E L F D E  V E R G A D E R I N G

 

 

 

op donderdag 24 november 2005 om 20.00 uur in het stadhuis.

 

 

Overzicht van de verhandelde punten.

 

                                                                                                                                             Stuknr.

 

223. Opening en mededelingen                                                                                              

224. Herdenking van de heer R.M. Gallas                                                                              

225. Notulen                                                                                                                            

226. Van anderen ingekomen stukken                                                                                   

227.  Voorstel tot vaststelling van de 81e wijziging van de gemeente-

         begroting voor het dienstjaar 2005 inzake GEM Poptahof                                173       

228.  Voorstel tot vaststelling van de verordening voor het verlenen

         van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV                                                         153       

229.  Voorstel tot aanwijzing beschermd stadsgezicht Agnetapark

         en Nieuwe Plantage                                                                                           177       

230.  Voorstel inzake de energiebesparing gemeentelijke organisatie                      180       

231.  Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Bomenverordening

         Delft 1998                                                                                                           166       

232.  Voorstel inzake WFIA (West Holland Foreign Investment Agency)                  162       

233.    Voorstel tot instemming met de concept-begroting van de GGD

         Zuid-Holland West                                                                                             179       

234.  Voorstel tot vaststelling van de 2e beheersrapporate 2005                               167       

235.  Voorstel tot vaststelling van de 8e Algemene Raads Begrotings-

         wijziging 2005                                                                                                    168       

236.  Voorstel tot vaststelling van de inspraak- en participatieverordening

         gemeente Delft                                                                                                  155       

237.  Voorstel tot gedeeltelijke herziening van het raadsbesluit, stuk 160

         d.d. 3 november 2005, inzake de ontheffingverlening / benoeming in

         diverse commissies en besturen                                                                      181       

238.  Voorstel tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaar-

         schriften gemeente Delft                                                                                   178       

239.  Voorstel inzake toepassing Delftse Industriewarmte (TDI) – 2e fase,

         deelname in het Warmtebedrijf                                                                         174       

240.  a. Voorstel inzake parkeertarieven 2006                                                           170     

         b. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de bijlage behorende

             bij de parkeerverordening gemeente Delft 2003 en de Verordening

             Parkeerbelastingen gemeente Delft                                                              172     

241.  Voorstel inzake besteding ecologiereserve                                                       169     

242.  Voorstel tot vaststelling van de gemeentelijke belastingverordeningen            175     

243.  Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Algemene Plaatse-

         lijke verordening                                                                                                 171     

244.  Voorstel inzake Tegemoetkoming Woonlasten Kamerverhuurders

         (TWK) 2005                                                                                                       176     

245.  Sluiting                                                                                                                          

 

 

Voorzitter: de heer mr. drs. G.A.A. Verkerk, burgemeester.

 

Aanwezig zijn: de heren Aközbek, Blinker, mevrouw Bolten, de heren Bot, Van Breukelen, Van den Doel, Van Doeveren, Eduard, Engels, Gabeler, mevrouw Geursen, mevrouw Van der Hoek, mevrouw Jähnichen, mevrouw M.D.Th.M. de Jong, de heer J.Ph. de Jong, mevrouw Junius, de heer Kiela, mevrouw Koning, de heren De Koning, Kroon, Van Leeuwen, mevrouw Lourens, mevrouw Manggaprow, de heren Meuleman, Otto, De Prez, Van Putten, Riphagen, mevrouw Steffen, de heer Stoelinga, mevrouw Stolker, de heren Taebi, Tas, Van Tongeren, mevrouw Welle Donker en mevrouw Zweekhorst.

 

Raadsgriffier: mevrouw Y. van Delft

 

223. De VOORZITTER: Ik open de vergadering. Eventuele hoofdelijke stemmingen beginnen vandaag bij nr. 1, de heer Van den Doel. Bericht van verhindering is ontvangen van de heer De Wit. Vanavond zijn uitgereikt de bespreekagenda, de definitieve hamerstukkenlijst en de definitieve lijst ingekomen stukken. Ik wijs met name op de memo van wethouder Grashoff over het erratum voorstel Besteding Ecologiereserve en op de nadere informatie over de voorstellen voor de belastingverordeningen.

 

Ik benoem tot leden van het stembureau de heer Van Doeveren (voorzitter), mevrouw Geursen, de heer Tas en de heer Van Putten. Als zij tijdens hun werkzaamheden aan het debat moeten deelnemen, is voor het stembureau voorzien in vervanging.

 

224. Herdenking van de heer R.M. Gallas

 

De VOORZITTER: Ik verzoek u, te gaan staan.

 

Enkele dagen geleden kreeg ik het bericht dat de heer mr. Robert Marie Gallas, oud-burgemeester van Delft, op de leeftijd van 82 jaar is overleden. De heer Gallas begon zijn loopbaan in 1948 bij de provincie Zuid-Holland op de afdeling Kabinetszaken. In 1962 werd hij burgemeester van Leiderdorp en in 1968 van Alphen aan den Rijn. Hij werd op 18 mei 1979 in een buitengewone raadsvergadering geïnstalleerd als burgemeester van Delft. Op 10 mei 1985 legde hij zijn ambt als burgemeester neer.

 

Zijn eerste raadsvergadering, met op de agenda de meerjarenbegroting en het investeringsplan, begon hij met de woorden: “De agenda van deze extra raadsvergadering biedt aan uw nieuwe voorzitter een goede gelegenheid om direct, op korte termijn, van een groot aantal zaken in de gemeente kennis te nemen”. Bespreking van dit agendapunt vergde bijna zeven uur vergadertijd. Tijdens de felle discussies tussen de fracties moet hij de gedachte hebben gehad, meer in een dualistisch dan in een monistisch bestuurde stad te zijn beland. Delft was er dus vroeg bij.

 

In de daarop volgende raadsvergadering was het onderwerp stadsvernieuwing in het Westerkwartier geagendeerd. Hij richtte zich toen op de zijn zo bekende manier, charmant, concreet en overtuigend, tot de aanwezigen in de raadszaal. Terwijl de raad zich afvroeg hoe hij de avond zonder kleerscheuren moest doorkomen, zei hij dat het college er verheugd over was dat er die avond zoveel belangstellenden waren gekomen om de discussie over deze uitermate belangrijke problematiek aan te horen. Hij vervolgde uiterst indringend dat hij de tribune zou laten ontruimen als de aanwezigen tekenen van goed- of afkeuring zouden laten horen.

 

Vele onderwerpen zijn in zijn zesjarig burgemeesterschap behandeld: voetbalvelden in Kerkpolder, privatisering van de zwembaden, binnenstedelijk bouwen en onderwijsbeleidsnota. Een van de terugkerende politieke hoogtepunten was de naamgeving van Delftse straten en stegen. Menig raadslid veerde daarbij overeind van spanning en “legde zelfs zijn of haar breiwerkje opzij”, melden mijn informanten.

 

Hij heeft veel aandacht besteed aan politie en brandweer, zowel aan de huisvesting en de uitrustingen als aan de organisatie en het optreden, de intergemeentelijke samenwerking. Daarbij had ook het persoonlijke wel en wee van politie- en brandweermensen zijn grote belangstelling. Verder was hij attent voor het ambtenarenkorps en de personen met wie hij te maken had.

 

Samen met zijn vrouw heeft hij Delft goed vertegenwoordigd. Hij bezocht Den Haag, Amsterdam, Israël, Engeland, Duitsland, Zwitserland, België en Frankrijk, telkens als ambassadeur van Delft. Bij zijn ambt hoorde ook het verwelkomen van eerstejaarsstudenten, het openen van de Antiekbeurs en het verwelkomen van Sinterklaas en prins carnaval. Hij heeft veel energie gestoken in de diverse herdenkingen: in 1982 de 350ste geboortedag van Antonie van Leeuwen, in 1983 de herdenking van Hugo de Groot en in 1984 de 250ste sterfdag van de dichter Poot en de herdenking van Willem van Oranje. Onder zijn leiding werd de restauratie van het stadhuis afgerond.

 

De heer Gallas heeft zijn ambt op een zeer persoonlijke, menselijke manier ingevuld. Hij was integer, zeker geen heerser in zijn bestuursstijl, maar een rustige en kalme bestuurder: zorgvuldig en stijlvol. Bij zijn afscheid ontving hij uit handen van de Commissaris van de Koningin een koninklijke onderscheiding; hij werd Ridder in de orde van Oranje Nassau. Van de gemeente Delft kreeg hij de erepenning in goud.

 

Bij zijn installatie sprak hij de woorden: “De mens ziet dingen eindigen die hij niet heeft zien beginnen. Hij ziet andere beginnen die hij niet zal zien eindigen.” Wij herdenken hem in dankbaarheid voor hetgeen hij voor onze stad heeft betekend. Hij ruste in vrede.

 

De raad neemt enige ogenblikken stilte in acht.

 

225. Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 27 oktober, 1 november 2005 en 3 november 2005 (buitengewoon en regulier).

 

De Handelingen worden ongewijzigd vastgesteld.

 

226. Vaststelling van de wijze van afdoening van ingekomen stukken.

 

NR.

DATUM

AFZENDER

ONDERWERP

AFDOENINGS-

VOORSTEL

117

20-10-05

Haring Vastgoed B.V.

Bezwaar tegen Ontwerp Bestemmingsplan Spoorzone

In handen stellen van de Bezwaarcommissie

118

01-11-05

Provincie Zuid-Holland

Jaarrekening 2004

In handen stellen van het college van B&W, met afschrift aan de Rekeningencommissie

119

02-11-05

Belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartier

Terief bezoekerskaart en bewonersvergunning Schil C

Betrekken bij behandeling in de raad

120

28-10-05

Gemeente Bergen

Verzoek adhesiebetuiging motie lokale inbedding politie

In handen stellen van het presidium i.o.m. commissie M&B

121

9-11-05

Gemeente Helden

Motie collectieve ziektekostenverzekering

In handen stellen van het presidium i.o.m. commissie WZO

122

14-11-05

Librijn Openbaar Onderwijs

Aanbieding begroting 2006

Begroting in leesmap

In handen stellen van B&W ter afdoening.

123

14-11-05

Belangenvereniging Olofsbuurt-Westerkwartie

Bezwaar tegen verhoging parkeertarieven

 

Betrekken bij raads-behandeling nota parkeertarieven 2006

124

16-11-05

Rijksdienst voor de Monumentenzorg

Aanwijzingsvoorstel beschermd gezicht TU-wijk

Tekeningen en toelichtingen in de leesmap

Betrekken bij behandeling in de raad

125

15-11-05

Nauta Dutilh

Zienswijze terzake aanwijzing van een perceel met voorkeursrecht

In handen stellen van de Bezwaarcommissie

126

10-11-05

Grotius College

Jaarrekening 2004

In handen stellen van B&W ter afdoening.

 

Overeenkomstig de voorstellen van burgemeester en wethouders besloten.

 

Vaststelling hamerstukkenagenda

 

227. Voorstel tot vaststelling van de 81e wijziging van de gemeentebegroting voor het dienstjaar 2005 inzake GEM Poptahof.

(Stuk 173 – 631949).

 

228. Voorstel tot vaststelling van de verordening voor het verlenen van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV.

(Stuk 153 – 617742).

 

229. Voorstel tot aanwijzing beschermd stadsgezicht Agnetapark en Nieuwe Plantage.

(Stuk 177 – 629537).

 

230. Voorstel inzake de energiebesparing gemeentelijke organisatie.

(Stuk 180 – 671357)

 

231. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Bomenverordening Delft 1998.

(Stuk 166 – 630661).

 

232. Voorstel inzake WFIA (West Holland Foreign Investment Agency).

(Stuk 162 – 622310)

 

233. Voorstel tot instemming met de concept-begroting van de GGD Zuid-Holland West.

(Stuk 179 – 628280).

 

234. Voorstel tot vaststelling van de 2e beheersrapporate 2005.

(Stuk 167 – 631903).

 

235. Voorstel tot vaststelling van de 8e Algemene Raads Begrotingswijziging 2005.

(Stuk 168 – 630771).

 

236. Voorstel tot vaststelling van de inspraak- en participatieverordening gemeente Delft.

(Stuk 155 – 615150).

 

237. Voorstel tot gedeeltelijke herziening van het raadsbesluit, stuk 160 d.d. 3 november 2005, inzake de ontheffingverlening / benoeming in diverse commissies en besturen.

(Stuk 181)

 

Deze voorstellen worden achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

 

238. Voorstel tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaarschriften gemeente Delft

(Stuk 178 – 633167)

 

De VOORZITTER: De stembiljetten worden nu uitgedeeld.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. Ik ben benoemd in het stembureau maar ik ben ook woordvoerder bij de behandeling van een van de eerste agendapunten.

 

De VOORZITTER: Mevrouw Welle Donker vervangt u in het stembureau.

 

De behandeling van dit voorstel wordt geschorst.

 

239. Voorstel inzake toepassing Delftse Indrustriewarmte (TDI – 2e fase, deelname in het Warmtebedrijf

(Stuk 174 – 633065)

 

Mevrouw DE JONG (CDA): Voorzitter. Wij zijn in de commissie akkoord gegaan met het voorstel van het college, maar wij dienen nog een motie in waarin wij verzoeken om aan het Warmtebedrijf Rotterdam opdracht te geven om te onderzoeken aan de hand van de kosten-batenanalyse wat de randvoorwaarden zijn waaronder de oude wijken kunnen worden aangesloten en dat te presenteren bij de volgende onderzoeksfase. Wij hebben begrepen dat het Warmtebedrijf bezig is met een dergelijk onderzoek in Rotterdam en dat het weinig moeite kost om Delft daarin mee te nemen. Wij dienen de motie samen met de fractie van GroenLinks in.

 

De VOORZITTER: Door de fracties van het CDA en GroenLinks wordt de volgende motie (M-1) ingediend:

 

“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

van mening dat het eerder dan gepland aansluiten van wijken met oude woningen op het warmtenet tot een grotere CO2-reductie in Delft kan leiden dan het beperken van deze voorzieningen tot (ver)nieuwbouwwijken;

 

verzoekt het college, het Warmtebedrijf Rotterdam i.o. opdracht te geven om aan de hand van een kosten-batenanalyse de randvoorwaarden, waaronder deze wijken kunnen worden aangesloten, te onderzoeken en te presenteren voor de volgende besluitvormingsfase,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik sluit mij volledig aan bij de woorden van mevrouw De Jong.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. In de commissie hebben wij duidelijk laten blijken dat wij tegen dit voorstel zijn. Ik zal uitleggen waarom. In 2003 hebben wij het Klimaatplan behandeld; uitvoering daarvan kost de gemeente Delft ongeveer 3,5 mln. Wij hebben bij de behandeling daarvan gezegd dat Delft niet moet proberen om haantje de voorste te zijn. Heel wat voornemens in het Klimaatplan gaan wel die richting op.

 

Met het voorliggende voorstel slaan wij een heel nieuwe richting in. De warmte wordt gehaald bij twee bedrijven: DSM Gist en later uit de afvalwateringzuiveringinstallatie. Onlangs hebben wij in de commissie geconstateerd dat het waarschijnlijk is dat DSM Gist binnenkort water gaat afvoeren naar de zee. Het gebruiken van die warmte zal dan niet meer toepasbaar zijn. Het onderzoek is echter gebaseerd op gebruikmaking van warm water van DSM Gist. Als dat wegvalt, zal er geen basis meer zijn.

 

Verder worden wij geconfronteerd met een uitgave van ongeveer 15 mln., waarvan de gemeente Delft 12 mln. betaalt. Wij vinden dat niet meer van deze tijd. Het moet geheel geprivatiseerd worden of geheel in eigen handen worden gehouden.

 

De heer KROON: Spreekt u namens de heer Stoelinga of meneer Stol?

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter, roept u de heer Kroon tot de orde.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik ben even van mijn à propos door die onzinnige opmerking. Ik heb gekeken hoe een en ander tot stand is gekomen. Uit de situatie bij stadsverwarming, Valhorst en Zoetermeer blijkt dat de consument 200 euro per jaar duurder uit is dan normaal.

 

Ik heb nu drie redenen genoemd waarom ik zeg: stop ermee en ga niet verder met onderzoek om te zien of wij eraan mee moeten doen. Stadsverwarming is een zaak van een particulier bedrijf. De gemeente moet er niet aan meedoen om iets te willen bereiken. DSM Gist voert water met een temperatuur van ongeveer 55° af en een afvalwaterzuiveringbedrijf voert water af met een temperatuur van slechts 11°. Als DSM Gist wegvalt, is de basis van het plan weg. Ik vraag de wethouder of mijn argumentatie klopt.

 

De heer VAN LEEUWEN (VVD): Voorzitter. In de commissie kon dit project op brede steun rekenen. De VVD-fractie stemt in met deelname in het regionale warmtebedrijf. Zij houdt het college wel aan het “niet meer dan anders”-principe: de kosten voor de warmte, inclusief warm water, mogen niet hoger zijn dan de kosten via traditionele aansluiting. De kosten voor de burger mogen niet stijgen.

 

De heer RIPHAGEN (STIP): Voorzitter. Delft is een stad met ambities, zeker op het gebied van bouwen. Ik wijs op de bouwplannen voor de Harnaschpolder, de Poptahof en de Spoorzone. Er zijn echter ook ambities op het gebied van duurzaam omgaan met energie. Delft stond niet voor niets op de tweede plek in de Lokale duurzaamheidsmeter. Het toepassen van de restwarmte past goed binnen deze ambities. In de commissie wees STIP al op het belang van leveringszekerheid en betaalbaarheid. De wethouder heeft toen toegezegd, zich in te zetten voor beide aspecten.

 

Vol verwachting klopt ons hart. Wij moeten echter nog even wachten en kijken uit naar de uitgewerkte business case Restwarmte in Delft, die in januari in de commissie komt. STIP wenst de wethouder veel succes met de voorbereidingen voor het toepassen van restwarmte in Delft.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. Het lijkt mij goed om als eerste kort in te gaan op de woorden van de heer Gabeler. Ik verval daarbij wel in herhaling, want de punten die hij aan de orde stelt, zijn al in de commissie besproken.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Het is niet erg om te herhalen in de openbare raadszitting.

 

Wethouder GRASHOFF: DSM Gist is niet de enige warmtebron die wij op het oog hebben. DSM Gist en de afvalzuivering van het Hoogheemraadschap Delfland in de Harnaschpolder kunnen elk afzonderlijk voldoende warmte leveren voor de uitbouw van het warmtenet. In principe is er dus tweemaal zoveel warmte beschikbaar als waarmee in het plan rekening wordt gehouden. Er wordt bescheiden begonnen met stukken in de Harnaschpolder en de Poptahof. Geleidelijk aan moeten heel veel gebieden in de stad op het warmtenet worden aangesloten, zowel nieuwe als bestaande wijken. Bij elkaar worden uiteindelijk 15.000 tot 17.000 woningen daarop aangesloten. In heel Delft staan ongeveer 43.000 woningen, dus de uitbreiding beslaat een fors deel daarvan.

 

Als wij de zaak laten zitten, zoals aangeraden door de heer Gabeler, laten wij een enorme kans liggen – ongeveer eenderde van de totale CO2-doelstelling in het Klimaatplan wordt daarmee gehaald – zonder reële alternatieven te bieden. De complete ambitie op het gebied van het klimaatbeleid komt daarmee te vervallen. Dat zou jammer zijn.

 

Aansluiting op het warmtenet is uiteindelijk niet duur. De doorrekening van de kosten en baten wordt gebaseerd op het tot stand brengen van een marktconforme onderneming met een bepaalde marktwaarde. Het overheidsbedrijf zal ooit moeten renderen en kan vervolgens worden geprivatiseerd. De opbrengst van de verkoop van de aandelen zou vergelijkbaar zijn met de verkoop van de EZH-aandelen; die situatie kan zich over 30 tot 35 jaar voordoen. De zaak kan nu nog niet aan een marktpartij worden overgelaten omdat de opbouw zo gerelateerd is aan grip op de afname van warmte, dat het risico voor geen enkele particuliere onderneming beheersbaar is. Voor de gezamenlijke overheden is dat risico wel beheersbaar omdat zij er via het publieksrechtelijk instrumentarium voor kunnen zorgen dat er in de komende jaren steeds meer woningen worden aangesloten, waardoor er een steeds meer rendabele en marktconforme situatie ontstaat. Ik voer geen principediscussies over de vraag of het eigendom bij marktpartijen, de overheid of een combinatie daarvan moet liggen. Ik geef slechts aan dat bedrijfsmatige berekeningen marktconform worden uitgevoerd, dat wij weten dat er op dit moment geen marktpartijen zijn die dit risico nu nemen vanwege de onbeheersbaarheid van het risico en dat er dus op dit moment maar één weg te bewandelen is, namelijk die van de overheid-bv. Dat doet echter niet af aan het feit dat eventueel in latere instantie tot PPS of privatisering kan worden overgegaan. Die discussie moet later op een opportuun moment worden gevoerd.

