden om uit Delft
te vertrekken als je het niet kunt betalen.
Wethouder
MOOIWEER: Dat zeg ik niet. Er zijn echter ook mensen die zich richten op de
leuke dingen in deze stad. Dat vind ik belangrijker.
Mevrouw
Steffen heeft gevraagd naar de lastendruk voor individuele burgers. Ik heb
daarover een tabelletje opgesteld. Ik heb gemerkt dat de raad daarmee kan
instemmen. Omdat de gemiddelde woning in Delft ongeveer €170.000 euro kost,
zijn er niet veel mensen die helemaal aan het einde zitten. Dat is ook op te
maken bij een benadering van bovenaf; uit de opbrengsten blijkt dat de gemeente
minder belasting ophaalt.
In
de komende jaren verwacht ik overigens dat de tarieven verder gematigd worden.
Dat hangt samen met de bezuinigingen. Als op de overhead wordt bezuinigd,
worden minder kosten doorbelast. Ik verwacht dat daar in de komende jaren de
voordelen van zullen blijken. Dit is dus niet een belastingverordening die met
het oog op het volgende verkiezingsjaar is opgeleukt. De trend die twee jaar
geleden voorspeld was, is ingezet.
Wat
betreft het punt van de huwelijksleges, stelde de portefeuillehouder
huisvesting voor om het onderwerp in de commissie te behandelen.
De
VOORZITTER: De discussie hierover is nogal technisch van aard. Ik voer die
discussie graag om de precieze kosten van het stadhuis adequaat door te
rekenen. Ik zie namelijk graag een goed draaiende exploitatie van het stadhuis.
Volgens mij zijn niet alle tarieven die door Stadsbelangen worden genoemd
adequaat en actueel. Het is de moeite waard om daar extra naar te kijken. Dat
laat onverlet dat wij best op basis van de voorliggende informatie de
trouwleges kunnen vaststellen. Als de raad dat wil, kunnen wij nader kijken
naar de opbouw van de tarieven van het stadhuis in relatie tot de doorberekende
kosten.
De
heer DE KONING (Stadsbelangen): Ik heb de dag na de vergadering van de
commissie Middelen en Bestuur mijn vragen gesteld en het antwoord pas vanavond
om 18.00 uur thuis ontvangen. Ik heb dus geen tijd gehad om met de behandelend
ambtenaar van gedachten te wisselen. De discussie is vrij technisch en hoeft
voor mij niet vanavond gevoerd te worden. Ik stel daarom voor om het punt te bespreken
in de commissie Middelen en Bestuur. Het college krijgt daarmee genoeg ruimte;
vorig jaar werd de belastingverordening ook in december vastgesteld.
Wethouder
MOOIWEER: In dat geval stel ik voor om het punt in de commissie te bespreken,
maar de belastingverordening wel gewoon vanavond vast te stellen.
De
heer DE KONING (Stadsbelangen): Exclusief die trouwleges, want anders gaan wij
niet akkoord.
Wethouder
MOOIWEER: Er moet wel een tarief worden vastgesteld. Als u in december niet
tevreden bent met de uitleg, kunt u een initiatiefvoorstel indienen waarmee u
de besluitvorming terugdraait.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Laten wij de besluitvorming gewoon een maand uitstellen.
De
heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Met het amendement van Stadsbelangen wordt
beoogd dat de leges geparkeerd worden tot nadere bespreking. Daaraan zou moeten
worden toegevoegd dat de oude tarieven zoals vastgesteld in de vorige
belastingverordening tot nadere besluitvorming blijven gelden. Wij gaan niet
alvast een verhoging bekrachtigen om die later weer terug te draaien. Dat is
geen goede redenering.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Wij kunnen toch gewoon een maand wachten?
Wethouder
MOOIWEER: Dat kan wel, maar dan moeten wij de volgende maand, in december, de
tarieven vaststellen.
De
heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Dat is materieel toch geen probleem?
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Als de berekening klopt, krijgt de wethouder zijn €80 en als
deze niet klopt, dan zien wij wel weer verder.
Wethouder
MOOIWEER: Dan doen wij het op die manier. Dat is de techniek.
Ik ben op de meeste
punten ingegaan, dus ik laat het hierbij.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Voorzitter. Ik heb mijn zin al gekregen. Ik wilde zeggen dat het
een sympathiek amendement is en dat wij daarvoor zullen stemmen, maar de
wethouder heeft al gezegd dat hij het zo zal doen. Ik ga akkoord met het
voorstel.
De heer
BLINKER (PvdA): Voorzitter. Ook wij gaan akkoord met het voorstel. Ik was in de
eerste termijn vergeten te zeggen dat wij ook de tweede motie van de
VVD-fractie hebben ondertekend. Wij steunen dus beide moties.
De heer VAN
PUTTEN (STIP): Voorzitter. Wij zullen de moties en het amendement steunen. Wij
denken dat motie M-3 kan bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming en
dat motie M-4, indien overgenomen door de Rekenkamer, zou kunnen bijdragen aan
een frisse kijk en nieuwe inzichten. Op amendement A-4 heeft de wethouder
zojuist gereageerd.
De heer DE
KONING (Stadsbelangen): Voorzitter. Ik bedank de wethouder voor het voorstel om
de leges voor de huwelijken nog even te bevriezen, in de commissie Middelen en
Bestuur opnieuw ter discussie te stellen en in december daar een definitief
besluit over te nemen. Wij trekken het amendement dus in.
De
VOORZITTER: Aangezien amendement A-4 is ingetrokken, maakt het geen onderwerp
van de beraadslaging meer uit.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wat de motie over de Rekenkamer betreft:
het kan geen kwaad als de Rekenkamer weer bezig is. Die motie steunen wij dus.
Het betoog
van de wethouder lijkt heel plausibel. Zoals ik hem ken, geloof je ook echt in
zijn woorden, maar het gaat om het startpunt. Wij zitten te hoog en daarom
moeten wij omlaag. De wethouder heeft gelijk: de indicering gaat in 2005 niet
structureel omhoog, maar het startpunt is verkeerd. Wij zijn al vier jaar bezig
om dat boven water te krijgen. Probeer op dat punt nou omlaag te gaan. Het is
veel beter om een keer met 3% omlaag te gaan, los van de indicering en van alle
andere poespas die erbij hoort om het plaatje rond te krijgen. Daarvoor moeten
dan maar een keer andere gelden gehaald worden, bijvoorbeeld op het punt van
het klimaatplan. Dat bedrag kan structureel omlaag, omdat het niets uitmaakt
voor “Kyoto”. Wij zitten 20% hoger dan de rest, maar Pijnacker en Nootdorp doen
dat niet. Onze vervuiling komt ook niet van onszelf, maar van de buren. Dat is
een structureel probleem. Daar moeten wij met z’n allen aan werken, dus niet
door structureel duurder te zijn.
Ik heb al
gezegd dat wij de ene motie van de VVD-fractie steunen. De andere motie steunen
wij niet. Heb ik het goed begrepen dat het amendement van de fractie van
Stadsbelangen is ingetrokken?
De heer
MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja, want de wethouder heeft toegezegd dat wij
vanavond niet over dat aspect beslissen.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Dan ga wij daarover dus nog eens in discussie. Ik heb
echter eigenlijk al besloten dat ik, als ik zou hertrouwen, dat niet meer in
Delft zal doen, want dat kan ik dan waarschijnlijk niet betalen. Dat is een
grapje. Na de discussie zal ik dat echter waarschijnlijk toch wel doen. Ik was
echter niet van plan om te hertrouwen.