 

De heer Van Leeuwen noemt het “niet meer dan anders”-principe als een duidelijke randvoorwaarde. Ik ben dat met hem eens. Dat is een grondslag voor de berekening. Daarbij merk ik op dat de energieprijzen in de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid fors stijgen. In de loop van de tijd zullen de kosten dus stijgen, maar “niet meer dan anders”. Wellicht, maar daar ben ik voorzichtig in, treedt het omgekeerde op, afhankelijk van de prijsstijging van fossiele brandstoffen, zodat dit systeem voor de gebruiker goedkoper wordt. Voor de lange duur is die ontwikkeling zelfs redelijk waarschijnlijk, hoewel het moeilijk is om de energietariefontwikkeling op lange termijn te voorspellen.

 

Mevrouw De Jong vindt het een mooi plan maar wil wel de oude wijken op het warmtenet laten aansluiten. Zij verzoekt om een onderzoek. Ik maak daarover twee opmerkingen. Van meet af aan is niet alleen bij nieuwbouw maar ook bij herstructurering ervan uitgegaan dat woningen op het systeem worden aangesloten. Er wordt begonnen met de Poptahof, waar wij te maken hebben met 80% bestaande bouw en 20% nieuwbouw, en de nieuwbouwwijk de Harnaschpolder. Verder is een analyse gemaakt die vertaald is naar de nota waarin pragmatisch wordt bezien wanneer het redelijkerwijs mogelijk is om gebieden aan te sluiten. In hoofdzaak gaat het daarbij niet om nieuwbouw maar om het aansluiten van bestaande of te vernieuwen voorzieningen en woningen. Ik doel daarbij op het nieuwe Reinier de Graaf ziekenhuis. Daarover zijn de onderhandelingen in een vergevorderd stadium. Dat ziekenhuis vraagt enorm veel energie en het zou fantastisch zijn als de nieuwbouw op het warmtenet kan aanhaken. Overigens kan ook het oude ziekenhuis erop aanhaken, maar dat is zonde omdat een nieuw ziekenhuis gebouwd wordt.

 

Op dezelfde manier kan gekeken worden naar andere delen van de stad. Er is bijvoorbeeld een analyse gemaakt van ketelvervangingen. Flatgebouwen en blokken die op stadsverwarming zijn aangesloten, zouden bij vervanging van de ketel kunnen overschakelen op het warmtenet. Met name de eerstkomende vijf tot vijftien jaar is daar de grootste groei in te verwachten. Naar een verdere aansluiting van bestaande woningen kan onderzoek worden gedaan, maar het is de vraag of dat zinvol is, gelet op de potentie van 15.000 woningen, ruim voldoende voor marktconforme opbouw. Bovendien hebben wij in de komende jaren de handen vol aan de aansluiting van die woningen in de komende jaren.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft de motie van de CDA-fractie ondersteund, niet alleen met het oog op bedrijven en corporatiewoningen, maar ook met het oog op particulier woningbezit. Als het gaat over woonwijken en woonblokken, kan ik mij het verhaal van de wethouder goed voorstellen. Ik sta daar 100% achter. Met onderzoek kan echter ook een vorm van bewustwording worden bereikt waardoor mensen op een andere manier over energie gaan denken. Wij willen dus graag in beeld gebracht hebben wat de mogelijkheid is voor particulieren om zich daarbij aan te sluiten.

 

Wethouder GRASHOFF: Het is mogelijk om daar onderzoek naar uit te voeren maar ik ben geneigd om de realiteitszin daarvan in twijfel te trekken. In een wijk met veel particuliere woningen die individueel van warmtevoorzieningen, een gasnet en gasgestookte cv-installaties zijn voorzien, heeft de overheid niet de mogelijkheid om aansluiting op een bepaald systeem af te dwingen. Zolang de woningen niet zo oud zijn dat grootschalige vervanging van ketels en dergelijke aan de orde is, is het een buitenproportioneel dure aangelegenheid. Er moet een netwerk worden aangelegd waarvan onbekend is of mensen erop aansluiten. Als u een onderzoek, een soort quick scan, wilt uitvoeren omdat u dit niet van mij aanneemt, vind ik dat prima. Dat is uw goed recht. Ik wil echter geen verkeerde verwachtingen wekken over de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. Dit alles neemt niet weg dat wij ontzettend veel huizen, zowel bestaande bouw als nieuwbouw, wel kunnen aansluiten.

 

Mevrouw DE JONG (CDA): Voorzitter. Mevrouw Bolten heeft het goed verwoord. Alles is gericht op nieuwbouw, herstructurering en corporatiewoningen in complexen. In de commissie heeft de wethouder zijn bedenkingen al uitgesproken. Na de commissievergadering heb ik van de directeur van Warmtebedrijf Rotterdam begrepen dat het helemaal niet onverstandig zou zijn om deze motie in te dienen omdat zijn bedrijf het voorgestelde onderzoek in het bredere onderzoek kunnen meenemen en de informatie toch nodig is om te bepalen hoeveel mensen zich moeten committeren om aansluiting rendabel te maken.

 

Ik vind een periode van vijftien jaar wat lang, want ik vermoed dat de energieprijzen zullen stijgen. Met name voor de bewoners van oude woningen zal dat een probleem worden. Bovendien kan meer CO2-reductie worden bereikt als de oude woningen worden aangesloten op het warmtenet. Eigenlijk zou de wethouder de motie moeten steunen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik doe namens mijn fractie altijd graag een poging om te komen tot realiteitszin. “Tegen beter weten in” hoor ik van mijn fractievoorzitter.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Dat kan ik steunen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Dat snap ik. Ik doe dus nog een poging om tot de realiteit te komen. Op dit moment vervangt Eneco bij veel particuliere woningen de meters. Dat is een gigantische operatie die ertoe leidt dat veel bewoners klachten hebben over het plotselinge gebrek aan nachtstroom of verkeerd lopende meters. Mensen zijn behoorlijk ontevreden over het verloop van die operatie, met name in de binnenstad. Nu doet zich de kans voor om op een andere manier met energie en met de vervangingsoperatie om te gaan. Als het Warmtebedrijf Rotterdam onderzoek uitvoert, vind ik dat het dat zo snel mogelijk moet doen, zodat bewoners daadwerkelijk een keuze krijgen en niet alleen afhankelijk zijn van Eneco. Dat kan natuurlijk alleen als een woningblok zich verenigt, dat snappen wij ook wel. Hen overslaan en in de eerste vijftien jaar geen kans geven, vind ik een gemiste kans.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Bij alles gaat het om: wat neem je aan? Wij vinden het plan van de wethouder nog steeds risicovol. Het is risicovol voor de burgers en daar gaat het om. De zaak zou anders liggen als nu gegarandeerd kan worden dat energielevering op den duur goedkoper wordt. Uit de praktijk blijkt echter dat veel zaken onbeheersbaar zijn. De wethouder zegt dat er voldoende warmte is om te gebruiken, zelfs tweemaal zoveel. Ik vraag echter wat er gebeurt als DSM Gist wegvalt. Het afvalwater van het andere bedrijf heeft slechts een temperatuur van 11°. Het zijn allemaal aannames. De aannames van de wethouder vinden wij niet geloofwaardig. Wij verwachten dat de zaak weer misloopt en dat de burgers voor de extra kosten moeten opdraaien. Wij zijn niet tegen duurzame energie, maar wel tegen onbeheersbare risico’s. Dat geldt voor alles. Wij moeten niet ergens mee beginnen als het einde onbekend is. De wethouder zegt dat particuliere woningbezitters niet gedwongen kunnen worden om aan te sluiten op het systeem. Ik vind dat vanzelfsprekend. Ook dat is een onbeheersbaar facet. Ik adviseer het college dus om pas op de plaats te maken en het voorstel in de koelkast te zetten.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): U zegt in uw bijdrage dat u verwacht dat de zaak weer misloopt. Ik hoor graag op welke andere zaken u doelt zodat ik daar lering uit kan trekken.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik doel op het wegvallen van DSM Gist.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Nee, u verwees naar andere zaken die mis zijn gelopen.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Naar die andere 200 zaken die misgelopen zijn. Hou nu je mond maar dicht.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Welke 200 zaken?

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Wij praten straks over de belastingen. Toen ik vier jaar geleden begon, stond Delft op de vijftiende plaats van duurste gemeenten. Nu staan wij op nummer vier. Dat antwoord moet voldoende zijn, mijnheer Van den Doel.

 

De heer VAN LEEUWEN (VVD): Voorzitter. Ik voeg graag nog toe dat de gemeente vooral in de aanvangsperiode hoge kosten maakt. Als er dan nog weinig aansluitingen zijn, zijn de kosten relatief hoog. Ik begrijp dat die kosten later dalen.

 

Mijn fractie steunt niet de motie van de CDA-fractie. De VVD-fractie vindt dat begonnen moet worden in de nieuwbouwwijken in plaats van het uitvoeren van allerlei onderzoeken. Later wordt wel duidelijk of de oudbouw kan aanhaken.

 

Mevrouw DE JONG (CDA): Dat is voor uw rekening. Wij willen gewoon beginnen in de nieuwbouwwijken en daarnaast bekijken of er nog andere mogelijkheden zijn.

 

De heer VAN LEEUWEN (VVD): Dat begrijp ik. Het is echter logisch dat aansluiting in oude wijken veel duurder is. Laten wij eerst kijken of de zaak in de nieuwbouwwijken goed gaat draaien voordat de oudbouw wordt aangesloten.

 

De heer RIPHAGEN (STIP): Voorzitter. Ik ga alleen nog kort in op de voorliggende motie. Die is sympathiek; wij moeten zeker streven naar aansluiting van zoveel mogelijk huizen op restwarmte. Wij volgen echter de redenering van de wethouder. Wij denken dat hij voldoende inzicht heeft in de materie en wij zullen de motie daarom niet steunen.

 

De heer KIELA (PvdA): Voorzitter. Wij vinden de motie ook sympathiek maar daarnaast prematuur. Wij zullen haar dus niet steunen. Bovendien vinden wij dat als dat Rotterdamse bedrijf zo graag onderzoek wil uitvoeren, het dat zelf kan doen.

 

De heer DE JONG (Stadsbelangen): Voorzitter. U kunt mijn opmerkingen als stemverklaring beschouwen. Wij vinden de motie van de CDA-fractie sympathiek en zullen haar steunen.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. De heer Van Leeuwen nuanceert eigenlijk zijn eigen gedachtegang over het “niet meer dan anders”-principe op een manier die mij ruimte biedt om de kosten in het begin hoger te laten zijn dan in een latere periode, maar dat is uitdrukkelijk niet de bedoeling. Het rekenmodel is voor dertig jaar doorgerekend; het verlies dat in het begin wordt gemaakt, wordt later goed gemaakt.

 

Over de motie heb ik gezegd dat ik geen verkeerde verwachtingen wil wekken ten aanzien van de resultaten van aanvullend onderzoek.

 

In stemming komt motie M-1.

 

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden het een sympathiek voorstel, maar omdat wij tegen het systeem zijn, steunen wij het niet.

 

Motie M-1 wordt bij handopsteken verworpen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van GroenLinks, het CDA, de SP en Stadsbelangen en de heer Kroon voor de motie hebben gestemd.

 

In stemming komt het voorstel.

 

Het voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft tegen het voorstel hebben gestemd.

 

Wij hervatten nu de behandeling van de benoemingen met de resultaten van de stemmingen.

 

Voorstel tot (her)benoeming leden Adviescommissie voor bezwaarschriften gemeente Delft

(Stuk 178 – 633167)

 

De heer VAN DOEVEREN (CDA): Er zijn 36 biljetten uitgereikt en 36 biljetten terugontvangen. Met 36 stemmen wordt de heer A. Driesprong benoemd tot lid van Kamer III van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.

 

Met 35 stemmen wordt mevrouw C.M.E. Buter-de Haas benoemd tot plaatsvervangend lid van Kamer III van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.

 

Met 36 stemmen wordt de heer P, Oudkerk benoemd tot lid van Kamer II van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.

 

Met 35 stemmen wordt de heer H.A. den Besten benoemd tot plaatsvervangend lid van Kamer II van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.

 

Met 34 stemmen wordt mevrouw M.D.T.M. de Jong benoemd tot lid van Kamer II van de Adviescommissie voor bezwaarschriften.

 

De VOORZITTER: Daarmee zijn alle genomineerden benoemd. Ik wens hen allen veel succes in hun mooie functie.

 

240.  a.   Voorstel inzake parkeertarieven 2006

(Stuk 170 – 630675)

         b.   Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de bijlage behorende bij de parkeerverordening gemeente Delft 2003 en de Verordening Parkeerbelastingen gemeente Delft

(Stuk 172 – 630673)

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. Totaal onverwacht werden bewoners en bedrijven van de binnenstad en de schil deze maand geconfronteerd met het voorstel van het college om de tarieven voor parkeervergunningen te verhogen. De bezoekerskaart wordt zelfs twee keer zo duur in één jaar. Ook vrijwel alle fracties in deze raad gaven in de commissie Duurzaamheid aan verrast te zijn dat het uitgangspunt van het kostendekkend maken van tarieven deze enorme prijsstijging voor de burger in één jaar met zich mee moet brengen. Alleen GroenLinks gaf in de commissie aan het een goed voorstel te vinden.

 

Zoals gezegd wordt in het voorliggende voorstel enkel uitgegaan van het kostendekkend maken van tarieven. De VVD-fractie is van mening dat de raad nog onvoldoende inzicht heeft in de kosten die de gemeente moet maken voor de parkeerproducten. Het voorstel is daarom bijzonder lastig te beoordelen. De VVD-fractie hanteert bij tarieven naast kostendekkendheid ook het uitgangspunt van maatschappelijk draagvlak. Ronald Vuijk heeft dit uitgangspunt eerder dit jaar tijdens de bezuinigingsdiscussies nader toegelicht. Het verheugt de VVD-fractie dat ook andere fracties in de raad dit principe omarmd hebben. In de begroting voor 2006 is dit principe dan ook opgenomen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik wijs erop dat de fractie van Stadsbelangen al veel eerder gesproken heeft over maatschappelijk draagvlak bij vergunningparkeren. Dat heeft mijn fractie niet overgenomen van de VVD-fractie.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat kan best, maar dat principe is door u nooit uitgewerkt in de gemeenteraad of de commissie.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Als ik het in de commissie en de raad uitspreek, telt dat ook. Dat is een kwestie van luisteren.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Wij zijn het in ieder geval met elkaar eens: maatschappelijk draagvlak voor tarieven is belangrijk.

 

De burgers willen het gevoel hebben dat er wat te kiezen is als zij hun geld moeten uitgeven. Door als gemeente de parkeertarieven eenzijdig als monopolist boventrendmatig te verhogen, valt er niets meer te kiezen. Bewoners en bedrijven raken gefrustreerd, begrijpen de tariefverhogingen niet en begrijpen daardoor ook de politieke besluitvorming niet meer. Dat onbegrip leidt er mede toe dat de afstand tussen burgers en politiek zo groot wordt. In dat geval is geen maatschappelijk draagvlak voor de tarieven en de politieke besluitvorming meer aanwezig.

 

Hoe kan de gemeente werken aan dit maatschappelijk draagvlak voor de besluitvorming? De VVD-fractie meent dat de gemeente moet laten zien dat zij zelf bezuinigt door efficiënter te werken waardoor kosten dalen, en wellicht door taken af te stoten. Zo gaat het ook in het bedrijfsleven, bij de bakker om de hoek en zelfs in de eigen huishouding. Tarieven verhogen valt niet onder het woord “bezuinigen”. Kijkt u maar in het woordenboek.

 

De heer VAN DOEVEREN (CDA): In de algemene beschouwingen is dit geluid van uw fractie niet gehoord.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Volgens mij wel hoor. Ik weet niet waar u op doelt.

 

De heer VAN DOEVEREN (CDA): U doet een beroep op kostenbesparing en op bezuiniging op ambtenaren en dergelijke.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Toen wij de bezuinigingen bespraken, kon de raad prioriteit geven aan een aantal punten. De VVD-fractie gaf toen heel duidelijk prioriteit aan efficiënter werken, vervolgens aan het afstoten van taken en pas als laatste, waar andere fracties juist de meeste prioriteit aan gaven, het verhogen van tarieven voor burgers.

 

De heer VAN DOEVEREN (CDA): Wij hebben op dat terrein een aantal moties ingediend, bijvoorbeeld over het terugdringen van het ambtenarenapparaat en over efficiënter werken. Ik kan mij niet herinneren dat u die hebt ondersteund. Geen boter bij de vis dus.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat heeft ongetwijfeld gelegen aan de formulering van de moties.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Of het lag aan het feit dat de VVD-fractie iets zegt wat zij eigenlijk niet wil. Dat ligt meer voor de hand.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Maatschappelijk draagvlak kan bereikt worden door voor parkeerproducten alternatieven uit te werken. Diverse raadsfracties en insprekers in de commissie Duurzaamheid hebben creatieve ideeën aangedragen. Ik noem het meerjarig uitgeven van vergunningen, de bezoekerskaart niet apart uitgeven maar direct met de bewonersvergunning meesturen en de bedrijfsvergunning gelijkstellen aan de bewonersvergunning. Dat zijn allemaal ideeën die het parkeervergunningensysteem kunnen vereenvoudigen. De VVD-fractie is het eens met de inspreker van het MKB die erop wees dat het uitgeven van parkeervergunningen niet moeilijker hoeft te zijn dan de ledenadministratie van een tennisvereniging en dat het dus vreemd is dat de kosten bij de gemeente op dit moment zo hoog zijn.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik zie een groot verschil. Een tennisvereniging wordt over het algemeen bestuurd door leden en vrijwilligers. Het innen van overheidsgeld moet op een professionele manier worden gedaan. Dat verklaart een belangrijk deel van het kostenverschil.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): U hebt wellicht meer inzicht in de kosten dan mijn fractie.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik weet in elk geval dat een vrijwilligersorganisatie per definitie goedkoper is dan een professioneel ambtenarenapparaat.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar gaat het ook niet om. Het gaat om het feit dat de kosten op dit moment nog ondoorzichtig en te hoog zijn.

 

Wat wil de VVD-fractie met het voorliggende voorstel doen? Naar de mening van mijn fractie is het voorstel onvoldragen omdat het uitgangspunt van het maatschappelijk draagvlak ontbreekt en de raad onvoldoende inzicht heeft gekregen van de wethouder in de specifieke kosten die de gemeente maakt voor parkeervergunninguitgifte en bezoekerparkeren. Het voorstel komt bovendien een maand te laat waardoor de gemeente deze maand ook nog eens extra kosten heeft moeten maken voor het aanschrijven van alle binnenstadbewoners over de late verschijning van de vergunningen. De wethouder had er in de ogen van mijn fractie goed aan gedaan om het voorstel na alle kritiek in de commissie te verbeteren. Nu is het verbeterwerk bij de gemeenteraad neergelegd. Het zij zo.

 

De VVD-fractie dient met de fracties van de PvdA en de ChristenUnie/SGP een motie in om zo snel mogelijk, in januari en uiterlijk voor oktober 2006, wanneer opnieuw over de tarieven moet worden besloten, meer inzicht te krijgen in de kosten en de geldstromen in en uit het Parkeerfonds. Hoewel er nog onvoldoende inzicht is, is ons wel duidelijk dat te veel kosten worden veroorzaakt door fietsparkeren, handhaving in de autoluwe binnenstad, grofvuilmeldingen, de pollers, de meldkamer et cetera. Die kosten hoeven niet afgewenteld te worden op bezoekers, bewoners en bedrijven die betalen voor parkeervergunningen, zeker niet onder het mom van kostendekkendheid. Wij betalen ook niet de Sinterklaasintocht uit het Parkeerfonds. Hoe meer de gemeente betaalt uit het Parkeerfonds, hoe meer kosten er worden gemaakt. Die kosten worden echter niet veroorzaakt door het uitgeven van parkeervergunningen.

 

Ik herinner aan de woorden van de wethouder in de commissie dat het Parkeerfonds robuust is en dat op langere termijn nog ingrepen nodig zijn om het robuust te houden. Net als voorgaande jaren stroomt nu geld uit het Parkeerfonds, hetgeen de wethouder in de commissie niet problematisch noemde. Het gaat dus niet om een gat in de begroting.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik snap hier helemaal niets van. Als er voorstellen worden gedaan om zaken uit het Parkeerfonds te financieren, stemt u daar steeds voor. Nu verwijt u de wethouder dat hij het Parkeerfonds daarvoor gebruikt. Waarom stemt u in voorkomende gevallen dan niet gewoon tegen?

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat heeft meerdere oorzaken. In het verleden hebben wij het parkeermodel behandeld. De VVD-fractie heeft toen geëist dat er nader over werd gesproken. Mijn fractie vindt dat met dit voorstel de grens is bereikt. Om die reden dien ik een motie in om meer inzicht te krijgen zodat volgend jaar een goed besluit kan worden genomen.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik kan u voor een deel volgen. U zegt dat wij niet precies weten hoe het in elkaar zit. Ik meen dat wij dat inzicht in verregaande mate wel hebben of zouden kunnen hebben. Interessant is wat in de tussentijd wordt gedaan. U zegt dat dat inzicht uiterlijk in oktober 2006 geboden moet worden.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ik heb gezegd: “in januari”. De wethouder heeft in de commissie ook toegezegd dat hij in januari veel extra informatie kan leveren. Dat zal hij straks zelf wel zeggen.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Als ik het wensenlijstje van het onderzoek hoor, lijkt het mij optimistisch om ervan uit te gaan dat die informatie in januari al beschikbaar is. De belangrijke vraag is wat uw plan is voor 1 januari 2006. Die tarieven moeten wij nu vaststellen.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar kom ik zo op.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Betekent dit dat de CDA-fractie onze motie steunt om tijdig meer inzicht te krijgen ten aanzien van de tarieven in 2007?

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Dat is nog de vraag. Persoonlijk meen ik dat er veel informatie beschikbaar is. Het parkeermodel is tamelijk grondig besproken in de commissie Duurzaamheid. Ik weet dat de zaak gruwelijk ingewikkeld is. Ik herinner mij slechts bij vlagen hoe alles ook alweer in elkaar zit. Ik moet de motie voor mij zien om te bepalen wat zij precies inhoudt. Volgens mij is in elk geval enorm veel informatie beschikbaar en hangt het alleen af van de conclusies die men daaraan wil verbinden.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): De VVD-fractie verwacht dat door toekomstige opbrengsten van de parkeergarages, efficiënter werken door de gemeente en vereenvoudiging van het vergunningparkeren de geldstromen in en uit het Parkeerfonds gelijkgesteld kunnen worden en dat de tarieven zelfs kunnen worden verlaagd. Onze motie heeft tot doel, daaraan te werken. Wij willen beter tot besluiten kunnen komen.

 

Naast deze motie dient de VVD-fractie een amendement in om de tarieven in het voorstel te verlagen. Het amendement is ingewikkeld; dat was noodzakelijk vanwege de tekst in het voorstel. Mijn fractie stelt voor om in raadsstuk 170 – 630675 de voorstellen 2, 3, 5 en 6 te schrappen zodat alleen de voorstellen 1, 4, 7 en 8 in het stuk blijven staan.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Het is handig om aan te geven met welk bedrag u de tarieven wilt verlagen. Dat zou het duidelijker maken.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Er zijn twee raadsstukken. Het werd ons helaas niet gemakkelijk gemaakt. Het gaat om een wijzigingsvoorstel en om een wijziging van de bijlage bij de parkeerverordening. Het inhoudelijk voorstel, de nota, bestaat uit acht punten waarover een besluit moet worden genomen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Mijn bedoeling is eenvoudiger. Gaan de bewoners van de schil/Westerkwartier/Olofsbuurt €30, €32 of €60 betalen volgens uw voorstel?

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Daar kom ik nu op. In raadsstuk 172 worden de tarieven gewijzigd. De wethouder stelde voor om deze enorm te verhogen en de tarieven voor de bezoekerskaart te verdubbelen. Met het amendement worden deze tarieven verlaagd.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Tot hoeveel dan?

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Met in elk geval de helft van de voorgestelde verhoging. De motie dien ik nu in, het amendement dien ik in tweede termijn in, afhankelijk van het antwoord van de wethouder.

 

De VOORZITTER: Het college krijgt dus nog een kans. Dat is mooi.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ons beste voorstel is nog steeds, en wij hopen dat andere fracties daarop aanhaken, dat gelet op de ingewikkeldheid van het stuk en de wijze waarop de raad het nu moet amenderen, de wethouder een wijs besluit neemt en het stuk alsnog afvoert van de agenda. Eigenlijk is het belachelijk dat het stuk zo de raad in gegooid is en de fracties het zelf met allerlei amendementen moeten wijzigen. Het is het werk van de ambtenaren en het college om uitgewerkte voorstellen in te dienen bij de raad. In de commissie is tamelijk breed kritiek geleverd op het voorstel.

 

De VOORZITTER: Ik begrijp dat u het ingewikkeld vindt, maar u mag het niet “belachelijk” noemen. Dan doet u het college tekort.

 

De heer VAN DOEVEREN (CDA): Wat is het voorstel van mevrouw Geursen? Doet zij het ordevoorstel om het stuk van de agenda af te voeren?

 

De VOORZITTER: Dat is een beetje flauw. Door de fracties van de VVD, de PvdA, de ChristenUnie/SGP, de SP, STIP en D66 wordt de volgende motie (M-2) ingediend:

 

“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

overwegende dat:

-        de raad onvoldoende inzicht heeft in de kosten van parkeerproducten en de geldstromen in en uit het Parkeerfonds;

-        maatschappelijk draagvlak voor tarieven naast kostendekkendheid net zo essentieel is;

-        op dit moment een onvoldragen voorstel aan de raad voorligt inzake de parkeertarieven 2006;

 

draagt het college op om:

-        zo snel mogelijk, in januari 2006 doch uiterlijk voor oktober 2006, ten behoeve van het door de raad kunnen vaststellen van de parkeertarieven voor 2007, inzicht te geven aan de raad over de specifieke kosten die gepaard gaan met parkeervergunninguitgifte en bezoekerparkeren;

-        alternatieven uit te werken met behulp van creatieve ideeën (zoals meerjarig uitgeven van vergunningen, deels uitbesteden vergunningverlening, de bedrijfsvergunning gelijk stellen met de bewonersvergunning, de bezoekerskaart tegelijk uitgeven met alle bewonersvergunningen, kortom vereenvoudiging van het systeem) waardoor kosten kunnen worden bespaard bij de gemeente en bij de burgers en bedrijven meer draagvlak gecreëerd kan worden voor de parkeertarieven;

-        inzicht te geven in de kosten en baten van de parkeergarages (op langere termijn), het fietsparkeren, de handhaving in autoluw, de pollers, de meldkamer, et cetera, zodat de geldstromen in en uit het parkeerfonds inzichtelijk worden en volgend jaar een goed besluit door de raad genomen kan worden over het al dan niet kostendekkend zijn van parkeertarieven;

-        aan te geven welk parkeerproduct de gemeente nog kan leveren de komende jaren indien het huidige tarief blijft gelden – dus wat krijgen de bewoners in de schil nog wel aan handhaving en parkeerproduct indien de prijs voor een vergunning bijvoorbeeld 50 euro zou blijven? – ,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Sinds 2001 praten wij steeds over de tarieven. Het vergunningparkeren werd ingevoerd met belachelijk lage tarieven om de bewoners over de streep te trekken. Na vier jaar proeftijd wordt eindelijk bekend dat de vergunning in de schil €115 kost en een bezoekerskaart €30. Wethouder Grashoff wil het huidige schil-tarief van €50 voor een parkeervergunning en €17 voor een bezoekerskaart, exclusief leges, snel naar de bovengenoemde prijzen laten stijgen. De belangenvereniging Olofsbuurt/Westerkwartier heeft echter aangegeven dat er dan geen meerderheid in de buurt meer is voor vergunningparkeren.

 

Grashoff zegt al vier jaar dat als er geen meerderheid bestaat voor vergunningparkeren, hij het systeem afschaft. Zijn strategie is om de bewoners elk jaar te laten wennen aan een substantiële verhoging. Op een gegeven moment is dan elke tegenstander murw gestreden. De GroenLinks-wethouder toont wel grote politieke moed om aan het einde van zijn tweede termijn zelf de tarieven flink te laten stijgen. De prijsstijging is echter niet genoeg. Nog steeds betalen indirect alle bewoners buiten de binnenstad en de schil voor de helft mee aan de parkeervergunningen. Ook bewoners die zelf geen auto hebben, betalen via de algemene middelen mee aan het vergunningparkeren. Ook bewoners van het vergunningsgebied zonder auto zijn haast verplicht om een bezoekerskaart van €60 binnenstad en €30 schil te kopen. Dat is natuurlijk door geen enkele partij te verdedigen.

 

De parkeervergunningtarieven zullen steeds blijven stijgen om de gemeente van extra inkomsten te voorzien omdat de ozb wordt afgeschaft. Ik vind dat de bewoners van de binnenstad en de schil niet hoeven op te draaien voor de autobezoekers van de binnenstad.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Stelt u voor dat kostendekkendheid meer wordt nagestreefd? Wilt u dat de gemeente winst gaat maken op het vergunningparkeren?

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik kom daar straks op terug, goed?

 

Mevrouw KONING (PvdA): Dat is toch een gemakkelijke vraag om meteen te beantwoorden? Het mag ook straks.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): U hoort zo het antwoord.

 

Degenen die met de auto de binnenstad bezoeken, moeten betalen. De stelling dat auto’s eerst in de nabijgelegen straten van de binnenstad zoeken, is allang achterhaald. Die straten staan toch wel vol. Iedereen wil tegenwoordig snel zijn auto kwijt. Dat kan in de parkeergarages Zuidpoort, Phoenixstraat en Koepoortburg. Leefbaar Delft stelde voor om de bewoners in een peiling te vragen of zij bereid zijn om het jaarlijkse vergunningbedrag van €150 in de schil en €210 in de binnenstad te betalen.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Dat zijn de prijzen die u wilt vragen om de gemeente winst te laten maken?

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik hoor u niet goed. Ik ben niet meer zo jong.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Ik nog wel, dat is het verschil. Begrijp ik goed dat u €210 in de binnenstad en €150 in de schil wilt laten betalen zodat wij winst kunnen maken?

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Nee, dat stellen wij juist niet voor. U moet goed luisteren. Volgens mij hebt u wat aan uw oren. Wij zeggen: als de gemeente die bedragen niet wil laten betalen, schaf het systeem dan af. Wil de gemeente die bedragen wel laten betalen, verhoog dan de prijs direct tot de reële prijs. Nu heeft mevrouw Koning haar antwoord.

 

Zoals gewoonlijk gaven de coalitiepartijen PvdA, D66, VVD en STIP nog niet hun mening in de commissie Duurzaamheid omdat zij bang zijn om vlak voor de raadsverkiezing van 7 maart de tarieven te verhogen. Het is vreemd dat de PvdA zo moeilijk doet over een kleine prijsstijging terwijl op de website staat dat uit de peiling bleek dat een meerderheid van 71% bereid was om €200 te betalen voor de eerste parkeervergunning.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Ik licht even toe wat op de website werd gevraagd, namelijk: wat wilt u maximaal betalen voor uw parkeervergunning? Een meerderheid sprak zich inderdaad uit voor €200.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Dat was een peiling van de PvdA.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Iedereen mag stemmen. Misschien hebt u ook wel gestemd.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik zat op de nullijn, maar die stond er niet op.

 

Wat zit hierachter? Delft wil koste wat kost de eerste plaats bereiken. Dan zijn wij eindelijk de duurste gemeente van het land. Nog vier jaar deze communisten de gang laten gaan en wij worden partners van Cuba.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Is dat ook een voorstel?

 

De VOORZITTER: Wij denken vooral over deze laatste opmerking nog even na.

 

De heer BOT (GroenLinks): Volgens mij begint de heer Stoelinga echt oud te worden.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Ik hoop dat jij die leeftijd haalt.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. In oktober 2001 zijn wij begonnen met betaald parkeren in de schil rond de binnenstad. Toen was het tarief 25 euro voor een vergunning en ongeveer 10% daarvan voor een bezoekerskaart. Sindsdien is een bijna autonoom proces op gang gekomen, waarbij het gebied steeds groter wordt en de kosten toenemen. Er zijn nu een aantal voorstellen die op een aantal gebieden leiden tot verdere tariefverhoging voor de schil: 60 euro voor een vergunning en 30 euro voor een bezoekerskaart. Wij hebben ook een doorkijkje gekregen naar mogelijk hogere tarieven op langere termijn. De CDA-fractie vindt dat dit te veel gaat afwijken van wat de bewoners bij de invoering van dit systeem mochten verwachten. Wij werden daar ook tamelijk direct op gewezen door bewoners van de Rotterdamseweg en omstreken, die ons een raadsbesluit van maart 2004 toestuurden. Daarin staat dat op dat moment werd besloten tot invoering van vergunningparkeren in gebied F, met een tarief van 40 euro en dat de tarieven vanaf dat moment jaarlijks konden worden aangepast met maximaal de inflatiecorrectie. Vanuit de bestuurlijke consequentie en consistentie zullen wij ons daar dus aan moeten houden.

 

Wij vinden dat er nu te veel automatisme in het beleid zit naar een steeds groter gebied tegen steeds hogere kosten. Wij stellen voor om op dit moment geen verdere stappen meer te nemen en de tarieven voor 2006 te handhaven conform het raadsbesluit van 2004 en dus te laten stijgen met maximaal de inflatie, dus met 1,5%. Daarover zal collega Meuleman van Stadsbelangen een amendement indienen dat wij zullen steunen.

 

Ook met punt 5 van de nota hebben wij moeite. Dat punt is impliciet al door mevrouw Geursen aangeroerd en betreft het in elkaar schuiven van de bewonersvergunning in de binnenstad en het gebruik van de garage. Wij hebben in de commissie gezegd dat wij dat op zich een interessant idee vinden, maar dat het er op dit moment tamelijk één op één in zit. Er zouden dan geen keuzemogelijkheden meer zijn. Wij vinden het dus interessant om het te verkennen, maar het zou niet zo moeten uitwerken dat iedereen verplicht is om deze combinatie aan te schaffen, omdat niet iedereen het wil gebruiken en omdat het niet voor iedereen nuttig is. Ook wil misschien niet iedereen de daaraan verbonden meerkosten betalen. Ook op dat punt zal de heer Meuleman mede namens de CDA-fractie een amendement indienen.

 

Als ik het verloop van de verdere discussie goed inschat, worden er misschien nog wel meer moties en amendementen ingediend. Het uiteindelijke oordeel over het stuk houden wij daarom aan totdat daar meer duidelijkheid over is.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. In de eerste plaats bedank ik mevrouw Geursen van de VVD-fractie hartelijk voor het feit dat zij vanavond eindelijk de standpunten heeft omarmd die de fractie van Stadsbelangen al een aantal jaren verkondigt over efficiency en lage lasten voor de burgers.

 

Wij hebben in de commissie heel nadrukkelijk aangegeven dat wij het voorliggende voorstel niet kunnen en niet zullen steunen. Wij vinden de voorgestelde verhogingen voor de bezoekerskaart niet uit te leggen aan de burger en dat gaan wij ook niet doen. Zoals collega Van Tongeren heeft aangegeven, zullen wij twee amendementen indienen die simpeler en duidelijker zijn verwoord dan het amendement van mevrouw Geursen. Wij stellen voor om de tarieven met 1,5% te verhogen. Dat is gewoon de indexering, zoals wij die recentelijk bij de behandeling van de programmabegroting hebben vastgesteld.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Bedoelt u alle tarieven, dus ook de tarieven die in het voorstel niet verhoogd zouden worden?

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik bedoel de tarieven die genoemd worden onder de punten 2 en 3 van het voorstel.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): U bedoelt dus alleen de tarieven die omhoog zouden gaan?

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja, want voor de tarieven die niet omhoog gaan, hoef je niet voor te stellen om die omhoog te laten gaan, lijkt mij.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Het zou consequent zijn om ook die met 1,5% te laten stijgen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Dat zou kunnen, maar dat zullen wij niet voorstellen.

 

Tot slot het voorstel onder punt 5. Ook wij vinden het goed dat het product garagevergunning en bewonersvergunning wordt onderzocht, maar wij vinden het niet verstandig dat deze raad dat vaststelt. Daarvoor dienen wij, weer samen met de CDA-fractie, een amendement in waarin wij voorstellen dat de nieuwe raad daar in oktober 2006 over besluit.

 

De VOORZITTER: Door de fracties van Stadsbelangen en het CDA worden de volgende amendementen (A-1 en A-2) ingediend:

 

A-1

 

“Wijzigen voorstel 5 in:

De gemeenteraad zal in oktober 2006 een besluit nemen over het invoeren van het product garagevergunning en bewonersvergunning per 1 januari 2007 met de daarbij behorende tarieven.”

 

A-2

 

“Wijzigen voorstel 2 in:

Het tarief van de bezoekerskaart wordt met ingang van 1 januari 2006 verhoogd met 1,5%.

 

Wijzigen voorstel 3 in:

De tarieven voor vergunningen te verhogen met 1,5% per eerstvolgende wijzigingsdatum.”

 

Mevrouw KONING (PvdA): Voorzitter. Parkeertarieven zijn een lastig onderwerp in de raad, in de fractie, in de commissie en op straat, omdat in ieder geval veel mensen die de vergunning kopen of in een buurt met vergunningparkeren wonen, niet helemaal begrijpen hoe de prijs is opgebouwd. Zij horen zelfs het verhaal dat er winst op wordt gemaakt. Wij horen in de raad dat er geen winst op wordt gemaakt en dat de gemeente er geld op toelegt of – dat is hetzelfde – dat er een tekort is in het Parkeerfonds.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Misschien kan ik u uit de brand helpen. De burger begrijpt niet dat een tarief van 34 euro wordt verhoogd naar 60 euro.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Ik ben het met u eens dat er meer dingen zijn die mensen niet begrijpen, maar wij kregen bij het begin van de raadsvergadering een pamflet uitgereikt waarop staat dat er winst wordt gemaakt op vergunningparkeren. Ik wil heel helder zeggen dat wij hier in de raad altijd horen dat dat tot nu toe niet het geval is. Voor ons is het heel belangrijk om dat helder te hebben. Het vervelende is dat wij ook binnen de PvdA-fractie niet helemaal kunnen uitleggen hoe het parkeermodel werkt. Het is één keer aan de orde geweest in de commissie. De heer Van Tongeren van de CDA-fractie zei dat hij bij vlagen weer weet hoe het werkt. Ik neem dus aan dat ook bij hem het besef niet altijd helemaal aanwezig is. Ik moet erkennen dat ook binnen de PvdA-fractie niet het gevoel leeft dat wij helemaal kunnen uitleggen hoe dat model werkt. Ik begrijp dat de wethouder dat vreemd vindt. Voor hem is dit natuurlijk veel meer dagelijkse kost dan voor ons. Wij hebben het gewoon nodig dat wij daar nog eens naar kijken. Daarom hebben wij er samen met de VVD-fractie voor gepleit om toch nog eens goed met elkaar te bekijken hoe het model in elkaar zit, zodat wij snappen hoe het werkt. Ik heb begrepen dat de fractie van Stadsbelangen iets dergelijks bepleit. Dan komen wij volgens wij wel tot elkaar.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Nee, dan begrijpt u mij verkeerd. Ik bepleit niet hetzelfde als u.

 

Mevrouw KONING (PvdA): O, sorry. Ik moet de tekst van uw amendementen ook nog lezen. Ik hoopte dat wij elkaar op dat punt zouden kunnen vinden. Het is jammer als dat niet het geval is. Dan blijf ik bij het verdedigen of aangeven van het standpunt van de PvdA-fractie, dat ook het standpunt van de VVD-fractie en van andere fracties is: wij willen het model gewoon beter begrijpen. Het was overigens niet een PvdA-idee, maar een idee van – inmiddels – wethouder Vuijk, die heeft gezegd: kunnen wij de redenering niet omdraaien? Als mensen niet meer willen betalen dan 50 of 60 euro, wat krijgen zij daar dan voor terug? Inmiddels zijn er nog veel meer alternatieven aan de orde geweest, bijvoorbeeld een kaart die twee jaar geldig is. Van al dat soort dingen willen wij snappen welk effect zij hebben op de prijs van de vergunning. Wordt zij dan goedkoper? Wij hebben dat inzicht nu niet. Wat kun je dan doen? Je kunt dan zeggen: wij doen niets of – ook dat is in feite niets doen – wij doen alleen de inflatiecorrectie. Dan weet je dat je bijna 300.000 euro tekortkomt in het Parkeerfonds. Ik weet dat de PvdA regelmatig verweten is dat zij gemeenschapsgeld over de balk smeet omdat dat leuke dingen voor de mensen opleverde, maar als dat al waar was, hebben wij daar wel iets van geleerd. Wij vinden dat je ervoor moet zorgen dat de gemeente niet in slecht vaarwater komt. Als je nu alleen voor die 1,5% kiest en dus niets doet, zonder daarbij een dekkingsvoorstel te doen – ik heb de heer Meuleman en de CDA-fractie althans geen dekking horen noemen – neem je een groot risico. Ik heb andere fracties in deze gemeenteraad wel eens horen zeggen: “dat is een risico en daarom stemmen wij daar niet voor”. Ik hoop dat de fractie van Leefbaar Delft dat in dit geval ook gaat doen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Wij hebben bij de programmabegroting het percentage op 1,5 gesteld.