Wethouder
MOOIWEER: Het kan overigens nog steeds gratis.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik moet nog reageren op motie M-3 van de
VVD-fractie. Wij vinden het nuttig om de programmabegroting en de tarieven
zoveel mogelijk in samenhang met elkaar te behandelen. Die motie zullen wij dus
steunen. Wij blijven bij ons standpunt dat Delft de afgelopen jaren veel te
stevig in de kopgroep van duurste gemeenten terecht is gekomen. Wij verwachten
niet dat dat met dit voorstel zal veranderen. Dat betekent dat wij tegen deze
tarieven zullen stemmen.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Je moet toch eerst inzicht hebben voordat je tarieven kunt
verlagen? Dat wil ik met de Rekenkamer bespreken.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Jawel, maar wij zijn hier al vier jaar mee bezig.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Ik zit hier pas sinds kort. Ik wil het nog een keer proberen.
Daarvoor had ik graag uw steun gekregen.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder. Wat gebeurt
er eigenlijk als dit voorstel wordt afgestemd? Blijven de tarieven dan zo hoog
als zij waren?
Wethouder
MOOIWEER: Als dit voorstel niet wordt aangenomen, blijven de tarieven inderdaad
zoals zij waren.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Ik was net de moties aan het lezen. Kan mevrouw
Bolten haar vraag herhalen?
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Ik vroeg: als dit voorstel wordt afgestemd, blijven de
tarieven dan zo hoog als zij waren? Dat vroeg ik, omdat ik wilde overwegen of
ik de heer Van Tongeren ga steunen of niet. Omdat de tarieven omlaag gaan, ga
ik hem niet steunen, maar steun ik het voorstel.
De heer
GABELER (Leefbaar Delft): Ik snap er helemaal niets van.
Wethouder
MOOIWEER: Mevrouw Bolten bedoelt te zeggen dat als de raad tegen dit voorstel
stemt, men meer gaat betalen dan wanneer de raad voor het voorstel stemt. Daar
gaat het om. Denkt u dus nog maar eens goed na over uw tegenstem.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Ik wil mevrouw Bolten wel helpen met een tegenvoorstel om de
tarieven flink te verlagen. Dan kunnen wij zien of zij daar dan voor stemt.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Ik ben benieuwd of dat vanavond nog lukt, met een dekking
erbij. Dan zal ik er serieus naar kijken, maar ik ben bang dat u dat niet meer
voor elkaar krijgt.
De
VOORZITTER: Vrienden, dit wordt te politiek allemaal. De wethouder heeft het
woord.
Wethouder
MOOIWEER: Wat de moties van de VVD-fractie betreft: ik denk dat zij op een
meerderheid kunnen rekenen. In motie M-3 is sprake van het streven tot
gelijktijdige behandeling van de programmabegroting en de gemeentelijke
belastingverordening. Als de motie wordt aangenomen, zullen wij daarvoor ons
best doen, maar in de programmabegroting staat al wel een paragraaf over de
lokale lasten.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Dat vinden wij onvoldoende. Wij vragen u om meer. Wij vragen het
maximale. Als dat niet haalbaar is, willen wij meer dan nu.
Wethouder
MOOIWEER: Dat wordt heel lastig, maar wij zullen bekijken hoe wij dat kunnen
doen.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Ja, maar nu is het voor ons zo lastig. Wie moet de last nu
dragen, u of wij?
Wethouder
MOOIWEER: De heer Van Tongeren roept dat het al vier jaar helemaal uit de
klauwen loopt. Ik heb in ieder geval een overzichtje gegeven van de afgelopen
twee jaar. Dit jaar is er een lastenverlaging, maar ook kijkend naar de periode
van twee jaar, is de lastenstijging uitermate beperkt. Ik zou de heer Van
Tongeren dus willen vragen om eens wat positiever de wereld in te kijken.
De heer VAN
TONGEREN (VVD): Er is wel iets positiefs. Dat heeft te maken met het feit dat
het gebruikersdeel van de OZB komt te vervallen. Dat is het echte voordeel dat
de inwoners gaan krijgen.
Mevrouw
STEFFEN (VVD): Dat hebben de inwoners ook aan de VVD te danken, zij het niet
deze lokale VVD.
Mevrouw
BOLTEN (GroenLinks): Bedoelt u die 1,7 mln. nadeel voor Delft?