 

Mevrouw KONING (PvdA): De inflatiecorrectie is 1,5%, maar als je de parkeertarieven nu met 1,5% verhoogt, creëer je een jaarlijks structureel tekort van bijna 300.000 euro in het Parkeerfonds.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat valt reuze mee, want het Parkeerfonds is nog behoorlijk robuust. Daar zal de wethouder straks vast op ingaan.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Mevrouw Koning verwijt ons dat wij geen dekkingsvoorstel hebben, maar wij komen gewoon met dat percentage van 1,5. Als wij de bal moeten gaan terugkaatsen, kan ik mij nog wel herinneren dat de PvdA-fractie met de een of andere zeecontainer kwam waar geen dekking tegenover stond.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Die zat in een structureel budget; dat klopt. Daar was niet een apart extra potje voor gevonden. Dat zat in het wijkbudget. Maar goed, dat is een vergelijking tussen appels en peren. Ik begrijp dat u het niet fijn vindt dat ik tegen u zeg dat u een gat in het Parkeerfonds slaat.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik begrijp juist dat u het niet fijn vindt dat ik over die zeecontainer begin.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Ik wil nog wel even vertellen waarom ik graag een zeecontainer wil, gevuld met sport- en spelmateriaal, maar ik denk dat wij het nu over parkeervergunningen hebben.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Mevrouw Koning zegt dat er een tekort is van 300.000 euro in het Parkeerfonds, maar inmiddels heeft zij mede namens de VVD-fractie motie M-2 ingediend. Daarmee zou, als je naar oplossingsrichtingen gaat kijken, best een heleboel geld gevonden kunnen worden. Met andere woorden: in motie M-2 zou dekking kunnen zitten voor het door haar nu aangedragen tekort van 300.000 euro.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Dat hopen wij ook. Wij hebben juist de intentie om alternatieven te onderzoeken om te bekijken of wij de kosten laag kunnen houden.

 

Ik wil graag iets zeggen over de kostendekkendheid. Ik wil niet zeggen dat wij de eersten waren, want dat is een beetje een flauw spelletje. Wat de PvdA-fractie betreft, vereist kostendekkendheid dat je als gemeente zo goedkoop mogelijk werkt. Als je monopolist bent, moet je dus je best doen om de kosten heel erg laag te houden. Dat idee komt dus ook van de PvdA vandaan, of wij nou de eersten waren of niet.

 

Wij kunnen het model op dit moment dus nog niet uitleggen. Wij vinden dat de alternatieven onvoldoende onderzocht zijn. Dat willen wij voor elkaar krijgen, maar dat hebben wij vanavond niet gerealiseerd. Wat kun je dan doen? Niets ofwel alleen die 1,5% verhoging, óf het collegevoorstel volgen dat slecht valt in de stad. Wij hoorden en horen bij de VVD-fractie een tussenvariant. Wij moeten zeggen dat die ons erg aanspreekt. Die tussenvariant is niet het voorstel van het college; wij houden dus nog steeds een tekort in het fonds, maar halveren dat tekort door tussen het huidige niveau en het niveau daarboven te gaan zitten. Dan accepteer je dus nog steeds een tekort. De heer Meuleman mag mij vragen waar de dekking daarvoor is. Die zit in het fonds. Daar heeft hij dus wel gelijk in.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ik wilde helemaal niets zeggen.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Dat verbaast mij.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): U praat uzelf straks vast.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Daar moet u dan even op wachten.

 

Onze redenering samenvattend: op dit moment kunnen wij alleen maar zeggen dat wij meer helderheid willen en alternatieven willen onderzoeken. Dat kunnen wij vanavond niet realiseren. Wij hopen wel dat de raad dat idee steunt, zodat wij dat voor elkaar krijgen. Wij willen het voorstel van het college niet steunen, maar gelet op de financiële positie van de stad, vinden wij niets doen onverantwoord. Ik zie mensen knikken; ik snap dat dat voor sommige mensen heel vervelend is, maar dat is ons standpunt.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Nogmaals: ik vind motie M-2 niet “niets doen”. Ik vind dat daar een heleboel zaken in zitten die redelijk veel geld zouden kunnen opleveren. Dat is absoluut niet “niets doen”.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Nee, maar een motie verandert het voorstel nog niet. Dan kun je tegen het voorstel stemmen; dan doe je ook niets, maar dan stel je geen andere tarieven vast.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Je kunt het voorstel amenderen zoals door de fracties van het CDA en Stadsbelangen wordt voorgesteld. Dat zou betekenen: een stijging van 1,5%. Dan hebt u ook de volledige ruimte om motie M-2 te laten uitvoeren en te bekijken hoeveel geld dat oplevert.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Wij hebben toch ook de volledige ruimte om motie M-2 te laten uitzoeken als wij de tarieven met meer dan 1,5% verhogen?

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): U verwacht via motie M-2 een besparing te zien. Dan moet u eigenlijk even pas op de plaats maken om te bekijken hoeveel dat oplevert. In een volgende ronde kunt u dan een verhoging dan wel een verlaging toepassen.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Wij verlagen volgend jaar liever de tarieven dan dat wij ze dan een grote sprong moeten laten maken. Als volgend jaar blijkt dat de tarieven omlaag kunnen, hebt u ons aan uw zijde.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik hoorde zojuist de discussie tussen de heer Van den Doel en mevrouw Koning over motie M-2. Hun opvattingen over die motie zijn tegengesteld, maar ik zie dat zij allebei die motie hebben gesteund. Dat vind ik heel vreemd.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Volgens mij gaat het om de consequentie van motie M-2. Moet je nu wachten met het vaststellen van een nieuw tarief of kun je dat alvast doen? Daarover verschillen wij wel van mening. Dat zeg ik toch goed, mijnheer Van den Doel?

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Mijnheer Van den Doel, wat is uw antwoord?

 

De VOORZITTER: Nee, we gaan verder.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Parkeren is altijd een erg lastig punt, vooral als ervoor betaald moet worden.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Ik heb echt geen moeite om mijn auto te parkeren, hoor.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Ik stel voorop dat het vergunningparkeren in Delft wat ons betreft nog steeds een succes is. Wij kunnen ons haast niet voorstellen met welke chaos de stad te maken zou hebben als wij het parkeren niet zouden reguleren. In de commissie is al een stevig debat gevoerd. Daarbij is aangegeven dat er binnen de commissie behoefte is aan meer inzicht in de kostenopbouw, de effecten op de kostprijs van het meerjarig of gecombineerd uitgeven van vergunningen en de voortgang van de efficiencytaakstelling die al wordt doorgevoerd in de gemeente. Helaas kunnen wij hier pas op z’n vroegst in januari inzicht in krijgen. Dit maakt het moeilijker om nu een beslissing te nemen over de hoogte van de tarieven en de gewenste kostendekkendheid. Het is en blijft een feit dat de stad op dit moment per uitgegeven vergunning een flinke duit in het Parkeerfonds doet, maar de voorgestelde verhogingen leiden tot een erg hoog tarief. Er moet een goed evenwicht worden gevonden tussen het belang van het Parkeerfonds en het belang van de bewoners. Dat is in dit voorstel nog niet het geval.

 

De heer KROON: Voorzitter. Even voor de duidelijkheid: ik spreek nu gewoon namens mijn eigen fractie, dus niet namens de fractie van GroenLinks.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Dat wilde ik juist vragen: spreekt u nu namens GroenLinks? Is dit uw laatste speech?

 

De heer KROON: Ik spreek nu gewoon namens de onafhankelijke fractie. Ik ben tegen dit voorstel, omdat ik vind dat de bewoners van de schil in de binnenstad niet voor de kosten moeten opdraaien. Het is een paar jaar een proef geweest. Daar was ik ook al tegen, omdat het in het hele gebied één proef was. Er was dus geen vergelijkbaar materiaal in Delft. Nu blijkt de prijs vrij hoog te moeten worden. Mevrouw Bolten van GroenLinks zei dat het wel meevalt, omdat het maar een verhoging van tien cent per dag is. Dan denk ik: doe die verhoging van tien cent per dag dan maar in de parkeergarages, zodat de bezoekers van de economische binnenstad hiervoor opdraaien en niet de bewoners van een stadsgebied dat vóór het autotijdperk is gebouwd, terwijl de gebieden daarbuiten – Voorhof, Tanthof en dergelijke – meer in het autotijdperk gebouwd zijn en daarop gebaseerd zijn. Dan zie ik nog liever dat iedere autobezitter in Delft gaat betalen. Dan kun je nog wel iets creatiever worden, bijvoorbeeld door degene met het meest milieuvriendelijke vervoermiddel de hoogste korting te geven. Zo gaan mensen misschien ook wat bewuster met het milieu om. Daarom zal ik tegen dit voorstel stemmen. Het is niet een heel slecht voorstel. Het is een principekwestie en ik moet mijn eigen gevoel blijven volgen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik zit mij in toenemende mate te verbazen. Ik heb hier aan de bijdrage van de fractie van GroenLinks in de commissie niets toe te voegen.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. Tarieven zijn altijd goed voor stevige discussie, zeker als er flinke veranderingen in die tarieven optreden. Ik kan mij ook wel voorstellen dat de raad daar in elk geval heel scherp op wil zijn. Naar aanleiding van de volstrekte verbazing of verrassing die enkele sprekers uitspreken, geef ik net als in de commissie aan dat ik daar toch een tikje anders tegenaan kijk. Er is al veel eerder een proces ingezet om de opbouw van alles wat wij in en rond het Parkeerfonds doen, dus alle inkomsten en uitgaven van het Parkeerfonds, transparant te krijgen en om een systeem op te bouwen waarbij wij aan elk product op het gebied van het parkeren – dat zijn er nogal veel – zo goed mogelijk een kostprijs hangen. Als je een bepaald product uitgeeft, bijvoorbeeld een vergunning, kost het uitgeven daarvan alles bij elkaar genomen het bedrag X. Dat inzicht is er. Dat hebben wij ruim een jaar geleden in laatste instantie met elkaar besproken. Ook daarvoor hebben wij in de raadscommissie al een zeer uitvoerige discussie gehad over de inkomsten en uitgaven van het Parkeerfonds. Ik vind het dan ook een tikje verbazingwekkend dat het geheugen blijkbaar toch niet zo goed is en dat nu door sommigen wordt gesuggereerd dat er totaal geen inzicht in de kosten is en dat de kostenopbouw volstrekt verrassend is. Het geheugen is echter wel zo goed dat bijvoorbeeld een uitspraak van – intussen – collega Vuijk wordt geciteerd. Die uitspraak herinner ik mij heel goed, maar die werd wel in het kader van de discussie op dat moment gemaakt. Het is bekend wat op dat moment de andere elementen in die discussie waren. Wij hebben het destijds uitgerekend en hebben geprobeerd om voor de raad zo goed mogelijk inzichtelijk te maken dat wij bij het product vergunningparkeren in de subproducten, bijvoorbeeld de gewone vergunning en de bezoekerskaart, overall op een forse kostprijs uitkwamen. Vervolgens hebben wij gezegd dat het geen prettig toekomstperspectief zou zijn als wij naar die tarieven toe zouden moeten. Zo is het tarief van 115 euro voor een vergunning in de schil in de wereld gekomen. Ik heb bij herhaling gezegd dat ik dat niet ga voorstellen. Dat is maar goed ook, want dan was de sfeer hier misschien nog een tikje minder geweest.

 

Wij hebben wel geconstateerd dat er een enorme opgave ligt om de efficiency te vergroten. Ik herinner mij dat ik toen heb gezegd dat ik me serieus zou gaan bemoeien en aan de slag zou gaan met de toen onder meer door de VVD-fractie verwoorde gedachtegang: wees helder, probeer zoveel mogelijk terug te gaan naar datgene wat je maarschappelijk aanvaardbaar kunt noemen en kijk of je daarmee uit kunt komen. Dat is echter wel een heel grote en gecompliceerde opgave, want dat doe je niet even met een paar simpele oplossinkjes. Je moet echt de systematiek van het uitgeven gaan veranderen. Dat betekent dat er heel veel geautomatiseerd moet worden, dat parkeercontroleurs met andere apparatuur de straat op gestuurd moeten worden en dat veel gegevens moeten worden verzameld over de strategie van het handhaven op straat: hoe verdeel je je aandacht op straat zo dat die helemaal efficiënt wordt? Ook de achterliggende ICT-toepassingen zijn behoorlijk gecompliceerd. Er kan heel veel op dit gebied, er is veel ontwikkeling en daar werken wij ook allemaal aan, maar dit is niet van het ene op het andere moment geregeld. Wij hebben toen afgesproken dat er een taakstelling aan zou hangen. Die taakstelling was een structurele efficiencywinst van 752.000 euro. Daar heeft het college voor getekend. Wij hebben dus in de nota aangegeven dat wij dat als taakstelling accepteren en dat wij dat ook zo snel mogelijk gaan doen. Als wij dat niet vlot doen, blijven wij immers structureel met onacceptabele gaten zitten in de inkomsten en uitgaven van het Parkeerfonds, tenzij wij onaanvaardbare tarieven gaan heffen. Dat laatste doen wij niet. Laten wij die efficiencywinst dus maar beschouwen als taakstellend.

 

Wat blijft er na het inboeken van die 752.000 euro structurele efficiencywinst over als kostendekkend tarief? Het gemiddelde bedrag voor een parkeerproduct kwam voor de schil op ongeveer 75 euro. Omdat er, vooral om maatschappelijke redenen, verschillende kosten hangen aan verschillende producten, betekent dit dat wij voor de bezoekerskaart een heel groot gat hadden – tussen de 17 euro en de kostprijs van 75 euro – en dat wij voor de vergunning ook nog een gat hadden, maar dat was gelukkig een stukje kleiner. Ook daarvoor geldt dat wij niet hebben gezegd: wij kunnen 752.000 euro verdienen door vergroting van de efficiency; de rest moet dus maar in het tarief gestopt worden. Wij hebben gezegd: wij zouden voorzichtig moeten toegroeien naar een zoveel mogelijk kostendekkend tarief. Wij hebben daarbij aangegeven dat zeker voor het vergunningtarief ook de afweging van de maatschappelijke aanvaardbaarheid gemaakt kan en zal worden. De mogelijkheid bestaat dus om voor minder dan een kostendekkend tarief op vergunningen te blijven rekenen, maar dat betekent wel dat dit op andere producten, bijvoorbeeld het betaald parkeren, ergens sluitend gemaakt zou moeten worden. Anders moeten wij immers terug naar het pompen van gelden uit de algemene middelen naar het Parkeerfonds en daar is niet voor gekozen.

 

Waar staan wij nu? Er is nu een voorstel dat – daar ben ik het helemaal mee eens – een stevige sprong in sommige tarieven betekent. Voor de onderbouwing vallen wij in feite terug op het stuk van vorig jaar, waarin wij hebben geconstateerd dat bij de bezoekerskaart het gat tussen de feitelijke kostprijs en de door ons gerekende prijs zo groot was dat ik het in ieder geval als mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid heb gezien om op dat punt een stevig voorstel bij de raad neer te leggen. Ik herinner aan een stukje discussie met de heer Van Tongeren, die maanden geleden vroeg of er nog wel voorstellen uit het college zouden komen die enigszins omstreden kunnen zijn. Ja, ik ga die discussie niet uit de weg. Wat nu voorligt, is dus een stap in de richting van tarieven waarvan ik denk dat zij uiteindelijk mogelijk en te heffen zijn en die zeker niet van dien aard zijn dat je eigenlijk zegt: nog een paar maatregelen en dan kan de prijs gewoon naar beneden. Het zal a hell of a job zijn om bovenop het al taakstellend ingeboekte structurele bedrag van 752.000 euro – wij zijn een heel eind met het binnenhalen daarvan – nog eens substantiële extra bedragen aan efficiencywinst te boeken. Desondanks wil ik ook daarvoor niet weglopen. Ik ga graag de uitdaging aan om in de komende jaren tot een systeem te komen waarin het nog een stuk efficiënter kan, bijvoorbeeld door nog meer gebruik te maken van zaken zoals ICT en door verder te studeren op alle in motie M-2 genoemde zaken en daar nadere voorstellen voor te doen. De eerste significante voorstellen die eraan zitten te komen, heb ik aangekondigd voor januari en hebben betrekking op de bezoekerskaart. Dat betekent overigens een gefaseerde, bloksgewijze invoering per gebied waarin dat aan de orde is. Ik denk dat ik de raad in januari voor die bezoekerskaart een voorstel kan voorleggen waar heel veel voordelen in zitten, zowel qua gebruikersgemak als qua lasten voor de betreffende vergunninghouders. Daar zal ook het element in zitten van meerjarige verstrekking en dergelijke. De raad ziet dan dus allerlei elementen daarvan terugkomen.

 

Dit neemt niet weg dat de tarieven zoals wij ze tot nu toe kennen voor de bezoekerskaart, zelfs met het meest geavanceerde systeem naar mijn stellige overtuiging uiteindelijk niet haalbaar zullen blijken. Dan vind ik het een verkeerd signaal om die tarieven nu te laten voor wat zij zijn, want daarmee zou je het signaal afgeven dat wij het wel even binnenhalen. Ik vind dat niet verstandig. Uiteindelijk valt dit natuurlijk allemaal onder het budgetrecht van de raad, maar als het Parkeerfonds geleidelijk wordt leeggezogen doordat de gedachtegang over wat je op het punt van efficiency zou kunnen bereiken, uiteindelijk niet bewaarheid wordt omdat de wens de vader van de gedachte is geweest, denk ik dat de raad mij daar terecht op zou aankijken. Vandaar dat mijn voorstel mijns inziens een realistisch voorstel is voor de tariefontwikkeling. Natuurlijk moet de raad dat voorstel beoordelen op zijn maatschappelijke aanvaardbaarheid. Tot zover mijn algemene reactie. Ik raad het de gemeenteraad dus ten stelligste af om te komen tot de enigszins populistische zet om alles terug te brengen naar een stijging met 1,5% omdat wij dat nu eenmaal hadden afgesproken over het tarief. Dat ging echter over de belasting- en legestarieven, die dus algemeen geldig zijn voor iedereen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Dan wil ik dat u ook nog even ingaat op de opmerking van de heer Van Tongeren over wat wij in maart 2004 bij de invoering in gebied F hebben besloten. Toen heeft de raad immers besloten dat de jaarlijkse verhoging maximaal de indexering zou mogen zijn. Zo populistisch is ons voorstel dus niet.

 

Wethouder GRASHOFF: Nadat wij tot een kostendekkend tarief zouden zijn gekomen, is het logisch om dan niet aan winst te gaan werken, maar natuurlijk wel aan het bijhouden van het kostendekkend zijn en zeker niet meer dan dat. Dat is uiteindelijk het perspectief.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): In de tekst van het raadsbesluit staat iets anders, namelijk dat wij besluiten dat het 40 euro wordt en dat het vervolgens vanaf dat moment jaarlijks kan worden aangepast met maximaal de inflatie. Meer staat er gewoon niet. Er staat niet: wij beginnen met 40 euro, gaan naar kostendekkendheid en passen dan jaarlijks de inflatiecompensatie toe. Er staat dat dat het starttarief was en dat het tarief vanaf dat moment alleen aan de hand van de inflatie zou worden gecorrigeerd.

 

Wethouder GRASHOFF: Dat is dan absoluut een ongelukkige formulering.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Nee, dat is een besluit dat wij met z’n zevenendertigen hebben genomen. Wij zijn eraan gehouden om dat uit te voeren.

 

Wethouder GRASHOFF: Ik hoor bij herhaling van uw raad dat u ook zelf, als u dat verstandig vindt, van eerdere standpunten kunt afwijken; ik niet, maar u wel. De essentie is dat wij in het najaar van vorig jaar een recentere discussie hebben gevoerd over de tariefontwikkeling op basis van alle ins en outs omtrent de opbouw van kosten en baten. Daarbij is stevig gediscussieerd over wat je zou moeten doen om de kostenontwikkeling in de klauwen te houden. Ik ben het met de visie en de intentie van de raad ten volle eens: ik wil geen cent meer in dat tarief hebben dan nodig is. Ik kan echter niet het omgekeerde doen door uit te gaan van de wens als de vader van de gedachte en door een volstrekt arbitrair tarief te hanteren waar het dan maar mee moet worden gedaan. Zo werkt het simpelweg niet, ook niet bij de bakker om de hoek.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Jawel, want als niemand meer een brood koopt omdat het te duur is, zal de bakker zijn brood of zijn prijs moeten aanpassen.

 

Wethouder GRASHOFF: Als de bakker alleen nog maar brood kan maken tegen een kostprijs waarmee hij morgen failliet gaat, zijn overmorgen alle bakkers failliet en kunt u geen brood meer kopen. Zo werkt het dus niet, ook niet in de markt.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ook in de supermarkten gaan prijzen omlaag en worden alternatieven gezocht voor producten, waardoor zij goedkoper kunnen worden.

 

Wethouder GRASHOFF: Ik ben het niet oneens met u over het zoeken naar efficiencymogelijkheden, maar ik geef aan dat wij realistisch moeten zijn. Wij zeggen niet simpelweg: wij hebben eens uitgerekend wat het kost en dat moet het dan maar zijn. Dat zouden wij als monopolist kunnen doen. Dat risico zit er dus altijd in, maar ik ben het met u eens dat wij die weg niet moeten kiezen. Vandaar die stevige taakstelling op het punt van de efficiency en ook de bereidheid om de inspanningsverplichting aan te gaan om te proberen om de efficiency nog verder te vergroten. Het onmogelijke kunt u echter niet vragen. U kunt geen brood bakken voor een kwartje.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Komt u niet tot de conclusie dat het systeem misschien niet past? U begon met 40 euro in de schil, maar dat was uit de lucht gegrepen en was lang niet voldoende. Wij hebben steeds gezegd: geef de bewoners direct aan wat kostendekkend is en laat hen dan beslissen. Nu blijkt dat u het hier niet mee kunt doen. Eigenlijk hebben wij de bewoners bedonderd. Eerst probeert u hen binnen te halen als klant, maar vervolgens verhoogt u het tarief rigoureus. Misschien is het systeem wel verkeerd.

 

Wethouder GRASHOFF: Dat is het motto waar Leefbaar Delft telkens op terugkomt. Er is bij het begin van het systeem glashelder gecommuniceerd dat wij zouden beginnen met een te laag niveau.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): De heer Van Tongeren heeft zojuist gezegd dat wij tegen de bewoners hebben gezegd dat wij beginnen met 40 euro en dat het tarief vervolgens alleen zou worden geïndiceerd. Hoe wilt u dit dan aan de bewoners uitleggen?

 

Wethouder GRASHOFF: Ik heb in alle discussies die ik hierover heb gehad en waaruit vele raadsbesluiten zijn voortgevloeid van veel eerdere data, bijvoorbeeld in Olofsbuurt/Westerkwartier, altijd gezegd dat wij met een lager tarief kunnen beginnen om er met elkaar aan te wennen en om te testen of het systeem werkt. Ik heb er echter geen misverstand over laten bestaan dat het tarief in de loop der jaren hoger zou worden. Dat heb ik in alle bijeenkomsten altijd gezegd. Men kan mij er niet van beschuldigen dat ik verstoppertje heb gespeeld.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Waarom hebt u het dan op een andere manier in een raadsbesluit aan ons aangeboden?

 

Wethouder GRASHOFF: Ik zal het raadsbesluit uit 2004 nog eens checken. Het is mogelijk dat daar iets wonderlijks in staat. Dat is dan overigens specifiek voor gebied F geweest, want daarvoor waren wij al met andere gebieden bezig. Als dat zo is, vind ik dat hoogst ongelukkig. Ik zal dat nog eens preciezer moeten nalezen, maar de algemene lijn in de afgelopen jaren is geweest: natuurlijk moet je in een situatie waarin men het systeem niet kent, er nog niet aan gewend is en de voor- en nadelen niet kent, niet ineens de volle mep gaan vragen. Dat is altijd transparant gecommuniceerd en daar is altijd bij gezegd dat wij in de loop van het ontwikkelen van het systeem pas daadwerkelijk tot een goede analyse van de kostendekkende tarieven zouden kunnen komen.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): U hebt toch duidelijk gezegd dat de Rotterdamseweg en Olofsbuurt/Westerkwartier de twee grootste gebieden zijn met vergunningparkeren? Daarover zijn duidelijke afspraken gemaakt. Waarom worden die afspraken niet gewoon nagekomen? Waarom gaat het tarief niet gewoon met het percentage omhoog dat u toen hebt beloofd in de Raamstraat en zeker ook in de aula? Dat had u moeten doen in plaats van het tarief nu ineens rigoureus te verhogen.

 

Wethouder GRASHOFF: U kunt dat duizend keer zeggen, maar ik weet precies wat ik gezegd heb en hoe ik mij in die zaaltjes en in al discussies met alle belangenorganisaties heb opgesteld. Volgens mij kan mij niet verweten worden dat ik verstoppertje speel.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Jawel. Ik zat daar toevallig ook, met de bewoners van de Olofsbuurt. Laten wij dus geen poppenkast spelen; laten wij gewoon uitgaan van de realiteit. Dan zijn wij eerlijk en dan kunnen wij iedereen recht in de ogen kijken. Dat kan niet op deze manier.

 

Wethouder GRASHOFF: Ik ben hartstikke realistisch. Als hier iemand poppenkast zit te spelen, denk ik dat u hier het hoogst scoort.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Daar moet je een opleiding voor hebben, hoor.

 

Wethouder GRASHOFF: Het zou op dit moment in elk geval een zeer onverstandig signaal zijn, zowel voor de financiën van het Parkeerfonds als voor het perspectief van de stad, om ervan uit te gaan dat wij er nu, met deze tarieven, helemaal zijn. Zeker gelet op de ontstane commotie, kan ik mij voorstellen dat wij vanuit het college wellicht iets te snel willen en dat de raad terecht wijst op het aspect van maatschappelijke aanvaardbaarheid. Ik heb in de commissie dan ook aangegeven dat het, als dat zo is, niet anders kan dan dat de raad het voorstel amendeert. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit voor mij qua amendering buitengewoon eenvoudig is. Met een stukje hulp van de griffie of eventueel van mij gaat het erom wat de raad aanvaardbaar vindt. Op bladzijde X wordt het getal Y dan vervangen door het getal Z. Een puur trendmatige verhoging geeft een verkeerd signaal af. Over een temporisering van een tariefontwikkeling waarvan ik blijf stellen dat die bestuurlijk absoluut verdedigbaar is, laat ik het oordeel graag aan de raad over.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat is precies het punt van de VVD-fractie. Bestuurlijk legt u het perfect uit. De regels, de procedures en eerdere besluitvorming zijn gevolgd, maar het resultaat blijft nog steeds onbevredigend, met name voor de burgers om wie het gaat.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Ik hoorde de wethouder toch een soort handreiking doen in de richting van de VVD-fractie? Hoorde de VVD-fractie dat zelf niet?

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Wij zijn ook heel blij met de efficiencymaatregelen die genomen worden en met de toezegging van de wethouder dat hij alternatieven gaat uitwerken.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): De wethouder heeft zojuist aangeboden om in een soort schorsing met u naar de bedragen te kijken.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ja, maar dat waren wij zelf in deze raad toch al allemaal aan het doen? De wethouder had in de commissie immers al aangegeven dat die amendementen van ons moesten komen. Het gaat ons om de flexibiliteit bij de gemeente: er moet niet alleen gedacht worden aan de eerdere besluitvorming en aan de vraag of het procedureel en volgens de regels goed is geregeld, maar ook aan de optiek van de burger. Wat schotel je hem voor? Als de burger op een gegeven moment niet méér wil betalen, moet de gemeente flexibel gaan denken. Misschien moet zij bepaalde producten gewoon helemaal niet meer leveren.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Iedereen in de raad heeft luisteren naar de burger hoog in het vaandel staan. Laten wij nu maar eens naar de burgers luisteren op die twee grote plekken.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Mag ik u dan uitnodigen om te kijken naar de webenquête van de PvdA?

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Dan moeten wij 200 euro gaan betalen. Dat willen wij niet. Vraag dat maar in de Olofsbuurt.

 

De VOORZITTER: Dit is buiten de orde. De wethouder was volgens mij toe aan de afronding van zijn betoog.

 

Wethouder GRASHOFF: Uit mijn betoog is al gebleken dat in elk geval voor veel elementen van motie M-2 het werk al eerder is gedaan. Als de raad dat nog eens scherper inzichtelijk wil krijgen, is daar natuurlijk geen enkel bezwaar tegen. Dat wil ik ook toezeggen zonder motie, maar ik heb er geen bezwaar tegen dat dit eventueel via een motie wordt bevestigd. Ik was al voornemens om in januari met een voorstel te komen voor verdere efficiencyverbeteringen. Dat had ik aangekondigd en dat zal ik doen. Dat voorstel zal specifiek betrekking hebben op de aan de vergunning hangende bezoekerskaart. Dat is wel een heel belangrijk voorstel en het is ook een beetje trendsettend, omdat het een aantal mogelijkheden met zich meebrengt die in de loop van de tijd kunnen worden uitgewerkt. Ik kan de raad echt verzekeren dat het in januari niet de laatste keer zal zijn dat wij met voorstellen voor verdere verbetering zullen komen.

 

Wat het inzicht geven in de kosten en baten van de parkeergarages betreft, herhaal ik dat dat in het parkeermodel zit. Dat kan natuurlijk nader toegelicht worden. Dat kan net zo technisch en net zo diepgaand als de raad wil. Misschien moeten wij even met de commissievoorzitter overleggen over hoe dat vormgegeven wordt, want dat zal dan een vrij uitvoerige presentatie worden.

 

Punt 4 van de motie is meer van psychologische aard. Ik kan u natuurlijk sec voorschotelen wat er kan worden geleverd voor 50 euro, maar dat wordt dan een betrekkelijk theoretisch antwoord.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dat bedoel ik met die denkwijze: draai het nou eens om en leg het niet alleen uit vanuit de gemeente.

 

Wethouder GRASHOFF: Ik kan u voorrekenen wat dat dan betekent.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Bijvoorbeeld voor de handhaving.

 

Wethouder GRASHOFF: Ja, maar dat helpt dan niet echt. Ik denk dat het erg lastig wordt om dat naar de letter te doen. Naar de geest kan ik er overigens best mee uit te voeten.

 

Waarom hebben wij juist bij de bezoekerskaart het sterkst ingezet op een stukje verhoging van het tarief? Wij constateren dat het tarief op dit moment van dien aard is dat er toch ook wel wat misbruik van deze kaart gemaakt wordt. Men raakt de kaart wel erg makkelijk kwijt. Dan wordt er gezegd: ik heb de kaart niet meer of ik heb hem nooit gehad. Wat moeten wij dan doen? Wij zeggen dan dat dat niet kan en dat men de kaart wel heeft gehad, maar wij sturen wel een nieuwe kaart. Dan zijn er ineens twee kaarten in omloop. Zij zijn niet kentekengebonden. Het is dus een kwetsbaar product. Dat gaan wij, als het goed is, oplossen met het elektronische systeem, maar dat neemt niet weg dat dat voor het huidige tarief ook niet zal lukken. Dan zeggen wij: laten wij nu naar een tarief toe gaan dat iets meer stevigheid in zich heeft. Daarmee zul je dat misbruik er niet plotseling uit kunnen krijgen. Daar is meer voor nodig; daar is ook een ander systeem voor nodig, waarmee ik dus in januari kom. Het helpt echter wel. Het is nog steeds een product dat zo sterk afwijkt in zijn prijs dat wij het gerechtvaardigd vinden om op dat punt een steviger stap in het tarief te maken.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Kunt u nog iets zeggen over amendement A-1?

 

Wethouder GRASHOFF: Ik denk niet dat het verstandig is om het zo te doen. Er is op dit moment niet per se een onomkeerbaar besluit nodig om dat in 2007 te gaan doen. Zo moet u het raadsbesluit ook niet interpreteren, want daarbij horen natuurlijk altijd de daarbij behorende financiële consequenties. Die kunnen nog steeds aanleiding zijn om er dan voor te kiezen om het niet te doen. Dat kan echter in elk geval niet meer in oktober 2006, want de voorbereidingstijd die technisch nodig is om ervoor te zorgen dat het op een goede manier per 1-1-2007 kan worden ingevoerd, is dan te kort. Ik wil echter wel toezeggen dat wij in januari met een nader gedefinieerd voorstel zullen komen. Punt 5 van het huidige raadsvoorstel interpreteren wij dus als een principe-uitspraak en in januari zal ik al komen met een uitwerking daarvan, inclusief de daarbij behorende financiële consequenties vanaf 2007 en de constructie die daarbij hoort. Dat kunt u dan natuurlijk in volle vrijheid beoordelen. Ik meen dat dat naar de geest een amendement zoals dit overbodig maakt.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Het gaat ons ook om de koppelverkoop die erin zit. Je kunt er dan niet meer voor kiezen om alleen een straatvergunning te hebben. Ik kan mij voorstellen dat er een groep mensen is die daar voldoende aan heeft. Als die verplichte combinatie erin zit, is dat voor ons op dit moment een beetje te snel.

 

Wethouder GRASHOFF: Wanneer ik in januari met een definitief voorstel daarvoor kom, denk ik dat ik u ervan kan overtuigen om wel voor die vaste koppeling te kiezen. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat je dan een massa krijgt, waardoor het makkelijker en voordeliger met elkaar te regelen is: gemakkelijk, gebruikersvriendelijk en tegen niet te hoge kosten. Van mij mag u dat in januari in alle vrijheid opnieuw beoordelen.

 

De VOORZITTER: Volgens mij is de raad optimaal geïnformeerd, maar misschien is er behoefte aan een schorsing.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): U raadt het al: wij willen inderdaad een schorsing van ongeveer 20 á 25 minuten om de amendementen te bespreken.

 

De vergadering wordt van 21.40 uur tot 22.00 uur geschorst.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. In eerste termijn hebben wij al aangekondigd dat wij met een amendement zouden komen om de voorgestelde verhoging van de tarieven te halveren. Dat amendement, mede ondertekend door de fracties van de PvdA, STIP en D66, dien ik bij dezen in.

 

Daarnaast bedank ik de wethouder voor het feit dat hij uit de voeten kan met de motie en dat er zelfs al verbeteringen plaatsvinden van de bezoekerskaart, waardoor die in de toekomst goedkoper kan worden. Op basis van onze motie gaan wij komend jaar naar het stelsel kijken. Wat ons betreft, kan het dan goed op de schop. Wij zijn er blij mee dat deze motie zowel door de wethouder als door de raad breed wordt gesteund. Wat de tarieven betreft, hebben wij dus een amendement.

 

De VOORZITTER: Door de fracties van de VVD, de PvdA, STIP en D66 wordt het volgende amendement (A-3) ingediend:

 

“De raad, 24 november 2005 bijeen,

 

besluit

 

- in raadsstuk 170 – 630675 (nota parkeertarieven 2006) de voorstellen 2, 3, 5 en 6 te verwijderen, waardoor alleen de voorstellen 1, 4, 7 en 8 in het raadsstuk blijven staan;

 

- in raadsstuk 172 – 630673 (bijlage parkeerverordening) de volgende bedragen in artikel 9 en artikel 10 te wijzigen:

 

Artikel 9, lid 2

a)      ‘€60,00 per jaar’ te wijzigen in ‘€55,00 per jaar’;

b)      ‘€120,00 per jaar’ te wijzigen in ‘€110,00 per jaar’

c)      ‘€120,00 per jaar’ te wijzigen in ‘€110,00 per jaar’

d)      ‘€96,00 per jaar’ te wijzigen in ‘€88,00 per jaar’

e)      ‘€192,00 per jaar’ te wijzigen in ‘€176,00 per jaar’

 

Artikel 10

lid 1b ‘Gebied B: €34,00 vervangen door €60,00’ te wijzigen in ‘Gebied B: €34,00 vervangen door €47,00’;

lid 1b ‘Gebied C tot en met F: €17,00 vervangen door €30,00’ te wijzigen in ‘Gebied C tot en met F: €17,00 vervangen door €23,50’;

lid 2b ‘€40,00 vervangen door 48,00’ te wijzigen in ‘€40,00 vervangen door €44,00’,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij hebben ons zegje gedaan. Zoals bekend vinden wij dit een afschuwelijk voorstel. Misschien krijgt de fractie van GroenLinks toch haar zin: wie het te duur vindt, gaat maar verhuizen. Zover wil Leefbaar Delft het niet laten komen. Wij zullen dit voorstel dus niet steunen.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik ken de inhoud van het amendement nog niet helemaal. Ik kan daar wel een beetje naar raden, maar op dat punt wil ik nog even een slag om de arm houden. Als ik het zo hoor, lijkt het ons wel een verbetering ten opzichte van het collegevoorstel. Het is de vraag of het voor ons goed genoeg is. Wij hebben de indruk dat in de buurten andere verwachtingen zijn gewekt die zelfs in een raadsbesluit zijn vastgelegd. Je moet van goeden huize komen om tot afwijking daarvan te besluiten. Wij houden in ieder geval het met de fractie van Stadsbelangen ingediende amendement met een verhoging ter hoogte van de inflatiecorrectie overeind. Het eindoordeel geef ik tijdens de stemmingen.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van Tongeren. Ook ik ken het amendement van de VVD-fractie nog niet. Ik vraag mij wel af of de VVD-fractie het idee heeft dat het amendement dat zij nu heeft ingediend, wél maatschappelijk draagvlak heeft in de binnenstad en in de schil. Ik kan mij dat nauwelijks voorstellen, maar misschien heeft de VVD-fractie heel snel met alle wijken contact gehad. Ik wacht even het amendement van de VVD-fractie af voordat ik mijn eindoordeel geef.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Voorzitter. Ik voel mij een beetje aangesproken door de woorden van de heer Meuleman. Je kunt natuurlijk op het standpunt staan dat alleen maar trendmatig verhogen het beste is voor iedereen, maar volgens ons is dat op de lange termijn niet het beste voor de bewoners en voor de gemeente. De wethouder heeft nog een manhaftige poging gedaan om het collegevoorstel te verdedigen, maar wij geloven dat dat voorstel in de stad toch echt een stap te ver is. Vandaar dat wij het amendement mede hebben ondertekend en mede hebben ingediend. Wij zijn overigens blij dat de wethouder heeft gezegd dat wij over punt 5, het garageparkeren in de binnenstad, in januari in alle vrijheid kunnen discussiëren. Dat was voor ons ook een issue. Ik bedank de wethouder daarvoor, maar hij heeft ons er niet van kunnen overtuigen dat het door hem voorgelegde voorstel voor de tarieven beter is dan een halvering van de stijging. Vandaar dat wij het amendement mede hebben ingediend.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Ik heb in eerste termijn al gezegd dat wij op zoek zijn naar een goed evenwicht tussen het belang van het Parkeerfonds en het belang van de bewoners en dat het voorstel te veel naar de kant van het Parkeerfonds hing. Daarom hebben wij het amendement gesteund.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. Ik heb eigenlijk niets toe te voegen aan mijn eerste termijn. Ik heb het amendement gezien. Ik denk dat daar vanuit het college geen bezwaar tegen is. Het is duidelijk in de geest van de discussie van de eerste termijn.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ik gebruik deze interruptie om toe te voegen dat wij in motie M-2 in de derde zin het woord “onvoldragen” willen schrappen, als alle medeondertekenaars van die motie zich daarin kunnen vinden. Ik vraag hun dus of in de derde zin van de inleiding van de motie het woord “onvoldragen” kan worden geschrapt.

 

De VOORZITTER: Dat woord staat in de considerans.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Ja.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Als dat woord voor mensen een reden zou zijn om tegen te stemmen, schrappen wij dat woord toch?

 

De VOORZITTER: Dank voor deze aanvulling. Motie M-2 is in die zin gewijzigd dat in de considerans het woord “onvoldragen” wordt geschrapt.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Voor de stemming wil onze fractie graag vijf minuten schorsing om het amendement even naast het oorspronkelijke voorstel te leggen.

 

De vergadering wordt van 22.22 uur tot 22.27 uur geschorst.

 

De VOORZITTER: Mijnheer Van Tongeren, wilt u in de beraadslaging uw finale opmerkingen maken? Daarna geef ik het woord nog even aan de wethouder voor de laatste technische opmerking.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Voordat wij een oordeel geven over het amendement, wilden wij even de tarieven doorlopen om te bekijken hoe het amendement zich verhoudt tot het oorspronkelijke voorstel. Het is weliswaar een verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel, maar het blijft zo dat er verhogingen zullen optreden tussen 10% en 30%. Dat is wat ons betreft te veel.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Maak daar maar 38% van.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Dat mag ook. Dat betekent dat wij dit amendement niet zullen steunen.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. Ik heb nog één heel kleine opmerking: in dit amendement is niet meegenomen dat er ook maandbedragen in het voorstel staan, die in het amendement niet worden aangepast. Ik stel voor dat die bedragen, als dit amendement wordt aangenomen, ambtshalve navenant worden aangepast, maar wel afgerond op halve euro’s, om geen heel gekke bedragen te krijgen.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Dank u wel. Dat was inderdaad de bedoeling, zoals ik van de griffie heb begrepen.

 

De VOORZITTER: Volgens de griffier en mij kunnen de amendementen gewoon in volgorde worden behandeld.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Volgens mij is amendement A-3 verstrekkender dan amendement A-1, aangezien in amendement A-3 wordt voorgesteld om voorstel 5 volledig te verwijderen, terwijl dat voorstel in amendement A-1 wordt aangepast. Misschien zie ik dat verkeerd. Kunt u mij daarbij helpen?

 

De VOORZITTER: In amendement A-3 staan veel meer elementen dan in het andere amendement. Ik stel voor om de volgorde toch maar te handhaven.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Blijft amendement A-1 in stand?

 

De VOORZITTER: Amendement A-1 is niet ingetrokken. Daar gaat de stemming straks dus mee beginnen.

 

Mevrouw KONING (PvdA): De wethouder is de indieners op dat punt toch tegemoetgekomen?

 

De VOORZITTER: Ik heb daar niets over gehoord.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Wij hebben begrepen dat de koppeling die wij lezen in dat voorstel 5, blijft bestaan. Die koppeling willen wij juist ter discussie stellen.

 

In stemming komt amendement A-1.

 

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.