De
VOORZITTER: Wij gaan nu geen landelijke politiek bedrijven. Wij gaan nu stoppen
met de beraadslaging, want ik heb het idee dat wij voor twaalf uur klaar kunnen
zijn als wij manmoedig doorbijten.
Het
voorstel is dus aangepast, omdat de paragrafen 3.1 tot en met 3.3 eruit zijn
gehaald in verband met de toezegging van de wethouder. Dat betekent dat wij na
de vergadering van de commissie Middelen en Bestuur in de decembervergadering
wellicht gaan besluiten over de desbetreffende belastingen.
In stemming
komt motie M-3.
Motie M3
wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar
Delft tegen deze motie hebben gestemd.
In stemming
komt motie M-4.
Motie M-4
wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de CDA-fractie tegen deze motie heeft gestemd.
In stemming
komt het aangepaste voorstel.
Het
aangepaste voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik constateer dat de CDA-fractie en de aanwezige leden van de
fractie van Leefbaar Delft tegen het aangepaste voorstel hebben gestemd.
243.
Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Algemene Plaatselijke
Verordening.
(Stuk 171 – 630049)
Mevrouw VAN
DER HOEK (VVD): Voorzitter. Dit voorstel stond op de TKA-lijst van de commissie
Leefbaarheid en werd door geen enkele fractie ter bespreking gevraagd. Ik heb
er in de commissie een uitgebreide rondvraag over gesteld en er werd ook
ingesproken over dit onderwerp. De voorgestelde wijzigingen van artikel 2.2.2.,
omschreven als technische aanvullingen, verwijzen naar een door het college
vastgestelde nota over het gebruik van de Markt. Ik ben natuurlijk blij dat het
college de rotzooierige markten op de Markt, die voor veel mensen een ergernis
vormen, gaat aanpakken. Ik heb echter ook gevraagd of niet met een waterhoofd
aan regels een ergernis wordt opgelost die misschien ook op een eenvoudigere
manier opgelost zou kunnen worden. Mijn woorden in de commissie waren: gaan wij
hier niet met een kanon op een mug schieten? Nee, niet op een mus, op een mug.
De
VOORZITTER: Dat is moeilijker, hoor.
Mevrouw VAN
DER HOEK (VVD): Ja, dat denk ik ook, en dan nog met een kanon.
De
regelgeving heeft een precisie van het niveau dat de activiteiten ten minste
voor 60% cultureel moeten zijn – daarbij komt natuurlijk onmiddellijk de vraag
of je met het inzetten van een springkussen voor kinderen iets aan cultuur doet
– en dat ten minste 60% van de activiteiten niet commercieel van aard mag zijn.
Daarbij merk ik op dat commercie en cultuur elkaar bepaald niet hoeven uit te
sluiten. Per organisator mogen er niet meer dan vier braderieën per jaar zijn.
Per 1 oktober moeten alle aanvragen voor het volgende jaar worden beoordeeld.
Wat gebeurt er als het maximale aantal vergunningen is verleend en als in de loop
van het jaar nog iets naar voren komt waarvan iedereen het een gemis zou vinden
als dat niet op de Markt zou kunnen? Kortom: vergunningen verlenen en handhaven
wordt bij deze precisie heel erg moeilijk.
Een ander
punt, waarover werd ingesproken, is: als de eisen en regels voor markten en
braderieën op de Markt worden aangescherpt, betekent dit dan dat andere pleinen
in de stad, zoals het Doelenplein en het Zuidpoortplein, de overloop moeten
opvangen van de activiteiten die niet meer op de Markt mogen?
Ik ben snel
tevreden, namelijk als de wethouder zijn toezegging herhaalt: als zich signalen
van verdringing voordoen of als er echt duidelijke signalen zijn dat er sprake
is van te knellende regelgeving, zal hij daar in de commissie – dat zal dan
niet de commissie Leefbaarheid zijn, maar de commissie CKE, omdat wij dan
eigenlijk over handhaving en over min of meer culturele aspecten praten – op
terugkomen en er met de raad over praten. Als hij die toezegging herhaalt,
stemt de VVD-fractie in met deze wijziging van de APV.