 

Mevrouw KONING (PvdA): Voorzitter. Wij dachten echt dat de wethouder zojuist heeft gezegd dat wij in januari alle vrijheid hebben. In amendement A-3 wordt voorstel 5 geschrapt. Dat geeft ons zeker de vrijheid. Dat lijkt ons handiger dan amendement A-1.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden dit een sympathiek voorstel van een sympathieke partij. Wij zullen dit amendement dus steunen.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Aangezien amendement A-3 in dit opzicht volgens mij verstrekkender is en wij dat amendement steunen, kunnen wij dit amendement naar mijn gevoel moeilijk niet steunen. Dan lees ik “oktober 2006” echter als “uiterlijk oktober 2006”. Mag ik dat zo interpreteren, mijnheer Meuleman?

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Dan kunnen wij dit amendement steunen.

 

Amendement A-1 wordt bij zitten en opstaan verworpen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van het CDA, Stadsbelangen, de SP, STIP en de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft voor dit amendement hebben gestemd. Dat zijn 17 stemmen; dat is geen meerderheid.

 

In stemming komt amendement A-2.

 

Amendement A-2 wordt bij handopsteken verworpen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van het CDA, Stadsbelangen, de SP en de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft voor dit amendement hebben gestemd.

 

In stemming komt amendement A-3.

 

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij zullen voor dit amendement stemmen, omdat wij niet vinden dat je per se iets te duurs moet doen in Delft, zoals de heer Stoelinga zojuist suggereerde. Wij vinden dit een sympathiek voorstel.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Voorzitter. Ik zal het amendement niet steunen, omdat in artikel 10 verhogingen worden opgenomen van 38%. Dat vind ik te veel. Voor het overige stonden er wel aardige zaken in die ik ongetwijfeld zou willen steunen, maar vanwege artikel 10 is dat niet mogelijk.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. In antwoord op mevrouw Bolten: wij gaan toch niet de stad uit. Dat krijgt u namelijk niet gedaan, ook al wordt Delft nog zo duur.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Dat heb ik ook niet voorgesteld, mijnheer Stoelinga. Van mij mag u blijven.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Vroeger deed men op de beestenmarkt handjeklap over een koe. Wij doen niet mee aan dit handjeklap.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Wij zullen dit amendement niet steunen. Wij denken dat een verhoging van gemiddeld 38% nog steeds niet leidt tot draagvlak, zowel in de binnenstad als in de schil.

 

De heer TAEBI (SP): Voorzitter. Ook ik zal het amendement niet steunen vanwege de onacceptabele verhoging.

 

Amendement A-3 wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, D66, STIP en GroenLinks en de heer Kroon voor het amendement hebben gestemd.

 

In stemming komt de gewijzigde motie M-2.

 

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Wij vinden dit een “vooruitschuifmotie”. Wij denken dat er voldoende informatie bekend is over alles wat met het parkeren te maken heeft gehad. Wij vinden ook de in de motie genoemde uiterlijke datum heel erg vooruitgeschoven. Wij zullen de motie dus niet steunen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij zullen deze motie steunen nu zij onlangs gewijzigd is, naar uw zeggen in de considerans.

 

De VOORZITTER: Ja, dat is het bovenste stukje, waarin staat waar de motie over gaat.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): U kent uw klassieken goed. Nu dat gewijzigd is, steunen wij deze motie.

 

De gewijzigde motie M-2 wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, GroenLinks, D66, STIP, de ChristenUnie/SGP en de SP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd.

 

Ik schors de vergadering heel even, omdat er nog even naar de uitslag van een stemming wordt gekeken.

 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

 

De VOORZITTER: De stemming is geverifieerd; de uitslag klopt.

 

In stemming komt het gewijzigde voorstel.

 

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid voor het afleggen van een stemverklaring.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Voorzitter. Ik zal het voorstel niet steunen, met dezelfde argumentatie als waarom ik amendement A-3 niet heb gesteund.

 

Mevrouw GEURSEN (VVD): Voorzitter. Nu het voorstel geamendeerd is en de motie ook aangenomen is, steunen wij het voorstel.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Wij zullen het voorstel niet steunen, omdat het te ver af staat van de verwachtingen die in de buurt zijn gewekt.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Als je iets niet kunt uitleggen aan burgers en als er geen draagvlak is, kun je ook niet akkoord gaan met het voorstel. Dat zullen wij dan ook niet doen.

 

De heer STOELINGA (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de stemverklaring van de fractie van Stadsbelangen.

 

Het gewijzigde voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de fracties van de VVD, de PvdA, GroenLinks, D66 en STIP voor het gewijzigde voorstel hebben gestemd.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Voorzitter. Toch even een punt van orde over het ene amendement. Volgens mij was de stemming 18-18. De heer Kroon heeft volgens mij voor dat amendement gestemd.

 

De heer KROON: Ik vond het amendement sympathiek. Daar heb ik voor gestemd, maar ik kan niet instemmen met het voorstel.

 

De heer DE JONG (Stadsbelangen): Precies. Daar gaat het om: u hebt wel voor het amendement gestemd. Dan is de uitslag 18-18.

 

De VOORZITTER: Volgens mij hebben alle coalitiepartijen ervoor gestemd. Dat is een meerderheid.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): De STIP-fractie heeft voor ons amendement gestemd. Ik heb het over amendement A-1.

 

De VOORZITTER: Daar waren 17 stemmen voor. Dat was te weinig. Het spijt me, het klopt echt.

 

241. Voorstel inzake besteding ecologiereserve

(Stuk 169 – 630220)

 

Mevrouw DE JONG (CDA): Voorzitter. In de commissie hadden wij meer moeite met dit voorstel dan de andere fracties. Wij waren het eens met het creëren van een reserve voor parkaanleg door aan Ikea extra geld te vragen voor het verlies van een stukje park, gelegen op een oude vuilnisbelt, hoewel wij er in principe tegen zijn om ondernemers extra te belasten, want dat wordt toch doorberekend in de prijzen voor de burgers. Het hoofddoel van het creëren van die reserve was om de Delftse bevolking op een andere plek een stuk groen terug te geven. De Wallertuin en de Fruittuinen hebben wij daarbij genoemd. Die zijn op dit moment niet aan de orde, maar wij hebben er bij de behandeling van het bestemmingsplan ook voor gepleit dat de gemeente in het gebied van de Hortus het groen rond het toekomstige techniekmuseum aankoopt en daar een groter gedeelte van maakt. Is daar wel geld voor? Nu wordt het geld immers helemaal versnipperd. Het lijkt erop dat het geld in dit fonds brandt in de handen van de wethouder en dat hij het bij gebrek aan grote projecten hoe dan ook toch wil uitgeven. Ik weet niet of de wethouder denkt dat er na hem geen belangstelling meer bestaat voor dergelijke plannen. Wij vinden de versnippering over de padbescherming, de vleermuisbunkers, de stadstuinen, de daktuinen en de groene daken wel aardig, maar wij willen graag de toezegging van de wethouder dat bij de in bestemmingsplannen, ruimtelijkeordeningsplannen en waterplannen in Delft en in Haaglanden vastgelegde plannen waarbij grondaankopen nodig zijn ten behoeve van groenprojecten, het voor die aankopen benodigde geld in de toekomst gegarandeerd is en niet uit de aankoopreserve hoeft te komen. Als hij dat kan toezeggen, ligt het anders; dan mag je wel aan die Spielerei meedoen. Misschien hebben wij door het hele debat van zojuist wel een verkeerd beeld over de armoedige situatie van de gemeente Delft gekregen en zijn wij veel rijker dan wij denken of wordt er alvast van alles in allerlei plannen verrekend. Wij dachten dat wij zo ontzettend trots konden zijn omdat wij eindelijk parken konden gaan aanschaffen voor de Delftse bevolking. Dat geld moet niet uitgesmeerd worden over allerlei kleine projecten, want dan heb je dat geld niet meer als zich straks echt een kans voordoet.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Voorzitter. Dit is eigenlijk een beetje lange stemverklaring, maar ik neem het risico niet dat u mij afhamert; vandaar dat ik in deze termijn het woord heb gevraagd. Een bedrag van 2 mln. is groot. Ook de VVD-fractie vindt eigenlijk dat dit bedrag niet zo versnipperd moet worden besteed, maar moet worden besteed aan de verwerving van vervangende grond met groen. Die is in Delft echter nauwelijks te vinden. Nu ligt er een voorstel voor een groot aantal projecten. De VVD-fractie vraagt zich nog steeds af hoe de follow-up van de uitvoering van deze projecten wordt gerealiseerd. Dit moet niet weer, zoals bij de EZH-gelden, eindigen in de leegte of in voortzetting ten koste van andere beleidsonderdelen. Er zijn verwachte inkomsten, maar die zijn nog niet geheel duidelijk. De wethouder heeft in de commissievergadering naar voren gebracht dat de vrijwilligers die nu padden overzetten, zich kunnen en willen inzetten voor het onderhoud van de paddendoorgangen. De VVD-fractie gaat ervan uit dat in de toekomst dus geen beroep wordt gedaan op ander geld. Op die manier kan de fractie instemmen met het bestedingsplan met betrekking tot de ecologiereserve.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hebben wij aanvankelijk bezwaar gemaakt tegen de punten D1 en D2, groene daken en daktuin. Er ligt nu een erratum voor, zoals de wethouder had toegezegd. Daarin staat precies wat wij gevraagd hadden. Wij zullen dus voor dit voorstel stemmen.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Ik ken dat erratum niet. Of heb ik die niet gekregen? In de commissie was er een heel komische discussie over de punten die wij hier nu bespreken. Iedereen vond dat het geld werd versnipperd. Dat vinden wij nog steeds. Ik vind dat een deel ondergebracht moet worden in de grondexploitatie van bestemmingsplannen. Dat betreft de ecologische zone. Dan houd je eigenlijk niet meer zoveel over. Dan zou je het geld kunnen besteden aan andere dingen en niet direct uitgeven aan het behoud van kleine dingen, dat structureel kan worden ondergebracht bij de grondexploitatie van bestemmingen. Wij vinden het dus onzinnig om dit geld te besteden aan deze projecten, want dit is een verzameling van punten waarvan ik zeg: waar zit nou het behoud van de mus en meer van die dingen? Ik heb begrepen dat de padden door veel vrijwilligers worden overgezet, maar als die vrijwilligers er niet zijn, wie doet dat dan? Ik wijs ook op de beheerkosten hiervan. Je begint ergens mee, maar er wordt niet gezegd hoe je dat in de loop van de tijd gaat beheren. Komen er dan weer kosten bij? Ik vind het dus te versnipperd en ik blijf erbij dat het beter had gekund. Je kunt met dit geld structureel betere dingen doen, waar het ook voor bestemd is. Ik vind het jammer.

 

De heer KIELA (PvdA): Voorzitter. Wij zullen dit voorstel steunen. Wij erkennen dat er een zekere versnippering is, maar het feit dat er geen gronden beschikbaar zijn en dat je het geld nu toch nuttig kunt besteden, helpt om dit voorstel te ondersteunen.

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. Ook ons was opgevallen dat het geld enigszins versnipperd wordt, maar het is wel versnipperd in een aantal goede projecten die ook structureel van aard zijn. Daarnaast wordt er geld geïnvesteerd voor de groene daken, een project dat wij heel erg steunen. De wethouder heeft in de commissie aangegeven dat dit vrijwilligers kan motiveren om zich in te blijven zetten voor de ecologie in Delft. Ook dat is een heel goede investering. Daarom stemmen wij voor dit voorstel.

 

Wethouder GRASHOFF: Voorzitter. Wat de opmerking over versnippering betreft: daar hebben wij in de discussie uitvoerig over gesproken. Ik denk daarom dat wij het nu kort moeten houden. Ik merk nogmaals op dat er ook voor grondaankopen, verdeeld over twee projecten, toch ruim 850.000 euro staat. Dat is dus bijna de helft van het bedrag. Het is natuurlijk niet zo dat het geld in mijn handen brandt. Er staat voor sommige punten nadrukkelijk bij dat wij het op dit moment nog niet kunnen besteden. Er staat ook “PM” in de tabellen. Het is wel zo dat wij ervoor hebben gekozen om niet alleen kwantitatieve, maar ook kwalitatieve verbeteringsprojecten in te voeren, ook op uitdrukkelijk advies van deskundigen op het gebied van de ecologie en de vele, overigens vaak zeer deskundige vrijwilligersorganisaties die de stad rijk is op dit gebied. Zij hebben met name op deze projecten de nadruk gelegd. Daar ligt ook de link met de motivatie van de grote aantallen vrijwilligers.

Het zijn echt eenmalige projecten in de zin dat hier geen substantiële beheerlasten uit voortvloeien. Voorzover die aan de orde zouden zijn, zijn die juist op dit vlak vaak samen met vrijwilligers op te lossen. Als voorbeeld heb ik genoemd het op orde houden van de paddentunneltjes of de roosters die geplaatst en weggehaald moeten worden bij rioolputten.

Is dit nu het enige geld dat wij aan groen in de stad uitgeven? Gelukkig niet. Dat zou heel vreemd en onevenwichtig zijn. Het is extra, want het is bedoeld om te kunnen compenseren voor het verlies aan ecologische waarden door de realisatie van de uitbreiding van Ikea. Als wij in de spoorzone een park maken, is de aanleg van dat park gedekt binnen de middelen voor de spoorzone. Als wij binnen de Harnaschpolder in die wijk de groenvoorzieningen maken zoals die gewoon bij die wijk horen, met daarbij uiteraard aandacht voor de ecologische functie van die groengebieden – dat is standaard in ons beleid; alleen maar een gladgeschoren gazonnetje als kijkgroen doen wij eigenlijk überhaupt nergens meer – is een dergelijke groenvoorziening meegenomen in het totaal van de grondexploitatie voor de Harnaschpolder. Wij hebben het hier dus echt over zaken die extra zijn en die zouden moeten leiden tot aankopen in gebieden waar wij geen grondexploitatie hebben en toch door middel van aankoop of verbetering van bestaande groenstructuren tot uitbreiding en tot compensatie kunnen komen.

 

Mevrouw DE JONG (CDA): En mijn voorstel over de grond naast de Hortus? Ik heb gevraagd of die grond bij de Hortus gevoegd kan worden, zodat er geen groot park ontstaat. Dat is eigendom van de TU en dat gaat naar de vastgoedprojectontwikkelaar die het techniekmuseum gaat beheren. Als wij dat willen kopen, kunnen wij dat dan en hebben wij daar dan geld voor? Ik heb immers de indruk dat wij een reserve hebben gemaakt voor grote projecten. In Haaglanden wil men ook een heleboel aan groenstructuren doen, maar ook daar hebben wij het geld nog steeds niet voor. Waarom gaat dit geld naar zulke versnipperde projecten?

 

Wethouder GRASHOFF: Nee, hier is sprake van een misverstand. Het door u genoemde Haaglandenvoorbeeld is gedekt. Daar zit de gemeente Delft met 100.000 euro in. Dat is relatief weinig. Dat is niet vreemd, want er is een verdeelsleutel gemaakt over de deelnemende gemeenten aan de hand van grotere of kleinere belangen. Het totaalproject in Haaglanden is gedekt. Daar zit overigens ook een verdubbeling in door het ministerie van LNV. Die verdubbeling is ook veilig gesteld. Dat Haaglandenproject is dus absoluut geregeld. Als dat nog niet geregeld zou zijn en als wij die ton nog zouden zoeken, zou je dat hieruit kunnen doen. Dat ben ik met u eens, maar dat hoefde dus niet meer, want het was al gedekt.

De specifieke situatie ten aanzien van de Hortus zou ik iets preciezer moeten bekijken. Het is niet ongebruikelijk dat wij bij een ontwikkeling en ook een herontwikkeling tegen een ontwikkelende partij zeggen: u maakt niet alleen de gebouwen, maar ook de groenvoorzieningen; dat leggen wij vast in een bestemmingsplan. Als het bestemmingsplan eenmaal gemaakt zijn, is het gebruikelijk – ik weet niet of dat naar de letter ook in dit geval aan de orde is – dat de partijen vervolgens de groene buitenruimte en de infrastructuur weer aan de gemeente overdragen, vaak om niet. Vervolgens hebben wij de verantwoordelijkheid voor het beheer en het onderhoud. Als die situatie, die redelijk standaard is, zich ook in dit geval voordoet, hoeven wij dus geen apart geld voor de aankoop van dat gebied in te zetten, want dan komt dat gebied sowieso als structurele groenvoorziening bij de gemeente in beheer. Als dat in dit geval niet aan de orde is en als er een soort private constructie voor een stukje van dat groen is, kunnen wij via het bestemmingsplan en de realisatieovereenkomst met de betreffende ontwikkelaar sowieso afdwingen dat het groen wordt ingericht. Dan kun je je afvragen of aankoop dan nog nuttig is. Dat zou afhankelijk kunnen zijn van de situatie. Ik wil deze situatie best even nader bezien.

 

Mevrouw DE JONG (CDA): En de Wallertuin en de Fruittuinen? Als daar een probleem komt en als zij te koop worden aangeboden, hebt u daar dan geld voor? Ik dacht immers dat dit het potje was.

 

Wethouder GRASHOFF: Als er heel specifieke dingen zouden zijn omtrent de Wallertuin of de Fruittuinen – dat is overigens betrekkelijk onwaarschijnlijk omdat de eigenaar tot nu toe absoluut niet wenst te verkopen – zou je van deze middelen gebruik moeten maken. In deze projecten zijn daar ook gelden voor opgenomen. Ik kan natuurlijk geen zinnig woord zeggen over de vraag of dat voldoende is of niet. Ik kan en wil daar ook eigenlijk niet zo heel ver op doorgaan.

 

Mevrouw DE JONG (CDA): Voorzitter. De wethouder heeft ons gerustgesteld dat alle projecten die wij hebben vastgesteld, gerealiseerd kunnen worden. Dat betekent dat wij toch voor het voorstel zullen stemmen.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij vinden dit nog steeds een onevenwichtige uitgave. Wij vinden dit nog te versnipperd en wij zullen tegenstemmen.

 

In stemming komt het voorstel.

 

Het voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft tegen het voorstel hebben gestemd.

 

242. Voorstel tot vaststelling van de gemeentelijke belastingverordeningen 2006

(Stuk 171 – 630049)

 

Wethouder MOOIWEER: Voorzitter. Ik maak eerst een korte opmerking. Voor de cijfers heeft het geen betekenis, maar in de toelichting staat hoe de lastendruk wordt berekend, waarbij is uitgegaan van een waarde-eenheid van €2500. Dat is echter voorgesteld in een wetsvoorstel dat nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen. Het tarief blijft €2268, zoals in de verordening staat, maar dat verandert niets aan de cijfers die de raad gekregen heeft.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Voorzitter. Het dikke boekwerk dat ons ook nu weer heeft bereikt, is nauwelijks te controleren. Een lawine van bedragen komt langs. Om de controlerende taak van de raad wat te verlichten, is het aanbevelenswaardig om de bedragen van het vorige jaar te vermelden. Op die manier kan snel worden gezien of bedragen boventrendmatig stijgen. Nu moet de raad het doen met een gedeelte in het voorstel waarin de drie meest belangrijke wijzigingen of toevoegingen staan vermeld. De andere wijzigingen kunnen wel minder belangrijk zijn, maar bij elkaar opgeteld kunnen deze toch een ongewenst effect hebben.

 

Inmiddels is de programmabegroting behandeld en vastgesteld. Hieraan was een budget voor de gemeentelijke uitgaven gekoppeld. De lokale heffingen moeten dit budget opbrengen. Bijstelling van de gemeentelijke belastingverordeningen is nauwelijks meer mogelijk. Hier wreekt zich het feit dat de programmabegroting en de gemeentelijke belastingverordeningen niet gelijktijdig ter behandeling aan de gemeenteraad worden aangeboden. Ik kom sowieso in de laatste maanden steeds versnipperde besluitvorming tegen. Bij de eerste besluitvorming wordt dan gesteld “daar praten wij later over” en als dan het concrete voorstel wordt besproken, dan wordt gesteld “dat is al eerder besloten”. Dat moet anders: raad, let op uw zaak.

 

Weliswaar is in de programmabegroting een hoofdstuk Lokale heffingen opgenomen, maar in dit hoofdstuk wordt slechts zeer summier aangegeven waar belangrijke ontwikkelingen te verwachten zijn. Het gaat bovendien meer over de systematiek. Zo wordt in het hoofdstuk gesteld dat de verhoging van de ozb met 3,25% een gesloten circuit vormt met de verlaging bij de reiniging. De totalen zullen wel kloppen, maar de VVD-fractie is geïnteresseerd in de uitkomst van de aanslag van de individuele burger. Aan de wethouder is verzocht om duidelijkheid te creëren. Hij heeft vanavond een staat overlegd waarmee aangetoond moet worden dat de redenering klopt bij de beoordeling van privé-huishoudens. Het was wat puzzelen, maar het zogenaamde “gesloten circuit” is bijna gehaald. Met andere woorden: 3,25% ozb-verhoging gecompenseerd met de verlaging van de reinigingsrechten komt op ongeveer €0 uit. De goedkopere woningen gaan er zelfs op vooruit. De omslag ligt op ongeveer €175.000, de gemiddelde prijs van een Delftse woningen. De hogere uitkomst voor de duurdere woningen is ons inziens verwaarloosbaar. Daar kunnen wij mee leven. Hiermee is voldaan aan een eerder door de raad aangenomen uitgangspunt.

 

De verhoging van de legesbedragen voor horecavergunningen is enorm. Daar is niets aan te doen, maar het betekent wel een behoorlijke belasting van de horeca. Door wettelijke maatregelen kunnen wij niet anders, maar toch. De andere verhogingen zijn discutabel. Is een verhoging met €80 voor de huur van het stadhuis te rechtvaardigen? Elke huisbaas zou zich in zijn handen wrijven als hij op die manier de huur mocht optrekken. Wellicht worden er andere diensten verleend, maar waarom is dat dan niet aangegeven? Een bedrag van €80 op de totaalkosten van een huwelijksvoltrekking is weliswaar niet veel, maar toch. Hetzelfde geldt voor de lijkbezorgingsrechten. Het komt er zo langzamerhand op neer dat je moet nadenken over de plaats waar je dood wilt gaan. Moet het zo versneld en zijn die kosten niet te drukkend? Dat geldt overigens voor alle tarieven.

 

Alvorens tot tariefsverhoging over te gaan, was het goed geweest om na te gaan of alles wel zo duur moet zijn. Ook hier geldt: wat is het maatschappelijk draagvlak, wat wil de burger uitgeven, wat moet er uitgegeven worden en wat krijgen wij ervoor? Het zou goed zijn als de rekenkamer de tarieven en de ontwikkeling ervan eens op de agenda zet.

 

De VVD-fractie heeft twee moties voorbereid, namelijk over het gelijktijdig ter behandeling aanbieden van de programmabegroting bij gemeentelijke belastingverordeningen en over een verzoek aan de rekenkamer om het doorploegen van de tarieven op de agenda te zetten. Beide moties kunnen rekenen op brede steun in de raad. De VVD-fractie gaat overigens akkoord met het voorstel.

 

De VOORZITTER: Door de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, GroenLinks, Stadsbelangen, STIP, D66, de SP en de ChristenUnie/SGP en de heer Kroon wordt de volgende motie (M-3) ingediend:

 

“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

constaterende dat:

-        op 1 november 2005 de Programmabegroting 2006-2009 is vastgesteld;

-        in deze Programmabegroting een hoofdstuk Lokale Heffingen is opgenomen;

-        in dit hoofdstuk slechts summier wordt aangegeven waar van trendmatige stijging afwijkende bedragen zijn te verwachten;

-        de vaststelling van de gemeentelijke belastingverordening 2006 eerst op 24 november 2005 plaatsvindt;

 

overwegende dat:

-        bij de vaststelling van de Programmabegroting een bestedingspatroon met budget voor het komende jaar is vastgesteld;

-        bij de vaststelling van de Programmabegroting niet het volledige beeld van de tariefstelling voor 2006 duidelijk was;

-        hierdoor de bijstelling van tarieven nauwelijks meer mogelijk is;

 

draagt het college op:

-        in 2007 en verder te streven naar gelijktijdige behandeling van de programmabegroting en de gemeentelijke belastingverordening;

-        indien dit niet haalbaar blijkt te zijn, volledig inzicht in het hoofdstuk Lokale Heffingen van de programmabegroting te geven met betrekking tot de van de trendmatige stijging afwijkende bedragen,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

Door de fracties van de VVD, de PvdA, Stadsbelangen, de SP, GroenLinks, de ChristenUnie/SGP, Leefbaar Delft en de heer Kroon wordt de volgende motie (M-4) ingediend:

 

“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

constaterende dat de lokale heffingen constant ter discussie staan;

 

overwegende dat goed inzicht in de ontwikkeling van de lokale heffingen noodzakelijk is om tot een goede afweging te komen met betrekking tot de lasten voor de burger;

 

besluit de Rekenkamer te verzoeken, het onderwerp “lokale heffingen” op de agenda te zetten,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

De heer BLINKER (PvdA): Voorzitter. Wij spreken over de vaststelling van de belastingverordeningen, dus eigenlijk over de uitvoering van reeds vastgesteld beleid. Wij hadden in de commissie daarom de neiging om hiermee gelijk in te stemmen. Toch hebben wij het voorstel mee teruggenomen naar de fractie. Een van de belangrijkste redenen daarvoor was het feit dat de kostendekkendheid van de huwelijkstarieven 120% is in plaats van 100%. Wij willen best geloven dat het stadhuis de mooiste plek van Nederland is om in te trouwen, maar dat is volgens ons nog geen reden om een kostendekkendheid van 120% na te streven.

 

Ik kan mij daarbij voorstellen dat het college zegt dat de verhoging van de tarieven aangekondigd was in de eerste beheersrapportage van 2005, maar toen kon de verhoging nog niet gerelateerd worden aan de programmabegroting of de trendmatige stijging. Het is lastig om een dergelijke verhouding geïsoleerd te beoordelen.

 

Verder is het moeilijk om de transparantie van tarieven te beoordelen. Ook om die reden heeft de PvdA-fractie een motie van de VVD-fractie op dat punt gesteund.

 

De heer VAN PUTTEN (STIP): Voorzitter. De jaarlijks terugkerende vaste lasten zijn voor veel Delftenaren terecht een doorn in het oog. Mensen zijn daarvan afhankelijk en zij kosten hen jaarlijks een flinke duit. Veel fracties vroegen hiervoor reeds regelmatig de aandacht en pleitten al geruime tijd voor een daling van de woonlasten in Delft. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat de discussie in de commissie zich richtte op deze woonlasten.

 

In het voorliggende voorstel presenteert het college de tarieven voor 2006. De STIP-fractie is van mening dat het voorstel realistisch is en voldoet aan een brede oproep tot matiging van de lasten. Zoals uit het pièce de resistance van de wethouder blijkt, zullen de woonlasten voor de meeste Delftenaren dalen of minder hard stijgen dan de inflatie. Zoals in de commissie reeds aangegeven, kan de STIP-fractie akkoord gaan met de voorgestelde gemeentelijke belastingverordening 2006.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Voorzitter. In de commissie Middelen en Bestuur hebben wij de kostendekkendheid ter discussie gesteld. De gemeente Delft is goed in staat om de methodiek van de opbouw van de leges weer te geven. De fractie van Stadsbelangen is echter nog steeds van mening dat Delft met deze methodiek een dure gemeente is.

 

In het raadsvoorstel staat onder punt 2 dat de druk om tarieven van leges en rechten transparant te maken, in die zin dat duidelijk is welke kosten met het betreffende product zijn gemoeid, een exercitie is die meer voeten in de aarde heeft dan op het eerste gezicht lijkt en in het komende jaar extra aandacht vraagt. Die tekst is precies gelijk aan die van vorig jaar. Wij vragen ons af wat in het afgelopen jaar is gedaan. Volgens mij kunnen wij deze tekst volgend jaar weer verwachten. Wij sluiten ons op dit punt aan bij de woorden van mevrouw Steffen en wij hebben een motie daarover ondertekend. Wij hadden nog wat vragen over de ozb maar mevrouw Steffen heeft die goed verwoord. Ook daarbij sluiten wij ons aan.

 

In de commissie hebben wij duidelijk gemaakt dat wij de verhoging van de trouwleges absurd vinden. Delft is in de provincie Zuid-Holland de duurste gemeente. De burgemeester probeerde nog wel uit te leggen hoe bijzonder ons stadhuis is, maar dat geldt ook voor andere stadhuizen. Wij vinden niet dat de beheerkosten van een stadhuis mogen worden afgewend op aanstaande bruidsparen door een verhoging van €80 door te voeren.

 

Wij hebben na de commissievergadering via de griffie om de volgende informatie gevraagd: het aantal betaalde huwelijken en inkomsten, de huurkosten van het stadhuis op jaarbasis, de gemiddelde kosten van commissie- en raadsvergaderingen en de overige inkomsten van het stadhuis. De verhoging van €80 zou zijn voorgesteld om de huurkosten van het stadhuis te dekken. In de beantwoording van onze vragen lezen wij echter dat het stadhuis in eigendom is. Volgens ons is er daarom geen sprake van huurkosten. Voor huisvesting en informatie is ongeveer een bedrag nodig van €80.000. Inclusief vastgoedpost zou het stadhuis €280.000 kosten. Wij hebben daar de tarieven eens bij gepakt. Het college stelt dat de huwelijksleges met €80 stijgen. Dat is echter een gemiddelde. Van maandag tot en met vrijdag stijgt de leges met €102. In die periode vinden 402 huwelijken plaats. Op zaterdag stijgt de leges met €91, 59 huwelijken, en op zondag €23. De tarieven stijgen dus al met al €216, maar eigenlijk met €72. Het is onterecht om deze systematiek toe te passen. Huwelijken worden meestal doordeweeks gesloten, een percentage van 38%. Uit de beantwoording blijkt verder dat het stadhuis per huwelijk €84 ontvangt. Met de voorgestelde leges stijgt dat bedrag naar €118, een verschil van €34. Als iemand de trouwzaal wil huren, is hij ongeveer €140 kwijt voor een dagdeel. Wij maken het wel erg bont met onze leges.

 

Als een vakteam het stadhuis wil afhuren, moet daarvoor €3,25 per persoon worden betaald, ongeveer €32,50 voor vier uur. Dat bedrag is erg laag. De huur van de ruimtes voor raads- en commissievergaderingen wordt niet doorberekend. De koffie en thee overigens ook niet. Wij vinden dus dat de opbouw van de leges ter discussie staat. Ook externe partijen kunnen de trouwzaal en de burgerzaal huren, maar de tarieven daarvoor liggen naar onze mening vrij laag. Wij vinden dat daar juist het accent op moet liggen. Het is niet terecht dat de kosten deels verhaald worden op aanstaande bruidsparen. Wij dienen daarom een amendement in. Wij doen het voorstel om de door mij genoemde informatie in de commissie Middelen en Bestuur van 12 december te bespreken en tot die tijd de huwelijksleges te bevriezen.

 

Wethouder MOOIWEER: Ik stel graag een vraag aan de heer De Koning. Ik neem aan dat hij op basis van gegevens van het ambtelijk apparaat een aantal berekeningen heeft gemaakt. Ik heb wat moeite om daarop te reageren.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Daarom wil ik het punt opnieuw bespreken in de commissie Middelen en Bestuur. Ik heb als enige deze informatie beschikbaar.

 

Wethouder MOOIWEER: Als u een en ander op papier hebt staan, zie ik dat graag in want dan kan ik er wellicht meteen op reageren.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): U kunt die informatie krijgen. Ik ga ervan uit dat de ambtenaar dit met u heeft kortgesloten.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Als een raadslid een vraag stelt, hoeft een ambtenaar toch niet meteen naar het college te rennen? Wij werken dualistisch.

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Op papier wel.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Ik heb in deze periode wethouder Mooiweer al een paar keer aan de lijn gehad als ik een vraag had gesteld aan de Griffie.

 

Wethouder MOOIWEER: Ik kom even terug op mijn vraag. Ik constateer dat de heer De Koning een aantal berekeningen heeft gedaan met de informatie die hij gekregen heeft. Ik kan daar nu niets mee, want ik weet niet hoe hij gerekend heeft. Ik verzoek hem daarom om zijn berekeningen te overhandigen.

 

De VOORZITTER: U kunt daar ook nog later op reageren, want dit vergt nog enig denkwerk vrees ik. Door de fractie van Stadsbelangen wordt het volgende amendement (A-4) ingediend:

 

“De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

besluit hoofdstuk 3, 3.1 t/m 3.3.5 te schrappen en deze punten ter bespreking te agenderen voor de commissie Middelen en Bestuur van december 2005,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wij behandelen de Belastingverordeningen 2006, een gevolg van het aannemen van de programmabegroting. Zoals bekend heeft de fractie van Leefbaar Delft tegen de programmabegroting gestemd. Voor mij ligt een lijst van het Centrum van onderzoek van de economie van de lagere overheden, het Coelo, en Delft staat daarin op de vierde plaats wat betreft burgerlasten, met een bedrag van €795 gemiddeld. In Alkmaar ligt dat bedrag op €607. In ons programma heeft altijd gestaan dat Delft moet dalen op de ranglijst, niet stijgen. Een verhoging van de ozb naar 3,5% onder het mom dat daarmee de lasten €0 stijgen, is niet goed. De lasten moeten omlaag.

 

Structureel moeten de lasten van de burgers dalen. De vraag naar de dekking daarvoor is terecht. Die dekking moet gezocht worden. De lasten voor de burger moeten omlaag zodat Delft daalt op die ranglijst. Dat is altijd ons standpunt geweest. Stadsbelangen heeft net een betoog gehouden over de trouwleges. Wij maken ons daar eigenlijk wat minder druk om dan om de lasten die direct gericht zijn op de burgers. Wij scheiden graag hoofdzaken van bijzaken, los van het feit dat het punt belangrijk is. Delft mag ook naar buiten toe niet de indruk wekken dat de stad alleen maar geld wil verdienen. Dat is ook een slecht beeld.

 

De belastingverordeningen zijn een belangrijk instrument om de uitstraling van de gemeente te verbeteren. Wij kunnen deze gebruiken om flink te dalen op de ranglijst van duurste steden van Nederland. Wij praten nu echter weer over een handhaving op de vierde plaats en misschien over een stijging. Daar passen wij voor.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Wij kijken naar deze belastingverordeningen en naar het perspectief van het tariefbeeld in het algemeen en dat bevalt ons niet. In de afgelopen vier jaar is veel te weinig gedaan aan het matigen van de tarieven. Ook de laatste kans van dit college is met deze belastingverordeningen niet gegrepen. Er wordt slechts een snippertje van de tarieven voor de reiniging afgehaald, maar verder houdt Delft de positie van een van de duurdere gemeenten.

 

Niet alleen het college heeft op dit punt niet zijn verantwoordelijkheid genomen, maar ook een groot deel van de raad niet. De raad heeft dit eigenlijk vier jaar lang laten gebeuren. Het voorstel op de valreep om de rekenkamer ernaar te laten kijken, komt daarom potsierlijk over. Het voorstel daarover is overigens tamelijk open geformuleerd. De rekenkamer wordt verzocht om het onderwerp op de agenda te zetten. Onderwerpen kunnen heel lang op een agenda staan. Het is toch de bedoeling dat daarmee wat wordt gedaan. Deze motie spreekt mijn fractie dus niet aan.

 

Aan de hand van de belastingverordeningen wordt gedeeltelijk voorzien in de inkomstenkant van het gemeentelijke huishoudboekje. Deze zijn eigenlijk een tegenhanger van de begroting waarin de uitgaven worden weergegeven. De begroting kon niet op onze instemming rekenen en dat geldt ook voor deze belastingverordeningen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Wij stemmen voor de voorstellen. Deze zijn een uitwerking van hetgeen in de begroting is voorbereid. Ik betwist dat de raad en het college onvoldoende gewerkt hebben aan een verlaging van de tarieven. De fracties die over het Coelo spreken, kunnen weten dat een gemiddelde woning in Delft ongeveer €170.000 waard is. De ozb van woningen onder €170.000 stijgt niet. In het Algemeen Dagblad stond vorige week dat de ozb in andere steden kan oplopen tot 30%. In Delft is dat niet het geval.

 

Ik vind het knap van het college dat de dreigende nood bij de reiniging en een verwachte verhoging van de reinigingsheffing door maatregelen is afgewend. De tarieven voor de reiniging kunnen zelfs omlaag. Het college verdient lof op dit punt.

 

De fractie van GroenLinks heeft de moties van de VVD-fractie ondersteund en roept de andere fracties op om dat ook te doen. Hoe meer fracties een verzoek doen aan de rekenkamer, hoe meer kans dat het voorstel wordt opgepakt.

 

Wethouder MOOIWEER: Voorzitter. Ik was blij met de termijn van mevrouw Bolten en de STIP-fractie omdat daarin werd aangegeven dat met de matiging een mooi resultaat is bereikt. Ik ben het daarmee eens. Ik herken mij absoluut niet in het verhaal dat wij gigantisch veel op de burger afwentelen. Uit het staatje dat ik eerder vandaag heb uitgereikt, blijkt dat een aantal mensen te maken krijgt met belastingverlaging in absolute zin. Voor het overgrote deel van de belastingbetalende Delftse burger ligt de stijging onder de inflatiecorrectie. Relatief is daar dus ook sprake van een daling.

 

Op een aantal punten wordt inderdaad een verhoging ingevoerd, maar op zaken waarmee de burger veel te maken heeft, wordt een verlaging of bevriezing van tarieven doorgevoerd. Ik noem de leges voor een uittreksel uit de GBA. Dat is typisch een zaak waarmee veel burgers te maken krijgen. Die stijgt niet. Voor mensen met een laag inkomen wordt het gemeentelijk deel van de leges voor een paspoort of ID kwijt gescholden. Dat is gewoon een lastenverlichting. De toeristenbelasting stijgt met 0%. De belasting op kleine reclames wordt met 3% verlaagd en op grote reclames bevroren. Dat zijn allemaal vormen van lastenverlichting. Ten aanzien van de bouwleges is subtiel vermeld dat de gemeente een half procentpunt minder leges gaat heffen. Een teruggang van 3% naar 2,5% is echter niet een half procent verlaging, maar 16,7% verlaging van de bouwleges. Dat komt neer op een lastenverlichting van ruim €100.000. Ik neem dus afstand van het verwijt dat het college weer kosten op de burgers afwentelt.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): De wethouder begrijpt toch wel dat wij hem beoordelen op de tariefontwikkelingen in de afgelopen vier jaar en niet alleen op de voorstellen van dit jaar? Het beeld over de totale vier jaar bevalt ons niet.

 

Wethouder MOOIWEER: De CDA-fractie heeft een aantal jaren aandacht hiervoor gevraagd. Nu krijgt de fractie waar zij om vraagt en is zij nog niet tevreden. Ik vind dat vervelend. Wij doen ons best om aan uw wensen tegemoet te komen.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Als tarieven eerst gigantisch stijgen en vervolgens bevroren worden, betekent dat niet dat je het goed doet. Daarmee word je de duurste stad van Nederland. Mevrouw Bolten zegt dan: als je het niet kunt betalen, verhuis je maar uit Delft. Moeten wij daarnaar toe?

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voor de notulen ontken ik wederom dat ik dat op die manier heb gezegd.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik zat naast u en u hebt letterlijk gezegd: als zij het niet kunnen betalen, gaan zij maar uit Delft weg.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Ik weet zelf drommels goed wat ik letterlijk gezegd heb.

 

Wethouder MOOIWEER: Ik sprak vandaag een inwoner van deze stad op straat. Hij vroeg mij wat ik vandaag ging doen. Ik zei dat de tarievennota werd behandeld. Hij zei: dan mag je zeker aan de bak? Vervolgens zei hij: ach die tarieven, het maakt toch helemaal geen barst uit of moet je anders verhuizen naar Tilburg? Er zijn dus mensen die hier anders over denken. Zij vinden het gewoon prettig om in deze stad te wonen.


De heer GABELER (Leefbaar Delft): Er wordt anders wel aangeraden om uit Delft te vertrekken als je het niet kunt betalen.

 

Wethouder MOOIWEER: Dat zeg ik niet. Er zijn echter ook mensen die zich richten op de leuke dingen in deze stad. Dat vind ik belangrijker.

 

Mevrouw Steffen heeft gevraagd naar de lastendruk voor individuele burgers. Ik heb daarover een tabelletje opgesteld. Ik heb gemerkt dat de raad daarmee kan instemmen. Omdat de gemiddelde woning in Delft ongeveer €170.000 euro kost, zijn er niet veel mensen die helemaal aan het einde zitten. Dat is ook op te maken bij een benadering van bovenaf; uit de opbrengsten blijkt dat de gemeente minder belasting ophaalt.

 

In de komende jaren verwacht ik overigens dat de tarieven verder gematigd worden. Dat hangt samen met de bezuinigingen. Als op de overhead wordt bezuinigd, worden minder kosten doorbelast. Ik verwacht dat daar in de komende jaren de voordelen van zullen blijken. Dit is dus niet een belastingverordening die met het oog op het volgende verkiezingsjaar is opgeleukt. De trend die twee jaar geleden voorspeld was, is ingezet.

 

Wat betreft het punt van de huwelijksleges, stelde de portefeuillehouder huisvesting voor om het onderwerp in de commissie te behandelen.

 

De VOORZITTER: De discussie hierover is nogal technisch van aard. Ik voer die discussie graag om de precieze kosten van het stadhuis adequaat door te rekenen. Ik zie namelijk graag een goed draaiende exploitatie van het stadhuis. Volgens mij zijn niet alle tarieven die door Stadsbelangen worden genoemd adequaat en actueel. Het is de moeite waard om daar extra naar te kijken. Dat laat onverlet dat wij best op basis van de voorliggende informatie de trouwleges kunnen vaststellen. Als de raad dat wil, kunnen wij nader kijken naar de opbouw van de tarieven van het stadhuis in relatie tot de doorberekende kosten.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Ik heb de dag na de vergadering van de commissie Middelen en Bestuur mijn vragen gesteld en het antwoord pas vanavond om 18.00 uur thuis ontvangen. Ik heb dus geen tijd gehad om met de behandelend ambtenaar van gedachten te wisselen. De discussie is vrij technisch en hoeft voor mij niet vanavond gevoerd te worden. Ik stel daarom voor om het punt te bespreken in de commissie Middelen en Bestuur. Het college krijgt daarmee genoeg ruimte; vorig jaar werd de belastingverordening ook in december vastgesteld.