Wethouder
VUIJK: Voorzitter. Mijn antwoord zou luiden: “ja”, maar er is mij uitgebreid
uitgelegd dat dat soort antwoorden te kort is. Ik kan er dus even …
De
VOORZITTER: Wilt u nu afronden, wethouder?
Wethouder
VUIJK: Ik zal het kort houden.
Mevrouw VAN
DER HOEK (VVD): Ik ben al tevreden. Dank voor deze herhaalde toezegging.
In stemming
komt het voorstel.
Het
voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
244.
Voorstel inzake Tegemoetkoming Woonlasten Kamerverhuurders (TWK) 2005
(Stuk 176 – 034141)
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik zal proberen om het tempo van het vorige
agendapunt ongeveer vast te houden. Wat ons betreft, is dit een mooie regeling,
althans in materieel opzicht. Wat ons echter tegenvalt, is de mate van gebruik
hiervan. Die zou in potentie veel hoger moeten kunnen liggen. Wij hebben de
indruk – die ervaring hebben wij in ieder geval doorgekregen – dat dat komt
omdat de regeling niet als erg gebruikersvriendelijk wordt ervaren. Er worden
erg veel documenten opgevraagd en een groot deel van die documenten heeft
betrekking op de inkomens- en vermogenssituatie. Het is ook ingewikkeld dat het
jaarinkomen wordt vastgesteld op basis van de situatie in één maand, namelijk
in januari. Een toevallige fluctuatie zou kunnen betekenen dat men niet in
aanmerking komt, terwijl dat wel het geval zou zijn als naar het hele jaar zou
worden gekeken. Wij zouden dat graag wat simpeler zien, maar wij realiseren ons
dat dit voor 2005 niet meer zal lukken, omdat de aanvraagtermijn al per 1
oktober gestart is en tot eind van dit jaar loopt. Het heeft dus niet veel zin
om dat proces in de wielen te gaan rijden, maar misschien zou dit voor volgend
jaar wel kunnen. Volgens ons is er vooral winst te boeken bij de manier waarop
het inkomen wordt vastgesteld. Wij zouden graag de suggestie willen meegeven om
te kijken naar de manier waarop bij de aanvraag voor de zorgtoeslag het inkomen
wordt vastgesteld. Bijna iedereen – dat geldt althans voor 5 miljoen
Nederlanders – maakt gebruik van de zorgtoeslag. Daarvoor zijn inkomensgegevens
nodig en er is een mooi inkomensbegrip beschikbaar. Het zou natuurlijk aardig
zijn als je van al beschikbare gegevens gebruik kunt maken, waardoor de
regeling een stuk simpeler zou kunnen worden. Wij hebben een motie opgesteld
waarin wij de wethouder vragen of onderzocht kan worden of het inkomen langs
deze weg zou kunnen worden vastgesteld.
De
VOORZITTER: Door de CDA-fractie wordt de volgende motie (M-5) ingediend:
“De raad
van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,
overwegende
dat de administratieve lasten voor gebruikers van gemeentelijke regelingen
zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat veel inwoners inkomensgegevens
reeds aanleveren aan de Belastingdienst in verband met de aanvraag voor de
zorgtoeslag;
verzoekt
het college, te onderzoeken of het mogelijk is voor de inkomensgegevens van de
TWK – en mogelijk ook andere inkomensafhankelijke regelingen – gebruik te maken
van de gegevens die ten behoeve van de zorgtoeslag beschikbaar komen,
en gaat
over tot de orde van de dag.”
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Voorzitter. De TWK-regeling is in het leven geroepen om de
rechtsongelijkheid tussen kamerbewoners en huurders van zelfstandige woonruimte
op te heffen. Het is dus een terechte en noodzakelijke regeling. Ieder jaar
wordt meer gebruikgemaakt van deze regeling. Voor ons is dat een teken van
succes. Ook wij horen uit de stad de kritiek op deze regeling dat de aanvraag
veel werk vergt. Wij steunen daarom van harte de motie van de CDA-fractie om te
onderzoeken hoe de aanvraag van kamerbewoners kan worden vereenvoudigd. Een
bijkomend voordeel zou kunnen zijn dat de beoordeling van de aanvraag binnen de
gemeente efficiënter kan worden. Wij steunen dus zowel het voorstel als de
motie.