 

Wethouder MOOIWEER: In dat geval stel ik voor om het punt in de commissie te bespreken, maar de belastingverordening wel gewoon vanavond vast te stellen.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Exclusief die trouwleges, want anders gaan wij niet akkoord.

 

Wethouder MOOIWEER: Er moet wel een tarief worden vastgesteld. Als u in december niet tevreden bent met de uitleg, kunt u een initiatiefvoorstel indienen waarmee u de besluitvorming terugdraait.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Laten wij de besluitvorming gewoon een maand uitstellen.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Met het amendement van Stadsbelangen wordt beoogd dat de leges geparkeerd worden tot nadere bespreking. Daaraan zou moeten worden toegevoegd dat de oude tarieven zoals vastgesteld in de vorige belastingverordening tot nadere besluitvorming blijven gelden. Wij gaan niet alvast een verhoging bekrachtigen om die later weer terug te draaien. Dat is geen goede redenering.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Wij kunnen toch gewoon een maand wachten?

 

Wethouder MOOIWEER: Dat kan wel, maar dan moeten wij de volgende maand, in december, de tarieven vaststellen.

 

De heer VAN DEN DOEL (ChristenUnie/SGP): Dat is materieel toch geen probleem?

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Als de berekening klopt, krijgt de wethouder zijn €80 en als deze niet klopt, dan zien wij wel weer verder.

 

Wethouder MOOIWEER: Dan doen wij het op die manier. Dat is de techniek.

 

Ik ben op de meeste punten ingegaan, dus ik laat het hierbij.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Voorzitter. Ik heb mijn zin al gekregen. Ik wilde zeggen dat het een sympathiek amendement is en dat wij daarvoor zullen stemmen, maar de wethouder heeft al gezegd dat hij het zo zal doen. Ik ga akkoord met het voorstel.

 

De heer BLINKER (PvdA): Voorzitter. Ook wij gaan akkoord met het voorstel. Ik was in de eerste termijn vergeten te zeggen dat wij ook de tweede motie van de VVD-fractie hebben ondertekend. Wij steunen dus beide moties.

 

De heer VAN PUTTEN (STIP): Voorzitter. Wij zullen de moties en het amendement steunen. Wij denken dat motie M-3 kan bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming en dat motie M-4, indien overgenomen door de Rekenkamer, zou kunnen bijdragen aan een frisse kijk en nieuwe inzichten. Op amendement A-4 heeft de wethouder zojuist gereageerd.

 

De heer DE KONING (Stadsbelangen): Voorzitter. Ik bedank de wethouder voor het voorstel om de leges voor de huwelijken nog even te bevriezen, in de commissie Middelen en Bestuur opnieuw ter discussie te stellen en in december daar een definitief besluit over te nemen. Wij trekken het amendement dus in.

 

De VOORZITTER: Aangezien amendement A-4 is ingetrokken, maakt het geen onderwerp van de beraadslaging meer uit.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Voorzitter. Wat de motie over de Rekenkamer betreft: het kan geen kwaad als de Rekenkamer weer bezig is. Die motie steunen wij dus.

Het betoog van de wethouder lijkt heel plausibel. Zoals ik hem ken, geloof je ook echt in zijn woorden, maar het gaat om het startpunt. Wij zitten te hoog en daarom moeten wij omlaag. De wethouder heeft gelijk: de indicering gaat in 2005 niet structureel omhoog, maar het startpunt is verkeerd. Wij zijn al vier jaar bezig om dat boven water te krijgen. Probeer op dat punt nou omlaag te gaan. Het is veel beter om een keer met 3% omlaag te gaan, los van de indicering en van alle andere poespas die erbij hoort om het plaatje rond te krijgen. Daarvoor moeten dan maar een keer andere gelden gehaald worden, bijvoorbeeld op het punt van het klimaatplan. Dat bedrag kan structureel omlaag, omdat het niets uitmaakt voor “Kyoto”. Wij zitten 20% hoger dan de rest, maar Pijnacker en Nootdorp doen dat niet. Onze vervuiling komt ook niet van onszelf, maar van de buren. Dat is een structureel probleem. Daar moeten wij met z’n allen aan werken, dus niet door structureel duurder te zijn.

Ik heb al gezegd dat wij de ene motie van de VVD-fractie steunen. De andere motie steunen wij niet. Heb ik het goed begrepen dat het amendement van de fractie van Stadsbelangen is ingetrokken?

 

De heer MEULEMAN (Stadsbelangen): Ja, want de wethouder heeft toegezegd dat wij vanavond niet over dat aspect beslissen.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Dan ga wij daarover dus nog eens in discussie. Ik heb echter eigenlijk al besloten dat ik, als ik zou hertrouwen, dat niet meer in Delft zal doen, want dat kan ik dan waarschijnlijk niet betalen. Dat is een grapje. Na de discussie zal ik dat echter waarschijnlijk toch wel doen. Ik was echter niet van plan om te hertrouwen.

 

Wethouder MOOIWEER: Het kan overigens nog steeds gratis.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik moet nog reageren op motie M-3 van de VVD-fractie. Wij vinden het nuttig om de programmabegroting en de tarieven zoveel mogelijk in samenhang met elkaar te behandelen. Die motie zullen wij dus steunen. Wij blijven bij ons standpunt dat Delft de afgelopen jaren veel te stevig in de kopgroep van duurste gemeenten terecht is gekomen. Wij verwachten niet dat dat met dit voorstel zal veranderen. Dat betekent dat wij tegen deze tarieven zullen stemmen.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Je moet toch eerst inzicht hebben voordat je tarieven kunt verlagen? Dat wil ik met de Rekenkamer bespreken.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Jawel, maar wij zijn hier al vier jaar mee bezig.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Ik zit hier pas sinds kort. Ik wil het nog een keer proberen. Daarvoor had ik graag uw steun gekregen.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb een vraag aan de wethouder. Wat gebeurt er eigenlijk als dit voorstel wordt afgestemd? Blijven de tarieven dan zo hoog als zij waren?

 

Wethouder MOOIWEER: Als dit voorstel niet wordt aangenomen, blijven de tarieven inderdaad zoals zij waren.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik was net de moties aan het lezen. Kan mevrouw Bolten haar vraag herhalen?

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Ik vroeg: als dit voorstel wordt afgestemd, blijven de tarieven dan zo hoog als zij waren? Dat vroeg ik, omdat ik wilde overwegen of ik de heer Van Tongeren ga steunen of niet. Omdat de tarieven omlaag gaan, ga ik hem niet steunen, maar steun ik het voorstel.

 

De heer GABELER (Leefbaar Delft): Ik snap er helemaal niets van.

 

Wethouder MOOIWEER: Mevrouw Bolten bedoelt te zeggen dat als de raad tegen dit voorstel stemt, men meer gaat betalen dan wanneer de raad voor het voorstel stemt. Daar gaat het om. Denkt u dus nog maar eens goed na over uw tegenstem.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik wil mevrouw Bolten wel helpen met een tegenvoorstel om de tarieven flink te verlagen. Dan kunnen wij zien of zij daar dan voor stemt.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Ik ben benieuwd of dat vanavond nog lukt, met een dekking erbij. Dan zal ik er serieus naar kijken, maar ik ben bang dat u dat niet meer voor elkaar krijgt.

 

De VOORZITTER: Vrienden, dit wordt te politiek allemaal. De wethouder heeft het woord.

 

Wethouder MOOIWEER: Wat de moties van de VVD-fractie betreft: ik denk dat zij op een meerderheid kunnen rekenen. In motie M-3 is sprake van het streven tot gelijktijdige behandeling van de programmabegroting en de gemeentelijke belastingverordening. Als de motie wordt aangenomen, zullen wij daarvoor ons best doen, maar in de programmabegroting staat al wel een paragraaf over de lokale lasten.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Dat vinden wij onvoldoende. Wij vragen u om meer. Wij vragen het maximale. Als dat niet haalbaar is, willen wij meer dan nu.

 

Wethouder MOOIWEER: Dat wordt heel lastig, maar wij zullen bekijken hoe wij dat kunnen doen.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Ja, maar nu is het voor ons zo lastig. Wie moet de last nu dragen, u of wij?

 

Wethouder MOOIWEER: De heer Van Tongeren roept dat het al vier jaar helemaal uit de klauwen loopt. Ik heb in ieder geval een overzichtje gegeven van de afgelopen twee jaar. Dit jaar is er een lastenverlaging, maar ook kijkend naar de periode van twee jaar, is de lastenstijging uitermate beperkt. Ik zou de heer Van Tongeren dus willen vragen om eens wat positiever de wereld in te kijken.

 

De heer VAN TONGEREN (VVD): Er is wel iets positiefs. Dat heeft te maken met het feit dat het gebruikersdeel van de OZB komt te vervallen. Dat is het echte voordeel dat de inwoners gaan krijgen.

 

Mevrouw STEFFEN (VVD): Dat hebben de inwoners ook aan de VVD te danken, zij het niet deze lokale VVD.

 

Mevrouw BOLTEN (GroenLinks): Bedoelt u die 1,7 mln. nadeel voor Delft?

 

De VOORZITTER: Wij gaan nu geen landelijke politiek bedrijven. Wij gaan nu stoppen met de beraadslaging, want ik heb het idee dat wij voor twaalf uur klaar kunnen zijn als wij manmoedig doorbijten.

 

Het voorstel is dus aangepast, omdat de paragrafen 3.1 tot en met 3.3 eruit zijn gehaald in verband met de toezegging van de wethouder. Dat betekent dat wij na de vergadering van de commissie Middelen en Bestuur in de decembervergadering wellicht gaan besluiten over de desbetreffende belastingen.

 

In stemming komt motie M-3.

 

Motie M3 wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft tegen deze motie hebben gestemd.

 

In stemming komt motie M-4.

 

Motie M-4 wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de CDA-fractie tegen deze motie heeft gestemd.

 

In stemming komt het aangepaste voorstel.

 

Het aangepaste voorstel wordt bij handopsteken aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik constateer dat de CDA-fractie en de aanwezige leden van de fractie van Leefbaar Delft tegen het aangepaste voorstel hebben gestemd.

 

243. Voorstel tot vaststelling van de wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening.

(Stuk 171 – 630049)

 

Mevrouw VAN DER HOEK (VVD): Voorzitter. Dit voorstel stond op de TKA-lijst van de commissie Leefbaarheid en werd door geen enkele fractie ter bespreking gevraagd. Ik heb er in de commissie een uitgebreide rondvraag over gesteld en er werd ook ingesproken over dit onderwerp. De voorgestelde wijzigingen van artikel 2.2.2., omschreven als technische aanvullingen, verwijzen naar een door het college vastgestelde nota over het gebruik van de Markt. Ik ben natuurlijk blij dat het college de rotzooierige markten op de Markt, die voor veel mensen een ergernis vormen, gaat aanpakken. Ik heb echter ook gevraagd of niet met een waterhoofd aan regels een ergernis wordt opgelost die misschien ook op een eenvoudigere manier opgelost zou kunnen worden. Mijn woorden in de commissie waren: gaan wij hier niet met een kanon op een mug schieten? Nee, niet op een mus, op een mug.

 

De VOORZITTER: Dat is moeilijker, hoor.

 

Mevrouw VAN DER HOEK (VVD): Ja, dat denk ik ook, en dan nog met een kanon.

 

De regelgeving heeft een precisie van het niveau dat de activiteiten ten minste voor 60% cultureel moeten zijn – daarbij komt natuurlijk onmiddellijk de vraag of je met het inzetten van een springkussen voor kinderen iets aan cultuur doet – en dat ten minste 60% van de activiteiten niet commercieel van aard mag zijn. Daarbij merk ik op dat commercie en cultuur elkaar bepaald niet hoeven uit te sluiten. Per organisator mogen er niet meer dan vier braderieën per jaar zijn. Per 1 oktober moeten alle aanvragen voor het volgende jaar worden beoordeeld. Wat gebeurt er als het maximale aantal vergunningen is verleend en als in de loop van het jaar nog iets naar voren komt waarvan iedereen het een gemis zou vinden als dat niet op de Markt zou kunnen? Kortom: vergunningen verlenen en handhaven wordt bij deze precisie heel erg moeilijk.

 

Een ander punt, waarover werd ingesproken, is: als de eisen en regels voor markten en braderieën op de Markt worden aangescherpt, betekent dit dan dat andere pleinen in de stad, zoals het Doelenplein en het Zuidpoortplein, de overloop moeten opvangen van de activiteiten die niet meer op de Markt mogen?

 

Ik ben snel tevreden, namelijk als de wethouder zijn toezegging herhaalt: als zich signalen van verdringing voordoen of als er echt duidelijke signalen zijn dat er sprake is van te knellende regelgeving, zal hij daar in de commissie – dat zal dan niet de commissie Leefbaarheid zijn, maar de commissie CKE, omdat wij dan eigenlijk over handhaving en over min of meer culturele aspecten praten – op terugkomen en er met de raad over praten. Als hij die toezegging herhaalt, stemt de VVD-fractie in met deze wijziging van de APV.

 

Wethouder VUIJK: Voorzitter. Mijn antwoord zou luiden: “ja”, maar er is mij uitgebreid uitgelegd dat dat soort antwoorden te kort is. Ik kan er dus even …

 

De VOORZITTER: Wilt u nu afronden, wethouder?

 

Wethouder VUIJK: Ik zal het kort houden.

 

Mevrouw VAN DER HOEK (VVD): Ik ben al tevreden. Dank voor deze herhaalde toezegging.

 

In stemming komt het voorstel.

 

Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

 

244. Voorstel inzake Tegemoetkoming Woonlasten Kamerverhuurders (TWK) 2005

(Stuk 176 – 034141)

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Voorzitter. Ik zal proberen om het tempo van het vorige agendapunt ongeveer vast te houden. Wat ons betreft, is dit een mooie regeling, althans in materieel opzicht. Wat ons echter tegenvalt, is de mate van gebruik hiervan. Die zou in potentie veel hoger moeten kunnen liggen. Wij hebben de indruk – die ervaring hebben wij in ieder geval doorgekregen – dat dat komt omdat de regeling niet als erg gebruikersvriendelijk wordt ervaren. Er worden erg veel documenten opgevraagd en een groot deel van die documenten heeft betrekking op de inkomens- en vermogenssituatie. Het is ook ingewikkeld dat het jaarinkomen wordt vastgesteld op basis van de situatie in één maand, namelijk in januari. Een toevallige fluctuatie zou kunnen betekenen dat men niet in aanmerking komt, terwijl dat wel het geval zou zijn als naar het hele jaar zou worden gekeken. Wij zouden dat graag wat simpeler zien, maar wij realiseren ons dat dit voor 2005 niet meer zal lukken, omdat de aanvraagtermijn al per 1 oktober gestart is en tot eind van dit jaar loopt. Het heeft dus niet veel zin om dat proces in de wielen te gaan rijden, maar misschien zou dit voor volgend jaar wel kunnen. Volgens ons is er vooral winst te boeken bij de manier waarop het inkomen wordt vastgesteld. Wij zouden graag de suggestie willen meegeven om te kijken naar de manier waarop bij de aanvraag voor de zorgtoeslag het inkomen wordt vastgesteld. Bijna iedereen – dat geldt althans voor 5 miljoen Nederlanders – maakt gebruik van de zorgtoeslag. Daarvoor zijn inkomensgegevens nodig en er is een mooi inkomensbegrip beschikbaar. Het zou natuurlijk aardig zijn als je van al beschikbare gegevens gebruik kunt maken, waardoor de regeling een stuk simpeler zou kunnen worden. Wij hebben een motie opgesteld waarin wij de wethouder vragen of onderzocht kan worden of het inkomen langs deze weg zou kunnen worden vastgesteld.

 

De VOORZITTER: Door de CDA-fractie wordt de volgende motie (M-5) ingediend:

 

“De raad van de gemeente Delft, in vergadering bijeen op 24 november 2005,

 

overwegende dat de administratieve lasten voor gebruikers van gemeentelijke regelingen zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat veel inwoners inkomensgegevens reeds aanleveren aan de Belastingdienst in verband met de aanvraag voor de zorgtoeslag;

 

verzoekt het college, te onderzoeken of het mogelijk is voor de inkomensgegevens van de TWK – en mogelijk ook andere inkomensafhankelijke regelingen – gebruik te maken van de gegevens die ten behoeve van de zorgtoeslag beschikbaar komen,

 

en gaat over tot de orde van de dag.”

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Voorzitter. De TWK-regeling is in het leven geroepen om de rechtsongelijkheid tussen kamerbewoners en huurders van zelfstandige woonruimte op te heffen. Het is dus een terechte en noodzakelijke regeling. Ieder jaar wordt meer gebruikgemaakt van deze regeling. Voor ons is dat een teken van succes. Ook wij horen uit de stad de kritiek op deze regeling dat de aanvraag veel werk vergt. Wij steunen daarom van harte de motie van de CDA-fractie om te onderzoeken hoe de aanvraag van kamerbewoners kan worden vereenvoudigd. Een bijkomend voordeel zou kunnen zijn dat de beoordeling van de aanvraag binnen de gemeente efficiënter kan worden. Wij steunen dus zowel het voorstel als de motie.

 

De VOORZITTER: Wij kennen ongeveer de strekking van de motie. Misschien is het college dus in staat om op de ronddeling ervan te anticiperen en er virtueel iets over te zeggen, gemotiveerd en geladen. Op mijn briefje staat dat wethouder Rensen voor dit onderwerp is uitgenodigd. Hij is vandaag ook verschenen. Dat is heel mooi van wethouder Rensen; ik vraag graag aandacht voor het feit dat wethouder Rensen verschenen is. Ik heb echter het gevoel dat de portefeuillehouder jeugdhuisvesting de vraag gaat beantwoorden. Ik constateer dat de raad dat goed vindt.

 

Wethouder MOOIWEER: Voorzitter. Dit valt zelfs onder de portefeuille financiën. De motie aanhorend, staan wij daar natuurlijk sympathiek tegenover, want als dingen makkelijker kunnen, moet je ze ook makkelijker doen. De heer Van Breukelen heeft er terecht op gewezen dat de TWK-regeling het verschil opheft tussen kwijtschelding voor kamerbewoners en kwijtschelding voor zelfstandige bewoners. Volgens mij is bij de instelling van deze regeling in de raad aan de orde geweest dat wij behoorlijk strikte regels hanteren om over te gaan tot kwijtschelding, juist omdat je niet wilt dat daar misbruik van gemaakt wordt. Ik wil mijn uiterste best doen en ik zeg toe dat ik zal proberen om dit zo makkelijk mogelijk te maken, maar men zal begrijpen dat bij fiscale regelingen zorgvuldigheid en rechtsgelijkheid ongelooflijk belangrijk zijn. Het kan dus niet zo zijn dat wij deze regeling eenvoudiger zouden maken dan bijvoorbeeld de kwijtscheldingsregeling, want dan zou je rechtsongelijkheid krijgen tussen kamerbewoners en zelfstandige huurders. De intentie van de motie is echter uitstekend.

 

De VOORZITTER: Mijnheer Van Tongeren, bent u al geheel tevreden gesteld?

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ja, helemaal als de motie ook wordt aangenomen.

 

De VOORZITTER: Mijnheer Van Breukelen, wilt u nog een beschouwing geven over wat de wethouder heeft gezegd?

 

De heer VAN BREUKELEN (STIP): Volgens mij kan de regeling wel makkelijker en hoeft er daardoor geen rechtsongelijkheid te ontstaan, zolang het maar eerlijk gebeurt.

 

De VOORZITTER: Zijn er nog andere fracties die iets willen aanvullen over dit mooie thema? Er is immers nog tijd over.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Ik wil de tijd wel even vol praten.

 

De VOORZITTER: Misschien ziet de wethouder nog aanknopingspunten voor een reactie in tweede termijn.

 

Wethouder MOOIWEER: Ja, ik wil even zeggen dat de heer Van Breukelen een waarheid als een koe heeft verkondigd. Ik wil de heer Van Tongeren vragen of ik de motie breder mag interpreteren dan de zorgtoeslag. Als er op andere manieren gegevens beschikbaar komen, wil ik daar immers ook graag gebruik van maken.

 

De heer VAN TONGEREN (CDA): Dat mag allemaal.

 

De VOORZITTER: Dan eindigen wij harmonieus vanavond. Dat zou mooi zijn. De motie ligt inmiddels bij iedereen op tafel.

 

In stemming komt motie M-5.

 

De motie wordt met algemene stemmen aangenomen.

 

In stemming komt het voorstel.

 

Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

 

De VOORZITTER: Ik ontbind het stembureau.

 

245. De vergadering wordt om 23.48 uur gesloten.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 december 2005.

 

 

, voorzitter.

 

 

, griffier.