De VOORZITTER:
Wij kennen ongeveer de strekking van de motie. Misschien is het college dus in
staat om op de ronddeling ervan te anticiperen en er virtueel iets over te
zeggen, gemotiveerd en geladen. Op mijn briefje staat dat wethouder Rensen voor
dit onderwerp is uitgenodigd. Hij is vandaag ook verschenen. Dat is heel mooi
van wethouder Rensen; ik vraag graag aandacht voor het feit dat wethouder
Rensen verschenen is. Ik heb echter het gevoel dat de portefeuillehouder
jeugdhuisvesting de vraag gaat beantwoorden. Ik constateer dat de raad dat goed
vindt.
Wethouder
MOOIWEER: Voorzitter. Dit valt zelfs onder de portefeuille financiën. De motie
aanhorend, staan wij daar natuurlijk sympathiek tegenover, want als dingen
makkelijker kunnen, moet je ze ook makkelijker doen. De heer Van Breukelen
heeft er terecht op gewezen dat de TWK-regeling het verschil opheft tussen
kwijtschelding voor kamerbewoners en kwijtschelding voor zelfstandige bewoners.
Volgens mij is bij de instelling van deze regeling in de raad aan de orde geweest
dat wij behoorlijk strikte regels hanteren om over te gaan tot kwijtschelding,
juist omdat je niet wilt dat daar misbruik van gemaakt wordt. Ik wil mijn
uiterste best doen en ik zeg toe dat ik zal proberen om dit zo makkelijk
mogelijk te maken, maar men zal begrijpen dat bij fiscale regelingen
zorgvuldigheid en rechtsgelijkheid ongelooflijk belangrijk zijn. Het kan dus
niet zo zijn dat wij deze regeling eenvoudiger zouden maken dan bijvoorbeeld de
kwijtscheldingsregeling, want dan zou je rechtsongelijkheid krijgen tussen
kamerbewoners en zelfstandige huurders. De intentie van de motie is echter
uitstekend.
De
VOORZITTER: Mijnheer Van Tongeren, bent u al geheel tevreden gesteld?
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Ja, helemaal als de motie ook wordt aangenomen.
De
VOORZITTER: Mijnheer Van Breukelen, wilt u nog een beschouwing geven over wat
de wethouder heeft gezegd?
De heer VAN
BREUKELEN (STIP): Volgens mij kan de regeling wel makkelijker en hoeft er
daardoor geen rechtsongelijkheid te ontstaan, zolang het maar eerlijk gebeurt.
De
VOORZITTER: Zijn er nog andere fracties die iets willen aanvullen over dit
mooie thema? Er is immers nog tijd over.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Ik wil de tijd wel even vol praten.
De
VOORZITTER: Misschien ziet de wethouder nog aanknopingspunten voor een reactie
in tweede termijn.
Wethouder
MOOIWEER: Ja, ik wil even zeggen dat de heer Van Breukelen een waarheid als een
koe heeft verkondigd. Ik wil de heer Van Tongeren vragen of ik de motie breder
mag interpreteren dan de zorgtoeslag. Als er op andere manieren gegevens
beschikbaar komen, wil ik daar immers ook graag gebruik van maken.
De heer VAN
TONGEREN (CDA): Dat mag allemaal.
De
VOORZITTER: Dan eindigen wij harmonieus vanavond. Dat zou mooi zijn. De motie
ligt inmiddels bij iedereen op tafel.
In stemming
komt motie M-5.
De motie
wordt met algemene stemmen aangenomen.
In stemming
komt het voorstel.
Het
voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
De
VOORZITTER: Ik ontbind het stembureau.
245. De
vergadering wordt om 23.48 uur gesloten.
Aldus
vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2005.
, voorzitter.
, griffier.